Michel Dumont

Na studies Handelsingenieur behaalde Michel Dumont in 2004 een doctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Tussen 2004 en 2007 doceerde hij aan de Universiteit Antwerpen Internationale Economie en Internationale Economische Organisaties en in 2007 was hij docent Economie van Innovatie aan de TU Delft.

In 2007 ging hij als attaché aan het werk binnen de equipe Structurele Studies van het Federaal Planbureau. Daar verricht hij onderzoek naar de structurele determinanten van economische groei en productiviteit. De nadruk ligt hierbij op het belang van Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) en menselijk kapitaal voor innovatie. Hij onderzoekt o.a. de effectiviteit van de fiscale voordelen die de federale overheid in België verleent voor de O&O-activiteiten van privé bedrijven. Verder is hij ook betrokken bij de analyse van de dynamiek binnen bedrijfstakken op basis van gegevens over de toe- en uittreding van bedrijven en de groei van (startende) ondernemingen.

 

Contactgegevens

Equipes

  • Structurele studies
  • Tax incentives for business R&D in Belgium - Third evaluation

    België heeft zich ertoe verbonden investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) te verhogen tot 3% van het bbp tegen 2020. In het kader van deze verbintenis, heeft de federale overheid verschillende fiscale stimulansen ingevoerd ter ondersteuning van O&O door bedrijven. In dit document worden de resultaten van de derde evaluatie van de efficiëntie van deze belastingvoordelen gepresenteerd, met betrekking op de periode 2003-2015.

    Working Paper 04-19 [29/04/2019]
  • Beschrijving van het QUEST III R&D-model

    In het kader van de ‘doorrekening van de verkiezingsprogramma’s 2019' zal het dynamisch stochastisch algemeen-evenwichtsmodel QUEST III R&D gebruikt worden om de effecten op lange termijn te simuleren van structurele maatregelen die door de politieke partijen worden voorgesteld. Dit document geeft een samenvatting van de kenmerken van het model, presenteert de structuur ervan en de belangrijkste transmissiemechanismen en beperkingen. Vervolgens wordt de werking van het model geïllustreerd aan de hand van vier gestileerde structurele hervormingen.

    DC2019_WP_02 [21/12/2018]
  • Young Firms and Industry Dynamics in Belgium

    Recente studies tonen het belang aan van startende en jonge bedrijven voor jobcreatie, productiviteit en economische groei. Sommige onderzoekers stellen dat de dalende toetreding van nieuwe ondernemingen, voor een deel de, in de meeste OESO‑landen vastgestelde, groeivertraging van de productiviteit kan verklaren. België onderscheidt zich ongunstig van andere landen met een zeer lage startupratio. Deze paper biedt een overzicht van empirische studies voor verschillende landen, aangevuld met bijkomende analyses van de rol van jonge bedrijven in de bedrijfstakdynamiek van werkgelegenheid en productiviteit in België en besluit met een bespreking van de implicaties voor het economisch beleid.

    Working Paper 06-16 [24/06/2016]
  • Evaluation of federal tax incentives for private R&D in Belgium: An update

    In deze paper worden de resultaten voorgesteld van een tweede evaluatie van de fiscale voordelen die de Belgische federale regering tussen 2005 en 2008 heeft ingevoerd om de O&O-activiteiten van particuliere ondernemingen te ondersteunen. In vergelijking met de eerste evaluatie, die plaatsvond in 2012, breidt deze evaluatie de beschouwde periode uit met twee jaar (2010 en 2011) en toont de resultaten van een eerste evaluatie van het belastingkrediet voor O&O-investeringen en van de belastingaftrek van 80 % voor bruto-inkomsten uit octrooien die in 2007 werden ingevoerd. Deze tweede evaluatie gaat ook dieper in op de moeilijkheden van schattingsprocedures om het 'oorzakelijk' verband vast te stellen van overheidssteun en het belang om rekening te houden met de sterke persistentie van de O&O-uitgaven van ondernemingen.

    Working Paper 05-15 [25/06/2015]
  • Public support for R&D and the educational mix of R&D employees

    This Working Paper assesses the impact of public support for R&D activities on the educational mix of R&D employees in private companies in Belgium. Estimations show that some tax incentives significantly raise the share of researchers holding a PhD. There are indications that holders of PhDs substitute for R&D employees with a lower education degree. It is also shown that controlling for changes in the educational mix of R&D personnel lowers estimates of the impact of public support on the average wages of researchers.

    Article STU 04-14 : WP 08-14 [07/01/2015]
  • Public support for R&D and the educational mix of R&D employees

    Vanwege het fundamenteel belang van onderzoek en ontwikkeling (O&O) voor technologische vooruitgang en het gekend marktfalen in kenniscreatie, verleent een grote meerderheid van OESO-landen directe of indirecte steun voor O&O-activiteiten van ondernemingen. Bij de evaluatie van overheidssteun ligt de focus meestal op de mate waarin subsidies of fiscale voordelen O&O-projecten aanmoedigen die bedrijven zonder ondersteuning niet zouden verrichten (zogenaamde inputadditionaliteit). In sommige recente studies wordt ook gekeken naar outputadditionaliteit, namelijk de impact van overheidssteun op product- en procesinnovatie of productiviteit. Er zijn ook een beperkt aantal studies waarin wordt gekeken naar de mogelijke gevolgen van overheidssteun voor de aard van O&O-activiteiten (gedragsadditionaliteit), bijvoorbeeld of er door steun een verschuiving is naar meer risicovolle maar potentieel meer winstgevende O&O-projecten.

    Working Paper 08-14 [30/10/2014]
  • Machines that go ‘ping’: medical technology and health expenditures in OECD countries

    Terwijl het stijgende aandeel van de gezondheidsuitgaven als procent van het nationaal inkomen een welbekend en uitvoerig beschreven fenomeen is in de geïndustrialiseerde wereld, is het moeilijk om de effecten van de onderliggende kostendrijvers te kwantificeren. De grootste moeilijkheid is het vinden van geschikte proxies om de medisch-technologische innovatie te meten. Die laatste wordt beschouwd als een belangrijke determinant van de steeds toenemende gezondheidsuitgaven. De belangrijkste bijdrage van deze paper is het gebruik van data over goedgekeurde medische apparatuur en geneesmiddelen als indicatie voor de medisch-technologische vooruitgang. De effecten van deze variabelen op de totale reële gezondheidsuitgaven per hoofd worden geraamd aan de hand van een panelmodel voor 18 OESO-landen dat betrekking heeft op de periode 1981-2009. De resultaten bevestigen het aanzienlijk kostenverhogend effect van de medische technologie die minstens 50 % van de historische uitgavengroei kan verklaren. Het weglaten van de goedkeuringsvariabelen leidt tot een aanzienlijke opwaartse vertekening van de geraamde inkomenselasticiteit van de gezondheidsuitgaven en heeft een negatief effect op sommige modelspecificatietesten. Ondanks het totale positieve netto-effect van de technologie, is het effect van twee subgroepen van goedkeuringsvariabelen op de uitgaven duidelijk negatief. Die subgroepen kunnen als representatief voor ‘incrementele medische innovatie’ worden beschouwd, terwijl de positieve effecten betrekking hebben op ‘radicaal’ innovatieve farmaceutische producten en apparatuur. De resultaten zijn coherent met die uit andere studies die suggereren dat sommige nieuwe producten, ondanks hun hoge introductieprijs, uiteindelijk kostenbesparend kunnen zijn voor andere medische ingrepen.

    Working Paper 02-13 [29/01/2013]
  • The impact of subsidies and fiscal incentives on corporate R&D expenditures in Belgium (2001-2009)

    This paper presents the results of an initial evaluation of federal fiscal incentives in support of Research and Development (R&D) by companies in Belgium. The impact of regional subsidies and the partial exemption from advance payment for R&D personnel is estimated for the period 2001-2009. The results show that the existing measures of public support have stimulated companies to carry out additional R&D activities.

    Working Paper 01-13 [25/01/2013]
  • Fragiliteit van de financiële structuur van de niet-financiële ondernemingen in de marktsector in België in 2007 en 2010

    Deze working paper vergelijkt de financiële structuur van de niet‐financiële ondernemingen op sectorniveau tussen 2007 en 2010. In de analyse wordt de financiële fragiliteit van sectoren onderzocht. Er wordt ook nagegaan of het feit dat een onderneming in de periode 2008‐2010 in de problemen is gekomen door bijvoorbeeld een faillissement, voor een deel verklaard kan worden door de financiële structuur van die onderneming in 2007.

    Working Paper 10-12 [02/08/2012]
  • Fragiliteit van de financiële structuur van de niet-financiële ondernemingen in de marktsector in België in 2007 en 2010

    Daar waar 2007 in België nog een topjaar was met veel startende ondernemingen en een stijgende werkgelegenheid, brak eind 2008 de wereldwijde financiële crisis uit die leidde tot een economische recessie in 2009. In deze studie wordt, op basis van informatie uit gepubliceerde jaarrekeningen, de financiële situatie van Belgische niet-financiële ondernemingen in 2007, het jaar vóór de financiële crisis, vergeleken met de situatie in 2010, het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn en tevens een jaar waarin er een licht herstel werd vastgesteld. Er werd ook nagegaan of een zwakke score voor een aantal financiële ratio’s in 2007, voor een deel kan verklaren waarom sommige ondernemingen in de periode 2008-2010 in de problemen kwamen (bijvoorbeeld een faillissement).

    Press 20120802 [02/08/2012]
  • De impact van subsidies en fiscale voordelen op onderzoek en ontwikkeling van ondernemingen in België (2001-2009)

    Deze Working Paper beschrijft de resultaten van een eerste evaluatie van de fiscale voordelen om onderzoek en ontwikkeling (O&O) door ondernemingen in België te bevorderen. Na een bespreking van de argumenten voor overheidssteun voor O&O, wordt een overzicht gegeven van de methodes die gebruikt kunnen worden om de impact van overheidssteun te schatten. Daarna worden de resultaten besproken van schattingen die werden gedaan op basis van gegevens over gewestelijke subsidies en federale fiscale steun voor O&O voor de periode 2001‐2009.

    Working Paper 08-12 [18/06/2012]
  • A decomposition of industry-level productivity growth in Belgium using firm-level data

    Deze Working Paper ontleedt de groei van de totale factorproductiviteit op bedrijfstakniveau, i.e. het gedeelte van de outputgroei dat niet toegeschreven kan worden aan de groei van de productiefactoren, op basis van Belgische bedrijfstakgegevens voor de periode 2000-2008. Die ontleding maakt het mogelijk te achterhalen in welke mate de productiviteitsgroei in een bepaalde bedrijfstak afkomstig is van veranderingen in productiviteit op bedrijfsniveau, van de herverdeling van marktaandeel tussen bestaande bedrijven of van de bedrijfstoetredingen en -uittredingen.

    Working Paper 11-11 [21/07/2011]
  • The determinants of industry-level total factor productivity in Belgium

    In deze Working Paper wordt de impact van mogelijke determinanten van totale factorproductiviteit, d.w.z. het gedeelte van de output dat niet verklaard kan worden door de gebruikte hoeveelheid van de productiefactoren, geschat voor België, op basis van bedrijfstakgegevens voor de periode 1988-2007.

    Working Paper 07-11 [26/04/2011]
  • Lissabon 10 jaar later: de evolutie van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in België vergeleken met andere EU-landen

    In deze Working Paper wordt de evolutie van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in België, in de periode 1995‐2007, vergeleken met de evolutie in tien andere EU‐landen. Waar de O&O‐uitgaven van de in België gevestigde ondernemingen tot 2001 nog vrij gunstig evolueerden, daalde nadien niet enkel de O&O‐intensiteit maar verzwakte ook de relatieve positie t.o.v. de andere landen. Deze evolutie is voornamelijk het gevolg van een daling van het aandeel van een aanzienlijk aantal bedrijfstakken in de totale O&O‐uitgaven van de beschouwde groep van landen en minder het gevolg van het type van bedrijfstakken waarin Belgische ondernemingen zich hebben gespecialiseerd.

    Working Paper 20-10 [29/10/2010]
  • Wages and employment by level of education and occupation in Belgium

    Sommige economen wijzen op het feit dat bepaalde taken die door hooggeschoolden worden uitgevoerd, maar waarbij veel gebruik wordt gemaakt van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en waarvoor relatief weinig persoonlijk contact nodig is, redelijk makkelijk kunnen worden uitbesteed aan bedrijven in het buitenland. Informaticaspecialisten, accountants, radiologen en andere beroepen die een redelijk hoog scholingsniveau vereisen zouden hierdoor meer concurrentie uit lageloonlanden ondervinden dan bijvoorbeeld horecapersoneel, schoonmakers, beveiligingspersoneel en andere beroepen die persoonlijke diensten verlenen zonder hoge diplomavereisten. Deze visie impliceert dat het verband tussen het scholingsniveau en de evolutie van lonen en werkgelegenheid niet eenduidig is. Het Federaal Planbureau heeft een analyse gemaakt waarin wordt nagegaan in welke mate het scholingsniveau en de beroepscategorie van werknemers de evolutie van lonen en tewerkstellingskansen verklaren.

    Working Paper 22-08 [17/12/2008]
Please do not visit, its a trap for bots