De economische groei zou 2,7 % bedragen in 2006 en 2,2 % in 2007 (15/10/2006)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van economie. Deze macro-economische vooruitzichten dienen als basis voor de opmaak van de federale ontvangsten- en uitgavenbegrotingen voor het jaar 2007. Bij het opstellen ervan werd rekening gehouden met deel 1 van de Nationale Rekeningen 2005, alsook met de voornaamste aggregaten voor het eerste kwartaal van 2006 en met de flash-raming van de economische groei in het tweede kwartaal.

Dankzij de aanzienlijke kwartaalgroei tijdens de eerste helft van 2006 (gemiddeld 0,8 %, tegenover 0,6 % in de tweede helft van 2005) zou de Belgische economie dit jaar met een bbp-groei van 2,7 % haar sterkste prestatie leveren sinds 2000. In navolging van de internationale conjunctuur zou de groei in het tweede halfjaar echter vertragen tot gemiddeld 0,6 %. In 2007 zou de kwartaalgroei van het bbp zich grosso modo stabiliseren op 0,5 %, wat de economische groei op jaarbasis op 2,2 % brengt.

Kwartaalverloop van het Belgische bbp tegen constante prijzen (kwartaal-op-kwartaalgroei, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden en kalendereffecten)

De Europese economie boekt in 2006 een aanzienlijke groei. Vanaf midden 2006 zou de internationale conjunctuur evenwel aan kracht inboeten en ook 2007 kondigt zich minder sterk aan.

In de eurozone trok de economische activiteit het voorbije halfjaar krachtig aan, gesteund door een stevige binnenlandse vraag. Verscheidene factoren zouden de dynamiek van de bbp-groei drukken in de tweede jaarhelft van 2006 en in 2007. Zo zou de huidige vertraging van de Amerikaanse economie wegen op de Europese uitvoer. Bovendien zou de verdere verstrakking van het Europese monetaire beleid de euro doen appreciëren t.o.v. de andere munten. Verder wordt verondersteld dat de voor januari 2007 geplande Duitse btw-verhoging de particuliere consumptie en de economische groei zal drukken. De precieze impact van die maatregel is evenwel moeilijk in te schatten. Ten slotte blijft de prijs van de ruwe olie op een hoog peil. Volgens de termijnmarktnoteringen van begin september zou de gemiddelde prijs van een vat Brent oplopen van 68 dollar in 2006 tot 72 dollar in 2007. Al bij al zou de economische groei in de eurozone vertragen van 2,6 % in 2006 tot 1,9 % in 2007.

De Belgische groei trekt dit jaar aan dankzij de uitvoer, de particuliere consumptie en de overheidsinvesteringen. In 2007 remmen de minder dynamische uitvoer en de terugval van de overheidsinvesteringen de bbp-groei af.

Na een uitzonderlijk zwakke prestatie in 2005, zou de Belgische uitvoergroei dit jaar versnellen tot 5,4 % dankzij de gunstige internationale conjunctuur. De verwachte internationale conjunctuurvertraging blijft evenwel niet zonder gevolgen voor de Belgische uitvoer, die volgend jaar slechts met 4,9 % aantrekt en daardoor mee aan de basis ligt van de economische groeivertraging in 2007. Dat profiel wordt weerspiegeld in de netto-uitvoer, die in 2006 een beduidend positieve bijdrage levert tot de bbp-groei en volgend jaar zo goed als neutraal zou zijn voor de economische groei. Het overschot van de lopende verrichtingen met het buitenland neemt in 2006 echter nauwelijks toe als gevolg van de hoge olieprijzen, die leiden tot een ongunstige ruilvoetontwikkeling. Ook in 2007 wijzigt het externe overschot amper, omdat in- en uitvoer in dezelfde mate toenemen bij een stabiele ruilvoet.

De binnenlandse vraag zou in 2006 en 2007 met resp. 2,1 % en 2,2 % toenemen. De verzwakking t.o.v. vorig jaar is toe te schrijven aan de bedrijfsinvesteringen. Die blijven op een hoog niveau, o.m. dankzij de verdere toename van de rendabiliteit, de hoge industriële capaciteitsbezettingsgraad en de verbeterde afzetperspectieven, maar groeien in een gematigder tempo na de aanzienlijke inhaalbeweging in 2005.

Het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen wordt dit en volgend jaar aangezwengeld door de aanhoudende stijging van de werkgelegenheid, de hervorming van de personenbelasting, de geleidelijke afkoeling van de inflatie en de toename van de inkomens uit vermogen (door de hogere rentevoeten). Deels als gevolg daarvan zou de toename van de particuliere consumptie dit jaar versnellen tot 2,3 %. Vergeleken met het groeigemiddelde van de voorbije vijf jaar is dat een verdubbeling. Het verbruik van de gezinnen levert dan ook een aanzienlijke bijdrage tot de economische opleving. Dit jaar zou de gezinsspaarquote opnieuw dalen, wat samenhangt met het toegenomen consumentenvertrouwen. In 2007 zou de consumptiegroei (2 %) licht achterblijven op de toename van het reëel beschikbaar inkomen (2,3 %) doordat de spaarneiging bij de inkomsten uit vermogen doorgaans groter is dan bij de andere inkomenscomponenten. De kwartaalgroei van de investeringen in woongebouwen versnelde fors in de loop van 2005, maar zou vanaf de tweede helft van 2006 terugvallen als gevolg van de toegenomen financieringskosten.

Het groeipad van de overheidsinvesteringen wordt in belangrijke mate bepaald door de infrastructuurwerken van de lokale overheden, die een hoge vlucht nemen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006, en door de verkoop van overheidsgebouwen aan de privésector. Als de verkoop van overheidsgebouwen niet wordt meegerekend, zouden de overheidsinvesteringen in 2006 met 10 % toenemen (tegen constante prijzen), maar volgend jaar in ongeveer dezelfde mate dalen.

De stevige werkgelegenheidsgroei dringt de werkloosheid terug

De binnenlandse werkgelegenheid zou in 2006 gemiddeld met 41.000 personen toenemen. Doordat de werkgelegenheid met enige vertraging reageert op de aantrekkende economische activiteit, zou de stijging van de werkgelegenheid in 2007 (45.600 personen) nog sterker zijn dan dit jaar, ondanks de vertraging van de economische groei. Bovendien wordt de banengroei in beide jaren gestimuleerd door de beperkte toename van de loonkosten. De werkgelegenheidsgraad stijgt van 61,9 % in 2005 tot 62,5 % in 2007. De werkgelegenheid neemt sterker toe dan de beroepsbevolking, zodat het aantal werklozen (ruime administratieve definitie) vermindert met 5.700 in 2006 en met 16.200 in 2007. Nochtans zou de geharmoniseerde Eurostat-werkloosheidsgraad (berekend op basis van de enquête naar de arbeidskrachten) nog toenemen van 8,4 % in 2005 tot 8,6 % in 2006 en pas volgend jaar terugvallen tot 8,3 %.

Kwartaalverloop van de binnenlandse werkgelegenheid (gegevens gecorrigeerd voor seizoeninvloeden)

De inflatie koelt af tot 1,9 %

De inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen (NICP), wordt voor dit jaar en voor volgend jaar geraamd op 1,9 % (na 2,8 % in 2005). De gezondheidsindex, die niet beïnvloed wordt door de prijsbewegingen van motorbrandstoffen, tabakswaren en alcoholhoudende dranken zou met 1,8 % en 1,9 % toenemen (na 2,2 % in 2005). Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de spilindex (momenteel 104,14) overschreden worden in september 2006. De volgende spilindex (106,22) zou overschreden worden in oktober 2007.

In 2006 wordt de gemiddelde toename van beide indexcijfers neerwaarts beïnvloed door een technische factor. Het NICP wordt vanaf januari 2006 gemeten aan de hand van een nieuwe korf van producten (samengesteld op basis van de gezinsbudgetenquête van 2004). Gemeten aan de hand van de deflator van de particuliere consumptie, die daardoor niet wordt beïnvloed, koelt de inflatie slechts af tot 2,4 % in 2006, om daarna pas terug te vallen tot 1,9 % in 2007. Die gestage afname van de inflatie is vooral het gevolg van de gematigde loonkostenontwikkeling, de versteviging van de euro en de stabilisering van de olieprijzen in de loop van 2007.

Meer informatie: Filip Vanhorebeek, 02/507.74.12, fvh@plan.be

Please do not visit, its a trap for bots