Uw selectie heeft betrekking op het thema 'Ondernemerschap en marktstructuur', u kunt een groter aantal documenten verkrijgen door het hoofdthema 'Alle thema's' te selecteren dat zich bovenaan in de linkerkolom bevindt.
In juli 2012 kondigde de Federale regering haar relancestrategie aan. Centrale doelstellingen van die relancestrategie zijn het ondersteunen van de koopkracht van de burgers, het versterken van de competitiviteit van onze economie en het creëren van meer kwaliteitsvolle jobs.
In de relancestrategie werd een procedure voor opvolging en monitoring ingesteld, die inhoudt dat het Federaal Planbureau om het half jaar aan de regering een verslag voorlegt over de evolutie van deze procedure en de efficiëntie van de genomen maatregelen in het licht van de doelstellingen van de strategie. Het voorliggende, eerste, monitoringrapport introduceert de monitoringprocedure, geeft een overzicht van de maatregelen die zullen opgevolgd worden (de scope) en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van de maatregelen (situatie op 31 januari 2013).
Onderzoek en ontwikkeling (O&O) wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste determinanten van innovatie en technologische vooruitgang. Op de Europese top van Barcelona in 2002, werd vooropgesteld dat de uitgaven voor O&O in de Europese Unie tegen 2010 dienden te worden opgetrokken tot 3% van het BBP. Deze doelstelling werd door de meeste landen in 2010 niet behaald. In het kader van de Europa 2020-strategie werd de 3%-norm hernomen en door België ook opgenomen in het nationaal hervormingsprogramma. De federale overheid heeft – in aanvulling op de aanzienlijke directe steun voor O&O van de gewesten - de voorbije jaren een aantal fiscale voordelen toegekend om O&O-activiteiten aan te moedigen. In opdracht van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft het FPB een eerste evaluatie gemaakt van de recente federale steun voor O&O in ondernemingen. De evaluatie heeft uitsluitend betrekking op de ondernemingssector en dus niet op de federale steun voor onderzoek in universiteiten, hogescholen of erkende wetenschappelijke instellingen.
Deze Working Paper ontleedt de groei van de totale factorproductiviteit op bedrijfstakniveau, i.e. het gedeelte van de outputgroei dat niet toegeschreven kan worden aan de groei van de productiefactoren, op basis van Belgische bedrijfstakgegevens voor de periode 2000-2008. Die ontleding maakt het mogelijk te achterhalen in welke mate de productiviteitsgroei in een bepaalde bedrijfstak afkomstig is van veranderingen in productiviteit op bedrijfsniveau, van de herverdeling van marktaandeel tussen bestaande bedrijven of van de bedrijfstoetredingen en -uittredingen.
Deze paper heeft tot doel de productmarktconcurrentie van de Belgische economie te beschrijven voor de periode 1997-2004 en het oorzakelijk verband met de marktregulering aan te tonen. De analyse gebeurde op bedrijfstakniveau, voor geselecteerde nijverheden en diensten. De nadruk ligt op de winstelasticiteit (PE), het meten van concurrentie (the ‘Boone’ indicator) en de gemiddelde rendabiliteit (GR) (een benadering van de mark-up). We hebben de OESO-Regimimpact-indicator toegepast als een proxy voor de regulering. We geven enkele gestileerde feiten voor België in vergelijking met geselecteerde EU-landen; en via een econometrische oefening illustreren we het potentieel aan regulering als een verklarende variabele voor het concurrentievermogen.