Non-take-up van werkgeversbijdrageverminderingen: het FPB identificeert de oorzaken en stelt oplossingen voor (22/06/2018)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Veel ondernemingen zijn nauwelijks op de hoogte van de maatregelen voor werkgeversbijdrageverminderingen, wat in sommige gevallen een verklaring kan zijn voor non-take-up. De complexiteit van de wetgeving of van de administratieve procedures en het tijdgebrek zijn ook factoren die het gebruik van die maatregelen in de weg staan.

Uit een vorige studie bleek dat een groot deel van de werkgevers die voldoen aan de toekenningsvoorwaarden voor de werkgeversbijdragevermindering ‘eerste aanwervingen’ er geen gebruik van maken. Deze opvolgstudie beoogt verklaringen te geven voor de non-take-up van vier maatregelen op het vlak van werkgeversbijdrageverminderingen: de structurele vermindering, de verminderingen voor oudere werknemers, de verminderingen voor de aanwerving van werkzoekenden en de vermindering ‘eerste aanwervingen’. Er wordt een gemengde methode gebruikt: er werden diepgaande gesprekken gevoerd met eerstelijnsactoren, er werd een enquête afgenomen bij de ondernemingen en de resultaten van die enquête werden aangevuld met interviews en focusgroepen.

Maatregelen die vaak te weinig gekend zijn

Uit de enquêtes blijkt dat de vermindering ‘eerste aanwervingen’ van de bestudeerde maatregelen de best gekende is. Een reden daarvoor zou kunnen zijn dat er vaak gecommuniceerd werd over de versterking van die maatregel in het kader van de taxshift. Toch verklaart een aanzienlijk deel van de respondenten dat ze de maatregel niet kennen (tussen 15 % en 38 % volgens de bevraagde populatie). De verminderingen voor de aanwerving van werkzoekenden zijn beter gekend door de werkgevers in het Waals Gewest, terwijl de verminderingen voor oudere werknemers beter gekend zijn in Vlaanderen. Die verschillen zouden verband kunnen houden met de specifieke kenmerken van de regionale arbeidsmarkten, zoals een belangrijke aanwezigheid van langdurige werklozen of oudere werknemers. De structurele vermindering is het minst goed gekend (tussen 38 % en 62 % van de werkgevers en de zelfstandigen geven aan dat ze de maatregel niet kennen). Die maatregel wordt nochtans het meest toegekend, maar wordt doorgaans aangevraagd door de sociale secretariaten en vereist geen bijkomende gegevens van de ondernemingen, in tegenstelling tot de meeste doelgroepverminderingen. Dus, enkel voor die laatste zou een gebrek aan kennis een hinderpaal vormen voor het gebruik van de maatregelen.

Daarnaast zou non-take-up ook worden verklaard door hoge ‘kosten’

Naast een gebrek aan kennis over de maatregelen zou de non-take-up van de werkgeversbijdrageverminderingen hoofdzakelijk worden verklaard door hoge kosten, die grotendeels worden uitgedrukt in tijd. Die kosten zouden onder meer het gevolg zijn van de complexiteit van de wetgeving (aangehaalde reden door 48 % à 58 % van de respondenten) of van de administratieve procedures (aangehaalde reden door 30 % à 67 % van de respondenten). Een groot deel van de werkgevers gaf ook aan dat ze dachten dat de steun automatisch werd toegekend. De psychologische kosten, zoals stigmatisering of uitstelgedrag, die vaak worden aangehaald om de non-take-up van sociale rechten te verklaren, lijken verwaarloosbaar te zijn bij de bevraagde werkgevers.

Hoe kan een ruimer gebruik van de maatregelen aangemoedigd worden?

Drie belangrijke hefbomen om het gebruik van werkgeversbijdrageverminderingen te verhogen worden gesuggereerd: betere communicatie, vereenvoudiging van maatregelen en procedures, en automatisering, hoewel dat laatste ook bepaalde nadelen heeft, vooral op het vlak van veelheid en complexiteit aan te verwerken gegevens. Deze studie maakt deel uit van het onderzoeksproject TAKE over de non-take-up van overheidssteun.

Dat project wordt gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid; de Universiteit Antwerpen (coördinator), de Universiteit Luik en de FOD Sociale Zekerheid nemen er ook deel aan. Daarnaast hebben het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ), het Waals economisch instrument SOGEPA en een sociaal secretariaat actief deelgenomen aan de enquêtes waarop de resultaten van deze studie zijn gebaseerd.

Voor meer informatie:

Elise Boucq, 02/507.73.68, elb@plan.be
Maritza López Novella, 02/507.73.46, mln@plan.be

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots