Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Economische vooruitzichten 2015-2020 Versie van maart 2015 [Economic outlook 2015-2020 0]

Dit rapport vormt een bijdrage tot de voorbereiding van het nieuwe Stabiliteitsprogramma en van het nieuwe Nationaal Hervormingsprogramma (NHP). Het vermeldt de voornaamste resultaten van de voorlopige versie van de “Economische vooruitzichten 2015-2020” die in mei 2015 gepubliceerd zullen worden.

 

De projectie is gerealiseerd bij ongewijzigd beleid en ongewijzigde wetgeving. Ze integreert de belangrijkste informatie inzake overheidsontvangsten en –uitgaven die gekend was op 17 maart 2015. Rekening houdend met het korte tijdsbestek, werd die informatie zo goed mogelijk verwerkt.

Methodologisch gezien heeft de projectie als uitgangspunt de macro-economische evoluties uit de jongste Economische begroting die werd gepubliceerd in februari 2015 en aangepast om bepaalde recente evoluties in aanmerking te nemen. De internationale omgeving voor het jaar 2015 is identiek aan die uit de Economische begroting en die voor het jaar 2016 is voornamelijk gebaseerd op de recentelijk gepubliceerde "economische wintervooruitzichten" van de Europese Commissie. Voor latere jaren steunt de nieuwe projectie op een internationale omgeving die grotendeels gebaseerd is op een verlenging tot 2024 van de economische wintervooruitzichten van de Europese Commissie. Andere gebruikte bronnen betreffen de jongste projectie van het IMF voor de niet-EU-landen en de Verenigde Staten en de termijnmarktnoteringen voor bepaalde prijs- en financiële variabelen.

Na een negatieve groei in 2013 (-0,5 %) zette het bbp van de eurozone een herstelbeweging in in 2014 maar bleef de groei beperkt tot 0,8 %. Voor de gehele Europese Unie kwam de groei voor het jaar 2014 uit op 1,3 %. De groei van de eurozone (net als die van de Europese Unie) zou versnellen in 2015 en 2016 door de gezamenlijke impact van verschillende factoren: de forse daling van de olieprijzen, de depreciatie van de euro, de bijkomende maatregelen beslist door de ECB en het nieuw Europees investeringsplan. Vervolgens (2017-2020) zou de bbp-groei gemiddeld 1,3 % per jaar bedragen voor de eurozone en 1,4 % voor de Europese Unie. Het scenario stelt dat de aanzienlijke (negatieve) output gap van de afgelopen jaren in 2019 is verdwenen.

Volgens de nieuwe projectie 2015-2020 zou de Belgische economische groei 1,2 % bedragen in 2015. Dat is iets meer dan in de Economische begroting van februari 2015 (1,0 %) en uitsluitend te wijten aan een opwaartse herziening van de overheidsuitgaven in volume (overheidsconsumptie en -investeringen). Vervolgens zou de Belgische groei geleidelijk aan hernemen en gemiddeld 1,6 % bedragen over de periode 2017-2020. De output gap (die sterk negatief was in 2013) zou zeer geleidelijk verdwijnen. De berekening van de output gap voor België is rechtstreeks afgeleid van een raming van de potentiële groei. Die is gebaseerd op de referentiemethode van de Europese Unie maar wordt toegepast op basis van statistische concepten en het projectiekader die eigen zijn aan de nationale macro-economische modellen van het FPB.

Hoewel de werkgelegenheid een terugval kende in 2013 en slechts zeer bescheiden toenam in 2014, zouden de vooruitzichten beter zijn onder impuls van de aantrekkende groei: het netto aantal gecreeerde banen zou geleidelijk toenemen tot gemiddeld ongeveer 33 000 nieuwe eenheden per jaar tussen 2017 en 2020. De werkgelegenheidsgraad van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar) zou gestaag stijgen tot 70,0 % in 2020 (wat nog meer dan 3 procentpunt lager is dan de doelstelling van 73,2 % uit de EU-2020 strategie). Ondanks die verbetering van de werkgelegenheid zou de werkloosheidsgraad (definitie Federaal Planbureau) slechts bescheiden afnemen, rekening houdend met de verwachte groei van het arbeidsaanbod (vooral door de geleidelijke opname van de werklozen met bedrijfstoeslag in de beroepsbevolking). De werkloosheidsgraad zou 11,3 % bereiken in 2020, tegenover 12,4 % in 2014.

Wat de inflatie betreft, is er sprake van een zeer zwak niveau aan het begin van de projectieperiode, vooral als gevolg van de forse daling van de energieprijzen, de bevriezing van reële lonen in 2014 en 2015 en de indexsprong vanaf 1 april. Na 2015, in de veronderstelling dat er zich geen nieuwe schokken op de internationale prijzen voordoen, zou de inflatie gemiddeld 1,3 % bedragen (en 1,5 % aan het einde van de periode).

In het kader van dit macro-economisch scenario zou het netto financieringssaldo van de gezamenlijke overheid geleidelijk afnemen, van 3,2 % van het bbp in 2014 tot 1,1 % van het bbp in 2020. Ondanks die gunstige evolutie zou de doelstelling van een licht begrotingsoverschot in 2017, zoals bepaald in het kader van het Stabiliteitsprogramma van april 2014, niet gerespecteerd worden en de overheidsschuld rond 102 % van het bbp blijven tegen 2020.

 

  Verwante documenten

None

Please do not visit, its a trap for bots