De prioriteiten van Essen inzake tewerkstelling (30/03/1998)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Deze Planning Paper behandelt de belangrijkste resultaten van simulaties die door het Federaal Planbureau uitgevoerd werden in opdracht van de DG V van de Europese Commissie. In het kader van deze studie worden verschillende werkgelegenheidsmaatregelen getoetst voor Duitsland, Frankrijk en België.

In haar Witboek van 1993 omtrent de groei, de concurrentiekracht en de werkgelegenheid onderstreept de Europese Commissie de noodzaak om op Europees vlak maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid te treffen. In het verlengde daarvan heeft de Europese Raad van december 1994 in Essen vijf prioriteiten inzake werkgelegenheid afgelijnd.

De DG V van de Europese Commissie heeft aan het FPB gevraagd een evaluatie te maken van de macro-economische en werkgelegenheidseffecten van maatregelen, die passen in deze prioriteiten. Dit gebeurde met behulp van een geheel van macrosectorale econometrische modellen. Deze studie heeft betrekking op vijf types van maatregelen die uit de prioriteiten van Essen voortvloeien.

Het eerste deel van de analyse heeft betrekking op de effecten van twee concrete maatregelen inzake loonmatiging, gezamenlijk en gelijktijdig doorgevoerd in Duitsland, Frankrijk en België. De ene beperkt de reële loonevolutie tot een groei lager dan die van de productiviteit. De andere bestaat uit een bevriezing van het reële loon. Er wordt aangetoond dat loonmatiging, en meer bepaald een bevriezing van het reële loon, kan leiden tot een aanzienlijk aantal nieuwe arbeidsplaatsen, vooral via substitutie-effecten tussen de productiefactoren. Er wordt ook aangetoond dat dergelijke maatregelen in België tot een hogere groei kunnen leiden, dankzij een verbetering van de competitiviteit, al wordt deze extra-groei wel bekomen ten nadele van de binnenlandse vraag. In tegenstelling tot het resultaat voor België, zijn deze maatregelen neutraal of hebben ze een licht negatieve weerslag op de groei in Duitsland en Frankrijk en gaan ze daar bovendien altijd ten koste van de economische groei in derde landen.

Het tweede deel van de studie behandelt maatregelen ter verlaging van de werkgeversbijdragen. Simulaties werden uitgevoerd zowel voor een algemene vermindering als voor een gerichte bijdragevermindering op de ‘lage lonen’. Deze simulaties tonen aan dat deze maatregelen een gunstige weerslag hebben op de tewerkstelling en op de economische groei, maar een niet verwaarloosbare verslechtering van de rekening van de Sociale Zekerheid veroorzaken. Bovendien heeft de gerichte maatregel een grotere weerslag op de werkgelegenheid dan de algemene vermindering.

Het derde deel van de studie is gericht op de maatregelen inzake vermindering en reorganisatie van de arbeidstijd. Hier wordt aangetoond dat deze maatregelen doeltreffend zijn om de tewerkstelling te verhogen, voor zover ze niet gepaard gaan met een verhoging van de loonkost per eenheid product. Deze kostenstijgingen kunnen evenwel geneutraliseerd of gecompenseerd worden door een reorganisatie van de arbeidstijd en/of door een verlaging van de werkgeversbijdragen aan de Sociale Zekerheid.

Het vierde deel bestudeert de economische gevolgen van een beleid dat het gebruik van buurtdiensten subsidieert. Dit beleid zal alleen maar een belangrijke weerslag op de tewerkstelling hebben indien het gericht is op activiteiten die voorheen niet plaatsvonden en die een hoge tewerkstellingsinhoud hebben met vooral een invulling door laaggeschoolde arbeidskrachten. Het vijfde en laatste deel van de studie probeert de nieuwe ‘groene’ of leefmilieusectoren en de tewerkstelling die ermee gepaard gaat te beschrijven. Deze studie wordt afgerond met de voorstelling van de resultaten van een simulatie die de band tussen werkgelegenheid, groei en verspreiding van nieuwe, leefmilieuvriendelijke technologieën in Europa analyseert. Het onderzoek toont aan dat milieumaatregelen een duidelijke, positieve weerslag kunnen hebben op de totale werkgelegenheid in de mate dat zij globaal worden omkaderd en gelijklopen met de doorvoering van coherente stimuli.

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots