Een hogere levensverwachting, een heropleving van de vruchtbaarheid en een sterke internationale immigratie zorgen in België voor een nog grotere bevolkingstoename in de toekomst (19/12/2011)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Ten opzichte van de beschikbare gegevens voor de laatste in mei gepubliceerde Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060, tonen drie bijkomende observatiejaren die de bevolkingsloop tussen 2007 en 2009 beschrijven en ten grondslag liggen aan de bevolking op 1 januari 2010, dat de levensverwachting van de mannen is gestegen, zodat ze nauwer aansluit bij die van de vrouwen, dat de vruchtbaarheid van de – voornamelijk Belgische – vrouwen weer toeneemt en dat er, ten slotte, meer internationale immigratie is. Het was nodig om de bevokingsvooruitzichten op lange termijn te herzien.

Sinds het begin van de jaren 2000 neemt de levensverwachting van mannen sneller toe dan die van vrouwen. In 2009 lag de levensverwachting bij de geboorte in België op 77,7 jaar voor mannen en op 82,9 jaar voor vrouwen. In 2060 zou een man in België mogen hopen op 86,2 levensjaren en een vrouw op 88,8 jaar. In 2060 zou de levensverwachting voor vrouwen dus 2,6 jaar hoger liggen dan voor mannen. In 2009 was dat nog 5,2 jaar.

De vruchtbaarheid van de Belgische vrouwen gaat in stijgende lijn, vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Vlaams Gewest. De vruchtbaarheid van buitenlandse vrouwen daarentegen daalt eerder, behalve in het Waals Gewest. Voor heel België ging het gemiddeld aantal kinderen per vrouw van Belgische nationaliteit van 1,57 in 2000 naar gemiddeld 1,74 voor de jaren 2006 tot 2008. Voor buitenlandse vrouwen ging deze indicator van 2,47 kinderen per vrouw naar 2,52, dus slechts een zeer geringe stijging. In totaal ging het gemiddeld aantal kinderen per vrouw in België van 1,67 in 2000 naar gemiddeld 1,82 voor de jaren 2006 tot 2008.

Voor het hele land blijft het natuurlijk saldo, of het verschil tussen geboorten en sterfgevallen, positief tot 2060 door de heropleving van de vruchtbaarheid en de stijging van de levensverwachting. Dat is echter niet het geval in alle arrondissementen, of in het Waals Gewest waar het natuurlijk saldo vanaf de jaren 2040 negatief zou kunnen worden.

Wat de interne migratie binnen het land betreft, is er een toename van de frequentie van de wijzigingen van woonplaats, vooral binnen het arrondissement zelf. Vergeleken met het Waals Gewest, wordt het Vlaams Gewest attractiever. Weliswaar is het groeipercentage van de bevolking uit een positief intern migratiesaldo nog altijd groter in het Waals dan in het Vlaams Gewest maar het daalt in het Waals Gewest, terwijl het in het Vlaams Gewest stijgt.

Het Vlaams Gewest en het Waals Gewest, en in het bijzonder de Duitstalige Gemeenschap, zullen meer immigratie kennen uit de rest van het land dan emigratie naar de rest van het land (positieve interne migratiesaldo’s). Zoals steeds zal het interne migratiesaldo van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest negatief blijvenwant dit gewest vertoont alle kenmerken van de stedelijke arrondissementen.

De internationale immigratie, die de laatste jaren sterk steeg – 89.052 personen in 2000, 137.699 in 2006, 166.479 in 2009 – zou nog enkele jaren licht toenemen. Ter herinnering, de internationale immigratie omvat zowel terugkerende Belgen als binnenkomende buitenlanders en die laatsten kunnen zowel burgers van lidstaten van de Europese Unie, van andere westerse landen als uit de rest van de wereld zijn. De internationale immigratie zou in 2014 een maximum bereiken van ongeveer 176.000 personen. Daarna zou ze schommelen in functie van de relatieve economische attractiviteit van België. Tegen het midden van de jaren 2030 zou ze terugvallen op een jaarlijks peil van 138.000 personen. Daarna zou ze weer stijgen tot 156.000 personen in 2060.

De emigratiecijfers naar het buitenland stijgen lichtjes, vooral bij niet-Belgen. Dat tempert enigszins de stijging van het internationale migratiesaldo (of netto-immigratie).

De migratiesaldo’s met het buitenland zouden positief zijn voor het land, alle gewesten en de Duitstalige Gemeenschap. Dat zal echter niet altijd het geval zijn op het vlak van de arrondissementen. Het netto externe of internationale migratiesaldo van België bedroeg +13.732 personen in 2000, +49.536 in 2006 en +62.761 in 2009. In 2012 zou het een piek van +64.900 bereiken. Tegen het midden van de jaren 2030 zou het terugvallen op een minimum van +22.000. Daarna zou het weer stijgen tot +32.700 in 2060.

De naturalisatiecijfers dalen voor alle nationaliteitengroepen, zelfs voor de niet-Europese burgers. Het algemene naturalisatiecijfer van vreemdelingen ging van 6,7% in 2000 naar gemiddeld 3,4% in de jaren 2007 tot 2009.

De bevolking van België zal blijven stijgen van 10.839.855 personen die ingeschreven waren op 1 januari 2010 tot 13.515.000 in 2060. Dat is een stijging met 25%. Die toename zou algemeen zijn. Bijzonder sterk wordt ze verwacht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (+35%, tot een bevolking van 1.475.200 personen). In het Vlaams en Waals Gewest (dat laatste inclusief de Duitstalige Gemeenschap) zou ze resp. +23% en +25% bedragen. Door de lage vruchtbaarheid en een negatief natuurlijk saldo zou de bevolking in de Duitstalige Gemeenschap als dusdanig slechts met +10% stijgen in die periode.

Wegens de recente demografische evoluties zou de bevolking van België in 2060 nog groter zijn dan voorzien in de Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060 (in deze vorige vooruitzichten zouden de bevolking van België en die van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest respectievelijk 12.662.800 en 1.327.700 inwoners in 2060 tellen). De bevolking zou ook jonger zijn dan vroeger voorzien, met o.m. een grotere bevolking op beroepsleeftijd. Die verjonging zou de stijging van de afhankelijkheidscoëfficiënt van ouderen een beetje temperen. Voor heel België zou die coëfficiënt immers van 26 ouderen per 100 personen op beroepsleeftijd in 2010 tot 42 in 2060 stijgen, i.p.v. tot 45 in de Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060.

De bevolking binnen de leeftijdsgroepen die de grootste uitgaven voor pensioenen en bejaardenzorg genereren, neemt nog altijd fors toe maar iets minder dan voorzien in de Bevolkingsvooruitzichten 2007-2060, door de minder sterke stijging van de vrouwelijke levensverwachting. Voor België zouden de aantallen personen van 65 en meer en van 85 en meer van een index 100 in 2010 tot een index van respectievelijk 180 en 319 in 2060 toenemen (deze stijging bedroeg respectievelijk 179 en 335 in de vorige bevolkingsvooruitzichten). Op gewestelijk niveau zouden de waarden van de index van het aantal personen van 85 en meer in 2060 (basis 2010 = 100) zeer sterk kunnen afwijken van de gemiddelde waarde van België.

De publicatie van de Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060 geeft een analyse van de recente demografische evoluties, evenals de hypothesen en resultaten van de Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060.

De resultaten van de Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060 worden gepubliceerd op de websites van het FPB (http://www.plan.be) en van de ADSEI (http://statbel.fgov.be) in de vorm van drie soorten tabellen (jaarlijkse bevolking per leeftijd en geslacht, jaarlijkse loop van de bevolking per geslacht, diverse demografische coëfficiënten) voor elk van de volgende geografische niveaus: arrondissement, provincie, gewest en Duitstalige Gemeenschap, land, in het reeds eerder gebruikte formaat, dat onder meer de waarnemingen sinds 2000 omvat.

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots