Hoe krijgen we schone energie voor alle Belgen? (17/05/2018)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Het Paasakkoord ligt er, de energiestrategie is uitgetekend. Voor de vertaling in een operationeel plan moet die strategie evenwel nog een cijfermatige invulling krijgen. Bovendien moet België, volgens het “Pakket Schone Energie voor alle Europeanen” van de Europese Commissie, tegen eind 2018 een ontwerp van nationaal energie- en klimaatplan indienen bij de Europese Commissie. Een nieuwe publicatie van het Federaal Planbureau wil hierbij een handje helpen. Ze volgt op de publicatie van de energievooruitzichten die in oktober 2017 zijn verschenen en waarin één enkel scenario, een scenario zonder doelstellingen of bijkomend beleid na 2020,  referentiescenario genaamd, werd uitgebeend.

Dit rapport bestudeert drie scenario’s, beleidsscenario’s, en vergelijkt die met het referentiescenario uit de vorige publicatie. De beleidsscenario’s integreren klimaat- en energiedoelstellingen tegen 2030 en plaveien de weg naar een koolstofarme economie tegen 2050. De beleidsscenario’s verschillen onderling in de ambitie waarmee ze de niet-ETS-broeikasgasemissies in België willen doen dalen. Kort samengevat betekent dit dat de broeikasgasemissies uitgestoten door transport, landbouw, gebouwen en een deeltje industrie naar beneden moeten evolueren om in lijn te zijn met de voorgestelde verordening inzake de verdeling van de inspanningen (de Effort Sharing Regulation). De daling in de drie beleidsscenario’s bedraagt respectievelijk 27 %, 32 % en 35 % in 2030 vergeleken met 2005. 35 % is het vooropgestelde doel voor België, de andere twee scenario’s kunnen het gat met de 35 %-doelstelling dichtrijden door een beroep te doen op flexibiliteit (in de tijd en tussen lidstaten).

In wat volgt, bespreken we inzichten voor twee jaren: 2030 en 2040. Dat laatste jaar wordt tussen haakjes weergegeven.

Enkele lessen:

  • Met gericht beleid slagen we erin om, tegen 2030 (2040), onze totale broeikasgasemissies (ETS en niet-ETS) met een derde (de helft) te reduceren ten opzichte van het jaar 1990, zelfs met een verdere ontwikkeling van onze economie, behoud van industrie en een groeiende bevolking. Zonder doelstellingen en nieuw beleid strandt de reductie op ongeveer een kwart.
  • Hernieuwbare energie gaat in de beleidsscenario’s verder op zijn huidige groei-elan en steekt nog een tandje bij. In 2030 (2040) zal ongeveer één vijfde (één derde) van alle energie die we als eindconsument verbruiken, hernieuwbaar zijn. Een andere grote brok wordt ingevuld door elektriciteit. De verdere elektrificatie van de maatschappij, vooral in gebouwen en transport, is onvermijdelijk indien we willen meestappen in een klimaatambitieus verhaal. Deze elektriciteit wordt op haar beurt voor iets meer dan 50 % (ongeveer 60 %) opgewekt door… hernieuwbare energie.
  • Energie-efficiëntie, door het Internationaal Energieagentschap ook wel eens de ‘verborgen brandstof’ genoemd, is een belangrijke pijler voor het klimaatbeleid in het energievore België. In 2030 (2040) noteren we een daling van het primair energieverbruik met 30 % (32 à 34 %) ten opzichte van 2005. De manoeuvreerruimte in de industrie is relatief beperkt. Energie-efficiëntie wordt immers reeds hoog in het vaandel gedragen door de energie-intensieve industrie: energiekosten (waaronder de aankoop van uitstootrechten) nopen al tot investeringen in zuinige en koolstofarme technologieën. De grootste inspanningen, zowel financieel als gedragsmatig, moeten dan ook worden gezocht bij de gezinnen (verwarming en vervoer) en de diensten. De brandstofmix in passagiersvervoer wordt elektrisch, verwarmingsbehoeften dalen door betere isolatie, betere bouwvereisten en zuinigere boilers. Het saldo wordt ingevuld door hernieuwbare energie, (hernieuwbare) elektriciteit en (aard)gas.
  • Aardgas blijft een belangrijke pijler in onze energiemix: het kan immers gebruikt worden voor heel wat toepassingen. Te denken valt aan residentiële verwarming, industriële proceswarmte, elektriciteitsopwekking, transportdoeleinden, ... We zien dat in 2030 (2040) in alle beleidsscenario’s ongeveer 7 % (7 %) meer aardgas wordt geconsumeerd dan wat we vandaag verbruiken. Dit is evenwel minder dan we zouden doen indien we geen klimaat- en energiedoelstellingen zouden opleggen aan het systeem: in de beleidsscenario’s ligt het verbruik van aardgas 14 % (20 %) lager dan in het referentiescenario.
  • In de beleidsscenario’s krimpt onze behoefte om fossiele (vervuilende) energie in te zetten in gebouwen en transport fors. Terzelfdertijd stijgt onze binnenlandse productie van hernieuwbare energie. Toch daalt onze invoerafhankelijkheid niet echt. Dat komt omdat van de gevoelig gedaalde energievraag in de toekomst nog steeds een belangrijk deel ingevoerd dient te worden. België is immers een land met een beperkt potentieel voor de ontginning van eigen (hernieuwbare) energiebronnen. Deze ingevoerde energie betreft aardolie, aardgas, elektriciteit, biomassa en een heel klein deeltje steenkool bestemd voor de productie van ijzer en staal. De invoer van fossiele brandstoffen neemt evenwel een duik met 2 à 3 miljard euro (6 à 7 miljard euro) vergeleken met het referentiescenario.

Danielle Devogelaer, 02/507.74.38, dd@plan.be
Dominique Gusbin, 02/507.74.27, dg@plan.be

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots