Danielle Devogelaer

Expert op het vlak van energie en transport, met een bijzondere expertise in elektriciteit. Binnen het vakgebied energie zijn belangrijke onderzoeksprestaties de analyse van nationale blackouts, de documentatie en regionalisering van energievooruitzichten op lange termijn met het PRIMES-model en de effectbeoordeling van de Europese Energie/Klimaatpakketten op het Belgische energiesysteem (en de Belgische economie). In dat kader werden relevante beleidsrapporten opgesteld, waaronder ‘2030 Climate and Energy Framework for Belgium – Impact assessment of a selection of policy scenarios up to 2050’ (april 2015) en de ‘Cost-benefit analysis of a selection of policy scenarios on an adequate future Belgian power system’ (februari 2017).

  • Organisatrice van de gezamenlijke BAEE-KVAB-WEC International Workshop on Capacity Remuneration Mechanisms in Brussel, 11 mei 2016
  • Bestuurslid van de Benelux Association for Energy Economics (BAEE).
  • Lid van het Organiserend Comité van de 41e IAEE internationale conferentie in Groningen, 10-13 juni 2018.
  • Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB), Reflectiegroep Energie.

 

Contactgegevens

Equipes

  • Energie en transport

CV & Publicaties

  • Nucleaire onbeschikbaarheid in november

    De aankondiging van ENGIE, de operationele uitbater van de 7 nucleaire reactoren op Belgische bodem, op vrijdag 21 september 2018 dat de nucleaire eenheid T3 vijf maanden langer zal stilliggen dan verwacht (tot 1 maart 2019), T2 tot begin juni 2019 niet operationeel zal zijn en T1 eind oktober een geplande onderhoudsbeurt zal ondergaan, heeft een niet te ontkennen impact op het Belgische elektriciteitsproductiepark. Eerder werd al gecommuniceerd dat ook D1, D2 en D4 tot december 2018 zullen stilliggen. In de praktijk betekent dat dat de hele maand november 2018 slechts 1 van de 7 kernreactoren in staat zal zijn om stroom te leveren. Gegeven het grote aandeel van nucleaire energie in de binnenlandse elektriciteitsopwekking en het wegvallen van 85% van deze capaciteit tijdens de winterperiode dient de toereikendheid van het aanbod om de vraag op elk moment te voorzien nauwkeurig opgevolgd te worden. Dat is des te meer het geval omdat een volledig uitvallen van de stroom in België een erg grote economische kost veroorzaakt.

    Article 20181003 [03/10/2018]
  • Insights in a clean energy future for Belgium - Impact assessment of the 2030 Climate & Energy Framework

    In oktober 2017 heeft het Federaal Planbureau zijn driejaarlijkse energievooruitzichten gepubliceerd. Die vooruitzichten documenteren de Belgische energie- en broeikasgasemissieprojecties bij ongewijzigd beleid tegen 2050. Ze tonen dat België ver verwijderd is van de doelstellingen die zijn vastgelegd in het Pakket schone energie en het Akkoord van Parijs. Daarom moeten deze vooruitzichten worden aangevuld door een ander rapport dat een andere invalshoek aanneemt. Dat rapport beschrijft drie alternatieve beleidsscenario’s die zowel verenigbaar zijn met het Europese klimaat- en energiekader 2030 als met de broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor 2050 op EU-niveau.

    WP 05-18 [17/05/2018]
  • Impact van het Pact - Bijkomende cijfers ter staving van een Energiepact

    Op 22 december 2017 werd het Federaal Planbureau aangezocht door het Kabinet van federaal Minister van Energie Mevr. Marghem om een nieuwe studie uit te voeren. De aanleiding van deze opdracht was de vraag naar bijkomende cijfers na het verschijnen van de gemeenschappelijke Visienota opgesteld door de vier Ministers van Energie. De opdracht van deze extra studie bestaat erin de impact van bepaalde socio-economische indicatoren te analyseren voor vier elektriciteitsscenario’s met als tijdshorizon het jaar 2030.

    OPREP201802 [26/02/2018]
  • Energie, elektriciteit en emissies: het Federaal Planbureau berekent

    Op de vooravond van een periode waarin belangrijke beslissingen rond energie genomen moeten worden, wijst het Federaal Planbureau op de publicatie van vier energiestudies die ze het afgelopen jaar heeft ondernomen. Elk van deze studies verzamelt heel wat factuele informatie die kan helpen om knopen door te hakken op basis van gekwantificeerde gegevens. Kernelementen van het energiebeleid worden op een gedetailleerde manier becijferd in de verschillende studies, of het nu gaat om de Belgische energiebevoorradingszekerheid in een Europese context, de evolutie van broeikasgasemissies in de verschillende sectoren, de nood aan investeringen in de elektriciteitssector, de evolutie van de energiekosten of een andere indicator. Zoals in het gezelschapsspelletje ‘Vier op een rij’ vormen deze vier studies bouwstenen voor het op handen zijnde Energiepact. De combinatie van steentjes kan helpen om het Energiepact te concretiseren en een gekwantificeerd gezicht te geven.

    Press 20171130 [30/11/2017]
  • Het Belgische energielandschap tegen 2050 - Een projectie bij ongewijzigd beleid

    Deze energievooruitzichten beschrijven de evolutie van het nationaal energiesysteem tot 2050 bij ongewijzigd beleid. Het laat toe op Belgisch niveau lessen te trekken over de eventuele nood aan bijkomend beleid en maatregelen in de context van het Europese klimaat- en energiekader tegen 2030 en de transitie naar een lagekoolstofmaatschappij tegen 2050. In dat opzicht kan dit rapport een waardevolle bijdrage leveren aan het debat over het interfederale energiepact dat erop gericht is een gemeenschappelijke energievisie te bepalen voor de verschillende gefedereerde entiteiten tegen 2030 en 2050.

    EFEN2017 [27/10/2017]
  • Increasing interconnections: to build or not to build, that is (one of) the question(s) - Addendum to the cost-benefit analysis of adequate future power policy scenarios

    Op vraag van de federale minister van Energie werd dit rapport opgesteld als verlengstuk van de kosten-batenanalyse die in februari 2017 door het Federaal Planbureau werd uitgevoerd. Het is een aanvulling op de februaristudie aangezien een aantal bijkomende elementen die een impact hebben op het Belgische productiepark in detail worden bestudeerd. Vier onderwerpen worden behandeld. Een eerste betreft de impact van een toename met 2 GW van de Belgische grensoverschrijdende transmissiecapaciteit op de werking van het binnenlandse flexibele thermische productiepark. Het effect van die toename op de draaiuren, de marginale kosten van het systeem, de CO2-emissies, de benodigde aardgasvolumes en de tewerkstelling wordt beschreven. Ten tweede wordt een evaluatie gemaakt van de kosten om de huidige gasgestookte centrales operationeel te houden. Een vergelijking wordt gemaakt met de kosten om nieuwe flexibele betrouwbare eenheden te bouwen. Ten derde wordt de socio-economische impact onderzocht van een verhoogd risico op een black-out. De economische asymmetrie die ontstaat in de kosten en baten van het behouden van voldoende binnenlandse productiecapaciteit om het wettelijk gedefinieerde Loss of Load (LOLE) criterium van 3h te honoreren, wordt gedocumenteerd. Ten slotte wordt in het rapport ook de vraag onderzocht van een voortijdig sluiten van in de Belgische markt aanwezige gasgestookte centrales die nog niet aan het einde van hun operationele werkingsduur zijn gekomen. Dat gebeurt aan de hand van verschillende indicatoren.

    CBA_201702 [28/09/2017]
  • Cost-benefit analysis of a selection of policy scenarios on an adequate future Belgian power system - Economic insights on different capacity portfolio and import scenarios

    Dit rapport stelt een kosten-batenanalyse voor van beleidsscenario’s die coherent zijn met een toereikend Belgisch elektriciteitssysteem tegen 2027. De beleidsscenario’s zijn gebaseerd op gegevens uit twee rapporten die in 2016 door de nationale transmissienetbeheerder Elia zijn opgesteld. De rapporten van Elia handelen over de nood aan toereikendheid en flexibiliteit van het toekomstig Belgisch elektriciteitssysteem door de behoefte aan een ‘structureel blok’ en het vereiste volume ervan te berekenen. Het structurele blok wordt gedefinieerd als het nationale volume aan regelbaar vermogen dat nodig is om te voldoen aan de huidige wettelijke criteria qua bevoorradingszekerheid opdat op elk moment productie en verbruik in evenwicht zouden zijn. De kosten-batenanalyse buigt zich dan over de implicaties van verschillende invullingen van het structurele blok voor een aantal componenten van de sociaal-economische welvaart. Ze biedt een antwoord op de bezorgdheid die werd geuit door een aantal stakeholders na de publicatie van de Elia-rapporten.

    CBA_2017 [22/02/2017]
  • Wat bepaalt de groothandelsprijzen voor elektriciteit in een kleine, open economie? - Lessen uit de nucleaire heropstart in BelgiŽ

    Deze paper onderzoekt de impact van de sluiting en sequentiële heropstart van enkele kerncentrales op de groothandelsprijzen voor elektriciteit op de Belgische elektriciteitsbeurs met behulp van een duale methode. In de eerste benadering worden publieke hoge-frequentiemarktgegevens gebruikt om een robuust statistisch model te ontwikkelen dat wordt ingezet om het effect te onderzoeken van variaties in nucleaire elektriciteitsopwekking op de groothandelsprijzen. Het kwantificeren van dit fenomeen, ook het merit-order effect genoemd, met behulp van econometrische methodes komt neer op een geschatte prijsdaling van gemiddeld ongeveer 10 €/MWh per jaar voor een nucleaire capaciteitsverhoging van 2,5 GW. Het belang en de impact van de openheid van de Belgische markt en haar sterke afhankelijkheid van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen komt daarbij duidelijk naar voren. Naast deze empirische benadering wordt het optimalisatie-instrument Crystal Super Grid gebruikt om de impact te becijferen van de herwonnen beschikbaarheid van kernreactoren op tal van indicatoren die het Belgische en Europese elektriciteitslandschap kenmerken. Er is een positief effect merkbaar op de algemene welvaart, het consumentensurplus en de CO2-emissies. Voor de prijzen bevestigt deze analyse het negatieve merit-order effect dat gemiddeld 3,8 €/MWh over een jaar zou bedragen. Volgens deze analyse kunnen evenwel tijdelijke uurverschillen van 30 €/MWh optreden. De paper beschrijft vervolgens de mogelijke oorzaken van de verschillen tussen de twee benaderingen.

    Onze bevindingen hebben belangrijke beleidsimplicaties omdat ze aantonen dat er rekening moet worden gehouden met de neerwaartse impact van een verlengde nucleaire elektriciteitsopwekking op de groothandelsprijzen voor elektriciteit bij het herzien van (de kalender in) de wet op de kernuitstap aangezien deze de noodzakelijke overschakeling naar een koolstofarme economie kan vertragen.

    Working Paper 09-16 [12/10/2016]
  • 2030 Climate and Energy Framework for Belgium - Impact assessment of a selection of policy scenarios up to 2050

    Het Federaal Planbureau heeft op 17 oktober 2014 de vijfde editie van zijn driejaarlijkse langetermijn­energievooruitzichten gepubliceerd. Het rapport beschrijft een Referentiescenario tot 2050 en toont daarbij aan er een belangrijke kloof bestaat tussen dit Referentiescenario en de inspanningen die nodig zijn om op koers te blijven voor het Europese Klimaat- en Energiekader tegen 2030 en de transitie naar een koolstofarme economie tegen 2050. Die analyse onderstreept dan ook de nood aan bijkomend beleid en maatregelen. Die vaststelling vormde de aanleiding voor het schrijven van deze Working Paper waarin drie beleidsscenario’s worden geanalyseerd die verenigbaar zijn met de uitdagingen aangestipt door de Europese Raad op het vlak van broeikasgasemissiereducties tegen 2030 en 2050. De paper beschrijft de impact op het Belgisch energiesysteem, naast een aantal welbepaalde milieu- en socio-economische effecten.

    Working Paper 03-15 [29/04/2015]
  • Het Belgische energiesysteem in 2050: Waar naartoe? - Beschrijving van een Referentiescenario voor BelgiŽ

    Het Federaal Planbureau publiceert om de drie jaar een rapport waarin de langetermijnenergievooruitzichten voor België worden beschreven. Dit rapport is ondertussen al het vijfde in de reeks. De voorgestelde energievooruitzichten simuleren het Europees wetgevend Klimaat/Energiepakket voor België tegen 2020. De publicatie beperkt zich echter niet tot de horizon 2020, maar schetst de evolutie van het Belgische energiesysteem tot 2050.

    EFEN2014 [17/10/2014]
  • Belgische black-outs berekend - Een kwantitatieve evaluatie van stroompannes in BelgiŽ

    Liberalisering, interne markt, interconnecties, reductie van broeikasgasemissies, hernieuwbare-energiedoelstelling: zijn al deze thema’s te verzoenen ? En zo ja, blijft het licht dan wel branden ? Dat is een grote bekommernis van een aantal spelers op het elektriciteitstoneel, niet in het minst van de Staatssecretaris voor Energie die aansprakelijk is voor het garanderen van de bevoorradingszekerheid. In tijden van toenemende productie door variabele energiebronnen en van vertekende investeringssignalen is het garant staan voor de bevoorradingszekerheid geen evidente klus. Het uitblijven van investeringen in benodigde reservecapaciteit en –worst case scenario- het ontoereikend zijn van de productiecapaciteit kunnen immers leiden tot hoog oplopende kosten voor de maatschappij. In deze Working Paper wordt ingezoomd op het specifieke geval dat het, ondanks alle genomen initiatieven en mechanismen, toch fout zou gaan: een nationale stroompanne die de Belgische economie gedurende 1 uur vleugellam maakt en het prijskaartje dat daaraan vasthangt, wordt bestudeerd. 

    Working Paper 03-14 [10/03/2014]
  • Hernieuwbare jobs: werk aan de winkel

    21.000 tot 65.000 voltijdse jobs tegen 2030: dat is het resultaat van een analyse die het Federaal Planbureau ondernam naar aanleiding van een onderzoeksopdracht uitgeschreven door de 4 energieministers van ons land. Voorwaarde: de overschakeling naar een volledig hernieuwbaar energiesysteem tegen 2050. Dat betekent niet enkel elektriciteit opwekken via hernieuwbare weg (zoals bvb. zonnepanelen of windmolens), maar ook onze verwarming, ons warm water, licht, industriële stoom en transport laten draaien op groene energie.

    Press 20130918 [18/09/2013]
  • Walking the green mile in Employment - Employment projections for a green future

    In 2011 bestelden de 4 ministers van Energie een haalbaarheidsstudie bij een consortium van drie wetenschappelijke instellingen. Het Federaal Planbureau, ICEDD en VITO werden aangezocht zich te buigen over de vraag of ons huidig energetisch systeem (dat niet alleen elektriciteit omvat, maar ook verwarming, koeling en transport) tegen 2050 kan omgebogen worden naar een 100% hernieuwbaar alternatief, en wat dit dan wel zou kosten. Na een jaar studiewerk kwam dit triumviraat tot het besluit dat een dergelijke doelstelling technisch gerealiseerd kan worden, maar dat er een belangrijke maatschappelijke omslag vereist is waarmeeeen aanzienlijk prijskaartje gemoeid is. Terzelfdertijd vallen er evenwel een aantal baten te rapen, zoals een significante daling van de invoerkosten van fossiele brandstoffen (olie, aardgas en steenkool) die niet alleen onze externe energiefactuur, maar ook de politieke en economische risico’s die gelinkt zijn met deze invoer fors verbetert, een sterke terugval van de broeikasgasemissies waardoor gezondheidsrisico’s en schadekosten sterk ingeperkt kunnen worden en, tenslotte, de mogelijkheid tot aanzienlijke jobcreatie. Deze Working Paper onderzoekt de nettojobcreatie die een maatschappelijke keuze voor veel meer hernieuwbare energie kan teweegbrengen, maar duidt ook op mogelijke valkuilen en vereiste voorwaarden.

    Working Paper 07-13 [09/09/2013]
  • Towards 100% renewable energy in Belgium by 2050

    In 2011 stelden de vier Belgische ministers bevoegd voor energie (1 federale en 3 regionale) een consortium samen van drie wetenschappelijke partners, het Federaal Planbureau (FPB), het Institut de Conseil et d'Etudes en Dévelopment Durable (ICEDD) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), om de haalbaarheid en de impact te analyseren van een transformatie van het Belgisch energiesysteem naar 100% hernieuwbare energie tegen 2050. Die doelstelling betreft niet enkel de elektriciteitssector, maar alle primaire energie die op Belgisch grondgebied wordt verbruikt.

    De hoofdvraag die in deze studie wordt beantwoord, is of België in staat is om tegen 2050 volledig te draaien op hernieuwbare energie. Deze studie toont aan dat dit kan, hoewel de doelstelling ambitieus is. In totaal zou er 300 tot 400 miljard euro geïnvesteerd moeten worden in de periode tot 2050 voor de overschakeling, maar tegelijkertijd biedt de transitie een antwoord op heel wat uitdagingen.
     

    ENERG_1201 [12/12/2012]
  • Energievooruitzichten voor BelgiŽ tegen 2030

    EFEN2011 [15/11/2011]
  • Prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading tot 2020

    Aardgas is een van de belangrijkste componenten van de Belgische energiemix en dat zal in de komende jaren ook zo blijven. De continuïteit van de aardgasbevoorrading is dus een van de prioriteiten van het Belgische energiebeleid. Om de overheidsinstanties en betrokkenen de mogelijkheid te bieden de evolutie te volgen, heeft de wetgever de opmaak voorzien van een prospectieve studie betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading (prospectieve studie (aard)gas of PSG).

    EPG 2008-2020 Ė Final report [04/10/2011]
  • Impact of the EU Climate-Energy Package on the Belgian energy system and economy - Update 2010 Study commissioned by the Belgian federal authority

    Op vraag van de Federale Overheidsdienst Milieu, heeft het Federaal Planbureau een update uitgevoerd van de energetische en economische impactstudie voor België van het Klimaat- en Energiepakket zoals beschreven in Working Paper 21-08. Working Paper 9-11 is gebaseerd op de nieuwe economische en beleidscontext en maakt gebruik van recente analyses die de Europese Commissie heeft uitgevoerd op niveau van de EU: de analyse van een opvoering van de broeikasgasemissiereductiedoelstelling tot -30% op EU-niveau in 2020 en de routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050.

    Working Paper 09-11 [15/07/2011]
  • Electric cars: Back to the future?

    Er is vandaag de dag veel commotie rond elektrisch aangedreven voertuigen (EV’s). Twee recente gebeurtenissen gaven een belangrijke impuls aan EV’s: de aanname van het wetgevend Energie/Klimaatpakket en de financieel-economische crisis gevolgd door het Europees Economisch Herstelplan en zijn Green Car Initiative. Op basis van recent studiewerk heeft het FPB een eerste kwantitatieve analyse uitgevoerd naar de ontwikkeling van elektrische voertuigen en de impact die klimaatbeleid kan hebben op deze ontwikkeling, naast een inschatting van het effect van verschillende EV-penetratiegraden op de toekomstige elektriciteitsvraag.

    Working Paper 13-10 [21/05/2010]
  • EU Energy/Climate package and energy supply security in Belgium

    Dankzij haar dubbele doelstelling (broeikasgasemissiereductie en hernieuwbare-energieontwikkeling) heeft het Europese Energie/Klimaatpakket een positieve invloed op de afhankelijkheid van België ten opzichte van fossiele energiebronnen en dus op de energetische bevoorradingszekerheid. De netto-invoer van fossiele brandstoffen (olie, aardgas en steenkool) zou in 2020 met 9% verminderd kunnen worden ten opzichte van een projectie bij ongewijzigd beleid. Daarenboven kan in 2020 een besparing in de orde van één miljard euro gerealiseerd worden op de energetische invoer van België, de bijkomende invoer van biomassa inbegrepen. Daarenboven heeft de dubbele doelstelling van het Energie/Klimaatpakket nog een ander voordeel : ze laat toe een evenwichtige energiemix te bewaren in de elektriciteitsproductie en zo een stormloop op aardgas te vermijden. De toename van aardgasinvoer tussen 2005 en 2020 zou slechts 11% belopen, terwijl dit in de projectie bij ongewijzigd beleid nog 21% is.

    Working Paper 16-09 [21/12/2009]
  • Impact of the EU Energy and Climate Package on the Belgian energy system and economy - Study commissioned by the Belgian federal and three regional authorities

    Het Federaal Planbureau heeft, op vraag van de federale en gewestelijke milieuoverheden, de energetische en economische impact van het Energie/Klimaatpakket, dat op 23 januari 2008 door de    Europese Commissie werd voorgesteld, geraamd voor België. Dat pakket vormt de praktische invulling van het besluit van de Europese Raad van maart 2007 om op Europees vlak precieze doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen en hernieuwbare energiebronnen vast te leggen, namelijk de broeikasgasemissies met 20 % verminderen tegen 2020, of zelfs een reductie van 30 % indien een internationale klimaatwijzigingsovereenkomst kan worden bereikt, en het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energieverbruik op 20 % brengen tegen 2020. Het Energie/Klimaatpakket bevat onder meer een lastenverdeling tussen de lidstaten, concrete maatregelen en toepassingsmodaliteiten om de doelstellingen te bereiken. Er werd een evaluatie gemaakt van deze voorstellen, toegepast op de Belgische context.

    Working Paper 21-08 [15/12/2008]
  • Belgiumís energy future challenged by climate change

    Every three years, the Federal Planning Bureau  releases a publication on the long-term energy projections  for Belgium, based on the energy model PRIMES.  This Planning Paper is the third in the series and puts the  emphasis on the link with climate change. Amongst  other things, a baseline and a selection of emission  reduction scenarios for the period after 2012 are  described.

    Article 2007121002 [10/12/2007]
  • Energievooruitzichten voor BelgiŽ tegen 2030 in een tijdperk van klimaatverandering

    Het Federaal Planbureau heeft de traditie om om de 3 jaar een Planning Paper uit te brengen waarin de langetermijnenergievooruitzichten voor België worden beschreven. Deze PP is de derde in de reeks, deze keer werd het accent gelegd op de link met klimaatverandering. Inspiratie daarvoor werd geput uit drie recente studies die door het FPB werden gepubliceerd, nl. de post-2012-klimaatstudie voor federaal minister van Leefmilieu B. Tobback, de Belgische energiebeleidsstudie tegen 2030 opgesteld in het kader van de werkzaamheden van de Commissie Energie 2030 die door federaal minister van Energie M. Verwilghen in het leven is geroepen en een Working Paper die een scharnierpunt vormt tussen bovenvermelde studies, de “toelichtings-WP”. De drie rapporten vertrekken van eenzelfde referentiescenario, maar verschillen in de keuze van alternatieve scenario’s. In deze PP worden hun aanpakken hernomen, gecombineerd en de belangrijkste lessen naar voren geschoven, aangevuld met de bespreking van een volledig nieuw scenario rond energie-efficiëntie en energiebesparingen.

    Planning Paper 102 [31/10/2007]
  • Regionalisation of long-term energy projections for Belgium (horizon 2030)

    In 2004, the Federal Planning Bureau has published two reports on long-term energy projections. They describe long-term energy projections for Belgium, but do not provide results on the level of the three Belgian regions (Flemish, Walloon and Brussels Capital). Since some major responsibilities in the field of energy have been regionalised, an insight into regional energy projections seems to be indispensable. The regions not only have to prepare an energy policy plan for the short term, but also have to come up with an energy plan that overlooks a more elaborate time horizon. At the request of theregions, the Federal Planning Bureau therefore embarked on a regionalisation of the energy scenarios described in the two cited reports, the results of which can be found in two working papers: one describing the results for the Flemish Region, the other the Region of Brussels Capital.

    Article 2007100502 [05/10/2007]
  • Regionalisatie van de energievooruitzichten voor BelgiŽ tegen 2030: resultaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd, getiteld “Energievooruitzichten voor België tegen 2030” (Planning Paper 95) en “Demande maîtrisée d’électricité: élaboration d’une projection à l’horizon 2020” (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich op de natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario’s beschreven in deze twee rapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    Working Paper 09-07 [06/06/2007]
  • Regionalisatie van de energievooruitzichten voor BelgiŽ tegen 2030: resultaten voor het Vlaams Gewest

    In 2004 heeft het Federaal Planbureau 2 rapporten gepubliceerd, getiteld "Energievooruitzichten voor België tegen 2030" (Planning Paper 95) en "Demande maîtrisée d'électricité: élaboration d'une projection à l'horizon 2020" (Working Paper 19-04). Deze rapporten richten zich op de natie België en geven geen cijfers voor de gewesten. Op vraag van het Vlaams Gewest is het Federaal Planbureau overgegaan tot een regionalisatie van de energiescenario's beschreven in deze twee rapporten. Daarnaast werden de resultaten van deze regionalisatie-oefening voor het jaar 2000 vergeleken met de cijfers van de gepubliceerde regionale energiebalans van het Vlaams Gewest.

    Working Paper 07-07 [16/04/2007]
  • Long term energy and emissions'projections for Belgium with the PRIMES model

    In the Royal Decree de dato December 6, 2005 (published in the Belgian Official Journal1 of December 19, 2005) the installation of a Commission Energy 2030 was officialised: the Commission is made up of a number of Belgian and foreign experts who will carefully scrutinize the energy future of Belgium on a long term horizon (2030). In order to fulfil this task, it was decided to start from a quantitative, scientific base. Because of the long expertise in modelling and analysing of long term energy projections, the Federal Planning Bureau (FPB) was asked to take up the task of providing the Commission with the necessary input. This input will subsequently be studied by the Commission, as well as complemented with analyses and other activities executed in its bosom.

    This report aims at gathering the work carried out by the FPB in the above framework. The heart of the analysis of the Belgian energy outlook to 2030 is provided by a set of energy scenarios. These scenarios provide a quantitative basis for the analysis of environmental, energy and economic challenges Belgium will be faced with in the coming years. Doing so, the analysis gives a valuable input to the report the Commission Energy 2030 has to deliver to M. Verwilghen, the federal Minister of Energy.

    REPENERGY0601 [20/09/2006]
  • Het klimaatbeleid na 2012: Analyse van scenario's voor emissiereductie tegen 2020 and 2050

    Deze studie werd gemaakt op vraag van de federale minister van Leefmilieu, Dhr. Tobback. In augustus 2005 vroeg hij aan het Federaal Planbureau om scenario’s in verband met de vermindering van de  broeikasgasemissies (BKG) in België tegen 2020 en 2050 uit te werken en te analyseren in het kader van het klimaatbeleid na 2012. De vermindering van BKG-emissies dient overeen te komen met het afbouwtraject dat de Europese Unie voorstelt in het kader van de uitvoering van het raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatveranderingen. Het gaat om een vermindering van 15 à 30% tegen 2020 en van 60 à 80% tegen 2050 tegenover 1990 voor alle ontwikkelde landen.

    Kyoto 2006 [20/07/2006]
  • Eindverslag in het kader van de onderzoeksovereen-komst S3/64/001: Ruimtelijke economie van de Belgische steden: determinanten, inzet en vooruitzichten vooruitzichten

    Action III - 01 [16/11/2004]
  • Een kink in de kabel: de kosten van een storing in de stroomvoorziening

    Recente marktontwikkelingen in de energiesector hebben deze bedrijfstak op haar grondvesten doen daveren. Liberalisering, concurrentie, tpa, cross-border congestie zijn een greep uit de “nieuwe” begrippen die geplaatst dienen te worden in een energiewereld waarin de onzekerheid een pertinente rol speelt. Eén constante zorg daarbij is de leveringszekerheid voor álle consumenten, met als cruciale vragen of een marktgebaseerde regulering kan volstaan om voldoende productiecapaciteit te verzekeren en welke de voorwaarden zijn om in een marktsysteem nieuwe investeringen met voldoende betrouwbaarheidsstandaarden aan te trekken.

    Working Paper 18-04 [08/10/2004]
  • Interne migraties in BelgiŽ: wie, waarom en naar welke gemeenten? En waarom niet naar steden?

    Migratie en verhuizing zijn twee verschillende termen om een zelfde demografisch fenomeen aan te duiden. Op elk ruimtelijk niveau zorgt dit fenomeen voor de grootste bevolkingswijzigingen, in aantal veel belangrijker dan geboortes en sterftes. Op wereldvlak veroorzaken migraties grote bevolkingsstromen. Enerzijds zijn er migraties tussen ontwikkelingslanden onderling, voornamelijk veroorzaakt door natuurlijke rampen en oorlogen. Anderzijds grijpen er belangrijke volksverhuizingen plaats tussen ontwikkelings- en ontwikkelde landen, het merendeel gestoeld op economische aspiraties. De groeiende mondialisering met in haar kielzog een toename van armoede en ongelijkheid wordt hier vaak met de vinger gewezen. Naast economische internationale bewegingen bestaan er ook asielmigraties. Dit zijn migraties van bevolkingsgroepen die een vijandig regime ontvluchten op zoek naar een betere toekomst in een ander land. Gezinsherenigingen vormen dan een vierde categorie van internationale migratiestromen. Deze 4 types van internationale migratie moeten echter duidelijk onderscheiden worden van interne migraties binnenin een land. En het is deze interne migratie die het voorwerp uitmaakt van dit werk.

    Working Paper 08-04 [26/02/2004]
  • Stedelijke woondynamiek van de Belgische bevolking en haar gezinnen

    De woonpatronen van de elgen blijken voornamelijk beïnvloed door gezinsgrootte,leeftijd,inkomen,beroep,werk of school,diploma en nationaliteit.De hedendaagse woonpatronen van de elgische bevolking worden in hetgeen volgt onder de loep genomen. Ook de bevolkingsdynamiek over de laatste decennia wordt bestudeerd.Het markante aan deze studie is dat ze voor heel het land uitgevoerd werd,en bovendien de gemeente als ruimtelijke eenheid beschouwt.

    Working Paper 13-02 [16/12/2002]
Please do not visit, its a trap for bots