Uw selectie heeft betrekking op het thema 'Arbeidsmarkt', u kunt een groter aantal documenten verkrijgen door het hoofdthema 'Alle thema's' te selecteren dat zich bovenaan in de linkerkolom bevindt.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten kaderen in de bijkomende begrotingscontrole voor 2013 en de voorbereiding van de federale begroting voor 2014.
De maandelijkse evolutie van de index van de consumptieprijzen en de gezondheidsindex, die onder meer gebruikt wordt bij de berekening van de indexering van lonen, sociale uitkeringen en huurprijzen.
De economische activiteit in België stagneert sinds midden 2011. Volgens de "Economische vooruitzichten 2013-2018" zou de Belgische economie opnieuw aanknopen met een beperkte positieve groei. Dat scenario gaat echter gepaard met belangrijke onzekerheden.
In juli 2012 kondigde de Federale regering haar relancestrategie aan. Centrale doelstellingen van die relancestrategie zijn het ondersteunen van de koopkracht van de burgers, het versterken van de competitiviteit van onze economie en het creëren van meer kwaliteitsvolle jobs.
In de relancestrategie werd een procedure voor opvolging en monitoring ingesteld, die inhoudt dat het Federaal Planbureau om het half jaar aan de regering een verslag voorlegt over de evolutie van deze procedure en de efficiëntie van de genomen maatregelen in het licht van de doelstellingen van de strategie. Het voorliggende, eerste, monitoringrapport introduceert de monitoringprocedure, geeft een overzicht van de maatregelen die zullen opgevolgd worden (de scope) en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van de maatregelen (situatie op 31 januari 2013).
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten dienen als basis voor de begrotingscontrole voor het jaar 2013.
In the recent past, medium-term projections were given less attention than short-term analyses. However, things appear to have evolved and mid-term prospects seem to be enjoying a renewed interest. Since the outbreak of the financial crisis, many countries have been confronted with large imbalances in terms of high unemployment, unused production capacities or financial deficits. In the longer term, demographic changes, including population ageing, are likely to cause massive changes in the composition of GDP. Addressing these various challenges can only be considered in the context of medium- and long-term scenarios.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie.
Als we kijken naar de gevolgen van offshoring, is een belangrijke bekommernis de arbeidsmarktsituatie van laaggeschoolde werknemers. In deze studie wordt empirisch aangetoond dat, in de verwerkende nijverheid, offshoring een neerwaarts effect heeft gehad op het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid tijdens de periode 1995-2007. De belangrijkste bijdrage tot die daling was afkomstig van goederenoffshoring naar Centraal- en Oost-Europa (21%), terwijl ook offshoring van zakelijke diensten een niet verwaarloosbare impact had (8%). In subsectoren van de verwerkende nijverheid met een hogere ICT-kapitaalsintensiteit was de impact van offshoring op het aandeel van laaggeschoolden kleiner. In de sector van de marktdiensten daarentegen kon geen robuust verband worden gevonden tussen offshoring en het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid.
Op maandag 14 mei 2012 presenteert het Federaal Planbureau zijn nieuwe economische middellangetermijnvooruitzichten die dit jaar betrekking hebben op de periode 2012-2017. De Economische Vooruitzichten 2012-2017 voor België situeren zich in een context van begrotingssanering en zwakke economische groei in Europa.
De demografische veroudering van de bevolking zal leiden tot een groeiende groep van ouderen, waarvan een deel behoefte zal hebben aan langdurige zorg als gevolg van beperkingen in de activiteiten van het dagelijks leven (Activities of Daily Living – ADL). Om de toekomstige noden te kunnen inschatten, werden op het Federaal Planbureau twee modellen ontwikkeld waarvan de methodologie en de projectieresultaten tijdens dit seminarie zullen worden uitgelegd. Het eerste deel van het seminarie is gewijd aan de resultaten van het Europees onderzoeksproject ANCIEN, waarmee projecties werden gemaakt voor vier EU-lidstaten (Nederland, Duitsland, Spanje en Polen). In het tweede deel wordt een Belgisch model voorgesteld dat werd ontwikkeld in het kader van een recent onderzoeksproject in opdracht van de FOD Volksgezondheid, met als doel de toekomstige benodigde capaciteit in de residentiële zorgsector in te schatten.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie.
De voornoemde wet van 1996 introduceert een preventieve loonnorm die gebaseerd is op de verwachte evolutie van de loonkosten in drie referentielanden, namelijk Frankrijk, Duitsland en Nederland. Ze baseert zich voor die drie landen op de vooruitzichten van de OESO. In het hoofdstuk over de arbeidsmarkt van zijn ‘Economische Vooruitzichten’ onderzoekt het Federaal Planbureau (FPB), sinds editie 2007, de opvolging van de “loonnorm”. Deze analyse heeft duidelijk gemaakt dat men aan het begrip 'loonkosten' verscheidene invullingen kan geven. De nota verduidelijkt die noties en documenteert de gevolgen voor de berekende evolutie van de loonkosten. Ten slotte worden een aantal vragen aangekaart betreffende deze noties.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen.
Deze in 2010 door de Nationale Bank van België en het Federaal Planbureau gemaakte analyse, is het antwoord op een vraag van de federale regering om een globale studie te maken over de financiering van de sociale prestaties en de impact van wijzigingen in deze financiering te onderzoeken, met als doel na te gaan in welke mate verschillende scenario's met betrekking tot de hervorming van de financiering van de sociale zekerheid de werkgelegenheidscreatie kunnen bevorderden en het concurrentievermogen van de ondernemingen ondersteunen. Deze studie beoogt bijgevolg de weerslag te analyseren van een herschikking van de fiscale en parafiscale druk, met een bijzondere aandacht voor beide voormelde doelstellingen, terwijl tegelijkertijd de zorg voor een duurzame langetermijnfinanciering van de sociale zekerheid niet uit het oog verloren wordt.
In the national accounts labour inputs are collected by industry. Homogenising means transforming labour inputs by industry into labour inputs by product. This homogenisation is done using mathematical techniques. The paper compares the results for two wellknown techniques (product technology and industry technology) and discusses the effects of homogenisation on Belgian data for the years 2000 and 2005. Labour inputs are detailed by gender and education level. An additional distinction is made between employees and self-employed. The paper proposes a solution for the negatives problem that arises when applying the product technology model in the case of self-employed workers. It also assesses the plausibility of results by showing the effects of homogenising on wage costs and value added per head as well as on the ranking of industries by education level. The product and the industry technology model yield significantly different results, most particularly for the employmen use of wholesale and retail trade. The results of the product technology model are judged to be most plausible.
Deze studie analyseert de gevolgen van het decentralisatieniveau van de collectieve onderhandelingen voor het niveau en de spreiding van de lonen in België. Met dat doel voor ogen, bouwen we een kwantitatieve indicator voor het decentralisatieniveau van de sectorale collectieve onderhandelingen in België, gebaseerd op de kenmerken van het collectieve onderhandelingsproces. Onze resultaten tonen aan dat zowel lonen als loonspreiding hoger zijn in sectoren waar collectieve onderhandelingen gedecentraliseerd zijn. We vergelijken onze resultaten met diegene gebaseerd op het bestaan van collectieve overeenkomsten in een bedrijf als maatstaf voor decentralisatie, een indicator die doorgaans in de literatuur wordt gebruikt. Daaruit blijkt dat, indien er uitsluitend rekening wordt gehouden met het bestaan van collectieve bedrijfsovereenkomsten, de decentralisatiegraad onderschat dreigt te worden en dus ook de effecten ervan op de lonen en de loonspreiding. De verklaring daarvoor ligt in het feit dat in België het collectief onderhandelingssysteem, naast de mogelijkheid om collectieve overeenkomsten af te sluiten op bedrijfsniveau, ook voorziet in mechanismen waardoor ondernemingen afstand kunnen nemen van collectieve overeenkomsten die op sectoraal niveau zijn vastgelegd.
De Heer Henri Bogaert, Commissaris bij het Plan, en Dr. Philippe Mettens, Voorzitter van het Directiecomité van het Federaal Wetenschapsbeleid, nodigen u van harte uit op de workshop m.b.t. de voorstelling van de conclusies van LIMOBEL.
Deze workshop heeft plaats op dinsdag 29 maart 2011 om 9u30 op het Federaal Planbureau.
Deze Working Paper geeft een globaal overzicht van de horecasector in België. Meer in het bijzonder wordt ingegaan op een aantal aspecten van de ondernemingsdemografie, het belang van de sector voor de Belgische economie, de evolutie sinds het midden van de jaren negentig en de financiële gezondheid van de horecaondernemingen. Aangezien de productie van horecadiensten een bijzonder arbeidsintensieve activiteit is, wordt speciale aandacht besteed aan het aspect werkgelegenheid.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen.
Vergeleken met de vorige versie van de economische begroting (september 2010) is de raming van de Belgische bbp-groei voor 2010 opwaarts herzien van 1,8% tot 2%. De groeivooruitzichten voor 2011 zijn met 0,3 procentpunt verbeterd tot eveneens 2%. De werkgelegenheid steeg vorig jaar met 28 500 personen en zou in 2011 verder toenemen met 37 600 personen (jaargemiddelden). Door de stijging van de grondstoffenprijzen zou de Belgische inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, versnellen van 2,2% in 2010 tot 2,7% dit jaar. Het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans blijft positief.