Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Regularisatie studieperioden in de werknemersregeling - Typegevallen analyse [Working Paper 03-17]

In deze Working Paper wordt onderzocht voor welke personen het voordelig is te regulariseren en hoeveel studieperioden zouden worden geregulariseerd in de werknemersregeling. Deze typegevallenstudie houdt rekening met verschillende inkomensniveaus, perioden van betaling van de regularisatiebijdrage, aantal effectieve loopbaanjaren en het aantal geregulariseerde studieperioden. Binnen dezelfde regularisatieperiode duurt het langer voordat het individu een financieel voordeel heeft bij de regularisatie naarmate de inkomens en de loopbaanduur stijgen. Wie in de eerste tien jaar na het behalen van het diploma niet meer kan regulariseren, zou een financieel voordeel kunnen halen bij een regularisatie tijdens de periode van de overgangsmaatregel.

Op 24 februari 2017 besliste de Ministerraad om het in aanmerking nemen van de studieperioden in de pensioenberekening te harmoniseren in de drie pensioenregelingen. Deze Working Paper gaat in op de nieuwe wetgeving inzake regularisatie van de studiejaren in de werknemersregeling. Meer bepaald worden op basis van een typegevallenstudie twee vragen behandeld: in welke gevallen is het voordelig om studiejaren te regulariseren en, indien dat het geval is, hoeveel studiejaren worden dan geregulariseerd? Om die vragen te beantwoorden, wordt in elk jaar na de pensionering de toename van het nettorustpensioen als gevolg van de geregulariseerde studiejaren vergeleken met de actuele waarde van de betaalde regularisatiebijdrage. Een rationeel individu zal studiejaren regulariseren indien hij een financieel voordeel haalt uit de regularisatie. Dat voordeel bestaat indien de toename van het rustpensioen dat hij gedurende zijn hele pensionering zal ontvangen (rekening houdend met zijn levensverwachting) groter is dan de regularisatiebijdrage.

De regularisatiebijdrage verschilt naargelang van de periode waarin de aanvraag wordt ingediend. Gedurende een overgangsperiode, van 1 juni 2017 tot 31 mei 2020, kunnen studiejaren vanaf de 20ste verjaardag geregulariseerd worden aan een regularisatiebijdrage van 1 500 euro per studiejaar (aan de huidige spilindex van 138,81). Na deze overgangsperiode blijft de regularisatiebijdrage 1 500 euro indien de aanvraag plaatsvindt binnen 10 jaar na afstuderen. Indien de aanvraag na de periode van 10 jaar na afstuderen gebeurt, is de regularisatiebijdrage hoger en wordt ze berekend als een percentage van de actuele waarde – op het moment van de aanvraag – van de toename van het rustpensioen als gevolg van de geregulariseerde studiejaren. Dat percentage varieert van 50 % tot 95 % en stijgt naarmate de termijn tussen afstuderen en het moment van regularisatie toeneemt. De bijdrage is gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage en is op dezelfde manier fiscaal aftrekbaar in de personenbelasting, namelijk aan het marginale tarief.

In de pensioenberekening wordt één studiejaar gewaardeerd aan 20 000 euro (aan de huidige spilindex van 138,81). Dit betekent voor een alleenstaande een jaarlijks brutopensioenvoordeel van 266,66 euro per geregulariseerd jaar.

Door optelling van de jaarlijkse pensioentoenames in de jaren na de wettelijke pensioenleeftijd wordt berekend of de betaling van de regularisatiebijdrage financieel rendeert, en, zo ja, na hoeveel pensioenjaren het individu zijn regularisatiebijdrage heeft terugverdiend. Deze berekening gebeurt op basis van netto regularisatiebijdragen en netto pensioenen en houdt rekening met een actualisatievoet van 1 %. Ze wordt uitgevoerd voor verschillende inkomensniveaus.

Volgende situaties zijn mogelijk:

  • Er is geen nettopensioentoename. Het individu haalt geen financieel voordeel uit een regularisatie.
  • Er is een pensioentoename, die evenwel klein is. Het duurt bijgevolg zeer lang (of het individu zou heel lang moeten leven) om een financieel voordeel te verkrijgen.
  • Er is een pensioentoename en het individu zou een financieel voordeel hebben bij regularisatie, rekening houdend met zijn levensverwachting.

Tijdens de overgangsperiode is de regularisatiebijdrage onafhankelijk van de leeftijd waarop men regulariseert. Hieruit volgt dat hoe dichter het individu bij de pensioenleeftijd staat op het moment van de regularisatieaanvraag, hoe sneller de regularisatiebijdrage zal worden terugverdiend (of hoe korter de nodige pensioneringstijd om een financieel voordeel uit de regularisatie te halen). Na de overgangsperiode is het, gegeven het profiel van de bijdragen, minder voordelig om te regulariseren voor diegenen die meer dan 10 jaar zijn afgestudeerd. Regularisatie rendeert niet indien de pensioenen zich bevinden in de inkomensschijven waarin de toename van het brutopensioen niet resulteert in een stijging van het nettopensioen door hogere belastingen. In het bijzonder voor de brutojaarpensioenen tussen 15 600 euro en 16 500 euro zorgt de fiscaliteit voor een zeer laag, of zelfs onbestaand nettorendement van de regularisatie van de studieperioden. Bij de hogere inkomensschijven neemt het aantal jaren nodig om een financieel rendement te halen uit de regularisatie toe naarmate het inkomen hoger is (of het aantal geregulariseerde studiejaren groter is) omwille van de progressiviteit van de belastingen. Bij de lagere inkomensschijven is de leeftijd waarop een financieel voordeel bereikt wordt (eerder) onafhankelijk van het inkomensniveau (of van het aantal geregulariseerde studiejaren).

Merk ten slotte op dat deze publicatie beperkt is tot de evaluatie van de financiële stimulans van de hervormde wetgeving inzake de regularisatie van de studiejaren in de werknemersregeling. Een recent rapport van het Federaal Planbureau (zie De Vil et al., 2017) raamt de effecten van deze hervorming onder meer op het aantal regularisaties. Bovendien wordt in dat rapport ook de situatie in de pensioenregeling van zelfstandigen en ambtenaren besproken.

  Verwante documenten

None

  PDF & Download

  Auteurs

Yves Brys (A), ,
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots