Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

What are the consequences of the AWG 2018 projections and hypotheses on pension adequacy? Simulations for three EU member states [REP_11732]

In de voorbereiding van het 2018 Pension Adequacy Report door de Europese Commissie en het Social Protection Committee hebben teams uit België, Zweden en Italië samengewerkt om met hun microsimulatiemodellen mogelijke ontwikkelingen in de toereikendheid van pensioenen te simuleren, uitgaande van de scenario’s en projecties die door de AWG werden ontwikkeld. Dit rapport is dus complementair aan de simulaties van de AWG betreffende de budgettaire impact van de vergrijzing. De resultaten uit dit rapport worden samengevat in paragraaf 5.1.2 van het 2018 Pension Adequacy Report.

De uitgaven voor pensioenen vertegenwoordigen een omvangrijkdeel van de publieke uitgaven in de Europese Lidstaten (Europese Commissie, 2015b, figuur 3, bladzijde 5). Pensioenen en (de hervorming van) pensioenstelsels vormen dan ook een belangrijk aandachtspunt van de Ageing Working Group (AWG). Het “Ageing Report” beschrijft de ontwikkeling van publieke (pensioen)uitgaven bij een scenario van onveranderd beleid, en wijst op de belangrijkste onderliggende oorzaken hiervan. Deze omvatten onder meer demografie, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, en (de hervorming van) de voorwaarden voor uittreding en de berekening van de uitkering bij pensioenen en andere leeftijdsgebonden sociale-zekerheidsuitkeringen.

Maar ook de actuele en toekomstige toereikendheid van de sociale zekerheidsuitkeringen, waaronder pensioenen, krijgt de nodige aandacht op het Europese niveau. Het Social Protection Committee (SPC) volgt de sociale bescherming binnen de EU op. Zij gaf een mandaat aan de SPC Working Group on Ageing Issues (SPC WG-AGE) om een “2018 Pension Adequacy Report” (2018 PAR) op te stellen, waarin huidige en verwachte ontwikkelingen in de toereikendheid van pensioenen worden beschreven.

De SPC WG-AGE gebruikt hiervoor de AWG projecties, meer in het bijzonder de benefit ratios, en maakteen diepgaande analyse van “theoretical replacement rates”, maar erkende reeds in de 2012 PAR dat ze op basis hiervan niet in staat is na te gaan in welke mate de pensioenstelsels van de lidstaten in projectie zullen bijdragen aan het bereiken van de doelstelling van het terugdringen van het aantal ouderen met een verhoogd risico op armoede en sociale uitsluiting (EC, 2012, 137). Zij voegt er in hetzelfde rapport aan toe dat “mogelijke scenario’s voor beleidsondersteuning zouden kunnen worden ontwikkeld indien alle lidstaten hiertoe dynamische microsimulatiemodellen zouden gebruiken” (op. cit., 138). In de voorbereiding van de 2018 PAR hebben teams uit België, Zweden en Italië samengewerkt om met behulp van hun respectievelijke microsimulatiemodellen de mogelijke ontwikkelingen in de toereikendheid
van pensioenen te simuleren, uitgaande van de scenario’s en projecties zoals deze door de AWG werden ontwikkeld. Hierbij wordt eveneens rekening gehouden met de reeds besliste hervormingen inzake pensioenen. Op deze manier kan dit rapport door haar simulaties van de toereikendheid van de pensioenuitkeringen complementair zijn aan de simulaties van de AWG betreffende de budgettaire impact van de vergrijzing. De resultaten uit dit rapport worden samengevat in paragraaf 5.1.2 van het 2018 PAR.

In tegenstelling tot de andere landen in deze studie zouden de kosten van de vergrijzing in België een ononderbroken stijging vertonen. De impact van de demografische vergrijzing op de kost van de pensioenen is immers sterker dan de kosten-reducerende ontwikkelingen, zoals onder meer de stijgende tewerkstellingsgraad en de stijging van de effectieve pensioenleeftijd. Deze laatste ontwikkelingen leiden echter eveneens tot een hogere gemiddelde uitkering na pensionering, waardoor het armoederisico voor gepensioneerden in België zou afnemen.

In Italië zouden de pensioenuitgaven ten opzichte van het bbp eerst redelijk stabiel blijven. Tussen 2020 en 2040 zouden ze toenemen, om daarna weer sterk te dalen. De stijging zou worden veroorzaakt door een lage productiviteitsgroei en de overgang van verhoudingsgewijs omvangrijke bevolkingscohorten naar pensionering. De daaropvolgende daling zou veroorzaakt worden door een graduele vervanging van gepensioneerden met een uitkering uit het oude Defined Benefit-systeem door gepensioneerden die een lagere uitkering uit het in de hervormingen van 1995 en 2011 ingestelde Notionally Defined Contribution-stelsel (NDC) zouden krijgen. Deze lagere uitkeringen, vooral voor personen met onderbroken loopbanen, zou leiden tot een daling van de benefit ratio en een stijging van het armoederisico onder gepensioneerden.

In Zweden zouden de pensioenuitgaven als fractie van het bbp naar verwachting redelijk gelijk blijven, onder meer omwille van de sterke netto-immigratie. In 1996 heeft Zweden een NDC-pensioensysteem ingevoerd. Hierbij worden de uitkeringen naar beneden bijgesteld als gevolg van de toenemende levensverwachting, hetgeen de benefit ratio in de projecties zou doen dalen. Deze afname wordt nog versterkt door de veronderstelling van de AWG van gelijkblijvende effectieve pensioenleeftijd. Hierdoor zou het armoederisico onder gepensioneerden in Zweden gevoelig toenemen.

Zowel Zweden als Italië hebben een NDC-pensioensysteem ingevoerd, maar in Italië worden de negatieve consequenties van de stijgende levensverwachting op de uitkeringen deels tenietgedaan door de stijging van de wettelijke pensioenleeftijd, die eveneens aan de levensverwachting gekoppeld is. Hoe dan ook kan worden geconcludeerd dat de mate waarin de arbeidsmarkt in staat is om langere, stabiele loopbanen te bieden aan oudere werknemers, cruciaal zal zijn om de uitkeringen toereikend te houden.

De drie dynamische microsimulatie modellen die in deze studie zijn gebruikt, verschillen op een aantal punten van elkaar. Ook zijn ze uiteindelijk niet ontwikkeld voor een internationale vergelijking. Desalniettemin demonstreert dit project de meerwaarde van deze modellen in het overbruggen van de kloof tussen de analyse van de budgettaire impact van de vergrijzing en de toereikendheid van de pensioenen in vergelijkend perspectief. Het laat dus zien welke potentie deze modellen kunnen hebben in een Europese beleidscontext.

  Verwante documenten

None

  PDF & Download

  Auteurs

, ,
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Report

Please do not visit, its a trap for bots