Page Title

De instelling

Het Federaal Planbureau (FPB) is een onafhankelijke instelling van openbaar nut. Het maakt studies en vooruitzichten over economische, sociale en milieubeleidskwesties. Ook wordt de integratie van die beleidskwesties in een context van duurzame ontwikkeling bestudeerd.

Greet De Vil

Contactgegevens

  •  
  •   02/507.73.57

Equipes

  • Sociale bescherming, demografie en toekomstverkenning

CV & Publicaties

  • Macrobudgettaire impact van een verhoging van de minimale sociale uitkeringen

    Dit rapport stelt de macro-economische en -budgettaire impact op middellange termijn voor van het optrekken van de federale sociale minimumuitkeringen tot de armoededrempel. Het werd gerealiseerd op vraag van de Vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten.

    REP_MINIMA_11760 [11/01/2019]
  • Beschrijving en gebruik van het model EXPEDITION

    In het kader van de doorrekeningsoefening wordt de impact van een aantal beleidsmaatregelen, voorgesteld door de politieke partijen, op het beschikbaar inkomen berekend met behulp van administratieve microgegevens. Deze aanpak laat toe om de impact van de bestudeerde maatregelen te verbijzonderen naar individuele en huishoudkarakteristieken. De beleidsmaatregelen waarvan de impact op het beschikbaar inkomen wordt doorgerekend zijn maatregelen die zich situeren binnen het domein van de sociale zekerheid en sociale bijstand, aangevuld met de regelgeving inzake kinderbijslag, de bijdrage- en inhoudingsregels die toegepast worden op deze uitkeringen en de regels inzake personenbelasting. Het instrument dat voor deze berekeningen wordt ingezet is het microsimulatiemodel EXPEDITION. De voorliggende nota beschrijft de belangrijkste eigenschappen van het model EXPEDITION en illustreert de werking van het model op basis van twee simulaties.

    DC2019_WP_03 [21/12/2018]
  • Een hervorming van de regularisatie van studieperiodes in de Belgische pensioenregelingen - Raming van de budgettaire effecten

    Het afkopen van studieperiodes met het oog op de berekening van het rustpensioen is volgens de huidige wetgeving mogelijk in de werknemers- en zelfstandigenregeling, weliswaar met verschillende modaliteiten. De ambtenaren genieten daarentegen gratis diplomabonificaties in hun pensioenberekening. De regering stuurt aan op een harmonisatie van de regularisatieregels over de drie pensioenregelingen. Op vraag van de regering heeft het Federaal Planbureau een studie gerealiseerd waarin de impact op de budgettaire kosten van de vergrijzing en de inkomsten van die harmonisatie worden geraamd.

    REP_CEP8_11421 [24/04/2017]
  • Evolutie van de sociale kwaliteit van de eerstepijlerpensioenen op basis van macrobudgettaire indicatoren

    Om de werkzaamheden van de Academische Raad te ondersteunen, toont dit rapport een evaluatie van de toekomstige evolutie van de sociale kwaliteit van de eerstepijlerpensioenen via verschillende indicatoren, zoals de vervangingsratio (verhouding tussen het gemiddeld rustpensioen van de nieuwe gepensioneerden en het laatste gemiddelde beroepsinkomen), de benefit ratio (verhouding tussen het gemiddeld pensioen van alle gepensioneerden en het gemiddeld beroepsinkomen van alle werkenden) en de wettelijke minima en maxima. Die indicatoren worden voorgesteld voor de drie pensioenregelingen (werknemers, zelfstandigen en overheidssector) en, indien van toepassing, uitgesplitst volgens geslacht. Merk op dat alle pensioenen in dit rapport in bruto termen (voor belastingen en sociale bijdragen) staan en het enkel om het eerstepijlerpensioen gaat. Eventuele aanvullingen in de vorm van sociale bijstandsuitkeringen of aanvullende pensioenen (2de of 3de pijler) worden dus niet meegerekend.

    REP_CEP2_11081 [31/03/2016]
  • Impactberekening van een hogere bijstandsuitkering: de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) en de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) - Studie op vraag van de Staatssecretaris voor Armoedebestrijding

    Op vraag van de Staatssecretaris voor Armoedebestrijding stelt dit rapport de resultaten voor van twee impactstudies, nl. een verhoging (tot het niveau van de armoederisicodrempel) van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap en van de inkomensgarantie voor ouderen. De studie bestrijkt twee domeinen: enerzijds de macro-economische en budgettaire effecten met eventuele terugverdieneffecten en anderzijds de gevolgen op het armoederisico.

    OPREP201605 [20/01/2016]
  • Analyse van de effecten van de hervorming van de pensioenen en van de werkloosheid met bedrijfstoeslag

    Dit verslag werd opgesteld op verzoek van het Nationaal Pensioencomité en de strategische cel van het kabinet Pensioenen. Het toont de effecten van de hervorming van de pensioenen (verstrenging van de voorwaarden voor vervroegd pensioen, verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd, afschaffing van de diplomabonificatie in de berekening van de loopbaanduur voor vervroegd pensioen in de overheidsregeling, afschaffing van de pensioenbonus) en van de werkloosheid met bedrijfstoeslag op een bepaald aantal indicatoren: de loopbaanduur van personen die met pensioen gaan, het aantal personen dat recht heeft op vervroegd pensioen, de socio-economische samenstelling van de bevolking en het gemiddeld pensioen.

    REP_CEP_01 [25/09/2015]
  • Impactberekening van een verhoging van het leefloon - Studie op vraag van de Staatssecretaris voor Armoedebestrijding

    Op vraag van de Staatssecretaris voor Armoedebestrijding stelt dit rapport de resultaten voor van een impactstudie van een verhoging van het leefloon. De studie bestrijkt twee domeinen : enerzijds de macro-economische en budgettaire effecten met eventuele terugverdieneffecten en anderzijds de gevolgen op het armoederisico.

    OPREP201512 [20/09/2015]
  • Economische vooruitzichten 2015-2020

    De ‘Economische vooruitzichten 2015-2020’ kondigen een groeiherstel van de Belgische economie aan. Die groei is nog relatief bescheiden (gemiddeld 1,5 % per jaar), maar zou gepaard gaan met een vrij sterke werkgelegenheidsgroei (gemiddeld bijna 34 000 jobs per jaar). Het economisch gewicht van de gezamenlijke overheid zou afnemen, o.m. in termen van werkgelegenheid, en samen met de daling van de rentelasten bijdragen tot de aanzienlijke vermindering van het overheidstekort, dat 1,1 % van het bbp zou bedragen in 2020.

    Economic outlook 2015-2020 [12/05/2015]
  • De budgettaire gevolgen van de vergrijzing voor België tot 2060 - Raming van maart 2015 met de hervormingen van de regering Michel

    Ieder jaar werkt het Federaal Planbureau mee aan de voorbereiding van het Belgisch Stabiliteitsprogramma door het opstellen van de economische vooruitzichten op middellange termijn en vooruitzichten van de leeftijdsgebonden overheidsuitgaven op lange termijn (ʹage‐related public expenditureʹ). Deze laatste worden gebruikt voor het ʹlangetermijnluikʹ van het Stabiliteitsprogramma. Dit wordt telkens gebaseerd op het referentiescenario van het laatst beschikbare rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing (SCvV ‐ waarvoor het Federaal Planbureau fungeert als technisch en administratief secretariaat) , behalve wanneer er zoals dit jaar intussen hervormingen zijn doorgevoerd die dat scenario grondig wijzigen. Vanuit dat oogpunt stelt het huidige rapport een scenario voor van de evolutie van de leeftijdsgebonden overheidsuitgaven op lange termijn, rekening houdende met de maatregelen van de regering Michel.

    REP_LTMARCH2015_10994 [30/03/2015]
  • Economische vooruitzichten 2015-2020 Versie van maart 2015

    Dit rapport vormt een bijdrage tot de voorbereiding van het nieuwe Stabiliteitsprogramma en van het nieuwe Nationaal Hervormingsprogramma (NHP). Het vermeldt de voornaamste resultaten van de voorlopige versie van de “Economische vooruitzichten 2015-2020” die in mei 2015 gepubliceerd zullen worden.

     

    Economic outlook 2015-2020 0 [19/03/2015]
  • Monitoring van de relancestrategie van de Federale regering – Voortgangsverslag

    Het voorliggende document is het vierde zesmaandelijkse voortgangsrapport waarin het Federaal Planbureau (FPB) verslag uitbrengt over de monitoring van de relancestrategie die door de Federale regering in de zomer van 2012 werd opgestart.

    Dit voortgangsverslag maakt een oplijsting van de maatregelen die opgevolgd worden en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van die maatregelen (situatie op 30 juni 2014).

    OPREP201403 [Contribuant - 17/07/2014]
  • De evolutie van de armoede bij ouderen nader bekeken

    De afgelopen jaren, en in het bijzonder de periode 2005-2009, worden gekenmerkt door reële herwaarderingen van de bijstand voor ouderen (inkomensgarantie voor ouderen, IGO). Tegelijk is in de periode 2003 tot 2010 het percentage ouderen dat in risico van armoede leeft geëvolueerd van 21% in 2003, via een maximum van 23% in 2005, tot 20% in 2010. Per saldo is gedurende de gehele periode 2003-2010 het armoederisico dus nauwelijks gedaald. Wel stellen we bij de ouderen een daling vast van de armoedekloof. Deze working paper behandelt de vraag waarom de substantiële maatregelen ter bestrijding van armoede bij ouderen niet tot een grotere daling van het armoederisico hebben geleid. Slaagt de minimuminkomenbescherming er niet of onvoldoende in om het inkomen van de armste ouderen op te krikken? Of is er iets mis met de gebruikte indicator van armoede bij ouderen, of met de achterliggende gegevens?

    Working Paper 06-13 [30/08/2013]
  • Economische vooruitzichten 2012-2017

    Economic outlook 2012-2017 [14/05/2012]
  • Sociale houdbaarheid wettelijke pensioenen

    SP120504_01 [04/05/2012]
  • Economische vooruitzichten 2011-2016

    Economic outlook 2011-2016 [12/05/2011]
  • Het leefloon en alternatieven voor de sociaalprofessionele integratievrijstelling in de berekening van het inkomen

    Om de overgang van een leefloon naar (deeltijds) werk financieel aantrekkelijk te maken, voorziet de huidige regelgeving dat bij de berekening van de bestaansmiddelen, en dus het recht op leefloon, inkomens uit werk of beroepsopleiding tot op zekere hoogte vrijgesteld worden. Dit is de zogenaamde sociaalprofessionele integratievrijstelling (SPI). Onder meer door het forfaitaire karakter, kampt het systeem van de SPI-vrijstelling met een aantal beperkingen. In dit rapport analyseren we de inactiviteitsvallen voor leefloners. We berekenen voor een aantal typegezinnen het verschil in netto-inkomen bij niet werken, deeltijds werken en voltijds werken. Daarnaast simuleren we voor dezelfde gezinstypes het netto-inkomen op basis van alternatieve systemen voor de SPI-vrijstelling. We baseren ons hiervoor op de vrijstellingen van arbeidsinkomens voor bijstandsgerechtigden die bestaan in Frankrijk, Nederland en Duitsland. We onderzoeken welke impact deze systemen zouden kunnen hebben op de inkomenssituatie van leefloners in België – dit is, indien ze in België toegepast zouden worden, ter vervanging van de huidige SPI-vrijstelling.

    Dit rapport bundelt de belangrijkste resultaten van het onderzoek waarin bovenstaande onderzoeksvragen geanalyseerd worden. Het onderzoek werd gerealiseerd door het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck en het Federaal Planbureau op vraag van de Koning Boudewijnstichting.

    RIS_LAS_2001_01 [30/03/2011]
  • Welvaartsbinding van sociale en bijstandsuitkeringen

    Een van de voornaamste onderdelen van het recente voorstel van interprofessioneel akkoord 2011-2012 heeft betrekking op de welvaartsbinding van de sociale uitkeringen. Dat voorstel voor welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen is het resultaat van een lang proces en kadert in de wet op het Generatiepact, die eind 2005 een structureel mechanisme instelde dat de sociale uitkeringen bindt aan de welvaartsevolutie. Deze Working Paper ‘Welvaartsbinding van de sociale uitkeringen’ beschrijft de eerste fase van dat proces, namelijk de berekening van de beschikbare financiële middelen voor de aanpassing van de sociale uitkeringen voor de periode 2011-2012, waaraan het Federaal Planbureau heeft meegewerkt. Meer bepaald in de werknemersregeling bedragen die middelen 233,8 miljoen euro in 2011 en 497,9 miljoen euro in 2012, terwijl het recente voorstel van IPA echter voorziet niet meer dan 60% van die middelen te gebruiken. Daarnaast biedt deze paper een overzicht van het sociaal beleid in België door enerzijds de voornaamste keerpunten van dit beleid te beschrijven en anderzijds de evolutie van de gemiddelde bedragen van de belangrijkste sociale uitkeringen vanaf 1980 te analyseren. Het resultaat is een contrastrijk landschap: in tegenstelling tot de werklozen en de invaliden, zagen de gepensioneerden globaal genomen hun relatieve levensstandaard stijgen over de periode 1980-2009.

    Working Paper 04-11 [15/03/2011]
  • Toereikendheid van het pensioen en budgettaire kosten van de vergrijzing: evaluatie van beleidsmaatregelen en van alternatieve scenario’s

    Sinds het begin van de jaren 90 bestudeert het FPB de budgettaire houdbaarheid van de wettelijke pensioenen op lange termijn met behulp van een macrobudgettair model MALTESE. Sedert enige jaren hanteert het FPB ook een dynamisch microsimulatiemodel MIDAS om de budgettaire houdbaarheid aan te vullen met evaluaties van sociale houdbaarheid of toereikendheid van de wettelijke pensioenen. Deze Working Paper illustreert de mogelijkheden van het op elkaar afstemmen van beide modellen, dit aan de hand van de analyse van verscheidene scenario’s, met ofwel een andere macro economische omgeving (inzake werkgelegenheid en productiviteitsgroei) ofwel de impact van beleidsmaatregelen.

    Working Paper 22-10 [30/12/2010]
  • Economische vooruitzichten 2010-2015

    Economic outlook 2010-2015 [19/05/2010]
  • The long-term adequacy of the Belgian public pension system: An analysis based on the MIDAS model

    This working paper describes the second version of MIDAS (an acronym for ‘Microsimulation for the Development of Adequacy and Sustainability’), a dynamic population model with dynamic cross-sectional ageing. This model simulates the life spans of individuals in the base dataset, including with their interactions, for the years between 2003 and 2060. It enables to produce, on that period, adequacy assessment of pensions in Belgium that is coherent with the baseline budgetary projections of the 2009 report of the Study Committee for Ageing realized by the Federal Planning Bureau’s semi-aggregated MALTESE model. Indeed, MIDAS aligns its socio-economic and demographic projections and its macro-economic assumptions on the 2009 report of the Study Committee for Ageing. The adequacy of pensions is analysed through the replacement ratio, inequality measures among pensioners and poverty risk indicators of the elderly.

    Working Paper 10-10 [03/05/2010]
  • De Belgische eerstepijlerpensioenen aan de vooravond van de vergrijzing: doorlichting van bedragen, gerechtigden en adequaatheid

    Aan de vooravond van de vergrijzing, met de naoorlogse babyboomgeneratie die de pensioenleeftijd bereikt en dit in een context van toenemende levensverwachting, is het politiek en maatschappelijk debat over de toekomst van de pensioenen volop aan de gang. In dat kader is het interessant om het huidige wettelijke pensioensysteem in kaart te brengen. Met deze Pa ‐ per trachten we hieraan tegemoet te komen via een beschrijving van de eerstepijlerpensioenen op basis van statistieken over de uitbetaalde pensioenen.

    Working Paper 04-10 [21/03/2010]
  • Economische vooruitzichten 2009-2014

    Economic outlook 2009-2014 [20/05/2009]
  • Sociale en maatschappelijke houdbaarheid van de vergrijzing - Presentatie in het kader van de nationale pensioenconferentie

    SP090121_01 [21/01/2009]
  • Economische vooruitzichten 2008-2013

    Economic outlook 2008-2013 [21/05/2008]
  • Economische vooruitzichten 2007-2012

    Economic outlook 2007-2012 [11/05/2007]
  • Linking household income to macro data to project poverty indicators

    The Belgian Study Group on Ageing of the High Council of Finance, in its Annual Report, publishes the results of research on the budgetary and social  effects of ageing. In this context, the Federal Planning Bureau, in its capacity as secretariat and main research body of the Committee, has in recent years been stepping up its efforts to deve lop models based on socioeconomic micro data. The results of one of these models, de signed to make short-term projections of poverty indicators, are presented in this paper.

    Working paper 05-06 [15/07/2006]
  • Economische vooruitzichten 2006-2011

    Economic outlook 2006-2011 [19/05/2006]
  • Economische vooruitzichten 2005-2010

    Economic outlook 2005-2010 [26/05/2005]
  • Economische vooruitzichten 2004-2009

    Economic outlook 2004-2009 [17/05/2004]
  • Economische vooruitzichten 2003-2008

    Economic outlook 2003-2008 [26/05/2003]
  • Economische vooruitzichten 2002-2007

    Economic outlook 2002-2007 [06/06/2002]
  • De administratieve lasten in België voor het jaar 2000

    Op vraag van de ministerraad en in samenwerking met de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging, heeft het Federaal Planbureau voor het jaar 2000 de kosten geschat die ondernemingen en zelfstandigen in België ervaren voor de administratieve lasten. De totale kost van de administratieve lasten omvat alle middelen die de ondernemingen en zelfstandigen besteden aan het voldoen van de administratieve vereisten inzake fiscaliteit, milieu en tewerkstelling (dat laatste enkel voor de ondernemingen). We moeten hierbij opmerken dat eenmalige of specifieke administratieve lasten (zoals bijvoorbeeld bij de oprichting van een onderneming of een rechtsvordering) hier niet opgenomen worden.

    Planning Paper 92 [24/01/2002]
  • Production and diffusion of ICT in Belgium

    Information and communication technology (ICT) has become a significant economic activity in most industrialized countries as well as an important engine of innovation and changes in the rest of the economy. It has been recognized as one of the key factors boosting productivity growth and hence business sector competitiveness. Various initiatives have been recently adopted at regional, national and European levels in order to meet quickly the new challenges of ICT use and diffusion in Europe. A growing number of indicators are now available in order to assess the position of each country or region in terms of ICT development and to guide policy decisions in that field. The aim of this report is to provide a clear and succinct view of the relative development of ICT in Belgium by analyzing both the production and the diffusion of ICT in our economy 1 and to highlight the main weaknesses and strengths of the Belgian economy in that area. Even if the sector has been recently characterised by stock markets ups and downs and numerous bankruptcies, production of ICT goods and services has contributed significantly during the nineties to the growth of economic activity and employment in some industrialised countries as for instance in Anglo-saxon and Scandinavian countries. Has Belgian economic activity benefited from the boom in the ICT sector to the same extent as other industrialised countries? What kind of development can be expected in the future? These are the main questions addressed in the part of the report devoted to the analysis of the Belgian ICT production sector.

    Working Paper 01-02 [15/01/2002]
  • Benchmarking the framework conditions : A systematic test for Belgium

    Benchmarking [15/06/2001]
  • Economische vooruitzichten 2001-2006

    Economic Outlook 2001-2006 [15/05/2001]
Please do not visit, its a trap for bots