Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die toelaat de huidige behoeften op een rechtvaardige wijze te bevredigen zonder de behoeftebevrediging van de toekomstige generaties in gevaar te brengen.
Vijf beginselen geven de richting aan om te bouwen aan een duurzame ontwikkeling:
mondiale verantwoordelijkheid van allen, vooral van de rijke landen;
dubbele billijkheid binnen de huidige generatie en tussen de huidige en toekomstige generaties;
integratie van de economische, sociale en milieucomponent van ontwikkeling;
voorzorg tegen grote risico’s en noodzaak van preventieve acties;
participatie van de burgers.
Het begrip duurzame ontwikkeling werd vooral bekend door twee conferenties van de Verenigde Naties:
de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling in 1992 in Rio de Janeiro;
de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in 2002 in Johannesburg.
De overkoepelende doelstellingen van duurzame ontwikkeling zijn:
de uitroeiing van de armoede;
de wijziging van niet-duurzame productie en consumptiepatronen;
de bescherming en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen.
Duurzame ontwikkeling en het FPB
Het Federaal Planbureau (FPB) publiceert om de twee jaar een Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling. Het rapport wordt opgesteld in het kader van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, die ook het Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling introduceerde (zie in Ontwikkeling begrijpen en sturen, het derde Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling, 2005, deel 4: De federale strategie inzake duurzame ontwikkeling).
Om zijn opdrachten in dit verband uit te voeren, werkt het FPB aan: