Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Nieuwe regionale economische vooruitzichten 2008-2014 (09/07/2009)

!

Bovenstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in PDF-formaat hieronder of in het kader 'PDF & downloads' rechtsbovenaan.

Op 9 juli 2009 stellen het Federaal Planbureau (FPB), het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR) en het Institut wallon de l’Evaluation, de la Prospective et de la Statistique (IWEPS) de resultaten van een nieuwe regionale economische projectie voor.

Die vier instellingen hebben een regionaal en sectoraal macro-economisch model ontwikkeld (HERMREG genaamd) dat het mogelijk maakt de belangrijkste resultaten van de jaarlijkse door het FPB gepubliceerde vooruitzichten voor België regionaal uit te splitsen. Dit modelleringstype laat toe een perfecte samenhang tussen de nationale projectie en de regionale projecties te verzekeren. De voorgestelde resultaten zijn gebaseerd op de ‘Economische vooruitzichten 2009-2014’ die in mei van dit jaar verschenen. Die vooruitzichten gaan uit van een heel sterk verslechterd internationaal klimaat in 2009 en een algemene recessie in de eurozone. Hieruit volgt dat, voor België in zijn geheel, het jaar 2009 getekend zou zijn door een sterke terugval van de economische activiteit. De crisis zou slechts heel geleidelijk wegebben (nulgroei in 2010). Pas vanaf 2011 zou de economische groei zich herstellen en aansluiten bij de historische groeitrend (gemiddeld 2,3% per jaar tijdens de periode 2011-2014).

De resultaten van de regionale middellangetermijnvooruitzichten kunnen als volgt worden samengevat:

Economische groei

In 2009 zou de economische recessie de drie Belgische gewesten op een vrijwel identieke wijze treffen: de inkrimping van de economische activiteit zou bijna 4% bedragen, zowel in Brussel als in Vlaanderen en Wallonië. De belangrijkste kanalen waarlangs de economische crisis zich verspreidt, zouden echter verschillen van gewest tot gewest. In het Brussels Gewest zou vooral de financiële sector sterk terugvallen, terwijl in Vlaanderen en Wallonië de industriële bedrijfstakken het hardst getroffen zouden worden; toch zouden ook de diensten niet gespaard blijven. In 2010 zou het geleidelijk verdwijnen van de crisis zich vertalen in een nulgroei in Vlaanderen, een zeer zwakke (positieve) groei in Wallonië en een nog licht negatieve groei in Brussel. Op middellange termijn (periode 2011-2014), zouden de gewesten opnieuw een groei laten optekenen die vergelijkbaar is met die voor het uitbreken van de crisis. Het gemiddeld jaarlijks groeitempo van het bbp zou zo 2,4% bereiken in het Vlaams Gewest, waarmee deze regio zou genieten van een iets krachtiger herstel dan in de twee overige gewesten, die een gemiddelde groei van 2,2% noteren over de periode 2011-2014. In de projectieperiode zou dus een groeiverschil tussen de drie gewesten in het voordeel van Vlaanderen blijven bestaan, maar het zou verminderen in vergelijking met vroeger.

Arbeidsmarkt

De daling van de regionale bbp’s in 2009 en de stagnering in 2010 zouden gepaard gaan met grote verliezen voor de binnenlandse werkgelegenheid. Vlaanderen zou over die twee jaar ongeveer 44 500 jobs verliezen, terwijl Wallonië en Brussel respectievelijk 29 000 en 16 000 arbeidsplaatsen zouden verliezen. De werkgelegenheid zou pas vanaf 2011 aangroeien in de verschillende gewesten (voor Brussel pas vanaf 2012, er zouden nog ongeveer 1 800 banen verloren gaan in 2011). De jobcreatie zou hoger liggen in Vlaanderen dan in de twee overige gewesten. Rekening houdend met de belangrijke verliezen aan werkgelegenheid in het begin van de projectieperiode, zou de regionale werkgelegenheid pas vanaf 2013 terug het niveau van 2008 bereiken in Vlaanderen en Wallonië, terwijl in Brussel het niveau van 2008 nog niet volledig bereikt zou zijn tegen 2014.

De werkloosheidsvooruitzichten tonen een sterke stijging van de werkloosheidsgraad in de drie gewesten in 2009 en 2010, waarbij de 10%-grens zou worden overschreden in Vlaanderen (zoals in 2003-2005) en de 20%-grens in Wallonië en Brussel. Op middellange termijn zou de werkloosheidsgraad pas opnieuw dalen vanaf 2012 in Vlaanderen en 2013 in Brussel. De Waalse werkloosheidsgraad zou zich op zijn best stabiliseren op middellange termijn. Die minder goede prestatie van Wallonië op het gebied van de werkloosheid op middellange termijn zou toe te schrijven zijn aan de onvoldoende toename van zowel de binnenlandse werkgelegenheid (weliswaar opnieuw positief in 2011) als van de uitgaande pendel ten opzichte van de verwachte verhoging van de beroepsbevolking. Zo zou de Waalse werkgelegenheidsgraad in 2014 nog ver onder zijn niveau van 2008 blijven. In het Vlaams Gewest zou de groei van de werkende beroepsbevolking iets sterker zijn tussen 2011 en 2014, maar de groei van de bevolking op arbeidsleeftijd zou de zwakste zijn van de drie gewesten. Bijgevolg zou de Vlaamse werkgelegenheidsgraad tegen 2014 zijn niveau van 2008 benaderen.Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou de daling van de werkloosheid (vanaf 2013) het gevolg zijn van de voortzetting van de trendmatige daling van het surplus van inkomende pendelaars ten opzichte van uitgaande pendelaars en, in minder mate, van de evolutie van de binnenlandse werkgelegenheid.

Volgens het loonscenario van deze vooruitzichten, zouden de reële loonkosten per hoofd in de marktbedrijfstakken over de volledige projectieperiode toenemen met 0,5% à 0,6% per jaar in de drie gewesten. Een dergelijke toename zou met moeite hoger zijn dan tijdens de recente periode 2001-2007 en licht lager dan de gemiddelde loongroei van 1994 tot 2000. In het begin van de projectieperiode zouden de lonen in Brussel het snelst stijgen; op middellange termijn (periode 2011-2014), daarentegen, zouden de lonen er iets minder snel stijgen dan in de twee overige gewesten. Tegelijk zou de productiviteitswinst, na een sterke terugval in 2008 en 2009, zich enigszins herstellen en nadien groeien in een tempo dat vergelijkbaar is met het gemiddelde sinds 1994. In het Brussels Gewest zou de productiviteitswinst het hoogst blijven; in het Vlaams en het Waals Gewest zou de productiviteitswinst heel gelijkaardig zijn.

Uitstoot van broeikasgassen

Volgens deze nieuwe vooruitzichten zouden de broeikasgasemissies die op nationaal niveau afnemen tussen het begin en het einde van de projectieperiode, eveneens dalen in het Vlaams en Waals Gewest, maar licht stijgen in het Brussels Gewest. Binnen de context van de huidige projectie, zouden alle gewesten de vooropgestelde doelstellingen uit het Protocol van Kyoto behalen. Er blijven evenwel een aantal onzekerheden, m.b.t. bijvoorbeeld energieprijzen of klimatologische omstandigheden, die een impact op deze resultaten kunnen hebben.

  Beschikbare gegevens

None
Please do not visit, its a trap for bots