Volgens de nieuwe demografische vooruitzichten zou België in 2060 13,1 miljoen inwoners en 5,9 miljoen huishoudens tellen. Dat zijn 1,9 miljoen inwoners en 1,1 miljoen huishoudens meer dan in 2014 (17/03/2015)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Het Federaal Planbureau en de Algemene Directie Statistiek hebben hun demografische vooruitzichten geactualiseerd. In vergelijking met de vorige projectie werd de verwachte bevolkingsgroei op korte termijn neerwaarts en op lange termijn opwaarts herzien. Die herziening wordt in het bijzonder verklaard door een verrijking van de hypothesen inzake de toekomstige evolutie van de internationale migratiestromen. De hypothesen inzake de vruchtbaarheid, het sterftecijfer en de interne migratie werden enkel geactualiseerd op basis van de meest recente waarnemingen. Uitgaande van die hypothesen zou de bevolking van het Rijk stijgen van 11,2 miljoen inwoners in 2014 tot 11,4 miljoen inwoners in 2020 (+2,5%) en 13,1 miljoen inwoners in 2060 (+17%). Door een relatief grotere toename van het aantal kleinere huishoudens (vooral de eenpersoonshuishoudens en, in mindere mate, de eenoudergezinnen) groeit het aantal Belgische huishoudens op lange termijn sneller dan de bevolking.

  • Op korte termijn blijft de immigratie vanuit Spanje, Italië, Portugal en Griekenland aanzienlijk - hoewel lager dan de voorbije jaren - als gevolg van de financiële en economische crisis in die landen. Anderzijds zouden de maatregelen uit 2011, voornamelijk wat betreft gezinshereniging, de immigratie vanuit niet-Europese landen verder afremmen.
  • Op lange termijn, rekening houdend met de verwachte groei van de wereldbevolking (vooral in niet-EU-landen) en de toenemende globalisering en mobiliteit, zouden de migratiestromen opnieuw stijgen.
  • Het extern migratiesaldo (34 843 individuen in 2013), of het verschil tussen de immigraties en de emigraties, situeert zich op lange termijn tussen 25 000 en 30 000 individuen per jaar.
  • De levensverwachting blijft gestaag toenemen, maar vertraagt geleidelijk aan tegen 2060: de levensverwachting bij de geboorte zou stijgen van 77,9 jaar in 2013 tot 86,3 jaar in 2060 voor de mannen en van 82,9 jaar tot 88,4 jaar voor de vrouwen. De levensverwachting op 65-jarige leeftijd stijgt van 17,2 jaar in 2013 tot 23,3 jaar in 2060 voor de mannen en van 20,6 jaar naar 25,1 jaar voor de vrouwen.
  • De vruchtbaarheid blijft op lange termijn gehandhaafd op het gemiddelde niveau van vóór de financiële en economische crisis, namelijk iets meer dan 1,8 kinderen per vrouw.
  • Op lange termijn daalt het natuurlijk saldo (verschil tussen geboorten en overlijdens). Die krimp wordt vooral verklaard door de stijging van het aantal overlijdens wanneer de babyboomgeneraties geleidelijk de hoge leeftijdscategorieën bereiken (85 jaar vanaf 2030).
  • Het aantal huishoudens op het niveau van het Rijk groeit met 4,1% in 2020 (196 000 bijkomende huishoudens) en met 24% in 2060 (1,1 miljoen bijkomende huishoudens).

De bevolking in de gewesten

In elk van de drie gewesten wordt ook een bevolkingsgroei verwacht, zij het in verschillende tempo's (zie tabel 1).

  • De bevolkingsgroei is merkelijk sterker in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (+27% in 2060 ten opzichte van 2014 of ongeveer 315 000 bijkomende inwoners) dan in het Vlaams Gewest (+14% in 2060 ten opzichte van 2014 of ongeveer 907 000 bijkomende inwoners). Het Waals Gewest (+20% in 2060 ten opzichte van 2014 of ongeveer 722 000 bijkomende inwoners) neemt een tussenpositie in.
  • De relatief forsere stijging die op lange termijn verwacht wordt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, niet alleen ten opzichte van de twee andere gewesten maar ook ten opzichte van de groei in de vorige projectieoefening, is het gevolg van het groot aandeel immigranten die zich in dat gewest vestigen bij hun aankomst en van het verwachte immigratieniveau op lange termijn dat in deze projectie werd verhoogd. Tot 2025 leidt de neerwaartse herziening van de op korte termijn verwachte immigratie echter tot een geringere groei t.o.v. de vorige projectie.

Leeftijdsstructuur

Deze vooruitzichten tonen eens te meer aan dat de Belgische bevolking verder zal vergrijzen, met een toename van de gemiddelde leeftijd van 41 jaar in 2014 tot 44 jaar in 2060. De demografische afhankelijkheidscoefficiënt van de ouderen (65+/15-64 jaar) stijgt bijgevolg (van 27% in 2014 tot 42% in 2060) en het aantal personen op actieve leeftijd per oudere daalt (van 3,6 in 2014 tot 2,4 in 2060).

De gemiddelde leeftijd van de bevolking en de evolutie ervan verschillen naargelang van het gewest. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stijgt de gemiddelde leeftijd van 37 jaar in 2014 tot 38,5 jaar in 2060. In het Waals en het Vlaams Gewest gaat het om toenames van respectievelijk 41 tot 44 jaar en 42 tot 45 jaar.

Groei van het aantal particuliere huishoudens in het Rijk en de gewesten

Op het niveau van het Rijk:

  • Het aantal alleenstaande huishoudens stijgt met 50% in 2060 ten opzichte van 2014. Die stijging wordt verklaard door de vergrijzing maar ook door het toenemend aantal personen op actieve leeftijd die in een eenpersoonshuishouden leven (door eigen keuze, na een scheiding...). Ook het aantal eenoudergezinnen neemt toe (+28% in 2060 t.o.v. 2014). Die twee trends leiden tot een daling van de gemiddelde gezinsgrootte in België.
  • Het aantal huishoudens bestaande uit een samenwonend koppel met of zonder kinderen kent een opwaartse evolutie (+46% in 2060 t.o.v. 2014 voor de huishoudens bestaande uit een samenwonend koppel zonder kinderen en +63% voor de huishoudens bestaande uit een samenwonend koppel met kind(eren)) ten nadele van de huishoudens bestaande uit een gehuwd koppel met kind(eren) (-22% in 2060 t.o.v. 2014). Die laatste trends worden verklaard door de veronderstelde voortzetting van de tijdens de afgelopen jaren waargenomen socio-culturele evoluties, meer bepaald een zwakkere geneigdheid tot huwen ten gunste van het wettelijk of feitelijk samenwonen.

De analyse van de evolutie van het aantal huishoudens per gewest toont enkele gewestelijke kenmerken (zie tabel 1).

  • In het Waals en het Vlaams Gewest stijgt het aantal huishoudens sneller dan de bevolking.
  • In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, daarentegen, groeit de bevolking sneller dan het aantal huishoudens. Dat wordt met name verklaard door het feit dat het aantal gehuwde huishoudens met kind(eren) niet daalt als gevolg van de specifieke kenmerken van de Brusselse bevolking (wat betreft de samenlevingsvormen), vooral onder invloed van de immigratie.

Belang van de hypothesen

In het kader van deze demografische vooruitzichten werd bij het opstellen van de hypothesen, voor de korte termijn, rekening gehouden met recente ontwikkelingen m.b.t. de financiële en economische crisis en hun impact op de componenten van de bevolking, alsook met de huidige beleidsmaatregelen inzake migratie. Voor de lange termijn volgt de projectie een scenario van ongewijzigd beleid en ongewijzigde ‘maatschappelijke organisatie’. De hypothese van ‘ongewijzigde maatschappelijke organisatie’ impliceert niet dat de waarden van de verschillende centrale parameters worden bevroren, maar net de voortzetting van trends die kenmerkend zijn voor de huidige maatschappelijke context (breuken en grote verschuivingen worden daarbij niet voorzien). In geval van een belangrijke wijziging of breuk met die trends, zou de realiteit kunnen afwijken van de hypothesen van deze projecties.

 

Voor meer informatie kunt u zich richten tot:

Marie Vandresse, vm@plan.be; tel. 02.507.73.62 – demografische vooruitzichten
Johan Duyck, jd@plan.be; tel. 02/507.73.86 – bevolkingsvooruitzichten
Jean-Marc Paul, jmp@plan.be; tel. 02/507.74.48 – sterftequotiënten
Stephan Moens, stephan.moens@economie.fgov.be ,02/277.63.47 – demografische vooruitzichten

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots