Hogere overheidsinvesteringen om de groei in België aan te zwengelen (27/01/2017)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Uit een simulatie van het Federaal Planbureau blijkt dat de overheid de economische groei op lange termijn kan aanzwengelen door meer te investeren. Omdat de bijkomende groei goed is voor de staatskas, blijft de kostprijs van die maatregel bovendien beperkt.

Overheidsinvesteringen: positieve impact op het bbp en zijn componenten

Voor de studie werd een model van de Europese Commissie gebruikt dat geschikt is om de langetermijngevolgen in te schatten van een structurele verhoging van de Belgische overheidsinvesteringen van 2,4 % tot 2,9 % van het bbp, of ongeveer 2 miljard euro in 2017. Een dergelijke verhoging sluit aan bij de Belgische plannen binnen het Europees Investeringsplan van de Commissie- Juncker, maar houdt geen oordeel in over het optimale niveau van overheidsinvesteringen in de Belgische economie. De belangrijkste resultaten zijn:

  • Vanaf het eerste jaar stijgt het bbp (+0,24 %) door een grotere vraag naar goederen en diensten. Maar het is vooral op lange termijn dat de stijging merkbaar is. Na twintig jaar loopt de bijkomende groei op tot 2,77 %.
  • Die langetermijnimpact wordt voornamelijk verklaard door de hogere productiviteit in de privésector, maar ook door een stijging van het aantal gewerkte uren.
  • Ook de consumptie van de huishoudens en de particuliere investeringen varen wel bij de maatregel.
  • Alleen op korte termijn versnelt de inflatie. Op lange termijn evolueren de prijzen gunstig in België door de hogere productiviteit.

Overheidsinvesteringen: hoe de maatregel wordt gefinancierd, bepaalt zijn impact

In het huidige klimaat van lage groei en lage rentevoeten zorgt de toegenomen groei ervoor dat de maatregel zichzelf gedeeltelijk terugbetaalt. Niettemin zal er nog extra financiering nodig zijn om de maatregel te bekostigen. Hoe de maatregel precies wordt gefinancierd, heeft een impact op hoe doeltreffend hij is:

  • Wanneer dit gebeurt via een verhoging van de belasting op inkomen uit arbeid of kapitaal, blijft het positieve effect op het bbp beperkt tot respectievelijk 1,69 % en 1,89 % na twintig jaar. De belasting op inkomen uit arbeid is ongunstig voor de werkgelegenheid en die op inkomen uit kapitaal is ongunstig voor particuliere investeringen.
  • Als de maatregel wordt gefinancierd door te besparen op andere overheidsuitgaven, gaat het bbp er op korte termijn amper op vooruit, maar na twintig jaar stijgt het wel met een bijkomende 2,43 %. Vooral de consumptie van de gezinnen wordt positief beïnvloed in dit scenario.
  • Wanneer de consumptiebelasting wordt verhoogd, bedraagt de extra groei 2,69 %. In dit scenario stijgt de consumptie van de gezinnen minder sterk. De bedrijfsinvesteringen stijgen daarentegen het meest. Er wordt geen rekening gehouden met het hele Belgische systeem van loonindexering in het model van de Europese Commissie, zodat de stijging van de inflatie op korte termijn slechts een gering effect heeft op de lonen.

De maatregel financieren met overheidsschuld blijkt al snel onhoudbaar voor een land met een schuldgraad die hoger ligt dan 100 % van het bbp.

Als de overheidsinvesteringsgraad niet verhoogd wordt, maar er enkel een herschikking komt van overheidsinvesteringen ten gunste van infrastructuurwerken, leidt dit, volgens een andere simulatie, tot een extra bbp-groei van 1,2 % na drie jaar.

Overheidsinvesteringen: België aan de staart van de Europese landen

De vraag van de overheidsinvesteringen kwam opnieuw in de schijnwerpers te staan door aanbevelingen in die zin van internationale organisaties zoals de Europese Commissie en het IMF, tegen de achtergrond van een nog steeds te zwakke groei. Economisch onderzoek wijst namelijk uit dat overheidsinvesteringen gemiddeld genomen een positieve langetermijnimpact hebben op de binnenlandse productie, al is die impact ook afhankelijk van de economische conjunctuur, de rentevoet waaraan de overheid kan lenen en het monetaire beleid.

In België zijn de overheidsinvesteringen echter met de helft gedaald van jaarlijks gemiddeld meer dan 5 % van het bbp in de jaren zeventig tot 2,4 % van het bbp in 2015. Die evolutie ging gepaard met een vermindering van de netto-kapitaalvoorraad als percentage van het bbp. Ter vergelijking, in Frankrijk en Nederland ligt het cijfer op 3,5 % en het Europees gemiddelde bedraagt 2,7 %. Vooral de investeringen in infrastructuur, zoals bijvoorbeeld de wegen of het spoor, werden teruggeschroefd. Die uitgaven hebben dus nog een sterk groeipotentieel.

Voor meer informatie:
Dirk Verwerft, dv@plan.be, 02/507.73.25

Please do not visit, its a trap for bots