Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Economische Begroting 2002 - Najaarsherziening (26/10/2001)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Omwille van de verslechtering van het economische klimaat op internationaal vlak tijdens de voorbije maanden, heeft de minister van Economie aan het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) gevraagd de vooruitzichten uit de economische begroting van juli jl. te actualiseren. Die najaarsherziening werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur van het INR en het Wetenschappelijk Comité voor de Economische Begroting.

Economische groei in 2001 en 2002 sterk naar beneden herzien

De economische activiteit in de Europese Unie incasseerde in het afgelopen anderhalf jaar een reeks klappen waarvan de impact in het begin onderschat werd. De eerste klap werd toegebracht door de sterk stijgende olieprijzen in combinatie met een zwakke euro. Door de uitzonderlijke prijsstijging van bepaalde voedingsproducten kwam dat nog harder aan. Een tweede tik werd uitgedeeld door de bruuske groeivertraging in de VS, ingezet in de sector van de nieuwe technologieën waar de speculatieve luchtbel uit elkaar spatte en door de grote overcapaciteit in bepaalde sectoren. Het effect van die klap op de wereldeconomie en in het bijzonder op de EU verraste qua omvang. Tot slot werden bepaalde sectoren (luchtvaart, verzekeringen en de toeristische sector) zwaar getroffen door de tragische gebeurtenissen van 11 september. De aanslagen deden ook de financiële markten instorten (tijdelijk dan toch) en deden de weifelende heropleving die bepaalde indicatoren lieten optekenen, in de kiem smoren.

De gelijktijdige vertraging bij de drie belangrijkste economische grootmachten (de Verenigde Staten, Japan en de Europese Unie) die hieruit volgt, komt hard aan. Zo zou de wereldhandel in de loop van dit jaar slechts met ongeveer 1 % groeien, terwijl dat in 2000 bijna 12 % was. Voor zover het consumentenvertrouwen en het vertrouwen van de ondernemers niet blijvend aangetast wordt door de recentste gebeurtenissen (zie de afdeling over de onzekerheden hierna), zou de wereldhandel een bescheiden groei tegemoet gaan in 2002 en 3 % bereiken onder impuls van een economisch herstel in de Verenigde Staten. Dat herstel zou vaste vorm krijgen vanaf het tweede kwartaal van 2002 dankzij de vertraagde effecten van het soepeler monetaire beleid van de FED en de omvangrijke fiscale stimuli die de Amerikaanse federale regering toekent.

Het ligt voor de hand dat België met zijn statuut van ‘kleine open economie’ niet ontsnapt aan de heersende vertraging van de wereldeconomie. De vooruitzichten voor alle componenten van de eindvraag werden dus naar beneden herzien zowel voor 2001 als voor 2002. In die omstandigheden zou het bbp in reële termen dit jaar met niet meer dan 1,1 % toenemen en voor volgend jaar zou dat 1,3 % zijn. Die jaargemiddelde groeivoeten gaan uit van licht negatieve groeicijfers (kwartaal-op-kwartaal) tijdens de tweede helft van dit jaar, terwijl als gevolg van de herneming van de uitvoer, in de loop van 2002 positieve en gestaag stijgende kwartaalgroeivoeten zouden genoteerd worden.

Figuur 1 - Verloop van het bbp op kwartaalbasis
Kwartaal-op-kwartaal groeivoeten in constante prijzen

Als afspiegeling van de toegenomen onzekerheid die op het consumentenvertrouwen weegt, zou de particuliere consumptie, uitgedrukt in volume, minder snel toenemen dan het reëel beschikbaar inkomen van de particulieren, zowel in 2001 (1,7 %) als in 2002 (1,3 %). Zo zou de spaarquote stijgen van 14,7 % in 2000 naar 15,4 % in 2002. De relatief gestage toename van de koopkracht van de gezinnen (1,9 % in 2001 en 2,1 % in 2002) kan, ondanks de sterke economische vertraging, verklaard worden door de loonsverhogingen die in het kader van de centrale akkoorden 2001-2002 bedongen werden en door factoren die specifiek zijn voor elk van beide jaren. In 2001 zou de werkgelegenheidscreatie (zie de volgende afdeling) het beschikbaar inkomen verder aanzwengelen. Voor volgend jaar zou dat inkomen gevoed worden door de volgende drie factoren: een indexering van de lonen en van de sociale uitkeringen die hoger ligt dan de inflatie gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer der consumptieprijzen, de verdere afbouw van de aanvullende crisisbelasting en de belastingverlagingen in het kader van de hervorming van de personenbelasting.

De investeringen in woongebouwen zouden in 2001 een sterke groei kennen (2,0 %) dankzij een belangrijk overloopeffect van 2000 en een nog aanhoudende groei in het eerste semester van dit jaar. In 2002 zou die groei slechts in de loop van het jaar aan kracht winnen en niet hoger liggen dan 1,2 %.

Als gevolg van de grote vertraging van de vraag en de verslechtering van het vertrouwensklimaat, zouden de bedrijfsinvesteringen slechts matig toenemen in 2001 (0,7 %). In 2002 zouden de investeringen echter geleidelijk aantrekken in het kielzog van het herstel van de vraag en aangemoedigd worden door lage reële rentevoeten. Bovendien lijkt België minder getroffen dan andere landen van de EU (Zweden en Finland) door het fenomeen van overinvestering in de sector informatie- en communicatietechnologie. In die omstandigheden en ondanks het negatieve overloopeffect, zou de toename van de bedrijfsinvesteringen 1,3 % bereiken in 2002. Dat resultaat wordt opgesmukt door de verkoop van overheidsgebouwen, zoals voorzien in de federale begroting van 2002. Die verkoop wordt immers in mindering gebracht van de overheidsinvesteringen en wordt verrekend als bedrijfsinvestering. Parallel hiermee verklaart dit statistisch fenomeen ook de sterke daling van de overheidsinvesteringen in 2002 (-11,6 %).

Al bij al zou in 2001 en 2002 de binnenlandse vraag slechts met 1,1 % toenemen, terwijl de gemiddelde stijging over de laatste vijf jaar 2,5 % bedroeg. De uitvoer zou sterk lijden onder de vertraagde wereldvraag in 2001 en bijgevolg maar met 0,8 % groeien. In 2002 zou de uitvoer sneller toenemen en een jaargemiddelde groei van 2,8 % bereiken. Dat is een veel lager groeiritme dan in de loop van de tweede helft van de jaren 90. De zwakke binnenlandse vraag zou echter zorgen voor een positieve bijdrage van de netto-uitvoer tot de economische groei in 2002 (0,3 %), na een nul-bijdrage dit jaar. In combinatie met een ruilvoetverbetering van 0,4 %, zou het saldo van de lopende rekening 4,7 % van het bbp bereiken in 2002, wat het hoogste peil is sinds 1997.

Ondanks terugval blijft werkgelegenheidscreatie positief

De veranderingen in de economische activiteit weerspiegelen zich altijd met vertraging in de werkgelegenheid, waardoor een cyclisch profiel in de productiviteitsgroei ontstaat. Gemeten door de jaar-op-jaar kwartaalgroei van het bbp, vertraagde de economische groei vanaf midden 2000, maar de effecten op de werkgelegenheid kwamen slechts in de loop van het tweede kwartaal van 2001 tot uiting. Bijgevolg zou de totale binnenlandse werkgelegenheid in 2001 (in jaargemiddelde) toch met 40 000 eenheden toenemen (een groei van 1 %). Hiervan neemt de privé-sector ongeveer 36 000 banen voor zijn rekening.

In 2002 geldt het omgekeerde: de werkgelegenheidscreatie zou vrij laat aantrekken, terwijl het economisch herstel zich reeds vroeger in het jaar zou voordoen. De jobcreatie zou in jaargemiddelde 13 000 eenheden bedragen, vrijwel uitsluitend in de marktsector. De macro-economische arbeidsproductiviteit per hoofd zou bijgevolg in 2002 veel sterker toenemen dan in 2001 (1,0 % tegenover 0,1 %).

Figuur 2 - Ontwikkeling van de werkgelegenheid en de werkgelegenheidsgraad
Jaargemiddelden

In die omstandigheden zou de werkgelegenheidsgraad (de werkende beroepsbevolking in procent van de bevolking op arbeidsleeftijd) iets dalen in 2002 en 59,4 % bereiken tegenover 59,5 % dit jaar. Het aantal werklozen, zoals gedefinieerd door het federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, zou in jaargemiddelde dalen met 4 000 eenheden in 2001, maar volgend jaar met ongeveer 13 000 eenheden toenemen.

Inflatie valt terug in 2002

Sinds juni 2001 treedt er een daling op in de maandinflatie gemeten aan de hand van de jaar-op-jaar groei in het algemeen indexcijfer der consumptieprijzen. Die daling is vooral een gevolg van de effectieve appreciatie van de euro en de terugval in de olieprijzen. De voedselprijzen blijven daarentegen sterk toenemen ten opzichte van vorig jaar, wat de daling in de inflatie tempert. Ook de omzetting van prijzen naar euro heeft dit jaar vermoedelijk een opwaartse impact op het algemene prijspeil.

Voor 2002 wordt verwacht dat de olieprijzen hun huidige lage niveau blijven behouden (ongeveer 22 USD per vat) aangezien voor de komende kwartalen geen sterke economische heropleving voorzien wordt. Bovendien heeft de OPEC na de aanslagen van 11 september beslist om (teneinde sterke prijsstijgingen te vermijden) het aanbod van ruwe olie niet drastisch in te krimpen. De appreciatie van de euro sinds de zomer en het lage niveau dat de olie- en grondstoffenprijzen volgend jaar zouden aanhouden, zorgen ervoor dat de ruilvoet in 2002 licht zou verbeteren en dat er nauwelijks inflatie zou ingevoerd worden. Een laatste factor die de inflatie sterk zal beïnvloeden in 2002, is de afschaffing van het kijk- en luistergeld in het Vlaams Gewest. Die afschaffing zal de groei van de consumptieprijsindex en de gezondheidsindex met ongeveer 0,5 procentpunt doen afnemen.

Figuur 3 - Inflatie: kwartaalverloop en vooruitzichten
Jaar-op-jaar groeivoeten


Al die factoren zouden moeten leiden tot een consumptieprijsindex die met 2,5 % groeit in 2001 en met 1,3 % in 2002. Aangezien de gezondheidsindex niet kan genieten van de daling in de benzine- en dieselprijzen, zal in die index een iets sterkere groei opgetekend worden, nl. 2,7 % in 2001 en 1,4 % in 2002. Op basis van het voorziene maandelijkse verloop van de gezondheidsindex zou de volgende overschrijding van de spilindex (momenteel 109,45) plaatsvinden in mei 2002.

Onzekerheden in verband met de vooruitzichten 2001-2002

De onzekerheden waarmee deze vooruitzichten omgeven zijn in de huidige politieke en economische context, zijn uiteraard niet te onderschatten. Het scenario waarop de huidige vooruitzichten steunen, veronderstelt dat het vertrouwensverlies bij consumenten en ondernemers van korte duur is, met als logisch gevolg een snel herstel volgend jaar in de Verenigde Staten. De gevolgen van de aanslagen van 11 september en de militaire reacties hierop zouden echter het vertrouwen van de investeerders blijvend kunnen aantasten en zorgen voor hogere risicopremies en transportkosten. Hierdoor zou uiteraard de groei van de wereldhandel en van de buitenlandse directe investeringen geremd worden.

Daarnaast mogen we door de huidige gebeurtenissen de Amerikaanse situatie van voor de aanslagen niet vergeten: een historisch gezien zeer lage spaarquote van de gezinnen en een omvangrijk deficit op de lopende rekening. Een aanpassing van die spaarquote naar boven toe, als reactie op de koersdalingen op de aandelenbeurzen en op de huidige onveilige situatie, zou het herstel in de Verenigde Staten volgend jaar zeer zeker ondermijnen. Een herziening van de winstvooruitzichten naar beneden toe zou de buitenlandse beleggers kunnen ontmoedigen en zorgen voor heel wat turbulentie op de wisselmarkten.

  Verwante documenten

  Beschikbare gegevens

None

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots