Personenvervoer: piek in zicht? (31/01/2019)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

In samenwerking met de FOD Mobiliteit en Vervoer publiceert het Federaal Planbureau zijn langetermijnvooruitzichten voor de transportvraag bij ongewijzigd beleid in België. Deze vierde editie toont een verzadiging van de vraag naar het personenvervoer tussen 2015 en 2040. Het goederenvervoer kent een sterkere groei, aangedreven door de internationale handel. Die evoluties leiden tot een daling van de gemiddelde snelheid op het wegennet, vooral rond de agglomeratie Antwerpen. De broeikasgasemissies stijgen licht tussen 2015 en 2040. De emissies van lokale polluenten dalen daarentegen gedurende de volledige projectieperiode.

Het personenvervoer bereikt een piek. Het goederenvervoer groeit internationaal.

De groei van de vraag naar het personenvervoer vertraagt in de projectie. Die vraag stabiliseert zich aan het einde van de projectie en ligt 10% boven het niveau van 2015. De demografische groei alleen is verantwoordelijk voor het grootste deel van deze evolutie: de stijging van de welvaart per inwoner heeft geen positieve impact meer op het totale aantal verplaatsingen van de individuen.

Die toename van de welvaart heeft nog wel een impact op de aandelen van de verschillende verplaatsingsmotieven. De verplaatsingen voor vrije tijd stijgen ten nadele van andere verplaatsingsmotieven (trips in verband met het beroepsleven, studies, dagelijkse behoeften).

De modale verdeling van de verplaatsingen evolueert traag in de projectie. De wagen blijft met voorsprong het belangrijkste transportmiddel, met een aandeel van meer dan 80%.

Het verband tussen het goederenvervoer en de evolutie van het Belgische bbp zwakt verder af in de projectie. Dat is het gevolg van de verdere tertiarisering van de economische activiteiten. De totale vraag naar het goederenvervoer stijgt evenwel sneller (+25%) dan voor het personenvervoer, met vooral een sterke groei van de handel met het buitenland (+37%). Die groei wordt verklaard door de aanwezigheid van grote zeehavens en infrastructuur met goede internationale verbindingen.

Het spoorvervoer en de binnenvaart nemen sneller toe dan het wegvervoer. Het aandeel van het wegvervoer (vrachtwagens en bestelwagens) daalt dus tegen 2040. Het wegvervoer blijft wel dominant voor het goederenvervoer, met een aandeel hoger dan 75% in 2040.

Meer congestie

De toename van het personen- en goederenvervoer over de weg zorgt voor een toename van het verkeer die, zonder nieuwe maatregelen, leidt tot een daling van de snelheid op het wegennet als gevolg van de congestie. Die daling is gemiddeld weinig merkbaar op nationaal niveau op een doorsneedag (-2%). Dat effect is ongelijk verdeeld over het grondgebied en is meer uitgesproken in de grote agglomeraties. In de agglomeratie Antwerpen wordt de grootste toename van de personen- en goederenstromen verwacht, en deze wordt hierdoor het meest getroffen. De gemiddelde snelheid daalt er met ongeveer 13% op de belangrijkste assen.

Lichte groei van de broeikasgassen en sterke vermindering van de lokale polluenten

Het referentiescenario gaat uit van de toepassing van de nieuwe Euronormen, de verbetering van de energie- efficiëntie van voertuigen, een toenemend gebruik van biobrandstoffen en een toenemende penetratie van hybride en elektrische motoraandrijvingen. Dankzij deze maatregelen en ontwikkelingen, dalen de directe emissies (zogenaamde 'Tank-tot-Wiel-emissies') van lokale polluenten, zoals NOX en PM2,5, ondanks de groei van de transportvraag. Vergeleken met 2015 zijn de emissies van NOX met 74% en van PM2,5 met 71% gedaald in 2040. De directe broeikasgasemissies bereiken in 2040 een licht hoger niveau dan in 2015 (+3%): de verwachte stijging van de transportvraag wordt niet volledig gecompenseerd door de technologische verbeteringen en de genomen maatregelen.

Kader van de projectie

De evolutie van de transportvraag is een projectie bij ongewijzigd beleid. Ze is gebaseerd op de macro-economische en sociodemografische vooruitzichten van het Federaal Planbureau en houdt rekening met de evolutie van de transportkosten (monetaire en tijdskosten). De projectie gaat uit van een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,5 % van het bbp (in volume) en van 0,4 % van de Belgische bevolking. Ze gaat uit van een voortzetting van het huidige fiscale en prijsbeleid en van de uitvoering van bestaande Europese richtlijnen die voorzien in nieuwe Euronormen, een verbetering van de energie-efficiëntie voor voertuigen en een toename van het gebruik van biobrandstoffen. Er wordt rekening gehouden met het feit dat er vanaf 2016 wordt afgestapt van het Eurovignetsysteem voor vrachtwagens ten gunste van een kilometerheffing. Ook met de gelijkschakeling van de accijnzen op benzine en diesel wordt rekening gehouden in deze projectie bij ongewijzigd beleid. Wat de infrastructuur betreft, gaat de projectie ervan uit dat de huidige wegeninfrastructuur onveranderd blijft. Het toenemende wegvervoer leidt dus tot meer congestie en, bijgevolg, tot een vermindering van de snelheid op de weg. De modellering van de wegen en individuele verbindingen is niet voldoende gedetailleerd om bijvoorbeeld de Oosterweel-verbinding, het Gentse circulatieplan of de sluiting van de Brusselse tunnels te kunnen berekenen. Voor dergelijke oefeningen blijven de gewestelijke verkeersmodellen de meest geschikte instrumenten. Voor het spoorvervoer en de binnenvaart wordt de snelheid verondersteld constant te blijven over de periode. Er wordt dus impliciet verondersteld dat de toename van de vraag voor die transportmodi kan worden opgevangen door de bestaande spoor- en binnenvaartinfrastructuur of dat deze infrastructuur dienovereenkomstig aangepast zal worden.

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots