Uw selectie heeft betrekking op het thema 'Energie', u kunt een groter aantal documenten verkrijgen door het hoofdthema 'Alle thema's' te selecteren dat zich bovenaan in de linkerkolom bevindt.
U kunt het aantal documenten beperken door een subthema te selecteren in de linkerkolom.
De economische activiteit in België stagneert sinds midden 2011. Volgens de "Economische vooruitzichten 2013-2018" zou de Belgische economie opnieuw aanknopen met een beperkte positieve groei. Dat scenario gaat echter gepaard met belangrijke onzekerheden.
In 2011 stelden de vier Belgische ministers bevoegd voor energie (1 federale en 3 regionale) een consortium samen van drie wetenschappelijke partners, het Federaal Planbureau (FPB), het Institut de Conseil et d'Etudes en Dévelopment Durable (ICEDD) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), om de haalbaarheid en de impact te analyseren van een transformatie van het Belgisch energiesysteem naar 100% hernieuwbare energie tegen 2050. Die doelstelling betreft niet enkel de elektriciteitssector, maar alle primaire energie die op Belgisch grondgebied wordt verbruikt.
De hoofdvraag die in deze studie wordt beantwoord, is of België in staat is om tegen 2050 volledig te draaien op hernieuwbare energie. Deze studie toont aan dat dit kan, hoewel de doelstelling ambitieus is. In totaal zou er 300 tot 400 miljard euro geïnvesteerd moeten worden in de periode tot 2050 voor de overschakeling, maar tegelijkertijd biedt de transitie een antwoord op heel wat uitdagingen.
Op maandag 14 mei 2012 presenteert het Federaal Planbureau zijn nieuwe economische middellangetermijnvooruitzichten die dit jaar betrekking hebben op de periode 2012-2017. De Economische Vooruitzichten 2012-2017 voor België situeren zich in een context van begrotingssanering en zwakke economische groei in Europa.
Klimaatproblematiek, E-mobiliteit, offshore wind, alles-gas, vertraagde kernuitstap, ... Dit is een greep uit de buzzwoorden die het Belgische energietoneel vandaag beheersen. In deze lijvige publicatie waarin het Federaal Planbureau, naar driejaarlijkse gewoonte, haar langetermijnenergievooruitzichten voorstelt, komen deze thema’s één voor één aan bod. De bedoeling van dit rapport is het Belgisch energiesysteem tegen het licht te houden en te onderzoeken welke factoren en energiebronnen de bovenhand halen in een wereld die bol staat van energetische onzekerheden.
De prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading tot 2020 is beschikbaar. Deze studie, opgesteld door de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energiein samenwerking met het Federaal Planbureau,heeft als doelstelling de overheidsinstanties en betrokken organisaties de mogelijkheid te bieden om de evolutie van de zekerheid van de aardgasbevoorrading in België op te volgen. De studie ligt in de lijn van de indicatieve plannen van bevoorrading in aardgas opgesteld door de CREG en steunt op de analyses die zijn uitgevoerd door het Federaal Planbureau in het kader van de langetermijnenergievooruitzichten. De rol van het Federaal Planbureau in deze studie bestaat er voornamelijk in een sectorale analyse van de vraag naar aardgas per jaar en per seizoen uit te voeren op basis van bestaande studies. Deze analyse is gestoeld op het berekenen en vergelijken van een aantal scenario’s.
Op vraag van de Federale Overheidsdienst Milieu, heeft het Federaal Planbureau een update uitgevoerd van de energetische en economische impactstudie voor België van het Klimaat- en Energiepakket zoals beschreven in Working Paper 21-08. Working Paper 9-11 is gebaseerd op de nieuwe economische en beleidscontext en maakt gebruik van recente analyses die de Europese Commissie heeft uitgevoerd op niveau van de EU: de analyse van een opvoering van de broeikasgasemissiereductiedoelstelling tot -30% op EU-niveau in 2020 en de routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050.
De Heer Henri Bogaert, Commissaris bij het Plan, en Dr. Philippe Mettens, Voorzitter van het Directiecomité van het Federaal Wetenschapsbeleid, nodigen u van harte uit op de workshop m.b.t. de voorstelling van de conclusies van LIMOBEL.
Deze workshop heeft plaats op dinsdag 29 maart 2011 om 9u30 op het Federaal Planbureau.
Er is vandaag de dag veel commotie rond elektrisch aangedreven voertuigen (EV’s). Twee recente gebeurtenissen gaven een belangrijke impuls aan EV’s: de aanname van het wetgevend Energie/Klimaatpakket en de financieel-economische crisis gevolgd door het Europees Economisch Herstelplan en zijn Green Car Initiative. Op basis van recent studiewerk heeft het FPB een eerste kwantitatieve analyse uitgevoerd naar de ontwikkeling van elektrische voertuigen en de impact die klimaatbeleid kan hebben op deze ontwikkeling, naast een inschatting van het effect van verschillende EV-penetratiegraden op de toekomstige elektriciteitsvraag.
De wereldeconomie kwam in de loop van 2009 uit de recessie en kende een krachtiger herstel dan de meeste analisten hadden voorzien, voornamelijk onder impuls van de grote opkomende Aziatische economieën en de Amerikaanse economie. De belangrijke budgettaire en monetaire relancemaatregelen en de operaties ter ondersteuning van de financiële sector verklaren grotendeels die herleving. De internationale organisaties gaan momenteel uit van een economisch herstel dat zich wereldwijd bevestigt in 2010-2011 en op middellange termijn aan kracht wint, maar in de eurozone eerder bescheiden blijft (1,2% in 2009, 1,5% in 2010 en 2,1% over de periode 2012-2015).
De studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading (prospectieve studie) 2008-2017 werd gepubliceerd. Deze studie, opgesteld door de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau, draagt bij tot het behoud van de bevoorradingszekerheid van elektriciteit in België en biedt een referentiekader aan de economische actoren en de staat voor de definitie van het toekomstig elektriciteitsproductiepark. De rol van het Federaal Planbureau in deze studie bestaat er voornamelijk in de kwantitatieve analyse aan te leveren, d.i. een algemene analyse van de elektriciteitsbevoorrading in België tegen 2020 in een globale energiecontext (vraag naar elektriciteit, investeringen in nieuwe productiecapaciteit, in- en uitvoer, etc.). Deze algemene analyse is gestoeld op het opstellen en het berekenen van een aantal toekomstscenario’s.
Dankzij haar dubbele doelstelling (broeikasgasemissiereductie en hernieuwbare-energieontwikkeling) heeft het Europese Energie/Klimaatpakket een positieve invloed op de afhankelijkheid van België ten opzichte van fossiele energiebronnen en dus op de energetische bevoorradingszekerheid. De netto-invoer van fossiele brandstoffen (olie, aardgas en steenkool) zou in 2020 met 9% verminderd kunnen worden ten opzichte van een projectie bij ongewijzigd beleid. Daarenboven kan in 2020 een besparing in de orde van één miljard euro gerealiseerd worden op de energetische invoer van België, de bijkomende invoer van biomassa inbegrepen. Daarenboven heeft de dubbele doelstelling van het Energie/Klimaatpakket nog een ander voordeel : ze laat toe een evenwichtige energiemix te bewaren in de elektriciteitsproductie en zo een stormloop op aardgas te vermijden. De toename van aardgasinvoer tussen 2005 en 2020 zou slechts 11% belopen, terwijl dit in de projectie bij ongewijzigd beleid nog 21% is.
In vergelijking met zijn Europese partners kent België relatief lage energiebelastingen, maar is de fiscale druk op arbeid zwaarder. Deze Working Paper evalueert de effecten van maatregelen die tot doel hebben de energiefiscaliteit te verhogen en andere heffingen te verlagen. De voorliggende studie werd opgesteld op verzoek van de Staatssecretaris voor Financiën.
De nieuwe economische vooruitzichten 2009-2014 voor België zijn opgesteld in een internationale context die gekenmerkt wordt door een financiële crisis en een daaruit voortvloeiende diepe economische recessie. Het internationaal macro-economisch scenario na 2010 is gebaseerd op een analyse van vorige financiële crisissen. Op basis daarvan wordt verondersteld dat de crisis niet zal gevolgd worden door een voldoende sterk conjunctuurherstel om het verlies aan economische activiteit goed te maken in de projectieperiode. Dit scenario gaat echter gepaard met uitzonderlijk grote onzekerheden.
Het Federaal Planbureau heeft, op vraag van de federale en gewestelijke milieuoverheden, de energetische en economische impact van het Energie/Klimaatpakket, dat op 23 januari 2008 door de Europese Commissie werd voorgesteld, geraamd voor België. Dat pakket vormt de praktische invulling van het besluit van de Europese Raad van maart 2007 om op Europees vlak precieze doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen en hernieuwbare energiebronnen vast te leggen, namelijk de broeikasgasemissies met 20 % verminderen tegen 2020, of zelfs een reductie van 30 % indien een internationale klimaatwijzigingsovereenkomst kan worden bereikt, en het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energieverbruik op 20 % brengen tegen 2020. Het Energie/Klimaatpakket bevat onder meer een lastenverdeling tussen de lidstaten, concrete maatregelen en toepassingsmodaliteiten om de doelstellingen te bereiken. Deze voorstellen, toegepast op de Belgische context, werden hier geëvalueerd.
Het Federaal Planbureau heeft de traditie om om de 3 jaar een Planning Paper (PP) uit te brengen waarin de langetermijnenergievooruitzichten voor België berekend met het energiemodel PRIMES worden beschreven. Deze PP is de derde in de reeks, deze keer werd het accent gelegd op de link met klimaatverandering. In een tijdperk waarin nieuwsberichten gonzen van woorden als klimaatverandering, toenemende concentratie aan broeikasgassen en CO2-emissiereducties, is het immers belangrijk zich een idee te kunnen vormen over wat deze termen betekenen voor België, meer bepaald voor ons nationaal energetisch systeem.
Met deze PP wil het Federaal Planbureau dan ook een aantal “wat als?”-scenario’s beschrijven die kwantitatief nagaan wat er met ons nationaal energetisch systeem in de toekomst staat te gebeuren indien bepaalde beleidsopties (niet) doorgedrukt worden. In de PP komen o.a. een referentiescenario en een selectie van emissiereductiescenario’s voor de periode na 2012, het eindjaar van de Kyoto-verbintenis, aan bod.
In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd,getiteld "Energievooruitzichten voor België tegen 2030" (Planning Paper95) en "Demande maîtrisée d'électricité: élaboration d'une projection àl'horizon 2020" (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich opde natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Vlaams Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario's beschreven in deze tweerapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Vlaams Gewest.
In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd,getiteld “Energievooruitzichten voor België tegen 2030” (Planning Paper95) en “Demande maîtrisée d’électricité: élaboration d’une projection àl’horizon 2020” (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich op de natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario’s beschrevenin deze twee rapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Dit scenario gaat uit van een groei van de Belgische economie met 2,3 % in 2007 en met gemiddeld 2,1 % over de periode 2007-2012. Aangezien de consumptieprijzen gemiddeld met 1,9 % toenemen, kan de economische groei als niet-inflatoir worden beschouwd. Hoewel op middellange termijn grote vooruitgang zou geboekt worden op het vlak van werkgelegenheid, overheidsfinanciën en broeikasgasemissies, zouden de ambitieuze doelstellingen waarnaar België zou moeten streven slechts gehaald kunnen worden als er nieuwe maatregelen worden genomen.
Aansluitend op het herstel dat in het tweede semester van 2005 werd ingezet, zou de groei van de Belgische economie aantrekken in 2006 en 2007 en gemiddeld 2,2 % bedragen tijdens de projectieperiode. Die groei zou dus groter zijn dan haar groeipotentieel en die van de eurozone, ondanks de hoge olieprijzen en de onzekerheden in verband met de evolutie van de wisselkoers.
Ondanks de verdere afbrokkeling van de werkgelegenheid in de industrie, zou de totale binnenlandse werkgelegenheid, die sterk in opmars is in de markdiensten, beduidend stijgen: van 2006 tot 2011 zouden er 216 000 banen worden gecreëerd. De impact van de loonmatiging en de maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid, zoals de dienstencheques, dragen bij tot die toename. De beroepsbevolking zou tijdens de projectieperiode sterk blijven toenemen. Dat is vooral toe te schrijven aan de verschillende maatregelen om de brugpensioen- en de pensioenleeftijd op te trekken. Ook de impact van de trendmatige toename van de activiteitsgraad (vooral bij de vrouwen), draagt hiertoe bij. De werkloosheid zou slechts een kleine daling laten optekenen.[...]