Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Dualisering in het digitale tijdperk - Een onderzoek naar de verbanden tussen multidimensionele armoede en informatie- en communicatie-technologie [Working Paper 04-02]

Het Federaal Planbureau (fpb) kreeg in het kader van een onderzoekscontract met de federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (dwtc) de opdracht een studie te realiseren getiteld: "Transitie naar de informatiemaatschappij: perspectieven en uitdagingen voor België". Eén luik van dit onderzoek slaat op de impact van deze transitie op de situatie van armoede en dualiseirngstendenzen in België. Het fpb heeft dit onderzoeksluik opgedeeld in twee fasen en publicaties. In een eerste fase hebben Jean-Maurice Frère en Christophe Joyeux (2000) in het rapport ‘ict en dualisering: een inleidende studie’ de termen armoede, sociale uitsluiting en dualisering conceptueel uitgeklaard. De diverse armoedemeetmethodes alsmede de omvang en kenmerken van armoede in België en in een Europese context werden vervolgens beschreven. Deze studie verkent tenslotte mogelijke verbanden tussen de eerder beschreven armoedesituaties en evoluties op het vlak van Informatie- en Communicatietechnologieën (ict). In een tweede fase, waarin dit working paper kadert, wordt de relatie tussen ict en dualisering zowel inhoudelijk als statistisch verder uitgediept. De onderzoeksvragen zullen in dit eerste hoofdstuk worden toegelicht. Door middel van een analyse van de Panel Studie van Belgische Huishoudens (psbh) zal worden getracht deze onderzoeksvragen te beantwoorden.

Om onder meer om de realisatie van dit rapport te begeleiden heeft het fpb een interne werkgroep ‘Dualisering’ opgericht. Michel Englert, Micheline Lambrecht en Nadine Gouzée maken er onder meer deel van uit. Hun kritische kanttekeningen hebben veel aan deze studie bijgedragen en daarvoor dank ik hen. In het bijzonder worden Jean-Maurice Frère (eveneens lid van de fpb-werkgroep ‘Dualisering’) en Mario Pandelaere (Katholieke Universiteit Leuven) met dank genoemd: eerstgenoemde voor zijn hulp bij het uitklaren van conceptuele en statistisch-methodologische aspecten van armoede(meting) in eerdere versies van dit rapport, laatstgenoemde voor zijn onmisbare hulp bij het toepassen van een aantal statistische technieken en het interpreteren van de resultaten daarvan. Natuurlijk blijven alle fouten hierbij de verantwoordelijkheid van de auteur.

Dit working paper is een verkorte versie van een ongepubliceerd onderzoeksverslag wat bij de auteur opgevraagd kan worden. Voor een meer uitgebreide bespreking van de theorie, de exacte beschrijving van de data en een meer diepgaande weergave van de resultaten van de statistische analyses, wordt naar dit verslag verwezen.

De problematiek van dualisering, armoede en sociale uitsluiting is de laatste jaren steeds prominenter op de agenda van wetenschappers, politici en ambtenaren gekomen. Dit geldt niet alleen voor België maar zeker ook voor Europa als geheel. Deze ontwikkeling kadert in de gedachte dat materiële deprivatie, werkloosheid en verschillende andere vormen van uitsluiting symptomen zijn van een dieper probleem of tot dit probleem aanleiding kunnen geven. Dit probleem is bekend als ‘armoede’ of ‘sociale uitsluiting’-al naargelang de definitie-, het idee dat mensen buiten de maatschappij komen te staan en niet meer in staat zijn om aan het maatschappelijk leven in al zijn aspecten deel te nemen. In het geval van geïnterneerden is deze uitsluiting om diverse redenen door de rechterlijke macht opgelegd en dus overduidelijk. Ook heeft vrijwel iedereen wel een idee welke andere groepen van personen dit betreft: onder meer daklozen, alcoholisten, drugsverslaafden en illegalen.

Echter, naast deze groepen zijn er wellicht nog anderen die dit lot heeft getroffen. Bij deze personen valt de armoede minder op, hetgeen niet wil zeggen dat de gevolgen van deze situatie niet minder dramatisch hoeven te zijn. Daar komt bij dat het mogelijke bestaan van een grote groep arme gezinnen tot een situatie van dualisering leidt. Ook is het zo dat de identificatie van welke huishoudens het nu eigenlijk betreft, tot dusver een probleem is gebleken en gebleven, hoewel het wel mogelijk is om risicogroepen vast te stellen. Er is dus sprake van een ernstig maatschappelijk probleem waar vanuit wetenschappelijke hoek nog veel over te leren valt, en waar nog veel beleidsmaatregelen mogelijk en noodzakelijk lijken. Het is om deze redenen dat de aandacht van zowel wetenschappers als beleidsmakers zich steeds meer op deze groep armen of uitgeslotenen richt.

Eén van de meest belangrijke veranderingen die gedurende de laatste decennia hebben plaatsgevonden, maar waarvan de gevolgen pas de laatste jaren écht goed zichtbaar worden, betreft de onstuitbare opmars van informatie- en communicatietechnologie (ict) in het dagelijks leven en de maatschappij. De toepassingen van ict zijn tot in alle uithoeken van onze samenleving doorgedrongen, of zijn bezig dat te doen, en het niet kunnen omgaan met ict zou mogelijk dus tot armoede kunnen leiden. Ook zou het kunnen dat als gevolg van het arm zijn van een huishouden of persoon, deze om welke reden dan ook niet in staat is om de ontwikkelingen op ict-gebied bij te houden. Vermoedelijk is er dus sprake van een vicieuze cirkel. Het staat buiten kijf dat het zeer belangrijk is dat deze cirkel wordt doorbroken, omdat de ontwikkelingen in de ict door zullen gaan en wellicht zelfs zullen versnellen. Indien het inderdaad zo is dat er een verband is tussen het niet gebruiken van ict-goederen en armoede of uitsluiting, dan zal dit probleem zich in de toekomst dus versterken.

Al deze overwegingen kunnen worden samengebracht in de volgende vragen die aan de basis van dit luik van het onderzoek naar het verband tussen ict en armoede liggen. Een voorwaarde voor het bestaan van een verband tussen armoede en ict is natuurlijk dat armoede empirisch bestaat. De eerste vraag is dus:

"Kan er een empirische onderbouwing voor multidimensionele armoede en dualisering worden gevonden, met andere woorden: is er sprake van een duale samenleving?"

Indien het antwoord op deze vraag bevestigend is, dan is de tweede vraag:

"Zijn er verbanden tussen dualisering en het bezit van ict-goederen door huishoudens?"

Indien op deze vraag bevestigend kan worden geantwoord, komt de volgende vraag daar logisch uit voort:

"Wat zijn de mogelijke verklaringen voor deze verbanden?"

Het maatschappelijke belang van deze studie is op alle bovenstaande overwegingen gebaseerd. Diepgaandere kennis over armoede, uitsluiting en een eventuele dualisering in de Belgische samenleving is onontbeerlijk, en dit geldt ook voor kennis over het verband met ict. Immers, het is slechts op basis van deze kennis dat beleid kan worden geënt.

Wat betreft het wetenschappelijk belang van deze studie zijn er twee zaken te noemen. Ten eerste poogt deze studie op een zo veel mogelijk objectieve en statistische manier het bestaan van dualisering of multidimensionele armoede, samen met de determinanten van armoede, aan te tonen. Met ‘objectief en statistisch’ wordt bedoeld dat de nodige beslissingen zo veel mogelijk op statistische gronden zullen worden genomen. Het doel is vast te stellen hoeveel procent van de steekproef als arm kan worden gekenmerkt, en door welke dimensies deze armoede beschreven wordt, zonder dat het aantal dimensies, de inhoud daarvan als het verband tussen de dimensies en het al dan niet arm zijn, op vooropgestelde keuzes of aannames zijn gebaseerd. Wetenschappelijk gezien is dit het meest innovatieve aspect van deze studie. Daarnaast en ten tweede wordt op basis van zowel een theoretisch als een empirisch model het verband tussen multidimen-sionele armoede en ict-bezit beschouwd. Vanuit methodologisch oogpunt verdient dit de voorkeur boven een benadering waarbij ict-bezit in verband wordt gebracht met een aantal kenmerken waarvan men vooropstelt dat ze verband houden met multidimensionele armoede.

De opbouw van dit working paper is als volgt: in het tweede hoofdstuk zullen de begrippen "multidimensionele armoede" en "dualisering" worden gedefinieerd. In het derde hoofdstuk zal het theoretische verband tussen ict en dualisering uitgebreid worden besproken. Het vierde hoofdstuk zal beginnen met de presentatie en bespreking van een empirisch model wat de relatie legt tussen de data en de te beantwoorden onderzoeksvragen. Hier zullen de toe te passen statistische technieken kort worden besproken. Er zijn een grote hoeveelheid mogelijke indicatoren van multidimensionele armoede uit de psbh-dataset van het jaar 1998 afgeleid, en na een korte bespreking van deze variabelen, zullen de resultaten van deze technieken worden besproken. Het resultaat van dit hoofdstuk zal zijn dat de onderliggende dimensies van armoede zichtbaar zullen worden. Ook zal blijken dat er in de steekproef een belangrijke minderheid arme huishoudens kan worden afgeleid, waardoor er sprake is van een situatie van dualisering.

In het vijfde hoofdstuk zal met eenvoudige statistische technieken de relatie tussen multidimensionele armoede en het bezit van verschillende ict goederen worden gelegd. De bestudeerde ict-goederen zijn de kleurentelevisie, de videorecorder, de telefoon, het antwoordapparaat, de personal computer, de gsm en de internetaansluiting. Komt de dualisering in de maatschappij overeen met de ‘digital divide’? Anders gezegd, bezitten armen minder of minder moderne ict-goederen?

In het zesde en laatste hoofdstuk zullen op basis van de eerdere hoofdstukken verschillende conclusies worden getrokken.

  Verwante documenten

None

  PDF & Download

  Auteurs

,
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots