Short Term Update (28/05/1998)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Het Ministerie van Economische Zaken publiceerde zopas het inflatiecijfer voor de maand mei, namelijk 1,86% voor de traditionele index en 2,24% voor de gezondheidsindex. Hiermee viel de inflatie hoger uit dan de voorbije maanden. De analyse toont echter dat de onderliggende inflatie geen tendens tot stijging te zien geeft.

In het nummer 2-98 van zijn kwartaalpublicatie “Short Term Update” gaat het Federaal Planbureau in op de factoren die de verklaring vormen voor het verloop van de consumptieprijsinflatie. Hiertoe werd gepoogd de inflatie op te delen in enerzijds elementen die los staan van de fundamentele evolutie van de prijzen en anderzijds de onderliggende inflatie. De eerste categorie valt op haar beurt uiteen in twee elementen. Vooreerst werd de invloed van indirecte belastingwijzigingen afgezonderd. Ten tweede werd de prijsevolutie van energie, tabak- en alcoholproducten en verse groenten en fruit uit de index gehaald. De onderliggende inflatie die op deze manier werd berekend, vertoont relatief kleine maandschommelingen en bedroeg in 1996 en 1997 resp 1,2 en 1,3% (zie grafiek).


Begin 1998 werd voor het indexcijfer der consumptieprijzen een nieuw basisjaar (1996) ingevoerd. De overgang naar dit nieuwe basisjaar oefent een niet verwaarloosbare invloed (van zuiver rekentechnische aard) uit op het maandprofiel van de inflatie gedurende het jaar 1998. Zo wordt de inflatie tijdens de maanden april, mei en juni van dit jaar vrij sterk opwaarts beïnvloed, terwijl tijdens de overige maanden van het jaar de invloed neerwaarts is. Over het volledige jaar beschouwd echter, zouden deze invloeden elkaar compenseren, zodat de gemiddelde jaarinflatie in 1998 niet beïnvloed zou worden door de invoering van het nieuwe basisjaar.

Het hogere inflatiecijfer voor de maand mei (1,86% voor de traditionele index en 2,24% voor de gezondheidsindex) is voor bijna 1% te wijten aan de gezamenlijke invloed van het nieuwe basisjaar en hogere prijzen voor verse groenten en fruit. De onderliggende inflatie daarentegen bleef nagenoeg stabiel en bedroeg in mei 1,1 à 1,2%.

Tot op heden is er dus geen tendens tot stijging waar te nemen in de onderliggende inflatie en de kans is klein dat hierin tijdens de komende maanden verandering zou komen. Houdt men daarnaast rekening met de verwachte evolutie van de energieprijzen, de dollar en de andere uitgesloten producten, dan zou de consumptieprijsinflatie dit jaar op niet meer dan 1,1% uitkomen. De gezondheidsindex zou met 1,3% toenemen, wat onvoldoende is voor een indexering van de overheidslonen of van de sociale prestaties in 1998. De eerstvolgende indexaanpassing zou pas plaatsvinden in april 1999.

Wanneer de prijzen bekeken worden vanuit de kostenopbouw, blijken prijswijzigingen doorgaans minder uitgesproken te zijn dan kostenveranderingen. Dit houdt in dat veranderingen in de marges, die het verschil vormen tussen de inflatie en de kostenwijzigingen, een bufferrol spelen. De verwachte kostenstijgingen voor dit en volgend jaar zijn lager dan deze geobserveerd in de periode 1995-97. De inflatie zou dit jaar ook dalen, maar in mindere mate, zodat de marges kunnen toenemen.

In het nummer 2-98 van de “Short Term Update” wordt bovendien een samenvatting voorgesteld van de recente vooruitzichten op middellange termijn van het Federaal Planbureau, en een analyse gegeven van de conjuncturele toestand in België (zie cijfers in perscommuniqué van 14 mei j.l.).

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots