Uw selectie heeft betrekking op alle thema's die het FPB behandelt; u kunt het aantal documenten beperken door een thema te selecteren in de linkerkolom.
De economische activiteit in België stagneert sinds midden 2011. Volgens de "Economische vooruitzichten 2013-2018" zou de Belgische economie opnieuw aanknopen met een beperkte positieve groei. Dat scenario gaat echter gepaard met belangrijke onzekerheden.
De maandelijkse evolutie van de index van de consumptieprijzen en de gezondheidsindex, die onder meer gebruikt wordt bij de berekening van de indexering van lonen, sociale uitkeringen en huurprijzen.
Short Term Update (STU) is the quarterly newsletter of the Belgian Federal Planning Bureau. It contains, in English, the main conclusions from the publications of the FPB, as well as information on new publications, together with an analysis of the most recent economic indicators.
In de loop van het jaar 2012 heeft de regering een aantal maatregelen geïntroduceerd in de pensioenregelingen, de werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen) en de werkloosheid. De macro-economische, budgettaire en sociale effecten van die maatregelen werden geëvalueerd in bepaalde publicaties van het Federaal Planbureau of van de Studiecommissie voor de vergrijzing. De voorliggende publicatie van het Federaal Planbureau heeft als doelstelling de impact te analyseren van bepaalde maatregelen met betrekking tot de werkloosheidsuitkering en het rustpensioen naar geslacht. Deze analyse kent een dubbel perspectief: een macro-budgettair en een micro- economisch perspectief. In eerste instantie worden de gedifferentieerde effecten voor mannen en vrouwen van de hervorming van de arbeidsmarkt, van het aantal gerechtigden op een sociale uitkering en van de gemiddelde pensioenen per regeling geanalyseerd. In tweede instantie worden de effecten geanalyseerd van bepaalde maatregelen in de takken werkloosheid en pensioen in termen van ongelijkheid en armoede, steeds met als doel de effecten op mannen en vrouwen te differentiëren.
In juli 2012 kondigde de Federale regering haar relancestrategie aan. Centrale doelstellingen van die relancestrategie zijn het ondersteunen van de koopkracht van de burgers, het versterken van de competitiviteit van onze economie en het creëren van meer kwaliteitsvolle jobs.
In de relancestrategie werd een procedure voor opvolging en monitoring ingesteld, die inhoudt dat het Federaal Planbureau om het half jaar aan de regering een verslag voorlegt over de evolutie van deze procedure en de efficiëntie van de genomen maatregelen in het licht van de doelstellingen van de strategie. Het voorliggende, eerste, monitoringrapport introduceert de monitoringprocedure, geeft een overzicht van de maatregelen die zullen opgevolgd worden (de scope) en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van de maatregelen (situatie op 31 januari 2013).
Terwijl het stijgende aandeel van de gezondheidsuitgaven als procent van het nationaal inkomen een welbekend en uitvoerig beschreven fenomeen is in de geïndustrialiseerde wereld, is het moeilijk om de effecten van de onderliggende kostendrijvers te kwantificeren. De grootste moeilijkheid is het vinden van geschikte proxies om de medisch-technologische innovatie te meten. Die laatste wordt beschouwd als een belangrijke determinant van de steeds toenemende gezondheidsuitgaven. De belangrijkste bijdrage van deze paper is het gebruik van data over goedgekeurde medische apparatuur en geneesmiddelen als indicatie voor de medisch-technologische vooruitgang. De effecten van deze variabelen op de totale reële gezondheidsuitgaven per hoofd worden geraamd aan de hand van een panelmodel voor 18 OESO-landen dat betrekking heeft op de periode 1981-2009. De resultaten bevestigen het aanzienlijk kostenverhogend effect van de medische technologie die minstens 50 % van de historische uitgavengroei kan verklaren. Het weglaten van de goedkeuringsvariabelen leidt tot een aanzienlijke opwaartse vertekening van de geraamde inkomenselasticiteit van de gezondheidsuitgaven en heeft een negatief effect op sommige modelspecificatietesten. Ondanks het totale positieve netto-effect van de technologie, is het effect van twee subgroepen van goedkeuringsvariabelen op de uitgaven duidelijk negatief. Die subgroepen kunnen als representatief voor ‘incrementele medische innovatie’ worden beschouwd, terwijl de positieve effecten betrekking hebben op ‘radicaal’ innovatieve farmaceutische producten en apparatuur. De resultaten zijn coherent met die uit andere studies die suggereren dat sommige nieuwe producten, ondanks hun hoge introductieprijs, uiteindelijk kostenbesparend kunnen zijn voor andere medische ingrepen.
De economische vooruitzichten van een aantal instellingen (Europese Commissie, Federaal Planbureau, OESO, ...) voor België en de eurozone. Deze overzichtstabellen worden vier keer per jaar geactualiseerd en hebben betrekking op de economische groei, de inflatie en het financieringssaldo van de overheid.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten dienen als basis voor de begrotingscontrole voor het jaar 2013.
In the recent past, medium-term projections were given less attention than short-term analyses. However, things appear to have evolved and mid-term prospects seem to be enjoying a renewed interest. Since the outbreak of the financial crisis, many countries have been confronted with large imbalances in terms of high unemployment, unused production capacities or financial deficits. In the longer term, demographic changes, including population ageing, are likely to cause massive changes in the composition of GDP. Addressing these various challenges can only be considered in the context of medium- and long-term scenarios.
Deze paper beschrijft de resultaten van een eerste evaluatie van federale fiscale voordelen om onderzoek en ontwikkeling (O&O) door ondernemingen in België te bevorderen. De impact van gewestelijke subsidies en de gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor O&O-personeel wordt geraamd voor de periode 2001-2009. De resultaten tonen dat de bestaande steunmaatregelen van de overheid ondernemingen ertoe aangezet hebben bijkomende O&O-activiteiten uit te voeren.
In 2011 stelden de vier Belgische ministers bevoegd voor energie (1 federale en 3 regionale) een consortium samen van drie wetenschappelijke partners, het Federaal Planbureau (FPB), het Institut de Conseil et d'Etudes en Dévelopment Durable (ICEDD) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), om de haalbaarheid en de impact te analyseren van een transformatie van het Belgisch energiesysteem naar 100% hernieuwbare energie tegen 2050. Die doelstelling betreft niet enkel de elektriciteitssector, maar alle primaire energie die op Belgisch grondgebied wordt verbruikt.
De hoofdvraag die in deze studie wordt beantwoord, is of België in staat is om tegen 2050 volledig te draaien op hernieuwbare energie. Deze studie toont aan dat dit kan, hoewel de doelstelling ambitieus is. In totaal zou er 300 tot 400 miljard euro geïnvesteerd moeten worden in de periode tot 2050 voor de overschakeling, maar tegelijkertijd biedt de transitie een antwoord op heel wat uitdagingen.
Short Term Update (STU) is the quarterly newsletter of the Belgian Federal Planning Bureau. It contains, in English, the main conclusions from the publications of the FPB, as well as information on new publications, together with an analysis of the most recent economic indicators.
De werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers in België behoort tot de laagste van de Europese Unie. Sinds 1997 werden verschillende pogingen ondernomen om oudere werknemers te ontmoedigen de arbeidsmarkt te verlaten voor de leeftijd van 65 jaar. Er werden twee maatregelen ingevoerd om vervroegde uittreding te verminderen. De eerste maatregel verhoogt het aantal vereiste loopbaanjaren voor vervroegde uittreding.
De tweede maatregel, de pensioenbonus, geeft oudere werknemers een financiële stimulans om na de leeftijd van 62 jaar aan het werk te blijven. Deze paper geeft een ex-post evaluatie van de impact van die twee maatregelen op de kans om na een jaar aan het werk te blijven door middel van een zogenaamde "difference-in-differences" strategie. Onze gegevens bestaan uit individuele longitudinale werkgelegenheidsgegevens voor de periode 2000-2009. Op basis van paneldata logit-modellen stellen we allereerst vast dat de verhoging van de loopbaanvoorwaarde een significante invloed had op de kans om na een jaar aan het werk te blijven voor arbeiders en mannelijke bedienden met een laag inkomen tussen 60-61 jaar ten opzichte van die tussen 62-64 jaar over de periode 2000-2006. Onze tweede oefening raamt de gezamenlijke impact van de pensioenbonus en de verhoging van de loopbaanvoorwaarde tijdens de periode 2004-2009. Uit een vergelijking van beide oefeningen kunnen we besluiten dat de pensioenbonus hoogstens een zeer beperkte impact heeft gehad op de kans om een jaar later aan het werk te blijven voor mannelijke werknemers tussen 62-64 jaar ten opzichte van die tussen 60-61 jaar.
Het Federaal Planbureau heeft in mei 2012 een tussentijds rapport over het concurrentievermogen van België opgesteld als antwoord op een verzoek van de Eerste Minister in het kader van de eerste fase van de opmaak van het relanceplan. Dit rapport maakte de balans op van het concurrentievermogen van België en informeerde de regering over de situatie van België ten opzichte van de drie buurlanden. De analyses werden voortgezet om de determinanten van het concurrentievermogen te achterhalen en bijgevolg ook de belangrijkste toekomstige uitdagingen om het concurrentievermogen te verbeteren. De huidige publicatie, die op 26 oktober 2012 werd afgerond, geeft een overzicht van die analyses. Ze werd meegedeeld aan de Eerste Minister en de minister van Economie als technische ondersteuning voor de tweede fase van het relanceplan in het kader van de opmaak van de begroting 2013.
Short Term Update (STU) is the quarterly newsletter of the Belgian Federal Planning Bureau. It contains, in English, the main conclusions from the publications of the FPB, as well as information on new publications, together with an analysis of the most recent economic indicators.
De prijzen van levensmiddelen in België zijn hoger dan in de buurlanden en nemen ook sneller toe. Dat is mede geconstateerd in het kader van het Europees Semester. De afgelopen jaren zijn zowel op Belgisch als internationaal niveau meerdere studies naar dat onderwerp gedaan. Daaruit blijkt dat de oorzaken velerlei zijn, maar dat er ook factoren zijn waarin België juist gunstig scoort. Vier oorzaken lijken op de voorgrond te staan. Dat zijn de kleine economisch-geografische schaal in combinatie met de tweetaligheid, de groothandelsprijzen, de loonkosten en de strategie van bepaalde winkelketens.
Sinds 1994 is het Federaal Planbureau verantwoordelijk voor de raming van de vijfjaarlijkse input‐outputtabellen voor België. Die tabellen zijn een uniek instrument om de relaties tussen de verschillende (homogene) bedrijfstakken binnen de Belgische economie te analyseren. Wanneer die tabellen geïntegreerd worden in een input‐outputmodel, geven ze snel verschillende synthetische maatstaven van die relaties. In deze paper worden twee klassieke toepassingen van de input‐outputmodellen voorgesteld, namelijk de multiplicatoren en de linkagemaatstaven.
De Studiecommissie voor de Vergrijzing (SCvV) stelt haar elfde Jaarverslag voor. De langetermijnvooruitzichten van de sociale uitgaven en armoede-indicatoren die in dit rapport worden voorgesteld, bevatten de effecten van de recente structurele hervormingen, in het bijzonder op vlak van pensioenen, die beslist werden in het kader van het Regeerakkoord van december 2011.
Het Federaal Planbureau gaat over tot de aanwerving van een Franstalige of Nederlandstalige expert met een contract van bepaalde duur (24 maanden) dat een aanvang neemt op 1 januari 2013.
De expert zal in eerste instantie meewerken aan een pilootproject dat het Federaal Planbureau uitvoert voor Eurostat. Het betreft het opstellen van Environmental Protection Expenditure Accounts (EPEA) voor België voor de periode 2008-2011, alsook van rekeningen voor de Belgische Environmental Goods and Services Sector (EGSS) voor de jaren 2010-2011.
Bij ongewijzigd beleid tonen de transportvooruitzichten voor België tegen 2030 een aanzienlijke groei van het personen- en goederenvervoer. Die toename hangt nauw samen met de economische en sociaal-demografische groeivooruitzichten op lange termijn en blijft niet zonder negatieve effecten op de wegcongestie en het milieu. Een zo goed mogelijk beheer van die evolutie lijkt bijgevolg belangrijk om die negatieve gevolgen te beperken. Deze studie heeft betrekking op het personen- en goederenvervoer op het Belgisch grondgebied, het wegvervoer, spoorvervoer en de binnenvaart, alsook op de wegcongestie en de milieukosten van het transport.