Dominique Gusbin

Dominique Gusbin is doctor in de fysica (1985) en behaalde een diploma economische wetenschappen (1987) aan de Université catholique de Louvain (UCL). Ze werkte vier jaar als onderzoeksvennoot bij het Center for Operations Research and Econometrics (CORE) voordat ze in 1989 mede-oprichter en bestuurder werd van het studiebureau  CO<H>ERENCE. Tijdens die jaren heeft ze zich toegelegd op modellering en de kwantitatieve analyse van de verbanden tussen energie/transport, economie en milieu. Met die uitgebreide kennis werkt ze sinds januari 2001 op het Federaal Planbureau, waar ze startte met de opmaak van de energievooruitzichten op lange termijn voor België. Sinds eind 2003 coördineert ze ook de werkzaamheden van de equipe "Energie-Transport".

Belgische vertegenwoordigster van de werkgroep «Energy and Climate Change» van het Comité voor economische politiek van de Europese Unie en lid van de Energy Economic Analysts Group binnen de Europese Commissie (DG ENER)

 

Contactgegevens

Equipes

  • Energie en transport (Coördinatrice)

CV & Publicaties

  • Nucleaire onbeschikbaarheid in november

    De aankondiging van ENGIE, de operationele uitbater van de 7 nucleaire reactoren op Belgische bodem, op vrijdag 21 september 2018 dat de nucleaire eenheid T3 vijf maanden langer zal stilliggen dan verwacht (tot 1 maart 2019), T2 tot begin juni 2019 niet operationeel zal zijn en T1 eind oktober een geplande onderhoudsbeurt zal ondergaan, heeft een niet te ontkennen impact op het Belgische elektriciteitsproductiepark. Eerder werd al gecommuniceerd dat ook D1, D2 en D4 tot december 2018 zullen stilliggen. In de praktijk betekent dat dat de hele maand november 2018 slechts 1 van de 7 kernreactoren in staat zal zijn om stroom te leveren. Gegeven het grote aandeel van nucleaire energie in de binnenlandse elektriciteitsopwekking en het wegvallen van 85% van deze capaciteit tijdens de winterperiode dient de toereikendheid van het aanbod om de vraag op elk moment te voorzien nauwkeurig opgevolgd te worden. Dat is des te meer het geval omdat een volledig uitvallen van de stroom in België een erg grote economische kost veroorzaakt.

    Article 20181003 [03/10/2018]
  • Insights in a clean energy future for Belgium - Impact assessment of the 2030 Climate & Energy Framework

    In oktober 2017 heeft het Federaal Planbureau zijn driejaarlijkse energievooruitzichten gepubliceerd. Die vooruitzichten documenteren de Belgische energie- en broeikasgasemissieprojecties bij ongewijzigd beleid tegen 2050. Ze tonen dat België ver verwijderd is van de doelstellingen die zijn vastgelegd in het Pakket schone energie en het Akkoord van Parijs. Daarom moeten deze vooruitzichten worden aangevuld door een ander rapport dat een andere invalshoek aanneemt. Dat rapport beschrijft drie alternatieve beleidsscenario’s die zowel verenigbaar zijn met het Europese klimaat- en energiekader 2030 als met de broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor 2050 op EU-niveau.

    WP 05-18 [17/05/2018]
  • Impact van het Pact - Bijkomende cijfers ter staving van een Energiepact

    Op 22 december 2017 werd het Federaal Planbureau aangezocht door het Kabinet van federaal Minister van Energie Mevr. Marghem om een nieuwe studie uit te voeren. De aanleiding van deze opdracht was de vraag naar bijkomende cijfers na het verschijnen van de gemeenschappelijke Visienota opgesteld door de vier Ministers van Energie. De opdracht van deze extra studie bestaat erin de impact van bepaalde socio-economische indicatoren te analyseren voor vier elektriciteitsscenario’s met als tijdshorizon het jaar 2030.

    OPREP201802 [26/02/2018]
  • Energie, elektriciteit en emissies: het Federaal Planbureau berekent

    Op de vooravond van een periode waarin belangrijke beslissingen rond energie genomen moeten worden, wijst het Federaal Planbureau op de publicatie van vier energiestudies die ze het afgelopen jaar heeft ondernomen. Elk van deze studies verzamelt heel wat factuele informatie die kan helpen om knopen door te hakken op basis van gekwantificeerde gegevens. Kernelementen van het energiebeleid worden op een gedetailleerde manier becijferd in de verschillende studies, of het nu gaat om de Belgische energiebevoorradingszekerheid in een Europese context, de evolutie van broeikasgasemissies in de verschillende sectoren, de nood aan investeringen in de elektriciteitssector, de evolutie van de energiekosten of een andere indicator. Zoals in het gezelschapsspelletje ‘Vier op een rij’ vormen deze vier studies bouwstenen voor het op handen zijnde Energiepact. De combinatie van steentjes kan helpen om het Energiepact te concretiseren en een gekwantificeerd gezicht te geven.

    Press 20171130 [30/11/2017]
  • Het Belgische energielandschap tegen 2050 - Een projectie bij ongewijzigd beleid

    Deze energievooruitzichten beschrijven de evolutie van het nationaal energiesysteem tot 2050 bij ongewijzigd beleid. Het laat toe op Belgisch niveau lessen te trekken over de eventuele nood aan bijkomend beleid en maatregelen in de context van het Europese klimaat- en energiekader tegen 2030 en de transitie naar een lagekoolstofmaatschappij tegen 2050. In dat opzicht kan dit rapport een waardevolle bijdrage leveren aan het debat over het interfederale energiepact dat erop gericht is een gemeenschappelijke energievisie te bepalen voor de verschillende gefedereerde entiteiten tegen 2030 en 2050.

    EFEN2017 [27/10/2017]
  • Cost-benefit analysis of a selection of policy scenarios on an adequate future Belgian power system - Economic insights on different capacity portfolio and import scenarios

    Dit rapport stelt een kosten-batenanalyse voor van beleidsscenario’s die coherent zijn met een toereikend Belgisch elektriciteitssysteem tegen 2027. De beleidsscenario’s zijn gebaseerd op gegevens uit twee rapporten die in 2016 door de nationale transmissienetbeheerder Elia zijn opgesteld. De rapporten van Elia handelen over de nood aan toereikendheid en flexibiliteit van het toekomstig Belgisch elektriciteitssysteem door de behoefte aan een ‘structureel blok’ en het vereiste volume ervan te berekenen. Het structurele blok wordt gedefinieerd als het nationale volume aan regelbaar vermogen dat nodig is om te voldoen aan de huidige wettelijke criteria qua bevoorradingszekerheid opdat op elk moment productie en verbruik in evenwicht zouden zijn. De kosten-batenanalyse buigt zich dan over de implicaties van verschillende invullingen van het structurele blok voor een aantal componenten van de sociaal-economische welvaart. Ze biedt een antwoord op de bezorgdheid die werd geuit door een aantal stakeholders na de publicatie van de Elia-rapporten.

    CBA_2017 [22/02/2017]
  • Transportvraag en capaciteit van het Belgische spoorwegnetwerk

    Het PLANET-model, dat door het Federaal Planbureau werd ontwikkeld in het kader van een samenwerkingsakkoord met de FOD Mobiliteit en Vervoer, maakt het mogelijk de langetermijnevolutie van de transportvraag in België te berekenen. De transportvraag omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en wordt opgesplitst volgens vervoerswijze. Voor het spoorvervoer steunt de projectie van de vraag op de hypothese dat de gemiddelde snelheid op het spoornetwerk constant blijft over de projectieperiode. Het PLANET-model houdt dus geen rekening met de capaciteit van de spoorinfrastructuur of veronderstelt met andere woorden dat elke stijging van de vraag kan opgevangen worden door het netwerk zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening. Aangezien de benuttingsgraad van bepaalde spoorlijnen momenteel al zeer hoog is, was het nodig de analysecapaciteit van PLANET uit te breiden om de impact van de toekomstige vraag naar het spoorvervoer op de benuttingsgraad van het netwerk te ramen. Die diagnose, die op een fijn geografisch niveau (baanvakken) werd uitgevoerd, is nuttig en interessant, onder meer voor de spoorwegondernemingen en de overheid in het kader van de spoorweginvesteringsplannen.

    Working Paper 08-16 [30/09/2016]
  • Vooruitzichten van de transportvraag in België tegen 2030

    In het kader van een samenwerkingsakkoord tussen het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het Federaal Planbureau om de drie jaar langetermijnvooruitzichten voor de transportvraag in België. Deze oefening is de derde in de reeks en heeft tot doel een projectie bij ongewijzigd beleid uit te werken die het mogelijk maakt de algemene trends op lange termijn te onderscheiden, elementen aan te reiken waarop een transportbeleid kan steunen en de impact van transportmaatregelen te bestuderen.

    FORTRANSP_15 [Contribuant - 08/12/2015]
  • 2030 Climate and Energy Framework for Belgium - Impact assessment of a selection of policy scenarios up to 2050

    Het Federaal Planbureau heeft op 17 oktober 2014 de vijfde editie van zijn driejaarlijkse langetermijn­energievooruitzichten gepubliceerd. Het rapport beschrijft een Referentiescenario tot 2050 en toont daarbij aan er een belangrijke kloof bestaat tussen dit Referentiescenario en de inspanningen die nodig zijn om op koers te blijven voor het Europese Klimaat- en Energiekader tegen 2030 en de transitie naar een koolstofarme economie tegen 2050. Die analyse onderstreept dan ook de nood aan bijkomend beleid en maatregelen. Die vaststelling vormde de aanleiding voor het schrijven van deze Working Paper waarin drie beleidsscenario’s worden geanalyseerd die verenigbaar zijn met de uitdagingen aangestipt door de Europese Raad op het vlak van broeikasgasemissiereducties tegen 2030 en 2050. De paper beschrijft de impact op het Belgisch energiesysteem, naast een aantal welbepaalde milieu- en socio-economische effecten.

    Working Paper 03-15 [29/04/2015]
  • Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading tegen 2030

    De Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading tegen het jaar 2030 (prospectieve studie elektriciteit 2 of PSE2) volgt op de Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading 2008-2017 (PSE1), die gepubliceerd is in december 2009. De studie is opgemaakt door de Algemene Directie Energie van FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau.

    REP_ENERG_1301 [15/01/2015]
  • Het Belgische energiesysteem in 2050: Waar naartoe? - Beschrijving van een Referentiescenario voor België

    Het Federaal Planbureau publiceert om de drie jaar een rapport waarin de langetermijnenergievooruitzichten voor België worden beschreven. Dit rapport is ondertussen al het vijfde in de reeks. De voorgestelde energievooruitzichten simuleren het Europees wetgevend Klimaat/Energiepakket voor België tegen 2020. De publicatie beperkt zich echter niet tot de horizon 2020, maar schetst de evolutie van het Belgische energiesysteem tot 2050.

    EFEN2014 [17/10/2014]
  • Analyse de l’adéquation de la production électrique en Belgique à l’horizon 2030 - Analyse basée sur les scénarios du projet d’EPE2

    De analyse die in deze Working Paper wordt voorgesteld, is gebaseerd op de scenario’s van het ontwerp van Prospectieve Studie Elektriciteit (PSE2) opgemaakt door de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau. De hamvraag in deze analyse is te weten of de totale productiecapaciteit die resulteert uit het betrouwbaarheidscriterium aangenomen in de PSE2 coherent is met de resultaten van een toereikendheidsanalyse van de productie volgens de methodologie gebruikt door ENTSO-E, het Europese netwerk van elektriciteitstransmissienetbeheerders. 

    Working Paper 04-13 [02/09/2013]
  • Towards 100% renewable energy in Belgium by 2050

    In 2011 stelden de vier Belgische ministers bevoegd voor energie (1 federale en 3 regionale) een consortium samen van drie wetenschappelijke partners, het Federaal Planbureau (FPB), het Institut de Conseil et d'Etudes en Dévelopment Durable (ICEDD) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), om de haalbaarheid en de impact te analyseren van een transformatie van het Belgisch energiesysteem naar 100% hernieuwbare energie tegen 2050. Die doelstelling betreft niet enkel de elektriciteitssector, maar alle primaire energie die op Belgisch grondgebied wordt verbruikt.

    De hoofdvraag die in deze studie wordt beantwoord, is of België in staat is om tegen 2050 volledig te draaien op hernieuwbare energie. Deze studie toont aan dat dit kan, hoewel de doelstelling ambitieus is. In totaal zou er 300 tot 400 miljard euro geïnvesteerd moeten worden in de periode tot 2050 voor de overschakeling, maar tegelijkertijd biedt de transitie een antwoord op heel wat uitdagingen.
     

    ENERG_1201 [12/12/2012]
  • De milieu-impact van de evolutie van de transportvraag tegen 2030

    In september 2012 publiceerden het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer een nieuwe referentieprojectie voor de langetermijnevolutie van transport in België (FPB en FOD M&V, 2012). Naast de evolutie van het personen‐ en goederenvervoer en de transportkosten, stelt de publicatie ook emissievooruitzichten op voor de broeikasgassen en de belangrijkste polluenten en berekent ze de milieukosten die eraan verbonden zijn. Voor deze berekeningen werkte het Federaal Planbureau samen met VITO in het kader van het LIMOBEL‐ en PROLIBIC‐project, beide gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid.

    Deze Working Paper beschrijft de methodologie om de impact van transport op het milieu te berekenen en omvat een meer gedetailleerde analyse van de evolutie tegen 2030 van de CO2‐, NOx‐ en PM2,5‐emissies veroorzaakt door vervoer. Deze gedetailleerde studie omvat onder meer een decompositieanalyse die de verschillende verklarende factoren voor die evolutie kwantificeert.

    Working Paper 11-12 [18/09/2012]
  • Vooruitzichten van de transportvraag in België tegen 2030

    In het kader van een samenwerkingsakkoord tussen het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het Federaal Planbureau om de drie jaar langetermijnvooruitzichten voor de transportvraag in België. Deze oefening heeft tot doel een projectie bij ongewijzigd beleid uit te werken die het mogelijk maakt de algemene trends op lange termijn te onderscheiden, elementen aan te reiken waarop een transportbeleid kan steunen en de impact van transportmaatregelen te bestuderen.

    In bijgevoegd bestand werden twee onjuistheden gecorrigeerd: de eerste in tabel 28, de tweede in tabel 30. Deze aanpassingen hebben geen enkele invloed op de algemene conclusies van de studie.

    FORTRANSP_01 [17/09/2012]
  • Energievooruitzichten voor België tegen 2030

    EFEN2011 [15/11/2011]
  • Prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading tot 2020

    Aardgas is een van de belangrijkste componenten van de Belgische energiemix en dat zal in de komende jaren ook zo blijven. De continuïteit van de aardgasbevoorrading is dus een van de prioriteiten van het Belgische energiebeleid. Om de overheidsinstanties en betrokkenen de mogelijkheid te bieden de evolutie te volgen, heeft de wetgever de opmaak voorzien van een prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading (prospectieve studie (aard)gas of PSG).

    EPG 2008-2020 – Final report [04/10/2011]
  • Impact of the EU Climate-Energy Package on the Belgian energy system and economy - Update 2010 Study commissioned by the Belgian federal authority

    Op vraag van de Federale Overheidsdienst Milieu, heeft het Federaal Planbureau een update uitgevoerd van de energetische en economische impactstudie voor België van het Klimaat- en Energiepakket zoals beschreven in Working Paper 21-08. Working Paper 9-11 is gebaseerd op de nieuwe economische en beleidscontext en maakt gebruik van recente analyses die de Europese Commissie heeft uitgevoerd op niveau van de EU: de analyse van een opvoering van de broeikasgasemissiereductiedoelstelling tot -30% op EU-niveau in 2020 en de routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050.

    Working Paper 09-11 [15/07/2011]
  • Analyse de politiques de transport : rapprochement des accises sur les carburants et Eurovignette III

    Deze studie beoogt de impact van twee soorten prijsbeleid in de transportsector te analyseren met behulp van het model PLANET. De soorten prijsbeleid zijn (1) een harmonisatie van de accijnzen op benzine en diesel en (2) een kilometerheffing voor vrachtwagens volgens het Europese voorstel van richtlijn voor het Eurovignet III. De bestudeerde invloeden zijn de gevolgen voor de transportactiviteit van personen en goederen, de milieu-impact en de impact op de maatschappelijke welvaart. Voor beide soorten prijsbeleid wordt de impact op de overheidsbegroting geneutraliseerd via de algemene fiscaliteit of via de fiscaliteit op arbeid.
     

    Working Paper 02-11 [27/01/2011]
  • The PLANET model - Methodological Report: Modelling of Short Sea Shipping and Bus-Tram-Metro

    Deze Working Paper beschrijft de methodologische veranderingen in de module « Modal and Time Choice » van het PLANET-model, als gevolg van de endogenisering van het zeevervoer over korte afstand (Short Sea Shipping)  voor internationaal transport en de opsplitsing van het aggregaat Bus-Tram-Metro in drie afzonderlijke vervoerswijzen.

    Working Paper 16-10 [24/06/2010]
  • Electric cars: Back to the future?

    Er is vandaag de dag veel commotie rond elektrisch aangedreven voertuigen (EV’s). Twee recente gebeurtenissen gaven een belangrijke impuls aan EV’s: de aanname van het wetgevend Energie/Klimaatpakket en de financieel-economische crisis gevolgd door het Europees Economisch Herstelplan en zijn Green Car Initiative. Op basis van recent studiewerk heeft het FPB een eerste kwantitatieve analyse uitgevoerd naar de ontwikkeling van elektrische voertuigen en de impact die klimaatbeleid kan hebben op deze ontwikkeling, naast een inschatting van het effect van verschillende EV-penetratiegraden op de toekomstige elektriciteitsvraag.

    Working Paper 13-10 [21/05/2010]
  • EU Energy/Climate package and energy supply security in Belgium

    Dankzij haar dubbele doelstelling (broeikasgasemissiereductie en hernieuwbare-energieontwikkeling) heeft het Europese Energie/Klimaatpakket een positieve invloed op de afhankelijkheid van België ten opzichte van fossiele energiebronnen en dus op de energetische bevoorradingszekerheid. De netto-invoer van fossiele brandstoffen (olie, aardgas en steenkool) zou in 2020 met 9% verminderd kunnen worden ten opzichte van een projectie bij ongewijzigd beleid. Daarenboven kan in 2020 een besparing in de orde van één miljard euro gerealiseerd worden op de energetische invoer van België, de bijkomende invoer van biomassa inbegrepen. Daarenboven heeft de dubbele doelstelling van het Energie/Klimaatpakket nog een ander voordeel : ze laat toe een evenwichtige energiemix te bewaren in de elektriciteitsproductie en zo een stormloop op aardgas te vermijden. De toename van aardgasinvoer tussen 2005 en 2020 zou slechts 11% belopen, terwijl dit in de projectie bij ongewijzigd beleid nog 21% is.

    Working Paper 16-09 [21/12/2009]
  • Analyse de l’impact de différents schémas théoriques d’une taxe routière en Belgique

    Om de negatieve impact van het transport te verminderen, moeten nieuwe maatregelen worden genomen. Dit document presenteert verschillende theoretische schema's voor rekeningrijden in België en onderzoekt de impact ervan op het transport, het milieu en de maatschappelijke welvaart aan de hand van het PLANET-model. De internalisering van de externe kosten leidt tot een duidelijke verbetering van de welvaart, maar is op korte termijn moeilijk uitvoerbaar. Om de welvaart te verbeteren, moet bij een verkeersbelasting die exclusief op vrachtwagens wordt toegepast, het niveau van de belasting verschillen naargelang van het tijdstip van de verplaatsing. Door het rekeningrijden uit te breiden naar bestelwagens, kan de welvaart worden verbeterd doordat wordt vermeden dat een deel van het goederenvervoer van vrachtwagens naar bestelwagens wordt verschoven.  De veralgemening van het rekeningrijden naar alle wegvoertuigen (vrachtwagens, bestelwagens en personenwagens) verbetert sterk de maatschappelijke welvaart, de verkeerscongestie en de gemiddelde snelheid op de weg. Ze leidt echter tot een zeer sterke stijging van de transportvraag voor het spoor en BTM (Bus - Tram - Metro), die moeilijk houdbaar is gelet op de bestaande infrastructuur. De algemene toepassing van het rekeningrijden voor alle wegvoertuigen gecombineerd met de afschaffing van de subsidies voor het openbaar vervoer maakt het mogelijk de potentiële beheersproblemen voor het spoorverkeer en het BTM-verkeer te vermijden.

    Working Paper 14-09 [18/12/2009]
  • Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading 2008-2017

    De studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading (prospectieve studie) 2008-2017 kadert in de continuïteit van de indicatieve programma’s die uitgewerkt werden door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG), en ligt in de lijn van de studies die werden uitgevoerd door het Federaal Planbureau (FPB) in het kader van de “Planning Papers” betreffende de energieperspectieven van België en van de werken die gerealiseerd werden ter ondersteuning van verschillende studies, zoals de Post Kyoto studie of de studie voor de Commissie Energie 2030.

    EPE 2008-2017 - Final report [30/11/2009]
  • Impact of the EU Energy and Climate Package on the Belgian energy system and economy - Study commissioned by the Belgian federal and three regional authorities

    Het Federaal Planbureau heeft, op vraag van de federale en gewestelijke milieuoverheden, de energetische en economische impact van het Energie/Klimaatpakket, dat op 23 januari 2008 door de    Europese Commissie werd voorgesteld, geraamd voor België. Dat pakket vormt de praktische invulling van het besluit van de Europese Raad van maart 2007 om op Europees vlak precieze doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen en hernieuwbare energiebronnen vast te leggen, namelijk de broeikasgasemissies met 20 % verminderen tegen 2020, of zelfs een reductie van 30 % indien een internationale klimaatwijzigingsovereenkomst kan worden bereikt, en het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energieverbruik op 20 % brengen tegen 2020. Het Energie/Klimaatpakket bevat onder meer een lastenverdeling tussen de lidstaten, concrete maatregelen en toepassingsmodaliteiten om de doelstellingen te bereiken. Er werd een evaluatie gemaakt van deze voorstellen, toegepast op de Belgische context.

    Working Paper 21-08 [15/12/2008]
  • Belgium’s energy future challenged by climate change

    Every three years, the Federal Planning Bureau  releases a publication on the long-term energy projections  for Belgium, based on the energy model PRIMES.  This Planning Paper is the third in the series and puts the  emphasis on the link with climate change. Amongst  other things, a baseline and a selection of emission  reduction scenarios for the period after 2012 are  described.

    Article 2007121002 [10/12/2007]
  • Energievooruitzichten voor België tegen 2030 in een tijdperk van klimaatverandering

    Het Federaal Planbureau heeft de traditie om om de 3 jaar een Planning Paper uit te brengen waarin de langetermijnenergievooruitzichten voor België worden beschreven. Deze PP is de derde in de reeks, deze keer werd het accent gelegd op de link met klimaatverandering. Inspiratie daarvoor werd geput uit drie recente studies die door het FPB werden gepubliceerd, nl. de post-2012-klimaatstudie voor federaal minister van Leefmilieu B. Tobback, de Belgische energiebeleidsstudie tegen 2030 opgesteld in het kader van de werkzaamheden van de Commissie Energie 2030 die door federaal minister van Energie M. Verwilghen in het leven is geroepen en een Working Paper die een scharnierpunt vormt tussen bovenvermelde studies, de “toelichtings-WP”. De drie rapporten vertrekken van eenzelfde referentiescenario, maar verschillen in de keuze van alternatieve scenario’s. In deze PP worden hun aanpakken hernomen, gecombineerd en de belangrijkste lessen naar voren geschoven, aangevuld met de bespreking van een volledig nieuw scenario rond energie-efficiëntie en energiebesparingen.

    Planning Paper 102 [31/10/2007]
  • Regionalisation of long-term energy projections for Belgium (horizon 2030)

    In 2004, the Federal Planning Bureau has published two reports on long-term energy projections. They describe long-term energy projections for Belgium, but do not provide results on the level of the three Belgian regions (Flemish, Walloon and Brussels Capital). Since some major responsibilities in the field of energy have been regionalised, an insight into regional energy projections seems to be indispensable. The regions not only have to prepare an energy policy plan for the short term, but also have to come up with an energy plan that overlooks a more elaborate time horizon. At the request of theregions, the Federal Planning Bureau therefore embarked on a regionalisation of the energy scenarios described in the two cited reports, the results of which can be found in two working papers: one describing the results for the Flemish Region, the other the Region of Brussels Capital.

    Article 2007100502 [05/10/2007]
  • Regionalisatie van de energievooruitzichten voor België tegen 2030: resultaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd, getiteld “Energievooruitzichten voor België tegen 2030” (Planning Paper 95) en “Demande maîtrisée d’électricité: élaboration d’une projection à l’horizon 2020” (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich op de natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario’s beschreven in deze twee rapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    Working Paper 09-07 [06/06/2007]
  • Regionalisatie van de energievooruitzichten voor België tegen 2030: resultaten voor het Vlaams Gewest

    In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd, getiteld "Energievooruitzichten voor België tegen 2030" (Planning Paper 95) en "Demande maîtrisée d'électricité: élaboration d'une projection à l'horizon 2020" (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich op de natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Vlaams Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario's beschreven in deze twee rapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Vlaams Gewest.

    Working Paper 07-07 [16/04/2007]
  • Energy policy and the climate issue: a challenge for Belgium

    This paper sheds light on several challenges related to the development of the energy system in Belgium up to 2050, taking into account constraints on the emissions of greenhouse gases (GHG) in a European context. It is based on two studies carried out by the Federal Planning Bureau in 2006 that deal with the related energy and climate change issues.

    Article 2007030602 [06/03/2007]
  • Toelichting bij sommige uitdagingen voor het Belgische energiebeleid in het kader van klimaatdoelstellingen

    Dit document is gebaseerd op twee studies die het Federaal Planbureau in 2006 maakte over de energieproblematiek en de strijd tegen de klimaatverandering die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het document werpt ook een licht op de uitdagingen voor het Belgische energiebeleid tegenover de klimaatuitdaging. Het document bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt meer uitleg gegeven over enkele sleutelfasen bij de onderhandelingen over de doelstellingen om de broeikasgasemissies te verminderen na 2012 en dit in een Europese context. Verder wordt hier het toegepaste analysekader geschetst. Vertrekkend van een Europese doelstelling die, ten opzichte van 1990, een emissiereductie van 30 % beoogt in 2030, werd voor België geëvalueerd wat de impact zou zijn als die doelstelling zou behaald worden. Die evaluatie wordt in het tweede deel beschreven. Drie dimensies van de evaluatie worden aangesneden: de evolutie van het Belgische energiesysteem bij ongewijzigd beleid, de impact van de Europese doelstelling op het energiesysteem en de impact van het klimaatbeleid op de Belgische economie. In het derde deel gaat de aandacht naar de veranderingen in het energiesysteem en in de maatschappij verenigbaar met een duurzame ontwikkeling die zich tegen 2050 zouden kunnen voordoen. Die zouden vorm kunnen krijgen door gerichte inspanningen inzake onderzoek en ontwikkeling en door gedragsveranderingen, om zo tot een vermindering van broeikasgasemissies van 50 à 80 % voor België te komen.

    Working Paper 01-07 [31/01/2007]
  • Long term energy and emissions'projections for Belgium with the PRIMES model

    In the Royal Decree de dato December 6, 2005 (published in the Belgian Official Journal1 of December 19, 2005) the installation of a Commission Energy 2030 was officialised: the Commission is made up of a number of Belgian and foreign experts who will carefully scrutinize the energy future of Belgium on a long term horizon (2030). In order to fulfil this task, it was decided to start from a quantitative, scientific base. Because of the long expertise in modelling and analysing of long term energy projections, the Federal Planning Bureau (FPB) was asked to take up the task of providing the Commission with the necessary input. This input will subsequently be studied by the Commission, as well as complemented with analyses and other activities executed in its bosom.

    This report aims at gathering the work carried out by the FPB in the above framework. The heart of the analysis of the Belgian energy outlook to 2030 is provided by a set of energy scenarios. These scenarios provide a quantitative basis for the analysis of environmental, energy and economic challenges Belgium will be faced with in the coming years. Doing so, the analysis gives a valuable input to the report the Commission Energy 2030 has to deliver to M. Verwilghen, the federal Minister of Energy.

    REPENERGY0601 [20/09/2006]
  • Het klimaatbeleid na 2012: Analyse van scenario's voor emissiereductie tegen 2020 and 2050

    Deze studie werd gemaakt op vraag van de federale minister van Leefmilieu, Dhr. Tobback. In augustus 2005 vroeg hij aan het Federaal Planbureau om scenario’s in verband met de vermindering van de  broeikasgasemissies (BKG) in België tegen 2020 en 2050 uit te werken en te analyseren in het kader van het klimaatbeleid na 2012. De vermindering van BKG-emissies dient overeen te komen met het afbouwtraject dat de Europese Unie voorstelt in het kader van de uitvoering van het raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatveranderingen. Het gaat om een vermindering van 15 à 30% tegen 2020 en van 60 à 80% tegen 2050 tegenover 1990 voor alle ontwikkelde landen.

    Kyoto 2006 [20/07/2006]
  • Demande maîtrisée d’électricité: Elaboration d’une projection à l’horizon 2020

    Working Paper 19-04 [23/11/2004]
  • Een kink in de kabel: de kosten van een storing in de stroomvoorziening

    Recente marktontwikkelingen in de energiesector hebben deze bedrijfstak op haar grondvesten doen daveren. Liberalisering, concurrentie, tpa, cross-border congestie zijn een greep uit de “nieuwe” begrippen die geplaatst dienen te worden in een energiewereld waarin de onzekerheid een pertinente rol speelt. Eén constante zorg daarbij is de leveringszekerheid voor álle consumenten, met als cruciale vragen of een marktgebaseerde regulering kan volstaan om voldoende productiecapaciteit te verzekeren en welke de voorwaarden zijn om in een marktsysteem nieuwe investeringen met voldoende betrouwbaarheidsstandaarden aan te trekken.

    Working Paper 18-04 [08/10/2004]
  • Energievooruitzichten voor België tegen 2030

    De voorliggende publicatie over de Belgische energievooruitzichten op lange termijn is de tweede studie van het Federaal Planbureau over dit thema. De eerste studie met als titel Energievooruitzichten 2000-2020: verkennende scenario's voor België werd gepubliceerd in januari 2001. Gelijkaardige verkennende studies over dit thema worden voorzien voor de komende jaren.

    Planning Paper 95 [05/04/2004]
  • STU 03-03 : Special Topic - Belgian transport outlook to 2010

    Both confidence indicators and some hard data now suggest that economic activity in the euro area should register a moderate recovery during the last part of 2003. Even if risks are still present, they are more balanced than a few months ago.

    During the last few months, confidence is rising again in Belgium. GDP growth is forecast to pick up slightly in the second half of the year, and amount to 0.9% in 2003. With a far less dynamic pace than was seen during the previous cyclical recoveries in 1996 and 1999, annual average GDP growth should amount to 1.8% next year.

    This year, as a result of the stronger euro and the weakness of the euro area economy, net exports should make a very negative contribution towards economic growth (-0.9%). Real GDP growth should be exclusively driven by domestic demand (1.8%) as a result of the cutback in personal income tax rates and the improvement of business profitability. Next year, domestic demand should grow at the same pace as this year, but GDP growth should be more balanced.

    A gradual improvement in domestic employment is not expected to take place until the last quarter of 2003. In response to this slowly improving labour market situation in 2004, the household savings rate should not begin to decrease until the second half of 2004. Next year, CPI inflation should be by 1.4%, as compared with 1.6% this year. This fall is inspired by the past appreciation of the euro and the moderate development of unit labour costs.

    Short Term Update 03-03 [Contribuant - 17/10/2003]
  • La demande d’électricité en Belgique à l’horizon 2010 : Analyse comparative de projections réalisées entre 1999 et 2001

    Working Paper 07-03 [21/05/2003]
  • Network industries in Belgium - Economic significance and reform

    Network industries are industries whose activity involves conveying people, products or information from one place to the other via some kind of physical network. They include transport networks, information networks and utility networks. Network industries basically consist of three types of activity: upstream activities involving the production of core products such as equipment and means of transport; infrastructure activities involving the construction, maintenance and operation of the physical network; downstream activities involving the delivery of network services to final consumers. Network industries have specific characteristics from an economic point of view. Three of these are particularly notable, the last one also from a social perspective.

    Working Paper 01-03 [31/01/2003]
  • Energievooruitzichten 2000-2020 - Verkennende scenario’s voor België

    Deze studie verkent de energiescenario’s voor België tegen 2020. Het hoofddoel bestaat erin om de voornaamste problemen en onzekerheden te identificeren en te bespreken, waarmee het Belgische energiesysteem de komende twintig jaar geconfronteerd zal worden. Voor elk scenario wordt de overeenkomstige co2-uitstoot berekend.

    Planning Paper 88 [15/01/2001]
Please do not visit, its a trap for bots