Het Federaal Planbureau maakt hoofdzakelijk twee soorten macro-economische analyses:
de analyse van de macro-economische impact van verschillende soorten schokken, van welke aard ook : vooral externe schokken (olieschok, schok op de buitenlandse markten, op de ingevoerde kosten), maar ook interne schokken (meer bepaald technologische schokken). In het geval van externe schokken, is de macro-economische analyse bijzonder nuttig om de mogelijke impact van waargenomen schokken te onderzoeken, zoals een olieschok of een schok als gevolg van de wereldgroei.
De analyse van de impact van economische beleidsmaatregelen, zoals een uitgavenprogramma van de overheid, een belastingverlichting of een vermindering van de socialezekerheidsbijdragen (van werknemers en/of werkgevers), enz.
De macro-economische evaluatie van een schok maakt het mogelijk de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen te meten (meer bepaald via de impact op de inkomens en de relatieve prijzen).
Een dergelijke evaluatie biedt ook de mogelijkheid om de impact van een schok op de voornaamste macro-economische indicatoren, zoals de groei, de werkloosheid, de overheidsfinanciën, de buitenlandse handel, alsook op de sectorale indicatoren (toegevoegde waarde, tewerkstelling, bruto-exploitatieoverschot,… per bedrijfstak)te bepalen. Bij het gehanteerde model voor de middellangetermijnanalyses kan men ook de impact van schokken op de energievraag en de broeikasgasemissies bestuderen.
Om die macro-economische analyses te realiseren, heeft het FPB een methodologie ontwikkeld die in hoofdzaak gebaseerd is op de econometrische modellen en, in het bijzonder, op het HERMES-model. In dat model wordt de economische activiteit opgedeeld in 16 bedrijfstakken (zie daaromtrent WP 11-00 en Planning Paper 97 – zie ook het thema ‘sectorale en intersectorale analyses’ voor een benadering op een meer gedetailleerd sectoraal niveau in België).