Uw selectie heeft betrekking op het thema 'Belgische en Europese regulering', u kunt een groter aantal documenten verkrijgen door het hoofdthema 'Alle thema's' te selecteren dat zich bovenaan in de linkerkolom bevindt.
In juli 2012 kondigde de Federale regering haar relancestrategie aan. Centrale doelstellingen van die relancestrategie zijn het ondersteunen van de koopkracht van de burgers, het versterken van de competitiviteit van onze economie en het creëren van meer kwaliteitsvolle jobs.
In de relancestrategie werd een procedure voor opvolging en monitoring ingesteld, die inhoudt dat het Federaal Planbureau om het half jaar aan de regering een verslag voorlegt over de evolutie van deze procedure en de efficiëntie van de genomen maatregelen in het licht van de doelstellingen van de strategie. Het voorliggende, eerste, monitoringrapport introduceert de monitoringprocedure, geeft een overzicht van de maatregelen die zullen opgevolgd worden (de scope) en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van de maatregelen (situatie op 31 januari 2013).
In the recent past, medium-term projections were given less attention than short-term analyses. However, things appear to have evolved and mid-term prospects seem to be enjoying a renewed interest. Since the outbreak of the financial crisis, many countries have been confronted with large imbalances in terms of high unemployment, unused production capacities or financial deficits. In the longer term, demographic changes, including population ageing, are likely to cause massive changes in the composition of GDP. Addressing these various challenges can only be considered in the context of medium- and long-term scenarios.
De prijzen van levensmiddelen in België zijn hoger dan in de buurlanden en nemen ook sneller toe. Dat is mede geconstateerd in het kader van het Europees Semester. De afgelopen jaren zijn zowel op Belgisch als internationaal niveau meerdere studies naar dat onderwerp gedaan. Daaruit blijkt dat de oorzaken velerlei zijn, maar dat er ook factoren zijn waarin België juist gunstig scoort. Vier oorzaken lijken op de voorgrond te staan. Dat zijn de kleine economisch-geografische schaal in combinatie met de tweetaligheid, de groothandelsprijzen, de loonkosten en de strategie van bepaalde winkelketens.
Het Federaal Planbureau publiceert om de drie jaar nieuwe langetermijnvooruitzichten voor transport in België. De publicatie van dit jaar is de tweede in haar reeks. De evolutie van het transport die hierin wordt beschreven:
stemt overeen met vooruitzichten bij ongewijzigd beleid van de transportactiviteit in België. Ze hebben betrekking op het vervoer van zowel personen als goederen;
houdt rekening met het effect van de evolutie van de macro-economische en sociaaldemografische context op de transportactiviteit;
omvat een impactanalyse van de emissies van luchtverontreinigende stoffen, alsook van de externe kosten gerelateerd aan milieu en verkeerscongestie.
Het colloquium wordt gevolgd door een lunch. In de namiddag vindt de finale workshop van het clusterproject PROLIBIC plaats, waarop u wordt uitgenodigd door het consortium VITO-FPB-VUB en het Federaal Wetenschapsbeleid. Het colloquium vindt plaats op 18 september in de voormiddag op de FOD Mobiliteit en Vervoer.
Sinds 2001, heeft het Federaal Planbureau, op vraag van de ministerraad en in samenwerking met de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging, om de twee jaar een enquête gehouden om de kosten te ramen van de administratieve lasten die wegen op de ondernemingen en de zelfstandigen in België. Die raming is gebaseerd op een enquête bij een representatieve steekproef van ondernemingen en zelfstandigen. Die techniek is dezelfde als die in de vorige enquêtes die peilden naar de administratieve lasten voor het jaar 2000, 2002, 2004, 2006 en 2008. Naast het kwantitatieve deel bevat de enquête ook een belangrijk kwalitatief luik waarin de mening van de zelfstandigen en de ondernemingen over de problematiek van de administratieve lasten aan bod komt. Deze Planning Paper toont de resultaten die betrekking hebben op de administratieve kosten voor het jaar 2010. Dit rapport heeft als doel de kwantitatieve en kwalitatieve tendenzen te beschrijven, zonder de oorzaken ervan na te gaan. Dit rapport geeft dus geen enkele verklaring van de perceptie van de administratieve lasten bij de ondernemingen en de zelfstandigen.
2011
Date : 24/11/2011
Om de productiviteitsontwikkeling beter te begrijpen, is een aangepast statistisch instrument nodig op basis waarvan een sectorale analyse kan worden gemaakt van de basistrends van de economie. Het Federaal Planbureau werkt daartoe samen met andere Europese instellingen binnen een door het zesde kaderprogramma van de Europese Unie gefinancierd project om de EUKLEMS-databank te ontwikkelen.
Die databank bevat de variabelen die het mogelijk maken de productiviteitsontwikkeling van de bedrijfstakken tussen 1970 tot 2007 te onderzoeken voor alle Europese landen, Australië, Japan, Korea en de Verenigde Staten. De laatste update van de databank voor alle landen dateert van november 2009 en beperkt zich tot 32 bedrijfstakken. De beschikbare variabelen betreffen de productie, de toegevoegde waarde, de intermediaire consumptie, de werkgelegenheid en de kwalificaties van de arbeidskrachten, kapitaal met een onderscheid of het al of niet gaat over investeringsgoederen verbonden met de informatie- en communicatietechnologieën (ICT). De groeibijdragen van de verschillende productiefactoren en van de totale factorproductiviteit zijn ook beschikbaar. Een update van de databank werd in maart 2011 uitgevoerd. Die betreft de verdeling in 72 takken van de variabelen, die in november 2009 gepubliceerd worden, voor de meeste landen.
Het Federaal Planbureau publiceert nieuwe cijfers over de participaties die de overheid gedurende de voorbije jaren aanhield in de marktsector. Het betreft participaties waar de overheid (federaal, gewestelijk of lokaal) minstens een aandeel van 5% in het kapitaal heeft en om activiteiten in de marktsector, waardoor deze activiteiten niet in de overheidssector zelf worden opgenomen. Graag wijzen we op enkele markante feiten over de evolutie 2003-2009.
Het Federaal Planbureau publiceert een studie naar het effect dat de marktregulering zou kunnen hebben voor het functioneren van de Belgische groot- en detailhandel. Daarbij gaat de aandacht vooral naar de gevolgen voor concurrentie en productiviteit. Verschillende aspecten van concurrentie en productiviteit zijn uitgewerkt, teneinde een genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in relatie tot de marktregulering te verkrijgen.
De administratieve kosten van de belastingbetalers worden niet enkel beïnvloed door de fiscale wetgeving zelf, maar eveneens door de toepassing ervan door de fiscale administratie. In deze studie analyseren we de effecten van de handelingen van de administratie op de kosten voor de administratieve verplichtingen van particuliere bedrijven. In een theoretisch model tonen we aan dat de kosten voor de administratieve verplichtingen deels beschouwd kunnen worden als externaliteiten van het gedrag van die besturen. We verwachten daarom een verschuiving van de kosten voor de administratieve verplichtingen van de fiscale administratie naar de belastingbetalers, met een economisch inefficiënte situatie als gevolg. Die verschuiving kunnen we empirisch onderbouwen met Belgische enquêtegegevens. We bieden een kwantitatieve raming van dit effect en geven aan welke activiteiten van de administratie de belangrijkste kostendrijvers zijn. Verder tonen we empirisch aan dat het effect van deze handelingen losstaat van de impact van de fiscale wetgeving zelf.
Deze paper heeft tot doel de productmarktconcurrentie van de Belgische economie te beschrijven voor de periode 1997-2004 en het oorzakelijk verband met de marktregulering aan te tonen. De analyse gebeurde op bedrijfstakniveau, voor geselecteerde nijverheden en diensten. De nadruk ligt op de winstelasticiteit (PE), het meten van concurrentie (the ‘Boone’ indicator) en de gemiddelde rendabiliteit (GR) (een benadering van de mark-up). We hebben de OESO-Regimimpact-indicator toegepast als een proxy voor de regulering. We geven enkele gestileerde feiten voor België in vergelijking met geselecteerde EU-landen; en via een econometrische oefening illustreren we het potentieel aan regulering als een verklarende variabele voor het concurrentievermogen.
Op vraag van de ministerraad en in samenwerking met de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging, heeft het Federaal Planbureau de kosten van de administratieve lasten die wegen op de ondernemingen en de zelfstandigen van België geschat voor het jaar 2008. Die schatting is uitgevoerd met behulp van een enquête gericht aan een representatieve steekproef van de te bestuderen populatie. Dat is dezelfde techniek als bij de vorige enquêtes waarin de administratieve lasten voor 2000, 2002, 2004 en 2006 werden geëvalueerd. Naast het kwantitatieve luik bevat de enquête ook een belangrijk kwalitatief luik, waarmee de mening van de ondernemingen en de zelfstandigen over de problematiek van de administratieve lasten kan weergegeven worden. Dit rapport heeft als doel de kwantitatieve en kwalitatieve trends te beschrijven, zonder er de oorzaken van na te gaan. Het geeft dus geen enkele verklaring van de perceptie van de administratieve lasten bij de ondernemingen en de zelfstandigen.
De Nationale Bank van België (NBB) en het Federaal Planbureau (FPB) publiceren een studie naar de potentiële gevolgen van de omzetting van de Europese ‘Dienstenrichtlijn’ op de Belgische economie. De studie omvat een evaluatie van de gevolgen van de richtlijn op macro-economisch niveau en een analyse op het niveau van de bedrijfstakken die onder haar werkingssfeer vallen. De grootste daarvan zijn de bouw, de groot- en detailhandel en de zakelijke dienstverlening.
Op vraag van de ministerraad en in samenwerking met de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging heeft het Federaal Planbureau voor het jaar 2006 een raming gemaakt van de kosten die verband houden met de administratieve lasten die wegen op de ondernemingen en de zelfstandigen in België. De raming is gebaseerd op een nationale enquête bij een representatief aantal ondernemingen en zelfstandigen. De methodologie is dezelfde als die in de vorige enquêtes die peilden naar de administratieve lasten voor het jaar 2000, 2002 en 2004. Naast het kwantitatieve deel bevat de enquête ook een belangrijk kwalitatief luik, waarin de mening van de zelfstandigen en de ondernemingen over de problematiek van administratieve lasten aan bod komt.
Het planning paper 101 « Economisch structuurbeleid: de Lissabonagenda » wil de micro-economische dimensie van de Lissabon strategie analyseren. Het is de bedoeling de theoretische grondslagen van die pijler te verduidelijken, evenals de ontwikkeling van de opvattingen bij de uitvoering van dit gedeelte van de strategie en van de noodzakelijke coördinatie met de twee andere pijlers van de strategie, en de resultaten, zowel op het niveau van de Unie als geheel als op het Belgische niveau. Daartoe wordt ook de herziene strategie van Lissabon besproken die werd goedgekeurd op de Europese Raad van Brussel in maart 2005 en de actie toespitst op een partnerschap voor groei en werkgelegenheid.