Uw selectie heeft betrekking op het thema 'Sectorale en intersectorale analyses', u kunt een groter aantal documenten verkrijgen door het hoofdthema 'Alle thema's' te selecteren dat zich bovenaan in de linkerkolom bevindt.
U kunt het aantal documenten beperken door een subthema te selecteren in de linkerkolom.
Sinds 1994 is het Federaal Planbureau verantwoordelijk voor de raming van de vijfjaarlijkse input‐outputtabellen voor België. Die tabellen zijn een uniek instrument om de relaties tussen de verschillende (homogene) bedrijfstakken binnen de Belgische economie te analyseren. Wanneer die tabellen geïntegreerd worden in een input‐outputmodel, geven ze snel verschillende synthetische maatstaven van die relaties. In deze paper worden twee klassieke toepassingen van de input‐outputmodellen voorgesteld, namelijk de multiplicatoren en de linkagemaatstaven.
Economisch beleid heeft een impact op het milieu, en milieubeleid heeft op haar beurt economische gevolgen. In een wereld waarin het maatschappelijk belang van het milieu sterk toegenomen is, is er nood aan beleidsondersteunende modellen die de wisselwerking tussen economie en milieu integreren. Om dergelijke modellen te kunnen gebruiken, is er een consistente afstemming nodig tussen de economische data en de milieugegevens die deze modellen voeden. Daarom heeft de Europese Raad samen met het Europees Parlement beslist het opstellen van milieu-economische rekeningen, waarbij milieugegevens ingepast worden in het kader van de nationale rekeningen, verplicht te maken via Europese Verordening (EU) nr. 691/2011. Het Federaal Planbureau presenteert in haar Planning Paper 111 een overzicht van de Belgische milieurekeningen, met de nadruk op analyses waarbij milieugegevens met economische gegevens uit de nationale rekeningen gecombineerd worden.
Het Federaal Planbureau is verantwoordelijk voor het opmaken van de Belgische milieu-economische rekeningen. Milieu-economische rekeningen zijn satellietrekeningen van de Nationale Rekeningen, en maken het mogelijk om op consistente wijze milieugegevens te combineren met economische gegevens per institutionele sector of per bedrijfstak. Milieu-economische analyses op het niveau van institutionele sectoren en bedrijfstakken worden zo aanzienlijk makkelijker uit te voeren. Deze workshop presenteert een aantal analyses op basis van de milieu-economische rekeningen voor België. Ook de Gewesten besteden steeds meer aandacht aan milieu-economische analyses. Zowel het Waals als het Vlaams Gewest zullen een aantal van hun analyses presenteren. Milieu-economische analyses op basis van milieurekeningen worden verder actief gestimuleerd door Eurostat, dat steeds meer met vragen naar dergelijke analyses vanuit de Europese Commissie geconfronteerd wordt. Om het seminarie af te ronden, zal Eurostat haar eigen werk op dit gebied voorstellen, alsook een aantal analyses gemaakt in andere EU-landen.
Daar waar 2007 in België nog een topjaar was met veel startende ondernemingen en een stijgende werkgelegenheid, brak eind 2008 de wereldwijd financiële crisis uit die leidde tot een economische recessie in 2009. In deze studie wordt, op basis van informatie uit gepubliceerde jaarrekeningen, de financiële situatie van Belgische niet-financiële ondernemingen in 2007, het jaar vóór de financiële crisis, vergeleken met de situatie in 2010, het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn en tevens een jaar waarin er een licht herstel werd vastgesteld. Er werd ook nagegaan of een zwakke score voor een aantal financiële ratio’s in 2007, voor een deel kan verklaren waarom sommige ondernemingen in de periode 2008-2010 in de problemen kwamen (bijvoorbeeld een faillissement).
Als we kijken naar de gevolgen van offshoring, is een belangrijke bekommernis de arbeidsmarktsituatie van laaggeschoolde werknemers. In deze studie wordt empirisch aangetoond dat, in de verwerkende nijverheid, offshoring een neerwaarts effect heeft gehad op het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid tijdens de periode 1995-2007. De belangrijkste bijdrage tot die daling was afkomstig van goederenoffshoring naar Centraal- en Oost-Europa (21%), terwijl ook offshoring van zakelijke diensten een niet verwaarloosbare impact had (8%). In subsectoren van de verwerkende nijverheid met een hogere ICT-kapitaalsintensiteit was de impact van offshoring op het aandeel van laaggeschoolden kleiner. In de sector van de marktdiensten daarentegen kon geen robuust verband worden gevonden tussen offshoring en het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid.
Bij het gebruik van Aanbod- en Gebruikstabellen (AGT) en Input-Outputtabellen (IOT) die opgemaakt zijn op basis van verschillende versies van de Nationale Rekeningen (NR), ontstaat, als gevolg van herzieningen in de NR, een probleem van coherentie in de tijd. In deze paper wordt de methodologie beschreven die gevolgd werd bij de opmaak van een coherente tijdreeks van AGT en IOT voor de periode 1995-2007, vertrekkend van de NR gepubliceerd in november 2010.
Short Term Update (STU) is the quarterly newsletter of the Belgian Federal Planning Bureau. It contains, in English, the main conclusions from the publications of the FPB, as well as information on new publications, together with an analysis of the most recent economic indicators.
De demografische veroudering van de bevolking zal leiden tot een groeiende groep van ouderen, waarvan een deel behoefte zal hebben aan langdurige zorg als gevolg van beperkingen in de activiteiten van het dagelijks leven (Activities of Daily Living – ADL). Om de toekomstige noden te kunnen inschatten, werden op het Federaal Planbureau twee modellen ontwikkeld waarvan de methodologie en de projectieresultaten tijdens dit seminarie zullen worden uitgelegd. Het eerste deel van het seminarie is gewijd aan de resultaten van het Europees onderzoeksproject ANCIEN, waarmee projecties werden gemaakt voor vier EU-lidstaten (Nederland, Duitsland, Spanje en Polen). In het tweede deel wordt een Belgisch model voorgesteld dat werd ontwikkeld in het kader van een recent onderzoeksproject in opdracht van de FOD Volksgezondheid, met als doel de toekomstige benodigde capaciteit in de residentiële zorgsector in te schatten.
Het Federaal Planbureau heeft het genoegen u uit te nodigen op het seminar ”Simulating policy alternatives for public pension in Japan » door Mr Seiichi Inagaki (Institute of Economic Research, Hitotsubashi University, Tokyo).
Dit seminar vindt plaats op donderdag 1 december, om 10u00, op het Federaal Planbureau (47-49 kunstlaan, 1000 Brussel). Inschrijven voor deze workshop is gratis maar verplicht, gezien het beperkt aantal plaatsen.
Offshoring is generally believed to be productivity-enhancing and this belief is underpinned by economic theory. This article contributes to the growing literature that tests empirically whether offshoring does indeed help to improve productivity. Estimating the impact of materials and business services offshoring on productivity growth with industry-level data for Belgium over the period 1995-2004, we investigate this issue separately for manufacturing and market services. The results show that there is no productivity effect of materials offshoring, while business services offshoring leads to productivity gains especially in manufacturing. In addition, we look at the possibility of rent spillovers from offshoring. Productivity gains from offshoring in one industry may feed through to other industries that purchase its output for intermediate use if, due to offshoring, the user value exceeds the price of the output. The lack of evidence of such rent spillovers from either materials or business services offshoring in the data leads us to conclude that firms manage to internalise all efficiency gains from offshoring.
In the national accounts labour inputs are collected by industry. Homogenising means transforming labour inputs by industry into labour inputs by product. This homogenisation is done using mathematical techniques. The paper compares the results for two wellknown techniques (product technology and industry technology) and discusses the effects of homogenisation on Belgian data for the years 2000 and 2005. Labour inputs are detailed by gender and education level. An additional distinction is made between employees and self-employed. The paper proposes a solution for the negatives problem that arises when applying the product technology model in the case of self-employed workers. It also assesses the plausibility of results by showing the effects of homogenising on wage costs and value added per head as well as on the ranking of industries by education level. The product and the industry technology model yield significantly different results, most particularly for the employmen use of wholesale and retail trade. The results of the product technology model are judged to be most plausible.
Deze Working Paper geeft een globaal overzicht van de horecasector in België. Meer in het bijzonder wordt ingegaan op een aantal aspecten van de ondernemingsdemografie, het belang van de sector voor de Belgische economie, de evolutie sinds het midden van de jaren negentig en de financiële gezondheid van de horecaondernemingen. Aangezien de productie van horecadiensten een bijzonder arbeidsintensieve activiteit is, wordt speciale aandacht besteed aan het aspect werkgelegenheid.
Deze paper toont de evolutie van de productie, de binnenlandse vraag naar en de in- en uitvoer van alcoholische dranken in België in de periode 1995-2009. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bier, mout, en gedistilleerde en niet gedistilleerde alcoholische dranken, evenals sommige niet alcoholische dranken. De paper gaat ook in op de evolutie van productie, toegevoegde waarde, investeringen, tewerkstelling en loonkosten per hoofd in de bedrijfstak van alcoholische dranken en geeft detailcijfers over de tewerkstelling in de brouwerijen. Voor de jaren 1995 en 2005 wordt de gecumuleerde bijdrage tot het bbp en de tewerkstelling van de productie en distributie van alcoholhoudende dranken in België berekend. De resultaten zijn gebaseerd op de input-output tabel van die jaren.
In deze Working Paper wordt de evolutie van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in België, in de periode 1995-2007, vergeleken met de evolutie in tien andere EU-landen. Waar de O&O-uitgaven van de in België gevestigde ondernemingen tot 2001 nog vrij gunstig evolueerden, daalde nadien niet enkel de O&O-intensiteit maar verzwakte ook de relatieve positie t.o.v. de andere landen. Deze evolutie is voornamelijk het gevolg van een daling van het aandeel van een aanzienlijk aantal bedrijfstakken in de totale O&O-uitgaven van de beschouwde groep van landen en minder het gevolg van het type van bedrijfstakken waarin Belgische ondernemingen zich hebben gespecialiseerd.
Het handvest van het Federaal Planbureau werd door de Directieraad goedgekeurd en ondertekend in juni 2010. Het bevat een aantal verbintenissen inzake de behandelingstermijn, de openingsuren van de kantoren, de verspreiding van publicaties en de evaluatie van de aangeboden diensten.
Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de input-outputtabellen tegen lopende prijzen voor het jaar 2005, opgesteld volgens de ESR95-methodologie. Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 is het Federaal Planbureau (FPB), binnen het kader van het INR, verantwoordelijk voor de opmaak van de vijfjaarlijkse input-outputtabellen. In de voorliggende publicatie wordt de methodologie die werd gevolgd bij de opmaak van de input-outputtabellen beschreven en worden resultaten getoond op 6x6 niveau. Meer gedetailleerde tabellen zijn (sedert eind maart 2010) beschikbaar op de website van het FPB. Het input-outputsysteem beschrijft op gedetailleerde wijze het productieproces en de goederen- en dienstenstromen in de Belgische economie. Samen met de aanbod- en gebruikstabellen, waarvan ze zijn afgeleid, verzekeren de input-outputtabellen de coherentie van de nationale rekeningen. Ze zijn tevens een analyse-instrument ten behoeve van het beleid, voor de studie van intersectorale relaties en voor directe en indirecte impactstudies. De laatste jaren wordt een revival in het gebruik van input-outputtabellen waargenomen, onder meer voor analyses in het domein van globalisering en milieu-economie.
Het doel van deze nota is tweeledig: enerzijds de financiële structuur van de ondernemingen op sectorniveau en anderzijds de financiële fragiliteit van de ondernemingen vóór de financiële crisis berekenen. Een updating zal gebeuren voor het boekjaar 2010.
In deze studie worden de mogelijke effecten van een Wereldbeker voetbal in 2018 op de economische bestedingen besproken. Die bestedingen betreffen vooral de investeringen in stadions en de toeristische uitgaven van bezoekers, maar er zijn ook effecten van de bezoekende elftallen en media en de uitgaven voor organisatie en veiligheid. In totaal zijn de bestedingen ingeschat op €1,15 miljard, verspreid over acht jaar en met een ruim betrouwbaarheidsinterval. Met behulp van twee economische modellen, nl. een input-outputmodel en het macroeconomische model HERMES, zijn de gevolgen van die bestedingen voor de economische activiteit berekend. Het effect op het BBP zou oplopen tot ongeveer 0,13 % in 2018. Het effect op de werkgelegenheid zou bij benadering 450 tot 750 extra arbeidsplaatsen zijn gedurende de aanloopfase naar het toernooi, en een equivalent van 4 000 tot 8 000 manjaar tijdens het toernooi zelf.
Het Instituut voor de nationale rekeningen (INR) publiceert vandaag, vrijdag 26 maart 2010, de cijfergegevens van de aanbod- en gebruikstabellen (AGT) en de input-outputtabellen (IOT) voor het jaar 2005.