Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Het Federaal Planbureau stelt zijn economische vooruitzichten voor de periode 2004-2009 voor. (17/05/2004)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Herstel van de wereldeconomie, maar met regionale verschillen

Het herstel van de wereldeconomie dat sinds de groeivertraging in 2001 meermaals werd aangekondigd, krijgt eindelijk vorm: de groei van de wereldeconomie en van de internationale handel versnelde in het tweede semester van 2003. Hoewel de verschillende economische zones hebben bijgedragen tot die opleving, is vooral het herstel van de Amerikaanse en Japanse economie opzienbarend. In de eurozone verloopt het herstel trager.

De economische groei van de eurozone, die werd afgeremd door de appreciatie van de euro, zou 1,8 % bedragen in 2004 en 2,3 % in 2005. In de Verenigde Staten, waar het monetaire beleid soepeler is en het begrotingsbeleid expansiever, zou 4,2 % bedragen in 2004 en 3,2 % in 2005.

Op middellange termijn zou de economische groei in de eurozone, na een hoogtepunt van 2,5 % in 2006, geleidelijk terugkeren naar een tempo dat in de buurt van zijn potentiële groei ligt (2,1 %). Dat scenario is echter omgeven door belangrijke onzekerheden die in het bijzonder toe te schrijven zijn aan de Amerikaanse financiële onevenwichten en aan de huidige geopolitieke situatie en de gevolgen hiervan op de olieprijzen.

De Belgische groei trekt aan tot in 2005, handhaaft zich in 2006 en verzwakt nadien.

De groei van de Belgische economie stijgt van 2 % in 2004 naar 2,7 % in 2005. Daarmee doet België het iets beter dan de eurozone. De combinatie van goede exportresultaten en binnenlandse economische maatregelen (meer overheidsinvesteringen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, daling van de verplichte heffingen, stijging van de sociale uitgaven), verklaart waarom de opleving groter wordt en het sterkst is in 2005.

Ook in 2006 zou de economische groei (2,5 %) vrij krachtig zijn dankzij de aanhoudend sterke internationale conjunctuur en nieuwe begrotingsimpulsen. In de periode 2007-2009 valt de Belgische groei terug op zijn 'potentiële' groeitempo (2,1 %) als gevolg van de Europese conjunctuurvertraging en het ontbreken van bijkomende begrotingsimpulsen.

Stijgend aantal arbeidsplaatsen en lichte daling van het aantal werklozen

De impact van het herstel op de werkgelegenheid zal pas vanaf 2005 ten volle merkbaar zijn. Na een werkgelegenheidscreatie van 9000 eenheden in 2004, zouden er vanaf 2005 tot 2009 gemiddeld 30 000 plaatsen per jaar bijkomen. Over de volledige projectieperiode zou de nettowerkgelegenheidscreatie bijna 160 000 eenheden bedragen. Als we rekening houden met een gelijktijdige toename van 150 000 eenheden bij de bevolking op arbeidsleeftijd - vooral in de leeftijdsklasse 50-64 jaar - zou de werkgelegenheidsgraad matig stijgen (van 61,3 % in 2003 naar 62,3 % in 2009). Die werkgelegenheidscreatie zou slechts gepaard gaan met een lichte daling van de werkloosheidsgraad, die, als we de oudere werklozen meerekenen, van 14,1 % in 2003 afbuigt naar 13,5 % in 2009 (of een daling van 10 000 personen).

Matige ontwikkeling van de loonkosten, lage inflatie

Naast de economische groei, spelen de matige loonkostenontwikkeling en de maatregelen ter aanmoediging van banen met een lage productiviteit een rol bij de werkgelegenheidscreatie. Over de volledige periode zou de stijging van de reële loonkost per uur in de marktsector gemiddeld slechts 1,4 % per jaar bedragen en bijgevolg lager liggen dan de productiviteitsgroei die - hoewel historisch laag - toch 1,6 % zou halen. De inflatie zou zich daardoor stabiliseren rond gemiddeld 1,6 % per jaar.

Stabilisering van de broeikasgasemissies

De daling van de energie-intensiteit van het bbp met gemiddeld 1,2 % per jaar en de stijging van het aandeel van gas en elektriciteit in het energie-eindverbruik resulteren in een daling van de energiegebonden CO2 -intensiteit van het bbp (met jaarlijks gemiddeld 1,8 %). Daardoor zouden de broeikasgasemissies zich nagenoeg stabiliseren in de volgende jaren. Zonder bijkomende maatregelen zouden de emissies de internationale engagementen van België evenwel met 14 % overschrijden in 2009.

Overheidsfinanciën met een tekort

Na vier jaar een begrotingsoverschot of - evenwicht te hebben geboekt, zou de gezamenlijke overheid de komende jaren een tekort laten optekenen. In 2004 blijft het tekort beperkt tot 0,3 % van het bbp dankzij eenmalige verrichtingen. Het deficit zou stijgen van 1,2 % van het bbp in 2005 naar 1,4 % van het bbp in 2006. Vanaf 2007 zou het dalen en 0,7 % van het bbp bedragen in 2009. Het opnieuw verschijnen van een overheidstekort betreft enkel Entiteit I (de federale overheid en de sociale zekerheid). Het vorderingentekort van Entiteit I zou in totaal 0,9 % van het bbp bedragen in 2004 en 1,3 % van het bbp in 2009.

De huidige koers van het begrotingsbeleid is expansief: over de periode 2003-2006 zouden de verschillende initiatieven van de overheid (belastingverlaging, hogere sociale uitgaven) een begrotingsimpuls van bijna 2 % van het bbp vertegenwoordigen. De gunstige impact van het herstel op de fiscale en parafiscale ontvangsten wordt afgeremd doordat de loonmassa en de particuliere consumptie trager aantrekken en doordat de consumptie van accijnsgebonden producten stagneert. Het vorderingensaldo, gecorrigeerd voor conjunctuurinvloeden en bepaald in het kader van het Stabiliteits- en groeipact, is in 2004 licht positief, maar laat in 2005 een tekort van ongeveer 1 % van het bbp optekenen.

Indien het structureel evenwicht niet wordt hervonden, zouden de doelstellingen van het Stabiliteitsprogramma 2004-2007 in verband met het vorderingensaldo (nl. een evenwicht tot 2006 en een overschot van 0,3 % van het bbp in 2007) niet worden gehaald. Bovendien zou het erg moeilijk worden om de doelstelling van de Hoge Raad voor Financiën te halen (een overschot van 1,5 % van het bbp in 2011) met het oog op de financiering van de vergrijzing van de bevolking in het volgende decennium.

Toch zou de overheidsschuld in percentage van het bbp blijven dalen, maar in een trager tempo. De schuldratio zou lager zijn dan 100 % van het bbp vanaf 2004 en minder dan 90 % van het bbp bedragen vanaf 2007, zoals voorzien in het stabiliteitsprogramma.

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots