Page Title

De instelling

Het Federaal Planbureau (FPB) is een onafhankelijke instelling van openbaar nut. Het maakt studies en vooruitzichten over economische, sociale en milieubeleidskwesties. Ook wordt de integratie van die beleidskwesties in een context van duurzame ontwikkeling bestudeerd.

Maritza López-Novella

Maritza López Novella is gespecialiseerd in de micro-econometrische analyse van de werkgelegenheid, de werkloosheid en de loonvorming in België. Binnen de equipe “Arbeidsmarkt” verwerkt ze de individuele gegevens die door de verscheidene administratieve sociale zekerheidsinstanties worden doorgestuurd en die gebruikt worden in de prognosemodellen van het Federaal Planbureau. Anderzijds voert ze empirische analyses uit op basis van die longitudinale databanken om een beter inzicht te krijgen in de werking van de arbeidsmarkt in België en de ingevoerde beleidsmaatregelen te evalueren. Ze heeft studies uitgevoerd over de loonvorming en –ontwikkeling, met inbegrip van de collectieve onderhandelingen en de loondrift, en over de impact op de tewerkstellingsduur van maatregelen die erop gericht zijn de loonkosten te verminderen en de beroepsloopbaan te verlengen. De studies die momenteel worden uitgevoerd, hebben betrekking op de impact van de verhoging van het minimumloon op de werkgelegenheid van jonge werknemers en het verband tussen de kwalificaties en de werkloosheidsduur.

Ze is lid van begeleidingscomités van door het Federaal Wetenschapsbeleid gefinancierde onderzoeksprojecten over de arbeidsmarkt en werkt als expert mee aan de werkzaamheden van verschillende groepen, zoals de Expertengroep “concurrentievermogen en werkgelegenheid” en het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

 

Contactgegevens

  •  
  •   02/507.73.46

Equipes

  • Arbeidsmarkt
  • De non-take-up van werkgeversbijdrage-verminderingen begrijpen: een gemengde methodologische benadering

    Deze studie beoogt de motieven van de non-take-up door de werkgevers te achterhalen aan de hand van een gemengde onderzoeksmethode: eerst werd het onderwerp verkend aan de hand van diepgaande gesprekken met de eerstelijnsactoren, vervolgens werd een administratieve enquête afgenomen bij de werkgevers en, tot slot, werden de enquêteresultaten aangevuld aan de hand van gesprekken en focusgroepen. De interpretatie van dit sequentiële design heeft elementen aangereikt om aanbevelingen te formuleren om de non-take-up te verminderen.

    Working Paper 08-18 [22/06/2018]
  • Non-take-up van werkgeversbijdrageverminderingen: het geval van de maatregel ‘eerste aanwervingen’

    De maatregel van de werkgeversbijdrageverminderingen voor de ‘eerste aanwervingen’ heeft tot doel de werkgelegenheidscreatie bij de nieuwe en kleine werkgevers te ondersteunen. Een deel van de werkgevers die recht hebben op de maatregel maakt er evenwel geen gebruik van. Op basis van de administratieve RSZ-gegevens wordt gepoogd het fenomeen van non-take-up te meten dat de verwachte impact van de maatregel zou kunnen vertekenen en de typeprofielen van de werkgevers die geen gebruik maken van de maatregel af te leiden.

    Working Paper 06-18 [30/04/2018]
  • Removing youth sub-minimum wage rates in Belgium: did it affect youth employment?

    Tussen april 2013 en januari 2015 werd de degressiviteit van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen afgeschaft in België. We bepalen de impact van het afschaffen door de resultaten vóór en na de hervorming te vergelijken voor de categorieën van jonge werknemers die al dan niet in aanmerking kwamen en voor de paritaire comités die al dan niet de afschaffing hebben doorgevoerd. De resultaten tonen dat de hervorming een positief effect heeft gehad op het loon en op de kans om in tewerkstelling te blijven. Anderzijds was er een zowat even groot maar negatief effect op de aanwervingskans.

    Working Paper 04-18 [16/03/2018]
  • The relationship between unemployment duration and education - The case of school leavers in Belgium

    In deze studie onderzoeken wij de uitstroomkansen uit werkloosheid naar opleiding niveau in België tijdens twee periodes die gekenmerkt werden door respectievelijk sterke (2002-2007) en zwakke (2009-2014) economische groei. Onze geraamde uitstroomkansen bevestigen dat jonge werklozen met een diploma hoger onderwijs aanzienlijk meer kans hebben om de werkloosheid te verlaten. Bovendien namen de uitstroomkansen van laag- en middelhooggeschoolde schoolverlaters duidelijk af tussen de twee periodes. De sanctie voor een lager opleidingsniveau steeg licht, terwijl het voordeel voor hoger onderwijs van het lange type versterkt werd. Tot slot blijkt uit onze resultaten dat er aanmerkelijke heterogeniteit bestaat volgens gewest van verblijf en geslacht.

    Working Paper 10-15 [23/12/2015]
  • Economische vooruitzichten 2015-2020

    De ‘Economische vooruitzichten 2015-2020’ kondigen een groeiherstel van de Belgische economie aan. Die groei is nog relatief bescheiden (gemiddeld 1,5 % per jaar), maar zou gepaard gaan met een vrij sterke werkgelegenheidsgroei (gemiddeld bijna 34 000 jobs per jaar). Het economisch gewicht van de gezamenlijke overheid zou afnemen, o.m. in termen van werkgelegenheid, en samen met de daling van de rentelasten bijdragen tot de aanzienlijke vermindering van het overheidstekort, dat 1,1 % van het bbp zou bedragen in 2020.

    Economic outlook 2015-2020 [12/05/2015]
  • Economische vooruitzichten 2015-2020 Versie van maart 2015

    Dit rapport vormt een bijdrage tot de voorbereiding van het nieuwe Stabiliteitsprogramma en van het nieuwe Nationaal Hervormingsprogramma (NHP). Het vermeldt de voornaamste resultaten van de voorlopige versie van de “Economische vooruitzichten 2015-2020” die in mei 2015 gepubliceerd zullen worden.

     

    Economic outlook 2015-2020 0 [19/03/2015]
  • Évolution salariale en Belgique entre 2000 et 2010 : importance des effets de composition de la main-d’oeuvre

    In deze studie onderzoeken we de loonsverhogingen in België tussen 2000 en 2010. Meer specifiek trachten we te bepalen in welke mate de evolutie van de kenmerken van de arbeidskrachten (samenstellingseffecten) een impact heeft gehad op die verhogingen. Daartoe analyseren we zowel op geaggregeerd als gedesaggregeerd niveau, de verhogingen van het gemiddelde reële loon binnen 28 bedrijfstakken aan de hand van gegevens uit de Enquête naar de structuur en de verdeling van de lonen (SES). De SES-enquête levert, samen met gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, gedetailleerde informatie over de lonen alsook een groot aantal kenmerken van de arbeidskrachten.

    Onze analyse is hoofdzakelijk gestoeld op de loonopsplitsingsmethode van Oaxaca (1973) en Blinder (1973). De resultaten tonen dat de samenstellingseffecten belangrijk waren tijdens de bestudeerde periode, zowel op geaggregeerd niveau als binnen de afzonderlijke bedrijfstakken. Hoewel de samenstellingseffecten een bepalende rol spelen in de loonsverhogingen van de bedienden, is hun bijdrage gemiddeld genomen negatief en aanzienlijk geringer voor de arbeiders. Op geaggregeerd niveau heeft de toename van de gemiddelde leeftijd van de werknemers, van de scholingsgraad en van de aanwezigheid van bepaalde beter bezoldigde beroepsgroepen het meest bijgedragen tot de loonsverhogingen tijdens die periode. De sectorale verdeling van de werkgelegenheid, de uitbreiding van het deeltijds werken en het groter aandeel vrouwen, daarentegen, hebben, zij het in mindere mate, geleid tot loonsverlagingen.

    Working Paper 11-14 [21/12/2014]
  • Contribution au 20e Congrès des Economistes belges de langue française - Formation des salaires en Belgique: importance relative des facteurs institutionnels et de la dérive salariale

    SP131121_03 [21/11/2013]
  • Analysing the impact of eligibility and financial measures aiming at delaying early retirement in Belgium: a “difference-in-differences” approach using panel data

    De werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers in België behoort tot de laagste van de Europese Unie. Sinds 1997 werden verschillende pogingen ondernomen om oudere werknemers te ontmoedigen de arbeidsmarkt te verlaten voor de leeftijd van 65 jaar. Er werden twee maatregelen ingevoerd om vervroegde uittreding te verminderen. De eerste maatregel verhoogt het aantal vereiste loopbaanjaren voor vervroegde uittreding.

    De tweede maatregel, de pensioenbonus, geeft oudere werknemers een financiële stimulans om na de leeftijd van 62 jaar aan het werk te blijven. Deze paper geeft een ex-post evaluatie van de impact van die twee maatregelen op de kans om na een jaar aan het werk te blijven door middel van een zogenaamde "difference-in-differences" strategie. Onze gegevens bestaan uit individuele longitudinale werkgelegenheidsgegevens voor de periode 2000-2009. Op basis van paneldata logit-modellen stellen we allereerst vast dat de verhoging van de loopbaanvoorwaarde een significante invloed had op de kans om na een jaar aan het werk te blijven voor arbeiders en mannelijke bedienden met een laag inkomen tussen 60-61 jaar ten opzichte van die tussen 62-64 jaar over de periode 2000-2006. Onze tweede oefening raamt de gezamenlijke impact van de pensioenbonus en de verhoging van de loopbaanvoorwaarde tijdens de periode 2004-2009. Uit een vergelijking van beide oefeningen kunnen we besluiten dat de pensioenbonus hoogstens een zeer beperkte impact heeft gehad op de kans om een jaar later aan het werk te blijven voor mannelijke werknemers tussen 62-64 jaar ten opzichte van die tussen 60-61 jaar.

    Working Paper 14-12 [20/11/2012]
  • Economische vooruitzichten 2012-2017

    Economic outlook 2012-2017 [14/05/2012]
  • Economische vooruitzichten 2011-2016

    Economic outlook 2011-2016 [12/05/2011]
  • Economische vooruitzichten 2010-2015

    Economic outlook 2010-2015 [19/05/2010]
  • Understanding wage determination in a multi-level bargaining system

    This study attempts to measure the impact of industry-level wage bargaining on individual wages in Belgium. The results indicate that industry wage bargaining increases decided collectively at the industry level are, on average, fully passed on to actual wages. Moreover, industry wage bargaining seems to coexist along with a wage drift affected by company size, the economic performance of the industry and labour market tensions.

    Article 2009122103 [21/12/2009]
  • Salaires et négociation collective en Belgique : une analyse microéconomique en panel

    Working Paper 12-09 [25/11/2009]
  • Economische vooruitzichten 2009-2014

    Economic outlook 2009-2014 [20/05/2009]
  • Economische vooruitzichten 2008-2013

    Economic outlook 2008-2013 [21/05/2008]
  • Economische vooruitzichten 2007-2012

    Economic outlook 2007-2012 [11/05/2007]
  • Economische vooruitzichten 2006-2011

    Economic outlook 2006-2011 [19/05/2006]
  • Economische vooruitzichten 2005-2010

    Economic outlook 2005-2010 [26/05/2005]
  • Economische vooruitzichten 2004-2009

    Economic outlook 2004-2009 [17/05/2004]
  • Effets de certains subsides temporaires à l’embauche : une analyse micro-économique des plans plus et du plan avantage à l’embauche

    Working Paper 16-03 [30/09/2003]
  • Economische vooruitzichten 2003-2008

    Economic outlook 2003-2008 [26/05/2003]
  • Economische vooruitzichten 2002-2007

    Economic outlook 2002-2007 [06/06/2002]
  • Economische vooruitzichten 2001-2006

    Economic Outlook 2001-2006 [15/05/2001]
  • Salaires conventionnels et effectifs en Belgique : une analyse empirique et macroéconomique des écarts

    Working Paper 02-01 [15/02/2001]
  • Economische vooruitzichten 2000-2005

    Economic Outlook 2000-2005 [15/05/2000]
  • Economische vooruitzichten 1999-2004

    Economic Outlook 1999-2004 [15/04/1999]
  • Economische vooruitzichten 1998-2003

    Economic Outlook 1998-2003 [15/04/1998]
  • Economische vooruitzichten 1997-2001

    Economic Outlook 1997-2001 [15/04/1997]
Please do not visit, its a trap for bots