Afschaffing van de degressiviteit van het minimumloon en jongerenwerkgelegenheid: welke impact? (16/03/2018)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Deze maatregel heeft een bescheiden positief effect gehad op het loon en op de kans om in tewerkstelling te blijven. Anderzijds was er een negatief effect op de aanwervingskans.

Tussen 2013 en 2015 heeft België de degressiviteit van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) geleidelijk afgeschaft voor jonge werknemers tussen 18 en 20 jaar. Voordien werden voor de jonge werknemers van 20, 19 en 18 jaar verlaagde percentages van het GGMMI van respectievelijk 94%, 88% en 82% toegepast.

België is een van de OESO-landen met de hoogste minimumlonen en met een hoge structurele werkloosheidsgraad bij de jongeren, vooral bij de laaggeschoolden. In die context is het denkbaar dat de hervorming en de resulterende verhoging van het minimumloon een negatieve impact kunnen hebben op de werkgelegenheid van de jongsten. Maar heeft de hervorming ook effectief zulke impact veroorzaakt?

De afschaffing van de degressiviteit van het GGMMI heeft voor de werknemers van 20, 19 en 18 jaar aanleiding gegeven tot een verhoging van het GGMMI met respectievelijk 6%, 12% en 18%. De hervorming heeft nochtans maar een beperkte impact gehad op sectoraal niveau, aangezien een groot aantal paritaire comités de degressiviteit al hadden afgeschaft. Vanaf 2007 werden de barema’s immers herzien om leeftijd te vervangen door anciënniteit overeenkomstig een Europese richtlijn om de leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt te verminderen. Daarom hebben slechts enkele paritaire comités de degressiviteit afgeschaft als gevolg van de hervorming. In deze studie wordt de impact van de afschaffing van de degressiviteit geraamd door de resultaten vóór en na de hervorming te vergelijken voor de categorieën van jonge werknemers die al (18-20 jaar) dan niet (22 jaar) in aanmerking komen en voor paritaire comités die al dan niet de degressiviteit moesten afschaffen. De impact van de verhoging van het minimumloon wordt dus geraamd voor alle jonge werknemers van 18-20 jaar in die paritaire comités, ook voor degenen die niet tegen de verlaagde minima worden verloond.

De resultaten tonen dat de hervorming een bescheiden positief effect heeft gehad op het loon en op de kans om in tewerkstelling te blijven. Ze heeft daarentegen een negatieve impact gehad op de aanwervingskans, wat de positieve impact op de kans om in tewerkstelling te blijven compenseert. Die effecten zijn sterker wanneer de studie wordt beperkt tot de jongere werknemers (18 en 19 jaar). De resultaten bevestigen die van andere studies die tonen dat een hoger minimumloon het aantal aanwervingen en jobbeëindigingen bij jongeren doet dalen. Onderstaande tabel vat de belangrijkste resultaten samen.

De belangrijkste conclusie van de studie is dat de hervorming een beperkte impact heeft gehad op de werkgelegenheid ondanks een aanzienlijke stijging van het minimumloon van de jongeren. Naast het feit dat de effecten op de retentie- en aanwervingskansen elkaar vrijwel opheffen, kunnen daarvoor nog twee redenen worden aangehaald: het geleidelijke karakter van de invoering van de
hervorming en een relatief beperkt gebruik van de degressieve minima vóór de hervorming.

Voor meer informatie:
Maritza López Novella , 02/507.73.46, mln@plan.be

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots