Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Een geleidelijke herneming van de Belgische economie met 1,1% in 2014 en 1,5% in 2015 (11/09/2014)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten kaderen in de opmaak van de federale begroting voor 2015. Op beleidsvlak houden deze vooruitzichten enkel rekening met door de overheden formeel goedgekeurde beslissingen. Nieuwe maatregelen in het kader van de regionale regeerakkoorden werden niet opgenomen aangezien ze nog niet voldoende zijn gedetailleerd.

Een moeizaam economisch herstel van de eurozone

De groei van de wereldeconomie zou, na een relatief zwakke eerste jaarhelft, aan kracht winnen in het tweede semester van 2014 en in 2015. De herneming wordt aangedreven door de Amerikaanse economie, met een groei van 2,2% in 2014 en 3,1% in 2015. Het economisch herstel van de eurozone daarentegen verloopt moeizaam. Door een tegenvallende eerste jaarhelft zou de economische groei in 2014 niet meer dan 0,8% bedragen. In 2015 zou de bbp-groei in de eurozone uitkomen op 1,3% onder impuls van een aantrekkende wereldhandel, een soepel monetair beleid en een geleidelijke versteviging van de binnenlandse vraag. De groeidynamiek van de eurozone wordt evenwel afgeremd door het handelsconflict met Rusland en vooral doordat een aantal lidstaten nog steeds kampt met hoge schulden, ontoereikende kredietverlening en hoge werkloosheid.

De onzekerheid bij dit internationaal scenario blijft groot. De inflatie in de eurozone is momenteel erg laag, waardoor een nieuwe ongunstige vraagschok zou kunnen uitmonden in deflatie. Daarnaast kan een heropflakkering van de Europese schuldencrisis of een verdere escalatie van het conflict in Oekraïne het consumenten- en producentenvertrouwen aantasten. Ten slotte kan de normalisering van het Amerikaans monetair beleid resulteren in een wereldwijde opstoot van de langetermijnrentes.

De netto-uitvoer en de binnenlandse vraag leveren beide een positieve bijdrage tot de Belgische bbp-groei

Na een krimp die enkele kwartalen aanhield, hernam de Belgische economie in het tweede kwartaal van 2013. De groei verstevigde gaandeweg tot 0,4% in het eerste kwartaal van 2014 dankzij een positieve bijdrage van de netto-uitvoer en van de binnenlandse vraag. Het herstel van de Belgische economie haperde in het tweede kwartaal (0,1%), wat deels het gevolg was van een tijdelijke terugval van de activiteit in de bouwsector, die in het eerste kwartaal uitzonderlijk sterk presteerde dankzij de milde winter. De Belgische bbp-groei zou vanaf de tweede helft van dit jaar geleidelijk aan kracht winnen door een voorzichtige herneming van de Europese conjunctuur en een verdere versteviging van de binnenlandse vraag. Op jaarbasis resulteert dat in een groei van 1,1% in 2014 en 1,5% in 2015.

De Belgische uitvoer zou door de geleidelijke verbetering van de internationale conjunctuur aantrekken met 2,3% in 2014 en met 3,2% in 2015, maar trager blijven groeien dan de buitenlandse afzetmarkten. De netto-uitvoer zou in beide jaren een positieve bijdrage leveren tot de economische groei (telkens 0,3 procentpunt), wat leidt tot een kleiner tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans.

Door de geleidelijke verbetering van de arbeidsmarktsituatie zou de spaarquote van de gezinnen licht terugvallen t.o.v. vorig jaar. De particuliere consumptie zou daardoor met 1,2% toenemen in 2014 en in 2015, wat in lijn is met de ontwikkeling van het reëel beschikbaar inkomen. De stijging van de koopkracht en de lage hypothecaire rente laten een verder (bescheiden) herstel toe van de woningbouw, dat in de tweede helft van vorig jaar werd ingezet. Na een jarenlange terugval zouden de gezinsinvesteringen aldus een groei van resp. 0,8% en 1,4% laten optekenen.

De bedrijfsinvesteringen zouden, na een lichte daling vorig jaar, in 2014 en 2015 aantrekken naarmate de binnen- en buitenlandse afzetmogelijkheden stijgen. Ze worden ook ondersteund door de toename van de rendabiliteit, de recente versoepeling van de kredietvoorwaarden en de behoefte aan uitbreidingsinvesteringen (de industriële capaciteitsbezettingsgraad situeert zich sinds begin dit jaar net boven zijn langetermijngemiddelde). De investeringsgroei (resp. 5,4% en 1,5%) wordt vertekend door een belangrijke aankoop (in het buitenland) van schepen door een maritiem bedrijf in 2014. Gezuiverd voor die aankoop, die de invoer in even grote mate doet toenemen en bijgevolg geen effect heeft op het bbp, stijgen de investeringen van de ondernemingen met resp. 3,7% en 3%.

Rekening houdend met alle gekende maatregelen zou de volumegroei van de overheidsconsumptie in 2014 en 2015 uitkomen op respectievelijk 1,2% en 0,7%. De evolutie van de overheidsinvesteringen wordt in belangrijke mate bepaald door infrastructuurwerken van de lokale overheid. Na een volumedaling van in totaal bijna 11% tijdens de periode 2013-2014, zouden de overheidsinvesteringen zich in 2015 enigszins herstellen met 3,7%.

Een lichte daling van de werkloosheid in 2015

De binnenlandse werkgelegenheid daalde jaargemiddeld met 9 700 personen in 2013. De aantrekkende economische groei in 2014 en 2015 zou resulteren in een nettotoename van het aantal arbeidsplaatsen, die al bij al beperkt blijft tot resp. 9 400 (0,2%) en 27 400 (0,6%). De arbeidsproductiviteit en de arbeidsduur maken immers een inhaalbeweging. Beide daalden tijdens de periode van laagconjunctuur en remden aldus het banenverlies af. Gegeven de evolutie van de beroepsbevolking, neemt het aantal werklozen (met inbegrip van de niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen) dit jaar nog toe met 2 400 eenheden, maar volgend jaar zou hun aantal met 8 300 verminderen. De geharmoniseerde Eurostat-werkloosheidsgraad zou dalen van 8,5% in 2014 tot 8,3% in 2015.

De inflatie blijft laag

De Belgische inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen (NICP), vertraagde in 2013 tot 1,1% en zou in 2014 verder afkoelen tot 0,6%, dit tegen de achtergrond van dalende energieprijzen. Die zijn het gevolg van lagere prijsnoteringen op de termijnmarkten en van toegenomen concurrentie op de binnenlandse markt voor aardgas en elektriciteit. Bovendien werd in april 2014 de btw-voet op elektriciteit voor huishoudelijk gebruik verlaagd. In 2015 zou de onderliggende inflatie zich jaargemiddeld stabiliseren, terwijl de prijzen van olieproducten in euro licht toenemen als gevolg van de depreciatie van de euro. Daardoor zou de toename van het NICP in 2015 uitkomen op 1,3%.

De gezondheidsindex, die niet beïnvloed wordt door het prijsverloop van alcoholische dranken, tabak, benzine en diesel, zou eveneens toenemen met resp. 0,6% en 1,3%. De huidige spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen (101,02) zou overschreden worden in februari 2015.

Kwartaalverloop van het Belgische bbp in volume - Gegevens gecorrigeerd voor seizoensinvloeden en kalendereffecten

The chart will appear within this DIV.

Kwartaalverloop van de binnenlandse werkgelegenheid - Gegevens gecorrigeerd voor seizoensinvloeden

The chart will appear within this DIV.

Voor meer informatie: Filip Vanhorebeek, 02/507.74.12, fvh@plan.be

Please do not visit, its a trap for bots