België en energie: wat zijn de vooruitzichten? (06/04/2004)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Het Federaal Planbureau publiceert de energievooruitzichten voor België tegen 2030. Verschillende problematieken werden grondig onderzocht: het energieverbruik en de bevoorradingszekerheid, het peil van de CO2-emissies en het Kyoto-protocol, de elektriciteitsproductie en de 'mix' fossiele, hernieuwbare en nucleaire energie en de groeiende transportsector. Bedoeling is de moeilijkheden die in het verschiet liggen, aan te stippen en een evaluatie te maken van gerichte acties die een oplossing kunnen aanreiken.

De vooruitzichten over de evolutie van het energieverbruik

De studie is opgebouwd rond een basisscenario dat een samenhangend beeld geeft van de langetermijnevolutie van het Belgisch energiesysteem.

Volgens dat basisscenario zou het bruto binnenlands energieverbruik met 0,2 % per jaar stijgen tussen 2000 en 2030. Ten opzichte van het verleden gaat het hier om een vertraging: tussen 1970 en 2000 werd een jaarlijkse toename van 1,1 % opgetekend. De impact van de economische en demografische groei zou immers afgezwakt worden door structuurwijzigingen in de verwerkende nijverheid en door de ontwikkeling van de dienstensector. Bovendien zouden de technologische vooruitgang en de trendmatige stijging van de energieprijzen - in het bijzonder de aardgasprijs - die vertraging in de hand werken.

Het aardgasverbruik zou aanzienlijk toenemen tegen 2030 en zou 40 % van de totale primaire energievraag bedragen in 2020 en 2030 (tegenover 23 % in 2000). Dat vloeit vooral voort uit het groter aandeel van aardgas in de elektriciteitsproductie. Het aandeel van olie zou stabiel blijven op 40 %. Steenkool zou in eerste instantie verder achteruitgaan: 5 % in 2020 tegenover 14 % in 2000. Tussen 2020 en 2030 zou het steenkoolverbruik echter opnieuw terrein winnen en 16 % bedragen in 2030. De redenen hiervoor zijn terug te vinden in het feit dat er van kernenergie afgestapt wordt en dat de aardgasprijs stijgt. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (vooral windenergie) zou verdrievoudigen, maar hun aandeel in de totale primaire vraag zou zwak blijven: in 2000 bedroeg dat aandeel 1,3 %, in 2020 en 2030 is dat respectievelijk 3 % en 3,7 %.

Volgens het basisscenario zouden de CO2-emissies zich nagenoeg stabiliseren in de periode 2000-2015. Toch wordt er in de periode 2015-2030 een sterke stijging genoteerd (+ 38 % in 2030 ten opzichte van 1990), ondanks een lichte daling van het totale energieverbruik vanaf 2020. Die toename is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de transportsector en aan de ontwikkeling van de steenkoolcentrales in de elektriciteitssector naar aanleiding van de sluiting van de kerncentrales.

Beleidsmaatregelen, de aardgasprijs: wat is hun impact?

Naast een bespreking van de resultaten van het basisscenario, wordt in deze studie ook nagegaan wat de impact zou zijn van de recente of nieuwe beleidsmaatregelen. Die impact wordt gemeten ten opzichte van het basisscenario.

  • Het energieverbruik van de transportsector zou met 10 % dalen indien er maatregelen worden ingevoerd om de problematiek van het stijgend energieverbruik in die sector aan te pakken (bijvoorbeeld het ontwikkelen van alternatief vervoer voor weg- en luchtvervoer of het aanmoedigen van een hogere bezettingsgraad van de voertuigen). De impact van die vermindering zou tot uiting komen in een daling van de totale CO2-emissies in België: -4 % in 2010 en -2 % in 2030.
  • Indien de gewestelijke doelstellingen inzake hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling worden gehaald, zou de structuur van de elektriciteitsproductie een significante impact hiervan ondergaan: het gebruik van hernieuwbare energie om elektriciteit te produceren zou in 2010 verdrievoudigen. Hernieuwbare energie zou instaan voor 9 % van de elektriciteitslevering in 2030, ten nadele van aardgas en steenkool. Dankzij die maatregelen zou de primaire energievraag met 1 % dalen in 2010 en met 3,2 % in 2030. Bovendien zouden de totale CO2-emissies in België afnemen met 2,7 % in 2010 en met 6,6 % in 2030.
  • De CO2-emissies zouden met 25 % of 15 % afnemen in 2030 indien het huidige nucleaire beleid zou wijzigen, bijvoorbeeld als de levensduur van de bestaande kerncentrales zou worden verlengd, al dan niet in combinatie met nieuwe investeringen in kernenergie.
  • De hogere aardgasprijzen zouden weliswaar in het voordeel spelen van steenkool en hernieuwbare energie, maar zouden de CO2-emissies aanzwengelen met 6 % in 2030. De structuur van het elektriciteitsproductiepark zou in dat geval sterk gewijzigd worden ten voordele van steenkool en, in mindere mate, van hernieuwbare energie.

Het Kyoto-protocol en post-Kyoto

Hoewel de technologische vooruitgang, de betere energie-efficiëntie van de uitrustingen en de huidige beleidsmaatregelen de verdere ontwikkeling van de CO2-emissies afremmen, zouden ze die emissies niet kunnen terugbrengen naar het niveau dat in overeenstemming is met het Kyoto-protocol. Er zijn andere beleidsmaatregelen nodig om die doelstelling te bereiken.

Voor de post-Kyoto-periode kan, gelet op de evolutie van de emissies, enkel een combinatie van beleidsmaatregelen voor alle sectoren, alle economische actoren en alle energievormen, ervoor zorgen dat de CO2-emissies in België afnemen. De studie toont de beperkingen van hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling op lange termijn. Ze wijst ook op de beperkte draagwijdte van maatregelen die enkel gericht zijn op de herstructurering van transportmiddelen zonder in te werken op mobiliteit in het algemeen. Een wijziging in het kernenergiebeleid zou daarentegen een significante impact hebben op de CO2-emissies. Door die wijziging zou er echter opnieuw nagedacht moeten worden over de problematiek van de financiering van de investeringen en de problematiek van de veiligheid van de kerncentrales.

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots