Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Economische Begroting 2004 (20/06/2003)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) de cijfers van de Economische Begroting 2004 meegedeeld aan de Minister van Economie. Deze macro-economische vooruitzichten dienen als basis voor de begrotingscontrole 2003 en de opmaak van de federale ontvangsten- en uitgavenbegrotingen voor het jaar 2004.

 

De geopolitieke onzekerheid die de wereldeconomie sinds de nazomer van vorig jaar in zijn greep heeft gehouden, is sinds het beëindigen van de militaire operaties in Irak beduidend afgenomen. Dat ging onder meer gepaard met dalende olieprijzen en een stabilisering van de aandelenkoersen wereldwijd, na een neerwaartse koerscorrectie die ruim twee jaar heeft geduurd. Intussen zette de euro zijn waardestijging tegenover de Amerikaanse dollar onverdroten verder en vielen de korte- en langetermijninterestvoeten terug tot niveaus lager dan het vorige dieptepunt van begin 1999. In die context zouden de groei van de wereldeconomie en de internationale handel in de tweede jaarhelft van 2003 licht opleven, gevolgd door een iets dynamischer herstel volgend jaar. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat zowel de VS als het merendeel van de economieën in Azië, Latijns-Amerika en Midden-Europa volgend jaar een sterkere economische groei zullen kennen dan dit jaar.

De economische activiteit in de eurozone kende een weinig bemoedigend verloop tijdens de eerste maanden van dit jaar als gevolg van de geopolitieke spanningen en de zwakte van de Duitse economie. De eerste schattingen geven zelfs aan dat het bbp in de eurozone stagneerde tijdens het eerste kwartaal van 2003. Ook al lijkt het diepte-punt bereikt te zijn, de meest recente enquêtegegevens laten slechts een matige herneming van de economische groei uitschijnen in de loop van het tweede halfjaar van 2003. De huidige consensusvooruitzichten voor de eurozone gaan in de richting van een groei van ongeveer 0,75% dit jaar en een kleine 2% volgend jaar. In vergelijking met de internationale hypothesen waarvan het Federaal Planbureau in zijn economische vooruitzichten van april 2003 uitging, impliceert de huidige consensus een beduidende neerwaartse herziening van de groei in de eurozone.

De risico’s waarmee de hypothesen met betrekking tot de herleving van de wereldeconomie omgeven zijn, kunnen als vrij symmetrisch worden bestempeld. Enerzijds zijn de indicatoren die een heropleving aankondigen momenteel nog niet echt robuust en zou de positieve kentering dus nog iets langer dan voorzien op zich kunnen laten wachten. Anderzijds wordt in de voorliggende vooruitzichten een al bij al vrij gematigd wereldwijd herstel vooropgesteld. Illustratief hiervoor is dat tot eind 2004 onze buitenlandse afzetmarkten nauwelijks sneller zouden groeien dan hun trendmatige groei en derhalve aan het eind van de projectieperiode nog steeds onder hun langetermijntrend noteren.

De Belgische economie in 2003 en 2004

Ook de Belgische economie had het gedurende de eerste maanden van dit jaar niet echt onder de markt. Illustratief was dat zowel het ondernemersvertrouwen in de verwerkende nijverheid als het consumentenvertrouwen zich aan het begin van de lente op hun laagste peil van de voorbije 12 tot 15 maanden bevonden. De voorlopige flash-raming geeft aan dat het Belgische bbp tijdens het eerste kwartaal van dit jaar een bescheiden groei gekend heeft (0,2% kwartaal-op-kwartaal). Pas tijdens het tweede halfjaar zou de groei van het bbp wat aantrekken (met 0,3% tijdens het derde en 0,4% tijdens het vierde kwartaal, na een nulgroei tijdens het tweede kwartaal). Rekening houdend met die opleving van de economische activiteit tijdens de tweede jaarhelft, zou de bbp-groei over het volledige jaar 2003 1,0% bedragen. Met kwartaal-op-kwartaal-groeivoeten van 0,5% in de loop van 2004, een tempo dat minder dynamisch is dan tijdens de vorige conjuncturele heroplevingen van 1996-97 en 1999, zou de jaargemiddelde groei van het bbp volgend jaar op 1,8% uitkomen. Zowel de binnenlandse bestedingen als de uitvoer zouden volgend jaar een sterkere groei kennen dan dit jaar. De binnenlandse bestedingen zouden in 2004 met 1,9% toenemen (tegenover 1,3% dit jaar), terwijl de uitvoer een groei van 4,3% zou laten optekenen (tegenover 1,4% dit jaar).

Als gevolg van de duurdere euro zou de Belgische uitvoer dit en volgend jaar niet ten volle kunnen profiteren van de verwachte herneming van de wereldhandel. Daar staat evenwel tegenover dat de appreciatie van de euro de ingevoerde producten beduidend goedkoper maakt. Bovendien zouden een verdere beheerste loonontwikkeling (in het kader van de afgesproken loonnorm voor de jaren 2003-04) en een versnelling van de productiviteitsgroei leiden tot zeer matige stijgingen van de nominale loonkosten per eenheid product (minder dan 1% in 2003 en 2004, tegenover ruim 3% gemiddeld over de voorbije twee jaar). Dat alles heeft voor gevolg dat de ondernemingen, ondanks een daling van de inflatie, er dit en volgend jaar zouden in sla-gen hun winstmarges per eenheid product terug op peil te brengen, wat een belangrijke impuls kan geven aan de economische heropleving.

Het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen zou in 2003 en 2004 met 1,9% toenemen. De koopkracht van de gezinnen wordt dit en volgend jaar in belangrijke mate gevoed door de verlaging van de tarieven van de personenbelasting. De consumptieve bestedingen van de particulieren zouden in 2004 in reële termen met 1,6% toenemen, tegenover 1% dit jaar. Dit betekent dat de spaarquote in 2004 voor het derde opeenvolgende jaar zou toenemen (tot 16,6%, een toename met 0,3 procentpunt tegenover 2003 en meer dan 1,5 procentpunt hoger dan het vorige dieptepunt van 2000-01). Als reactie op de lichte verbetering van de arbeidsmarktsituatie in de loop van 2004 en in afwezigheid van verdere dalingen op de aandelenbeurzen zou de spaarneiging van de gezinnen pas tegen eind 2004 beginnen afnemen. De investeringen in woongebouwen door de gezinnen zouden in 2004 opnieuw aanknopen met een positieve groei (1,9%), na twee jaren van negatieve groei (2001-02) en een nulgroei dit jaar.

Onzekere vraagvooruitzichten, overtollig productievermogen in de verwerkende nijverheid, een afbrokkelende bedrijfsrendabiliteit en de beursmalaise hebben vorig jaar geleid tot een forse terugloop van de bedrijfsinvesteringen (-4,5%). Ook dit jaar zouden een aantal van die ongunstige factoren nog een rem zetten op de investeringsgroei (amper 1%). Voor een echte herneming van de bedrijfsinvesteringen is het wachten tot volgend jaar. Dan zouden de investeringen van de ondernemingen met 3,4% toenemen, onder meer onder invloed van gunstiger vraagvooruitzichten en een stijging van de winstgevendheid per product, die reeds dit jaar wordt ingezet.

Aan de sedert de tweede helft van de jaren 90 bijna onafgebroken toename van de binnenlandse werkgelegenheid kwam abrupt een einde tijdens het laatste kwartaal van 2001. Eind 2002 lag de binnenlandse werkgelegenheid in seizoengezuiverde termen 19000 personen lager dan het hoogste peil dat vijf kwartalen eerder was bereikt. De achteruitgang van de binnenlandse werkgelegenheid zou zich in 2003 verderzetten. In jaargemiddelde zou de binnenlandse werkgelegenheid in 2003 ongeveer 5000 personen lager uitvallen dan vorig jaar (na een daling met ruim 8000 in 2002). Pas vanaf het laatste kwartaal van 2003 zou opnieuw een geleidelijke toename worden opgetekend, waardoor de werkgelegenheid in 2004 gemiddeld 16500 personen hoger zou liggen dan in 2003. De werkgelegenheidsgraad (verhouding tussen totale werkzame bevolking en bevolking op arbeidsleeftijd) zou dit jaar voor het tweede jaar op rij terugvallen, om volgend jaar licht toe te nemen. Na een beduidende toename van de werkloosheidsgraad dit jaar, zou die ook in 2004 in jaargemiddelde een verdere, weliswaar geringe, stijging te zien geven.

De inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, zou volgend jaar met 1,1% toenemen, na 1,3% dit jaar. Die lichte daling zou zich voordoen ondanks het feit dat volgend jaar het neerwaartse effect van de afschaffing/vermindering (naargelang van het gewest) van het kijk- en luistergeld zo goed als uitdooft. Debet aan de verwachte daling van de inflatie is in hoofdzaak de verdere terugval van de onderliggende inflatie (die houdt zich momenteel nog steeds op in de buurt van 2%), die op zijn beurt wordt ingegeven door de voorbije appreciatie van de euro en de matige ontwikkeling van de loonkosten per eenheid product.

De spilindex in de publieke sector werd in mei 2003 overschreden. Als gevolg daarvan worden de sociale uitkeringen in juni en de wedden van het overheidspersoneel in juli met 2% aangepast aan de toegenomen levensduurte. Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de volgende overschrijding van de spilindex -die momenteel 113,87 bedraagt- niet plaatsvinden vóór eind 2004.

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots