Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

De economische groei zou 2,7% bedragen in 2007 en 2,1% in 2008 (05/10/2007)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Overeenkomstig de wet van 21 december 1994 heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van economie.

Met een gemiddelde kwartaalgroei van 0,7% bleef de Belgische economie zich in de eerste helft van 2007 even krachtig ontwikkelen als in 2006. In navolging van de internationale conjunctuur zou de Belgische groei in het derde en het vierde kwartaal overschakelen op een gematigder tempo van gemiddeld 0,5%, wat resulteert in een jaargroei van 2,7% in 2007. In 2008 zou de kwartaalgroei zich tussen 0,5 en 0,6 % situeren, wat het jaarcijfer op 2,1% brengt.

Kwartaalverloop van het Belgische bbp in volume (kwartaal-op-kwartaalgroei, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden en kalendereffecten)

Na een uitzonderlijk sterk 2006, is de Europese economie overgeschakeld op een gematigder groeitempo.

De eurozone liet in 2006 een krachtige bbp-groei van 2,8% optekenen. In 2007 zou de economische groei in de eurozone, ondanks een bescheiden vertraging tot 2,5%, voor het eerst sinds 2001 hoger uitkomen dan in de VS. Dat is vooral te danken aan de sterke dynamiek van de binnenlandse vraag, terwijl de Amerikaanse economie geconfronteerd wordt met een forse vertraging op de huizenmarkt. In 2008 zou de economische groei in de VS enigszins aantrekken en opnieuw boven die van de eurozone uitkomen, die op 2,2% wordt geraamd. Dat scenario veronderstelt dat de hypotheekcrisis een tijdelijke en beperkte impact heeft op de Amerikaanse particuliere bestedingen. Indien de huidige crisis meer zou wegen op de Amerikaanse economie of langer zou duren dan momenteel aangenomen wordt, dan is het niet uitgesloten dat ook de Europese economie meer vertraagt dan voorzien.

De financiële markten rekenen op een verdere versoepeling van het Amerikaanse monetaire beleid. Daardoor is de wisselkoers van de euro aanzienlijk verstevigd t.o.v. de dollar, wat de competitiviteit van de Europese uitvoer aantast. Ten slotte blijft de prijs van de ruwe olie op een hoog peil. Volgens recente termijnmarktnoteringen zou de gemiddelde prijs van een vat Brent uitkomen op 70 dollar in 2007 en op 78 dollar in 2008.

De Belgische economie zet in 2007 een sterke groeiprestatie neer onder impuls van de binnenlandse vraag. In 2008 zouden zowel de consumenten als de ondernemingen zich terughoudender opstellen.

Vorig jaar bleef de Belgische uitvoergroei (2,6%) sterk achter op de toename van de buitenlandse afzetmarkten (8,9%), wat resulteerde in een markant verlies aan marktaandelen. Het jaarcijfer voor de uitvoer werd evenwel sterk neerwaarts beïnvloed door een ondermaats eerste kwartaal. De uitvoer zou in 2007 en 2008 sterker toenemen dan in 2006 (met resp. 4,6% en 5,2%), ondanks een minder krachtige ontwikkeling van de buitenlandse afzetmarkten (met resp. 6,7% en 6,5%). Hoewel de Belgische uitvoer daarmee terrein blijft verliezen op de buitenlandse afzetmarkten, zou het verlies nauwer aansluiten bij zijn historische trend. De invoer blijft in sterkere mate toenemen dan de uitvoer, maar door de relatief gunstige ontwikkeling van de ruilvoet zou het overschot van de lopende verrichtingen met het buitenland zich nagenoeg stabiliseren en uitkomen op 2,2% van het bbp in 2008, tegenover 2,4% in 2006.

De binnenlandse vraag zou dit jaar met 3,2% toenemen, t.o.v. 3% in 2006. Die lichte versnelling is te danken vaste kapitaalvorming. In 2008 verzwakt de groei van de binnenlandse vraag tot 2% als gevolg van de particuliere
consumptie en de bedrijfsinvesteringen.

Het reëel beschikbaar inkomen van de particulieren steeg vorig jaar met 2,6%, vooral dankzij de toename van de werkgelegenheid en de laatste fase van de hervorming van de personenbelasting. Daardoor versnelde de groei van de particuliere consumptie tot 2%. In 2007 levert de hervorming van de personenbelasting geen bijkomende impulsen meer voor het beschikbaar inkomen. Toch stijgt de koopkracht nog met 2,1% door de snellere werkgelegenheidsgroei en de toename van de inkomsten uit vermogen (door de hogere rentevoeten). Het gunstig economisch klimaat weerspiegelde zich in het consumentenvertrouwen dat zich tot midden 2007 op een hoog niveau handhaafde. De gezinsbestedingen waren dan ook bijzonder dynamisch in het eerste semester en zouden dit jaar met 2,5% groeien, waardoor de gezinsspaarquote terugvalt tot 12,1%. In 2008 beperkt de koopkrachtstijging zich tot 1,4% als gevolg van de geringere werkgelegenheidstoename en de hogere inflatie, maar door een verdere afbrokkeling van de spaarquote trekt de particuliere consumptie nog aan met 1,7%.

De bedrijfsinvesteringen (gezuiverd voor aankopen van overheidsgebouwen) vormden samen met de particuliere consumptie de belangrijkste groeimotor in de eerste helft van 2007. In het licht van de minder gunstige vraagvooruitzichten vanaf midden 2007 zou het investeringstempo wat afkoelen. Dankzij het sterke jaarbegin, komt de gemiddelde investeringsgroei uit op 8,9%, na 2,6% in 2006. In 2008 zou de jaargroei 3,2% bedragen en daarmee voor het vijfde jaar op rij de bbp-groei overtreffen. De kwartaalgroei van de investeringen in woongebouwen versnelde fors tot het derde kwartaal van 2006, maar neemt sindsdien wat gas terug onder druk van de toegenomen financieringskosten (hogere hypothecaire rente) en de tragere groei van het reëel beschikbaar inkomen. De volumegroei van de gezinsinvesteringen verzwakt daardoor tot 3,8% in 2007 en 1,2% in 2008 (na 7,6% in 2006). Het groeipad van de overheidsinvesteringen wordt in belangrijke mate bepaald door de infrastructuurwerken van de lokale overheden. Die namen een hoge vlucht in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006. Gezuiverd voor verkopen van overheidsgebouwen, stegen de overheidsinvesteringen in 2006 met 5,9% en worden ze dit jaar met 7,5% teruggeschroefd. In 2008 zou het investeringsvolume verder afnemen, zij het in beperktere mate.

De stevige werkgelegenheidsgroei dringt de werkloosheid terug.

De binnenlandse werkgelegenheid steeg in 2006 gemiddeld met 52.700 personen. Net zoals in de afgelopen jaren wordt de banengroei ook dit en volgend jaar ondersteund door de beperkte toename van de loonkosten, de trendomkeer in de evolutie van het aantal zelfstandigen (een toename) en de verdere uitbreiding van de dienstenchequewerkgelegenheid. Doordat de werkgelegenheidstoename bovendien met enige vertraging reageert op de evolutie van de economische activiteit, zou ze dit jaar verder aantrekken tot 61.300 personen.

Ontwikkeling van de werkgelegenheid en de werkgelegenheidsgraad (jaargemiddelden)

In 2008 blijft de werkgelegenheidstoename aanzienlijk (44.200 personen). De werkgelegenheidsgraad stijgt van 62,6% in 2006 tot 63,5% in 2008. De werkgelegenheid neemt sterker toe dan de beroepsbevolking, zodat het aantal werklozen (ruime administratieve definitie) vermindert met 57.800 in 2007 en met 20.400 in 2008. De geharmoniseerde Eurostat-werkloosheidsgraad (berekend op basis van de enquête naar de arbeidskrachten) neemt af van 8,2% in 2006 tot 7,2% in 2008.

Onder impuls van de energieprijzen trekt de inflatie in 2008 aan tot 2,2%.

De inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen (NICP), wordt voor dit jaar en voor volgend jaar geraamd op resp. 1,7% en 2,2%. In beide jaren wordt de inflatie sterk beïnvloed door de evolutie van de energieprijzen. Dit jaar wordt de toename van het NICP in de hand gehouden door de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt in Brussel en Wallonië, terwijl de versnelling van de inflatie in 2008 grotendeels verklaard wordt door de aangekondigde prijsverhogingen voor aardgas. De impact van de prijsstijging van de ruwe olie uitgedrukt in dollar op de Belgische inflatie zou relatief beperkt blijven dankzij de gelijktijdige appreciatie van de euro. De gezondheidsindex, die niet beïnvloed wordt door de prijsbewegingen van motorbrandstoffen, tabakswaren en alcoholhoudende dranken zou met 1,6% en 2,2% toenemen. De huidige spilindex (106,22) zou overschreden worden in januari en de volgende spilindex (108,34) in december 2008.

Kerncijfers voor de Belgische economie (Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld)
  2005 2006 2007 2008
Consumptieve bestedingen van de particulieren 1.3 2.0 2.5 1.7
Consumptieve bestedingen van de overheid -0.2 0.0 2.4 2.5
Bruto vaste kapitaalvorming 6.7 4.2 5.9 2.3
Totaal van de nationale bestedingen 2.1 3.0 3.2 2.0
Uitvoer van goederen en diensten 3.6 2.6 4.6 5.2
Invoer van goederen en diensten 4.2 2.7 5.3 5.3
Netto-uitvoer (bijdrage tot de groei van het bbp) -0.3 -0.0 -0.4 0.1
Bruto binnenlands product 1.7 2.8 2.7 2.1
Nationaal indexcijfer der consumptieprijzen 2.8 1.8 1.7 2.2
Gezondheidsindex 2.2 1.8 1.6 2.2
Reëel beschikbaar inkomen van de particulieren -0.1 2.6 2.1 1.4
Spaarquote van de particulieren (in % van het beschikbaar inkomen) 12.2 12.5 12.1 11.8
Binnenlandse werkgelegenheid (jaargemiddelde verandering, in duizendtallen) 51.1 52.7 61.3 44.2
Werkloosheidsgraad (Eurostatstandaard, jaargemiddelde) 8.4 8.2 7.5 7.2
Saldo lopende rekening (betalingsbalans, in % van het bbp) 2.5 2.4 2.3 2.2
Wisselkoers van de euro in dollar (aantal dollars voor 100 euro) 124.3 125.5 136.1 141.3
Korte rente (interbancair tarief, 3 maanden) (%) 2.2 3.1 4.2 4.3
Lange rente (OLO,10 jaar) (%) 3.4 3.8 4.3 4.3

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots