Het Federaal Planbureau analyseert de structuur en de evolutie van de publieke werkgelegenheid in België (29/10/2010)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

In 2009 waren 828 000 personen tewerkgesteld in de Belgische overheidssector. Hun aandeel in de totale werkgelegenheid bedroeg 18,7%. De kenmerken van deze werkgelegenheid evolueren: het aandeel van de statutairen vermindert, terwijl het opleidingsniveau, alsook het aandeel van de 50-plussers toeneemt. Sinds 1995 is de werkgelegenheid bij de lagere overheid en de gemeenschappen en de gewesten sterk gestegen.

  • De werkgelegenheid in de overheidssector heeft in de eerste plaats betrekking op het openbaar bestuur en het onderwijs. Tussen 1995 en 2009 steeg de werkgelegenheid met 72 000 eenheden in het openbaar bestuur en met 35 000 eenheden in het onderwijs, terwijl ze sterk terugliep bij defensie (-13 000).
  • De werkgelegenheid in de overheidssector situeert zich overwegend bij de gemeenschappen en gewesten en de lagere overheid (respectievelijk 44% en 35% van de totale sector in 2009, tegenover 17% voor de federale overheid en 4% voor sociale zekerheid). De toename van de publieke werkgelegenheid tussen 1995 en 2009 (+100 000 eenheden) is vooral toe te schrijven aan de lagere overheid (+58 000) en de gemeenschappen en gewesten (+38 000). De werkgelegenheid bij de federale overheid is stabiel gebleven.
  • Het openbaar bestuur omvat in hoofdzaak de functies ‘algemeen overheidsbestuur’, ‘openbare orde en veiligheid’ en ‘sociale bescherming’. Tussen 1995 en 2008 nam de werkgelegenheid in de eerste plaats toe in de functie ‘openbare orde en veiligheid’ (+22 000 personen). Bovendien is het aandeel hoogopgeleide werknemers in het openbaar bestuur op tien jaar tijd sterk toegenomen, nl.van 26% tot 34%.
  • In 2008 bedroeg het aandeel van de 50-plussers in de overheidssector ongeveer 30%; het aandeel van de statutaire ambtenaren bedroeg nog slechts 57%.
  • De werkgelegenheid in het ‘openbaar domein’ kwam in 2008 uit op 1 299 000 personen, of 29% van de totale werkgelegenheid in België. Dat concept houdt rekening met de werkgelegenheid in de activiteiten van de marktsector die indirect gefinancierd worden door de overheid (gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening; activiteiten die gegenereerd worden door de aankoop van goederen en diensten van de overheid). Tussen 1995 en 2008 heeft de groeidynamiek van de werkgelegenheid in de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening (jaarlijks gemiddeld 3,3%) in sterke mate bijgedragen tot de toename van de werkgelegenheid in het ‘openbaar domein’ (+254 000 personen).

Werkgelegenheid in de overheidssector in 2009

De werkgelegenheid in de overheidssector heeft voor bijna 90% betrekking op openbaar bestuur (392 000 banen in 2009) en onderwijs (344 000 banen). De overige activiteiten zijn transport (46 000 banen), defensie (40 000 banen) en de collectieve diensten (5 000 banen).

Gerangschikt volgens beleidsniveau staan de gemeenschappen en gewesten bovenaan (365 000 banen of 44% van het totaal), gevolgd door de lagere overheid (294 000 of 35%), de federale overheid (139 000 of 17%) en de sociale zekerheid (30 000 of 4%). 80% van de werkgelegenheid in de openbare sector situeert zich dus op het niveau van Entiteit II (de gemeenschappen en gewesten en de lagere overheid) en 20% op het niveau van Entiteit I.

Ongeveer 70% van de werknemers van de federale overheid en de lagere overheid zijn tewerkgesteld bij het openbaar bestuur. In de deelsector van de gemeenschappen en gewesten houdt de werkgelegenheid in eerste instantie verband met onderwijs (76%).

Evolutie van de werkgelegenheid in de overheidssector tussen 1995 en 2009

Over de periode 1995-2009 stijgt de werkgelegenheid in de overheidssector met 100 000 eenheden, of een gemiddelde jaargroei van 0,9%. Op federaal niveau blijft de werkgelegenheid stabiel. De toename situeert zich bij de lagere overheid (+58 000 eenheden), de gemeenschappen en gewesten (+38 000 eenheden) en de sociale zekerheid (+5 000 eenheden) met jaarlijkse groeigemiddelden van respectievelijk 1,6%, 0,8% en 1,2%. Entiteit II heeft dus voor 95% bijgedragen tot de stijging van de totale werkgelegenheid (+95 000 eenheden in Entiteit II tegenover +5 000 eenheden voor Entiteit I).

Een opsplitsing naar activiteit geeft aan dat de werkgelegenheid vooral toeneemt in het openbaar bestuur (+72 000 eenheden) en in het onderwijs (+35 000 eenheden), terwijl er bij defensie een forse daling wordt opgetekend (-13 000 eenheden). De toename van de werkgelegenheid in het openbaar bestuur doet zich voor in alle deelsectoren, maar vooral bij de lagere overheid (+41 000 eenheden); zowel bij de federale overheid als bij de gemeenschappen en de gewesten neemt de werkgelegenheid binnen die activiteit toe met ruim 10 000 eenheden (+13 000 eenheden in beide deelsectoren) en in de sociale zekerheid bedraagt de toename 5 000 eenheden. De groeidynamiek was dus relatief krachtiger bij de gemeenschappen en de gewesten (gemiddeld 1,9% per jaar) en bij de lagere overheid (1,6%) dan bij de federale overheid (1%). In 2009 vertegenwoordigt Entiteit I 33% van de werkgelegenheid in het openbaar bestuur en Entiteit II 67 % (52% in de lagere overheid en 15% in de gemeenschappen en de gewesten).

Enkele kenmerken van de werkgelegenheid in de overheidssector

De analyse volgens de functionele classificatie van het openbaar bestuur toont het grote aandeel van de functie ‘algemeen overheidsbestuur’ (37% in 2008), gevolgd door de functies ‘openbare orde en veiligheid’ (22%) en ‘sociale bescherming’ (14%). Tijdens de periode 1995-2008 is de werkgelegenheid echter in de eerste plaats toegenomen in de functie ‘openbare orde en veiligheid’ (14 000 bij de federale overheid en 8 000 bij de lagere overheid). In de functie ‘algemeen overheidsbestuur’ werd tijdens dezelfde periode een stijging met 14 000 banen opgetekend in de lagere overheid. De werkgelegenheid nam eveneens toe in de functies die een relatief kleiner aandeel in het totaal vertegenwoordigen. Dat heeft vooral te maken met een trend naar nieuwe behoeften zoals, bijvoorbeeld, in de functie ‘recreatie, cultuur en godsdienst’, waar de werkgelegenheid met 8 000 eenheden toenam bij de lagere overheid (vooral door de ontwikkeling van sport- en cultuurcentra). Ook op het niveau van de federale overheid komen nieuwe behoeften tot uiting. Zo is de werkgelegenheid in de functie ‘sociale bescherming en gezondheidszorg’ gestegen (+4 000 eenheden) door, bijvoorbeeld, de oprichting van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) in het begin van de jaren 2000 naar aanleiding van de dioxinecrisis. In het ‘algemeen overheidsbestuur’ op federaal niveau is de werkgelegenheid echter met 4 000 eenheden gedaald door een afname van het personeelsbestand van de FOD Financiën. In de gemeenschappen en de gewesten zou de aanzienlijke toename van de functie ‘economische zaken’ (+6 000 eenheden) kunnen duiden op de wil om de bevoegdheden die sinds 1989 van de federale overheid zijn overgedragen naar de gewesten te versterken, zoals in de domeinen economie, landbouw en buitenlandse handel. In de sociale zekerheid is de werkgelegenheid vooral gestegen bij de ziekenfondsen (+3 000 eenheden).

Uit de analyse van de structuur van de werkgelegenheid per leeftijd, statuut en scholingsgraad blijkt een sterke tendens tot vergrijzing (30% van de werknemers in de overheidssector of 235 000 personen zijn 50 jaar of ouder, tegenover 21% of 800 000 werknemers in de totale economie), een toename van het aantal contractuele personeelsleden (het aandeel van de statutaire werkgelegenheid is gedaald van 63% in 1997 tot 57% in 2008) en een verhoging van de scholingsgraad (in het openbaar bestuur is het aandeel van de werknemers met een diploma hoger onderwijs op tien jaar tijd gestegen van 26% tot 34%). De gemiddelde arbeidsduur is relatief stabiel gebleven tussen 1995 en 2008 en heeft dus geen invloed uitgeoefend op de evolutie van de werkgelegenheid in de overheidssector.

Deze studie werd verwezenlijkt op verzoek van de federale regering. In dat kader werd reeds een eerste studie gemaakt in april 2009: Laloy L. (2009), « L’emploi public belge dans une perspective internationale », Working Paper 4-09, Federaal Planbureau.

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots