Page Title

Nieuws

Deze rubriek toont alle actualiteit m.b.t. het FPB, gaande van de meest recente studies, persberichten, en artikels tot aankondigingen van toekomstige publicaties, workshops, colloquia…

Fact Sheet 001 : Diensten of industrie, welke sector ondersteunt de productiviteitsgroei in België? (15/06/2020)

Welke activiteiten dragen bij tot de productiviteitsontwikkeling? De EUKLEMS-databank van het Federaal Planbureau geeft een antwoord op die vraag.

Recente vertraging van de productiviteit

Sinds de financieel-economische crisis van 2008 is de economische groei vertraagd. Die vertraging wordt vooral verklaard door de groeivertraging van de arbeidsproductiviteit, m.a.w. de hoeveelheid gecreëerde toegevoegde waarde per gewerkt uur. Terwijl de crisis werd gevolgd door een herstel vanaf 2012, stagneert de productiviteit sinds 2015.

De schuldige is niet wie we denken

Achter deze globale evolutie in de arbeidsproductiviteit gaat een nieuw fenomeen schuil. De verwerkende nijverheid realiseert doorgaans een veel grotere productiviteitsgroei dan de dienstensector. Dat is echter niet meer het geval sinds 2015.

Tussen 2015 en 2018 is de productiviteit in de verwerkende industrie met gemiddeld 0,8 % per jaar gedaald, terwijl de productiviteit in de marktdiensten met gemiddeld 0,6 % per jaar is gestegen.

De groeivertraging van de arbeidsproductiviteit die vanaf 2015 in de markteconomie (d.i. zonder de overheidssector) wordt waargenomen, wordt dus grotendeels verklaard door de daling van de productiviteit in de verwerkende industrie. Ook de marktdiensten hebben hieraan bijgedragen, maar in mindere mate. Hoewel hun productiviteitsgroei positief bleef, vertraagde deze vanaf 2015.

De sectoren dragen niet in gelijke mate bij tot de geaggregeerde productiviteitsgroei, maar volgens hun respectieve aandeel in de economie. Net zoals in de meeste Europese economieën, neemt de belgische dienstensector een steeds belangrijkere plaats in, terwijl het omgekeerde geldt voor de verwerkende nijverheid. In 2018 zijn de diensten goed voor 65 % van de toegevoegde waarde (55 % in 1995) en 68 % van de gewerkte uren in de markteconomie (58 % in 1995). De verwerkende industrie staat in voor 20 % van de toegevoegde waarde (29 % in 1995) en 15 % van de gewerkte uren in de markteconomie (24 % in 1995).

  Verwante documenten

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots