Page Title

De instelling

Het Federaal Planbureau (FPB) is een onafhankelijke instelling van openbaar nut. Het maakt studies en vooruitzichten over economische, sociale en milieubeleidskwesties. Ook wordt de integratie van die beleidskwesties in een context van duurzame ontwikkeling bestudeerd.

Bart Hertveldt

Na zijn studies aan de Universiteit Gent (Licentie Economie) en de Vrije Universiteit Brussel (Bijzondere Licentie Econometrie), en een ervaring van vier jaar als onderzoeker aan de Universiteit Gent (vakgroep Financiële Economie), trad Bart Hertveldt in april 1993 in dienst op het Federaal Planbureau. De eerste elf jaar van zijn loopbaan op het FPB werkte hij in het domein ‘conjunctuuranalyse en kortetermijnvooruitzichten’. Hij stond onder meer aan de wieg van het kwartaalmodel MODTRIM, dat gebruikt wordt bij de opmaak van de Economische begroting. Sinds medio 2004 is hij Adviseur bij de Sectorale directie van het FPB en coördinator van het team dat de input-outputtabellen en milieu-economische rekeningen voor België opstelt. Hij is actief in het ruime domein van de openbare statistiek, onder meer als lid van de Hoge Raad voor de Statistiek (HRS), expert bij de Raad van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), waarnemer in de Raad van het Interfederaal Instituut voor de Statistiek (IIS) en Belgisch vertegenwoordiger in de Eurostat Technical Group on Consolidated EU-EA Supply, Use and Input-Output Tables. Ten slotte is hij coördinator binnen de sectorale directie van het project ‘Doorrekening verkiezingsprogramma’s’.

 

Contactgegevens

Equipes

  • Sectorale en milieurekeningen en -analyses (Coördinator)
  • Sectorale Directie
  • Doorrekening 2019: startnota - Document opgesteld in het kader van de voorbereidende werkzaamheden van de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van 2019

    De startnota voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma's beoogt de beginselen van de wet van 22 mei 2014, gewijzigd door de wet van 30 juli 2018, in herinnering te brengen, en die in een historische context te situeren. Deze nota beschrijft eveneens het proces dat het Federaal Planbureau, in samenwerking met de contactpersonen van de politieke partijen, heeft opgestart om de wet operationeel te maken. Vervolgens worden de twee fasen van de doorrekening beschreven: de eerste fase heeft betrekking op de raming van de budgettaire impuls en de tweede fase op de impactanalyse. Tot slot worden de verdiensten en de beperkingen van de oefening besproken.

    DC2019_START_NOTE [11/01/2019]
  • Beschrijving en gebruik van het model EXPEDITION

    In het kader van de doorrekeningsoefening wordt de impact van een aantal beleidsmaatregelen, voorgesteld door de politieke partijen, op het beschikbaar inkomen berekend met behulp van administratieve microgegevens. Deze aanpak laat toe om de impact van de bestudeerde maatregelen te verbijzonderen naar individuele en huishoudkarakteristieken. De beleidsmaatregelen waarvan de impact op het beschikbaar inkomen wordt doorgerekend zijn maatregelen die zich situeren binnen het domein van de sociale zekerheid en sociale bijstand, aangevuld met de regelgeving inzake kinderbijslag, de bijdrage- en inhoudingsregels die toegepast worden op deze uitkeringen en de regels inzake personenbelasting. Het instrument dat voor deze berekeningen wordt ingezet is het microsimulatiemodel EXPEDITION. De voorliggende nota beschrijft de belangrijkste eigenschappen van het model EXPEDITION en illustreert de werking van het model op basis van twee simulaties.

    DC2019_WP_03 [21/12/2018]
  • Value chain integration of export-oriented and domestic market manufacturing firms - An analysis based on a heterogeneous input-output table for Belgium

    Voor een meer verfijnde analyse van de integratie van het concurrentievermogen en de waardeketens presenteert deze Working Paper een op microgegevens gebaseerde opsplitsing van de bedrijfstakken van de verwerkende nijverheid in de Belgische aanbod- en gebruikstabellen en input-outputtabellen van 2010 in uitvoergerichte industriële ondernemingen en industriële ondernemingen gericht op de binnenlandse markt. Uitvoergerichte ondernemingen worden gedefinieerd als ondernemingen die minstens 25 % van hun omzet exporteren. Uit de analyses op basis van de resulterende uitvoer-heterogene IOT komen verschillen tussen die twee groepen ondernemingen naar voren in termen van inputstructuur en invoergedrag: uitvoergerichte bedrijven vertonen een lagere verhouding tussen toegevoegde waarde en output, en ze voeren verhoudingsgewijs meer in van de intermediaire producten die ze gebruiken. Verder genereert de export van uitvoergerichte bedrijven heel wat toegevoegde waarde in andere Belgische ondernemingen, in het bijzonder in ondernemingen uit de dienstensector. De beleidsimplicatie van deze resultaten is dat het externe concurrentievermogen niet alleen afhankelijk is van uitvoerders, maar ook van ondernemingen die hoofzakelijk de binnenlandse markt bedienen. Om het effect van exportpromotie te maximaliseren in termen van binnenlandse toegevoegde waarde, moet bijgevolg de volledige waardeketen van de uitvoerproductie in rekening worden gebracht.

    Working Paper 11-18 [26/09/2018]
  • Belgium’s Carbon Footprint - Calculations based on a national accounts consistent global multi-regional input-output table

    De traditionele toewijzing van de verantwoordelijkheid voor de uitstoot van broeikasgassen (BKG) aan het producerende land kan een vertekend beeld opleveren als gevolg van internationale handelsstromen. De invoer van emissie-intensieve producten draagt immers bij aan het verkleinen van de op productie gebaseerde uitstoot van een land. Die vaststelling heeft geleid tot de berekening van koolstofvoetafdrukken, die alle broeikasgassen omvatten die (rechtstreeks en onrechtstreeks) vervat zitten in de producten bestemd voor de finale consumptie van de ingezetenen van een land. Deze Working Paper presenteert ramingen voor de Belgische koolstofvoetafdruk berekend aan de hand van globale multiregionale input-outputtabellen die in overeenstemming zijn gebracht met gedetailleerde Belgische nationale rekeningen. Uit onze berekeningen blijkt dat de Belgische koolstofvoetafdruk aanzienlijk groter is dan de emissies op basis van productie, wat betekent dat België een netto-invoerder is van BKGemissies. Onze resultaten tonen bovendien aan dat overeenstemming met gedetailleerde nationale rekeningen wel degelijk van belang is voor de raming van de koolstofvoetafdruk gebaseerd op MRIO, in het bijzonder voor een kleine open economie zoals België.

    Working Paper 10-17 [28/09/2017]
  • Analyse van de interregionale input-outputtabel voor het jaar 2010

    In deze paper wordt een analyse gemaakt van de interregionale input-outputtabel voor België voor het jaar 2010. Die tabel werd in 2015 door het Federaal Planbureau (FPB) geconstrueerd, in het kader van een overeenkomst met de statistische autoriteiten van de drie gewesten (BISA, SVR en IWEPS). Twee klassieke input-outputanalyses gebaseerd op de toepassing van het Leontief-model op de interregionale input-outputtabel worden hier gepresenteerd: de afleiding van de multiplicatoren per regio en de berekening van de regionale toegevoegde waarde en de regionale werkgelegenheid direct en indirect gegenereerd door de finale vraag.

    Working Paper 05-16 [29/04/2016]
  • Een economische analyse van de sector van alcoholische dranken in België

    In deze paper wordt een analyse gemaakt van het belang van de sector van alcoholische dranken voor de Belgische economie, met een bijzondere focus op bier. Vooreerst wordt een beeld gegeven van het recente verloop van de productie, de in- en uitvoer en het binnenlands verbruik van alcoholische dranken. Die analyse op productniveau wordt aangevuld met een bespreking van de bedrijfstak van de vervaardiging van alcoholische dranken, waarbij de productie, de toegevoegde waarde, de investeringen en de werkgelegenheid aan bod komen. Tot slot worden op basis van de input-outputtabellen van 2010 de productie-, inkomens- en werkgelegenheidsmultiplicatoren gepresenteerd en wordt de totale bijdrage aan het Belgische bbp en de werkgelegenheid berekend van de integrale productie- en distributieketen van geproduceerde en ingevoerde alcoholische dranken.

    Working Paper 02-16 [14/01/2016]
  • Monitoring van de relancestrategie van de Federale regering – Voortgangsverslag

    Het voorliggende document is het vierde zesmaandelijkse voortgangsrapport waarin het Federaal Planbureau (FPB) verslag uitbrengt over de monitoring van de relancestrategie die door de Federale regering in de zomer van 2012 werd opgestart.

    Dit voortgangsverslag maakt een oplijsting van de maatregelen die opgevolgd worden en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van die maatregelen (situatie op 30 juni 2014).

    OPREP201403 [17/07/2014]
  • Monitoring van de relancestrategie van de Federale regering - Voortgangsverslag

    Het voorliggende document is het derde zesmaandelijkse voortgangsrapport waarin het Federaal Planbureau (FPB) verslag uitbrengt over de monitoring van de relancestrategie die door de Federale regering in de zomer van 2012 werd opgestart.

    Dit voortgangsverslag maakt een oplijsting van de maatregelen die opgevolgd worden en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van die maatregelen (situatie op 31 januari 2014). Vervolgens worden de maatregelen aan een analyse onderworpen.

    OPREP201401 [21/02/2014]
  • Input-outputtabellen 2010

    Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de input-outputtabellen tegen lopende prijzen voor het jaar 2010, opgesteld volgens de ESR95-methodologie en in NACE REV. 2 / CPA 2008. Samen met de aanbod- en gebruikstabellen, waarvan ze zijn afgeleid, verzekeren de input-outputtabellen de coherentie van de nationale rekeningen. De voorliggende tabellen zijn coherent met de Nationale rekeningen, Deel 2 – Gedetailleerde rekeningen en tabellen 2012, die in oktober 2013 door het INR werden gepubliceerd. De input-outputtabellen zijn tevens een analyse-instrument ten behoeve van het beleid, voor de studie van intersectorale relaties en voor directe en indirecte impactstudies.

    Input-Output Table 2010 [20/12/2013]
  • Monitoring van de relancestrategie van de Federale regering - Voortgangsverslag

    Het voorliggende document is het tweede zesmaandelijkse voortgangsrapport waarin het Federaal Planbureau (FPB) verslag uitbrengt over de monitoring van de relancestrategie die door de Federale regering in de zomer van 2012 werd aangekondigd.

    Het rapport geeftvooreerst een overzicht van de maatregelen die opgevolgd worden en maakt een stand van zaken op van de voortgang van uitvoering van die maatregelen (situatie op 30 juni 2013). Daarnaast wordt in dit rapport getracht een eerste analyse van de maatregelen te maken. Via een aantal geselecteerde indicatoren wordt enkel een cijfermatige nulmeting vóór maatregelen gepresen­teerd of, waar mogelijk, een eerste inschatting van de ex ante impact gemaakt.

    OPREP201302 [18/07/2013]
  • Monitoring van de relancestrategie van de Federale regering - Voortgangsverslag

    In juli 2012 kondigde de Federale regering haar relancestrategie aan. Centrale doelstellingen van die relancestrategie zijn het ondersteunen van de koopkracht van de burgers, het versterken van de competitiviteit van onze economie en het creëren van meer kwaliteitsvolle jobs.

    In de relancestrategie werd een procedure voor opvolging en monitoring ingesteld, die inhoudt dat het Federaal Planbureau om het half jaar aan de regering een verslag voorlegt over de evolutie van deze procedure en de efficiëntie van de genomen maatregelen in het licht van de doelstellingen van de strategie. Het voorliggende, eerste, monitoringrapport introduceert de monitoringprocedure, geeft een overzicht van de maatregelen die zullen opgevolgd worden (de scope) en geeft een stand van zaken van de voortgang van uitvoering van de maatregelen (situatie op 31 januari 2013).

    OPREP201301 [22/02/2013]
  • Short Term Update 03-12 : Special Topic - Is the Belgian economy more energy sensitive than other European economies?

    Since 2011Q2, economic growth in the euro area has been affected by the global slowdown and, above all, by the sovereign debt crisis. After negative GDP growth in 2011Q4 and 2012Q2, economic activity is expected to have contracted further in 2012Q3, resulting in a 0.5% decline in real GDP this year. A slight recovery is expected in the course of 2013, but annual euro area GDP growth should remain limited to 0.3%. This scenario remains highly uncertain as policy makers' decisiveness in tackling the euro crisis will be crucial to restore consumer and investor confidence.

    Belgian economic activity should decline slightly in 2012 (-0.1%) due to adverse economic conditions in Europe and budgetary austerity. The recent development of consumer and business confidence suggests that Belgian economic activity should stabilize in 2012Q3 after a marked decline in 2012Q2. From 2012Q4 onwards, GDP growth should gradually pick up in the wake of a tentative upswing in the euro area and reach 0.7% on an annual basis in 2013.

    Domestic employment fell in 2012Q1 and should only start to recover from the beginning of 2013 onwards. In 2012, the net increase in employment should amount to 11 000 units on average as it benefits from a favourable carry-over from 2011. In 2013, employment is expected to rise by 13 700 units. As employment growth falls behind the increase in the labour force for two consecutive years, unemployment is expected to rise by 9 100 units this year and by 24 000 units next year. As a result, the harmonised unemployment rate (Eurostat definition) for Belgium should rise from 7.2% in 2011 to 7.4% in 2013.

    According to our most recent inflation forecasts, finalised at the end of September, Belgian inflation, as measured by the yoy growth rate of the national consumer price index, should cool from 2.8% in 2012 to 1.7% in 2013. This is mainly due to a slight decrease in the crude oil price, but also to the fact that some fiscal measures taken in 2012 will no longer affect yoy growth of consumer prices from the beginning of 2013 onwards.

    STU 3-12 was finalised on 3 October 2012.

    Short Term Update 03-12 [Contribuant - 17/10/2012]
  • Vooruitzichten van de transportvraag in België tegen 2030

    In het kader van een samenwerkingsakkoord tussen het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het Federaal Planbureau om de drie jaar langetermijnvooruitzichten voor de transportvraag in België. Deze oefening heeft tot doel een projectie bij ongewijzigd beleid uit te werken die het mogelijk maakt de algemene trends op lange termijn te onderscheiden, elementen aan te reiken waarop een transportbeleid kan steunen en de impact van transportmaatregelen te bestuderen.

    In bijgevoegd bestand werden twee onjuistheden gecorrigeerd: de eerste in tabel 28, de tweede in tabel 30. Deze aanpassingen hebben geen enkele invloed op de algemene conclusies van de studie.

    FORTRANSP_01 [17/09/2012]
  • Offshoring and the Skill Structure of Labour Demand in Belgium

    Als we kijken naar de gevolgen van offshoring, is een belangrijke bekommernis de arbeidsmarktsituatie van laaggeschoolde werknemers. In deze studie wordt empirisch aangetoond dat, in de verwerkende nijverheid, offshoring een neerwaarts effect heeft gehad op het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid tijdens de periode 1995-2007. De belangrijkste bijdrage tot die daling was afkomstig van goederenoffshoring naar Centraal- en Oost-Europa (21%), terwijl ook offshoring van zakelijke diensten een niet verwaarloosbare impact had (8%). In subsectoren van de verwerkende nijverheid met een hogere ICT-kapitaalsintensiteit was de impact van offshoring op het aandeel van laaggeschoolden kleiner. In de sector van de marktdiensten daarentegen kon geen robuust verband worden gevonden tussen offshoring en het aandeel van laaggeschoolden in de werkgelegenheid.

    Working Paper 07-12 [30/05/2012]
  • Supply and Use Tables and Input-Output Tables 1995-2007 for Belgium - Methodology of Compilation

    Bij het gebruik van Aanbod- en Gebruikstabellen (AGT) en Input-Outputtabellen (IOT) die opgemaakt zijn op basis van verschillende versies van de Nationale Rekeningen (NR), ontstaat, als gevolg van herzieningen in de NR, een probleem van coherentie in de tijd. In deze paper wordt de methodologie beschreven die gevolgd werd bij de opmaak van een coherente tijdreeks van AGT en IOT voor de periode 1995-2007, vertrekkend van de NR gepubliceerd in november 2010.

    Working Paper 06-12 [24/05/2012]
  • Analyse van de horecasector in België

    Deze Working Paper geeft een globaal overzicht van de horecasector in België. Meer in het bijzonder wordt ingegaan op een aantal aspecten van de ondernemingsdemografie, het belang van de sector voor de Belgische economie, de evolutie sinds het midden van de jaren negentig en de financiële gezondheid van de horecaondernemingen. Aangezien de productie van horecadiensten een bijzonder arbeidsintensieve activiteit is, wordt speciale aandacht besteed aan het aspect werkgelegenheid.

    Working Paper 01-11 [01/02/2011]
  • Input-outputtabellen van België voor 2005

    Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) presenteert in deze publicatie de input-outputtabellen tegen lopende prijzen voor het jaar 2005, opgesteld volgens de ESR95-methodologie. Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 is het Federaal Planbureau (FPB), binnen het kader van het INR, verantwoordelijk voor de opmaak van de vijfjaarlijkse input-outputtabellen. In de voorliggende publicatie wordt de methodologie die werd gevolgd bij de opmaak van de input-outputtabellen beschreven en worden resultaten getoond op 6x6 niveau. Meer gedetailleerde tabellen zijn (sedert eind maart 2010) beschikbaar op de website van het FPB. Het input-outputsysteem beschrijft op gedetailleerde wijze het productieproces en de goederen- en dienstenstromen in de Belgische economie. Samen met de aanbod- en gebruikstabellen, waarvan ze zijn afgeleid, verzekeren de input-outputtabellen de coherentie van de nationale rekeningen. Ze zijn tevens een analyse-instrument ten behoeve van het beleid, voor de studie van intersectorale relaties en voor directe en indirecte impactstudies.
    De laatste jaren wordt een revival in het gebruik van input-outputtabellen waargenomen, onder meer voor analyses in het domein van globalisering en milieu-economie.
     

    Input-Output Table 2005 [20/05/2010]
  • Langetermijnvooruitzichten voor transport in België : referentiescenario

    Een efficiënt functionerend transportsysteem is essentieel voor de economische ontwikkeling van België. Vandaag is het duidelijk dat transport niet enkel positieve bijdragen levert tot onze welvaart, maar ook negatieve effecten veroorzaakt. De vele files en verkeersongevallen en de slechte luchtkwaliteit zijn daar getuigen van. Er worden regelmatig beleidsvoorstellen geformuleerd om die problemen aan te pakken. Dit rapport wil elementen aanreiken om het beleid te ondersteunen door een beeld te schetsen van wat de toekomst zou kunnen brengen. De oefening heeft tot doel om langetermijnvooruitzichten op te stellen. Dat betekent dat er vooral aandacht besteed wordt aan de determinanten van de langetermijntrends, en minder aan cyclische bewegingen. De tijdshorizon is 2030. Uit de oefening blijkt dat voor sommige indicatoren de evolutie niet zo negatief is als vaak verwacht wordt, maar dat voor andere indicatoren het beeld weinig rooskleurig is.

    Planning Paper 107 [25/02/2009]
  • The PLANET Model: Methodological Report

    The PLANET model is a model of the Belgian Federal PLANning Bureau that models the relationship between the Economy and Transport. Its aim is to produce: (i) medium- and long-term projections of transport demand in Belg ium, both for passenger and freight transport; (ii) simulations of the effects of transport policy measures; (iii) cost-benefit analyses of transport policy measures. The methodological report describes the main features of the PLANET model.

    Working Paper 10-08 [16/05/2008]
  • STU 03-07 : Special Topic : Regional labour market dynamics in Belgium

    This year, the Belgian economy should register an increase in GDP of 2.7%. In 2008, economic growth is expected to slow down to 2.1%.

    In 2006, Belgian exports grew significantly slower than the relevant export markets. Belgian exporters thus suffered from important losses of market share.  Despite a steady deceleration of growth in the relevant export markets this year and next year, export growth should accelerate somewhat. Consequently, losses of export market shares should be more in line with their historical trend. The current account balance has worsened since 2003 due to the continued rise in oil prices. In 2007 and 2008, the slower increase in oil prices and the appreciation of the euro should limit the decline of the current account balance to 0.1% of GDP per year.

    Domestic demand growth, which is mainly determined by the evolution of private consumption and business investment, should amount to 3.2% this year and 2% next year. In 2007, private consumption will benefit from a strong rise in employment and in property income, while business investment will be stimulated by the high capacity utilisation rate and the ongoing rise in profitability. Next year, private consumption growth should decelerate due to a smaller rise in real disposable income and less favourable demand prospects should weigh on business investment. Domestic employment should increase by, on average, 61,300 persons in 2007 and 44,200 persons in 2008. As the number of jobs is growing faster than the labour force, broad administrative unemployment is expected to decrease by 57,800 persons this year and 20,400 persons next year. The harmonised Eurostat unemployment rate (which is calculated by means of labour force surveys) is expected to fall from 8.2% in 2006 to 7.2% in 2008.

    The evolution of inflation, as measured by the national index of consumer prices, is strongly influenced by the evolution of natural gas prices, which should decline in 2007 and rise substantially in 2008. Consequently, inflation should amount to 1.7% this year and 2.2% next year.

    STU 3-07 was finalised on 5 October 2007.

    Short Term Update 03-07 [Contribuant - 30/10/2007]
  • Kwalitatieve werkgelegenheidsdata voor België, een SAM-aanpak voor de periode 1999-2005

    In deze paper wordt een methodologie beschreven om een aantal sociale gegevens (zowel administratieve als enquêtegegevens) te enten op de informatie uit de nationale rekeningen, ten einde een kwalitatief beeld te krijgen van de (ontwikkeling van de) werkgelegenheid. Meer bepaald wordt de binnenlandse werkgelegenheid opgesplitst naar persoonskenmerken (geslacht, leeftijdsklasse en opleidingsniveau) en jobkenmerken (statuut en arbeidsregime). Die opdeling gebeurt op een gedetailleerd bedrijfstakniveau en conform de nationale rekeningen voor de jaren 1999 tot 2005. De hier ontwikkelde methodologie en resultaten vormen een eerste stap in de richting van de creatie van een Social Accounting Matrix (SAM) voor België.

    Working Paper 02-07 [28/02/2007]
  • Fiscal councils, independent forecasts and the budgetary process: lessons from the Belgian case

    This paper describes the operating mode of the two existing Belgian fiscal councils - the High Council of Finance and the National Accounts Institute - as well as their role in the budgetary planning process and emphasizes the part taken by the FPB in producing independent macroeconomic forecasts. In the context of the revised Stability and Growth Pact, lessons drawn from the Belgian experience can certainly be useful for other Member States willing to improve their fiscal institutional settings.

    WP 04-06 [06/10/2006]
  • Fiscal councils, independent forecasts and the budgetary process: lessons from the Belgian case

    This paper describes the operating mode of the two existing Belgian fiscal councils as well as their role in the budgetary planning process. These institutions, created or reformed in depth in a context of large public deficits and increasing public debt-to-GDP ratios coupled with the regionalization of the Belgian state, are the result of a maturing process. The National Accounts Institute covers the positive side of the budgetary process, while the High Council of Finance deals with the normative side. Concerning the former domain, the creation of an independent institution to provide unbiased forecasts undeniably contributed to the consolidation of public finances in Belgium. In the context of the revised Stability and Growth Pact, lessons drawn from the Belgian experience can certainly be useful for other Member States willing to improve their fiscal institutional settings. Our chief recommendations for making the budgetary process successful are: institutions dealing with positive economics should enjoy a fully independent status but remain public; positive and normative issues should be completely separated from an institutional point of view; and responsibility should be shared between several strong independent institutions so as to minimize political pressure.

    Working paper 04-06 [15/06/2006]
  • Determinanten van internationale lokalisatie, met toepassing op de Agoriabranches

    Working Paper 16-05 [29/09/2005]
  • Analyse van de horecasector

    In deze studie wordt de Belgische horecasector onder de loep genomen. Naast een schets van de demografie van de ondernemingen wordt het belang van de horeca in de Belgische economie alsook de evolutie van de sector sedert het midden van de jaren 90 toegelicht. Wegens het arbeidsintensieve karakter van de productie van horecadiensten wordt hierbij bijzondere aandacht besteed aan het aspect werkgelegenheid. Voor deze studie werd een beroep gedaan op cijfermateriaal afkomstig uit de Nationale Rekeningen 1995-2003 en de Input-outputtabellen 2000, aangevuld met administratieve bronnen en enquêtes.

    Working Paper 21-04 [23/12/2004]
  • Modellering op kwartaalbasis van de BTW-ontvangsten in Modtrim II

    Deze paper beschrijft de modellering van de btw-ontvangsten in het kwartaalmodel Modtrim II. In een eerste hoofdstuk worden de voornaamste kenmerken van het btw-regime en de inningsmodaliteiten in herinnering gebracht. Vervolgens worden het verloop van de impliciete btw-voet en de belangrijkste determinanten onderzocht. Een derde hoofdstuk is gewijd aan de timing en de amplitude van de cycli van de bruto btw-ontvangsten, de restituties en de bijhorende macro-economische grootheden. De eigenlijke modellering, bestaande uit een lange- en kortetermijnvergelijking, wordt voorgesteld in het vierde hoofdstuk, waarna simulaties buiten sample worden becommentarieerd. In het zesde en laatste hoofdstuk wordt aan de hand van een volledige modelsimulatie onderzocht hoe btw-ontvangsten reageren op vraagschokken.

    Working Paper 14-04 [01/06/2004]
  • 10 jaar Economische Begroting : Een terugblik op de kwaliteit van de vooruitzichten

    Sinds 1994 publiceert het Instituut voor de Nationale Rekeningen (inr) tweemaal per jaar macro-economische kortetermijnvooruitzichten, kortweg ‘economische begroting’ genoemd, die nodig zijn voor het opstellen van de federale ontvangsten- en uitgavenbegrotingen en het uitvoeren van de begrotingscontroles. Binnen het inr werd de taak van het voorbereiden van de economische begroting toevertrouwd aan het Federaal Planbureau (fpb). In deze ‘post mortem analyse’ worden de vooruitzichten voor de economische groei en de inflatie uit die economische begrotingen onderworpen aan een kwaliteitscontrole.

    Working Paper 13-04 [01/06/2004]
  • STU 01-04 : Special Topic - A post-mortem analysis after ten years of Economic Budget

    In 2003, real economic growth in Belgium amounted to 1.1% thanks to the recovery registered in the second half of the year. World trade growth, which has been remarkably strong since the last few months of 2003, should weaken and the impact of the more expensive euro should make itself more profoundly felt. The pace of exports and GDP growth should then slacken a little by the end of this year. All in all, GDP at constant prices should grow by 2.0% in 2004.

    Last year, solid domestic demand combined with disappointing exports led to a considerable negative contribution of net exports to GDP growth. Thanks to the strong recovery of exports and the weaker growth of domestic demand, that negative contribution should be transformed into a slightly positive contribution this year. Households will only reduce their savings rate when the situation on the labour market becomes noticeably brighter. However, the unemployment rate should only stabilize by the end of 2004, thereby preventing a further fall in the savings rate.

    This year, a gradual increase in employment should be registered. By the end of the year, employment should be 16,500 units higher than the level at the end of last year. Due to the low starting point at the beginning of this year and the fact that the increase is taking place gradually, employment in annual average should exceed last year’s level by only 7,000 units.

    Headline inflation should increase by 1.5% in 2004, as compared with 1.6% last year. On the one hand, underlying inflation should drop significantly as a result of the past appreciation of the euro and the moderate evolution of unit labour costs. On the other hand, the downward impact of the abolition/ reduction of radio and television license fees has been almost exhausted.

    Short Term Update 01-04 [Contribuant - 18/03/2004]
  • Economische begroting 2004 - Begrotingscontrole

    Economic forecasts 2004 C [09/03/2004]
  • De opmaak van de economische begroting : een handleiding

    De Wet van 21 december 1994 heeft het Federaal Planbureau, als instelling die deel uitmaakt van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, het opstellen van de economische begroting als taak toevertrouwd. Deze paper schetst het insti-tutionele kader waarbinnen de opmaak van de economische begroting gebeurt en geeft een overzicht van het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Tevens wordt ingegaan op de gevolgde methodologie en wordt beschreven welke instrumen-ten hiervoor werden ontwikkeld.

    Working Paper 17-03 [30/10/2003]
  • Economische begroting 2004 - Economische vooruitzichten

    Economic Forecasts 2004 [15/10/2003]
  • MODTRIM II : A quarterly model for the Belgian economy

    Since 1994 the Federal Planning Bureau has been using the annual version of the econometric model modtrim as a central tool to produce its short-term macroeconomic forecasts. At the origin of the project, and as its name indicates, this annual version was meant to be short-lived and quickly replaced by a quarterly version. Unfortunately, the lack of quarterly national accounts prevented from doing so for several years. In 1998, the Institute for National Accounts published official quarterly accounts for the first time and the construction of the quarterly version of the model started in Spring 2000. On that occasion, the opportunity was taken to reassess all behavioural equations of the model. The more limited availability of quarterly data, in comparison with annual data, implied that a more aggregated version of the accounting framework of the yearly model had to be constructed.

    Working Paper 06-03 [20/05/2003]
  • Economische begroting 2003 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 2003 C [10/03/2003]
  • Economische begroting 2003 - Economische vooruitzichten

    Economic Forecasts 2003 [04/09/2002]
  • Economische begroting 2002 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 2002 C [15/03/2002]
  • STU 01-02 : Special Topic - The business cycle in Belgium and the euro area: a comparison

    After an exceptional year in 2000, world trade growth deteriorated sharply in 2001. The collapse of world trade can be explained by the synchronized slackening of the three main economic powers (United States, Japan, and the European Union). The attacks of 11 September and their economic and political impact have, of course, amplified the downturn. The end of destocking and the hesitant recovery, which, according to certain indicators, may be starting in the United States during the first semester of this year, should allow world trade to regain positive growth rates, although a stronger recovery should not be expected before the second half of 2002.

    The Belgian economy was severely affected by the slowdown in world trade. On annual average, GDP should have grown by about 1.0% in 2001. In 2002 GDP should record an almost identical average annual increase, i.e. 0.9%. The composition and dynamics should, however, be quite different. After a first quarter marked by the impact of the bankruptcy of SABENA, real GDP should grow at positive qoq rates in a range between 0.5 and 1%. The economic upturn should only have a positive impact on employment by the end of the year. This year, consumer price inflation should fall below 2%. It seems that lower imported inflation is finally beginning to be passed on to the underlying inflation.

    Our forecast is counting on a gradual recovery in world trade, which should regain its full dynamics by the end of the year. We assume that the positive impact on economic recovery will mainly be observed in 2003. A strong recovery earlier this year would of course have a positive impact on growth in Europe and in Belgium as long as it does not give rise to an increase in oil prices.

    Short Term Update 01-02 [Contribuant - 22/02/2002]
  • Economische begroting 2002

    Economic Forecasts 2002 [15/07/2001]
  • Economische begroting 2001 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 2001 C [15/03/2001]
  • Economische begroting 2001

    Economic Forecasts 2001 [15/07/2000]
  • Economische begroting 2000 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 2000 C [15/03/2000]
  • Economische begroting 2000

    Economic Forecasts 2000 [15/07/1999]
  • Economische begroting 1999 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 1999 C [15/02/1999]
  • STU 04-98 : Special Topic - The accuracy of the FPB short-term economic forecasts since 1994

    The FPB is reassessing the state of the economy in 1998 and its possible evolution for 1999.

    In 1998 the Belgian economy has continued to grow strongly and has moved into a “mature” phase of recovery with exports and investment no longer providing the engine for growth. Private consumption, fed mainly by employment growth, moderate real wage increases and high consumer confidence, took over their role. Employment growth remains impressive.

    The outlook for the world economy for 1999 has deteriorated: the Asian crisis has widened and deepened and contagion effects have started to affect also Russia, Latin American countries and, to a lesser extent, Eastern Europe. World financial markets have shown extreme volatility. Continental European countries will be affected by the deterioration of the global economic performance and the weakening of the USD, but should nevertheless become the fastest growing area in the world.

    Any forecast concerning Belgium is fragile in this context but it seems likely that the GDP-growth forecast for 1999 given in July (2.6%) is too optimistic. The Belgian economy might not be growing faster than 2.2% with significant downward risks on the domestic and international side.

    Many uncertainties and downward risks regarding the international environment are linked, and, given the interdependencies in the global economy could trigger all the others and lead to a sharp deterioration in the overall economic situation.

    Export growth should be significantly lower than in 1998 while private consumption should be less affected. Employment should still increase by 0.8% and the unemployment rate should further fall from 8.6% to 8.3% (Eurostat standardised definition).

    In any case, consumption price inflation remains subdued at about 0.9% (1% for the “health” index). Wage increases will remain moderate, under the influence of the “wage norm”. Interest rates in Belgium drop in line with international rates. This should be a positive factor for domestic demand.

    Short Term Update 04-98 [Contribuant - 24/11/1998]
  • Economische begroting 1999

    Economic Forecasts 1999 [15/07/1998]
  • Macro-economische determinanten van de werkgelegenheid - Bijdrage tot de rapporten 1997 van de HRW en de CRB

    Working Paper 05-98 [15/07/1998]
  • STU 02-98 : Special Topic - Explaining consumer price inflation

    Growth in Belgium in 1997 turned out significantly better than expected, but some weakening has occurred during the last quarter. The underlying trend in GDP growth should, however, confirm the 2.5% growth forecast for 1998.

    The weakening in growth activity at the end of last year is to a large extent due to a significantly lower rate of growth for exports. As has been mentioned in other FPB-publications, the Asia crisis is having a dampening effect on the world and also the Belgian economy. The impact of the Asia crisis will mainly be felt in trade. Export growth will, therefore, continue to be negatively affected by slower growth in world trade. Price competitiveness has, on the other hand, improved considerably during the last two years. All in all, net exports should continue to make a positive contribution to GDP growth, but this contribution will be smaller than in 1997. As the effect of the Asia crisis is expected to be limited to 1998, some increase in growth is again expected in 1999 with GDP growth of 2.8%.

    Domestic demand and particularly private consumption have continued to show a marked improvement. The consumer confidence index, strengthened by the creation of considerable employment opportunities, somewhat higher wage increases and good news concerning public finance, points to sustained consumer growth during the first quarters of 1998.

    The medium-term outlook for Belgium points to an average growth rate of 2.6% over the next five years. But even with this rate of growth and moderate wage increases in accordance with the 1996 Framework Law, unemployment is likely to remain above the 1990 level. The growth in employment is estimated at around 0.75% per year and the supply of labour would increase by 0.2% per year.

    The general government borrowing requirement should continue to show a gradual decrease and become a surplus from 2002 onwards in an “unchanged policy” scenario. The primary surplus should remain close to 6% from 1997 to 2000 and should increase again from then on. The debt ratio and interest burden are clearly decreasing.

    Consumer price inflation should remain at 1.1% this year and show only a slight increase next year. If there are no external shocks and if wages continue to be constrained by the Competitiveness Law, there are few reasons why price stability should be threatened in future. Nominal interest rates should remain low.

    Short Term Update 02-98 [Contribuant - 28/05/1998]
  • Economische begroting 1998 - Begrotingscontrole

    Economic Forecasts 1998 C [15/02/1998]
  • Economische begroting 1998

    Economic Forecasts 1998 [15/07/1997]
  • “MARIBEL-hervorming” - Doorlichting van verscheidene alternatieven ter herformulering van de MARIBEL-bijdrageverminderingen

    Working Paper 02-97 [15/05/1997]
Please do not visit, its a trap for bots