Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Evaluatie van de economische impact van het faillissement van Sabena N.V. [Working Paper 03-02]

Deze working paper beantwoordt een vraag van de Minister van Economie en maakt een raming van de effecten van het faillissement van Sabena n.v. op de Belgische economische activiteit.

Ter herinnering, Sabena n.v. ging failliet op 7 november 2001. Sabena n.v. had toen 7800 mensen in dienst en maakte, samen met Sabena Technics, dat, Sobelair en enkele andere filialen deel uit van de groep-Sabena die in totaal meer dan 12000 mensen tewerkstelde. Na het faillissement ontstond een consortium van privé- en overheidsinvesteerders dat fondsen zou inzamelen voor een nieuwe luchtvaartactiviteit op basis van dat.

Om de impact van een dergelijk faillissement te meten, moeten heel wat hypothesen gebruikt worden zowel van de aanbodzijde (productie en invoer) als van de vraagzijde (consumptie van de gezinnen en ondernemingen en uitvoer).

Het productieverlies dat ontstond door het verdwijnen van Sabena n.v. hing in grote mate af van het lot dat dat beschoren zou zijn. Drie scenario’s werden overwogen. Het eerste scenario veronderstelt dat door het faillissement van Sabena n.v. dat ook failliet zou gaan. Dat ‘rampscenario’ veronderstelt een omzetverlies van 2,5 miljard euro en een rechtstreekse schrapping van 8700 banen. Dat scenario lijkt afgewend te zijn sinds het coördinatiecentrum (sic) een deel van zijn schuldvorderingen heeft laten vallen en de sn Air Holding werd opgericht. In de overige twee scenario’s wordt ervan uitgegaan dat dat blijft bestaan en, alleen of met andere maatschappijen die in België gevestigd zijn, een min of meer groot deel van de activiteiten van Sabena n.v. recupereert. Zo zou de productie van dat oplopen van 180 tot 550 miljoen euro in het tussenliggend scenario en tot 687 miljoen euro in het meest optimistische scenario. In die context en naargelang de productiviteit van de nieuwe maatschappij, zou een relatief groot aantal jobs gered kunnen worden, maar dat neemt niet weg dat sinds het faillissement ongeveer 6000 rechtstreekse banen verloren lijken voor de sector.

Wat de binnenlandse vraag betreft, werd er verondersteld dat de Belgische klanten nauwelijks minder zouden reizen dan vóór het faillissement en dat ze zich tot andere luchtvaartmaatschappijen in België of in het buitenland zouden wenden. Wij hebben daarentegen verondersteld dat met het faillissement van Sabena de transferpassagiers voor de luchthaven Brussel-Nationaal bijna volledig zouden verdwijnen. De uitvoer van luchttransport door België zou dus de nawerking van het faillissement voelen en zou uiteindelijk de algemene vraag beïnvloeden.

Om die impact te meten, werden twee werkinstrumenten van het Federaal Planbureau gebruikt. In een eerste fase konden met het input-outputmodel de gevolgen voor het activiteitenniveau van alle andere takken van de economie gemeten worden bij een productievermindering van de luchtvaartbranche. Vermits een daling van de luchtvaartactiviteit ook macro-economische impacts heeft qua inkomsten, investeringen, prijzen, … werd die eerste analyse aangevuld met een macrosectorale benadering die aan de hand van het hermes-model werd gemaakt.

De impact van het faillissement van Sabena n.v. op de toegevoegde waarde van de luchtvaartbranche en alle toeleveringssectoren werd door het input-outputmodel op 1 miljard euro geraamd (in prijzen van 1995) in de gunstigste hypothese, op 1,3 miljard euro in de tussenliggende hypothese en op 1,7 miljard euro in de meest pessimistische hypothese. Uit de oefening blijkt ook dat de totale impact bijna twee keer zo groot is als de rechtstreekse impact. Met andere woorden, de onrechtstreekse effecten zijn bijna vergelijkbaar met de rechtstreekse effecten. In procent van het bbp zou de sectorale impact, die door input-output gemeten werd in prijzen van 1995, 0,72 % bedragen in het rampscenario, 0,45 % van het bbp in het meest optimistische scenario en 0,55 % in het tussenliggend scenario.

In lopende prijzen, zou de impact kleiner zijn omdat de prijzen van de toegevoegde waarde van het luchtvervoer sinds 1995 aanzienlijk zijn gedaald, terwijl de prijs van de toegevoegde waarde van de overige sectoren is blijven stijgen. Het rechtstreekse effect daalt dus sterk, wat niet het geval is voor de onrechtstreekse effecten waarvan het relatieve aandeel toeneemt. In procent van het bbp, zou de totale impact aan lopende prijzen 0,49 % zijn in het rampscenario, 0,37 % in het tussenliggend scenario en 0,3 % in het optimistische scenario.

Dan moet er nog rekening gehouden worden met alle macro-economische effecten die ontstaan zijn door het faillissement van Sabena; hiervoor werd gebruik gemaakt van het macrosectorale model hermes. Uit de drie scenario’s die door de input-outputbenadering werden bestudeerd, bleek het tussenliggend scenario het meest realistische dat in het hermes-model kon worden ingevoerd.

Als er rekening wordt gehouden met de inkomeneffecten en de begeleidingsmaatregelen van de regering, kon het algemene effect in constante prijzen uiteindelijk geëvalueerd worden op ongeveer 0,65 % van het bbp in 2002. In totaal zouden 17000 mensen hun job verliezen en het buitenlandse surplus zou dalen met 528 miljoen euro. De overheidsfinanciën zouden ook nadeel ondervinden want het deficit zou sterk stijgen met 830 miljoen euro (of 0,32 % van het bbp)

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

  PDF & Download

  Auteurs

, Francis Bossier (A), Albert Gilot (A), ,
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots