Overleving en groei van Belgische ondernemingen met collectief ontslag (25/11/1999)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

De impact van delokalisatie, grootte, leeftijd, kapitaalsintensiteit en lidmaatschap van een multinationale groep

Deze paper maakt deel uit van het programma van Toekomstgericht Sociaal-economisch Onderzoek van de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele aangelegenheden rond “delokalisatie, innovatie en tewerkstelling”. We bekijken de impact van collectieve ontslagen, al dan niet met delokalisatie, op de tewerkstellingsgroei en op de overleving van industriële ondernemingen in België. Met delokalisatie wordt een transfer van (een deel van) de activiteiten naar het buitenland georganiseerd door de Belgische onderneming of haar moeder bedoeld. Naast de effecten van delokalisaties bestuderen wij ook de effecten van bedrijfsgrootte, leeftijd en kapitaalsintensiteit en een variabele die aanduidt of de onderneming deel uitmaakt van een multinationale groep op groei en op de overlevingskansen van de onderneming.

In België moet elke onderneming met ten minste 20 werknemers een eventuele afslanking van haar werkkrachten van ten minste 10 procent meedelen aan de regionale tewerkstellingskantoren (VDAB, FOREM, ORBEM). Informatie over de betrokken ondernemingen en het aantal werknemers werd aan het Federaal Planbureau meegedeeld vanaf 1990. Gegevens over delokalisatie komen uit een enquête die samen met de 3 nationale vakbonden werd georganiseerd. Wanneer we de impact van een variabele op de groei van ondernemingen schatten, duikt er een belangrijk probleem op: om de groeivoet te berekenen, kunnen alleen overlevende bedrijven worden gebruikt. Omdat we het totale tewerkstellingseffect van delokalisatie willen kennen en een stopzetting van de activiteiten van de onderneming vaak voorkomt bij collectief ontslag, kan dit tot een vertekening leiden. Als kleine ondernemingen bijvoorbeeld een even grote gemiddelde groei hebben als grote ondernemingen, maar ook een hogere kans op faling dan wordt de groei van kleine ondernemingen overschat in een regressie die enkel gebaseerd is op overlevende ondernemingen.

Wij maakten gebruik van Heckman’s methode in twee stappen om een groeiregressie uit te voeren die het sample selection-probleem controleert. Daarbij worden eerst de overlevingskansen van een onderneming geschat (met een probit-model) en daarna worden de resultaten van deze regressie gebruikt om te corrigeren op de selectievertekening in de groeiregressie die alleen wordt uitgevoerd op de groep van overlevende bedrijven. Het opzetten en de keuze van deze methoden gebeurde in samenwerking met dr. Shadman-Mehta Fatemeh (UCL), binnen de contex van het DWTC-project.

Gemiddeld leidt een collectief ontslag tot een vermindering van het aantal werknemers met 1/3. Dit gemiddelde omvat de gevallen waar collectief ontslag rechtstreeks leidt tot de stopzetting van alle activiteiten. Op het niveau van de ondernemingen zagen wij geen verschil in de weerslag op de werkgelegenheid tussen collectief ontslag met en zonder delokalisatie. Delokalisatie is verantwoordelijk voor een relatief groot aandeel in het verlies van arbeidsplaatsen omdat het meer voorkomt in grote bedrijven. Grote bedrijven worden ook vaker door collectief ontslag in het algemeen getroffen. Als het echter toch gebeurt dan heeft een collectief ontslag in een kleine onderneming een grotere impact op de tewerkstelling dan in een grote onderneming.

Van alle industriële bedrijven kenden de multinationale ondernemingen het grootste aantal collectieve ontslagen en collectieve ontslagen met delokalisatie. Wanneer wij ze echter vergelijken met andere ondernemingen met collectief ontslag, dan noteren zij aanzienlijk hogere groeipercentages voor de werkgelegenheid. Een verklaring is dat die ondernemingen sneller terugvallen op collectief ontslag (met of zonder delokalisatie), om redenen van rationalisering, besparingen op arbeid of mondialisering. Bijgevolg is collectief ontslag voor kleinere en uninationale ondernemingen vaak een teken van ernstige financiële en/of bestuurlijke moeilijkheden.

Onze schattingen voor industriële ondernemingen met collectief ontslag bevestigen de resultaten van empirische studiën in het buitenland en voor andere bedrijfsgroepen waarbij men tot de bevinding komt dat de grootte, de leeftijd en de kapitaalsintensiteit van een onderneming een positieve weerslag hebben op haar overlevingskansen. Tegelijkertijd zijn grootte en leeftijd negatief gecorreleerd aan de gemiddelde groei van de werkgelegenheid. Dit resultaat wordt verkregen zelfs na controle op het vroeger vermelde sample selection-probleem bij het gebruik van een kwadratische specificatie.

De resultaten leveren geen overtuigend bewijs van het feit dat kapitaalsintensieve ondernemingen hogere groeipercentages zouden noteren dan de andere. Nochtans had een stijgende kapitaalintensiteit binnen dezelfde onderneming een positief effect op de groei. Dit vestigt de aandacht op het belang van (recente) investeringen als bepalende factor (of tenminste als indicator) van toekomstige groei.

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots