Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

De werking van het HERMES-model - Een beschrijving aan de hand van varianten [WP 10-18]

Deze working paper illustreert de werking van het HERMES-model aan de hand van acht beleidsvarianten. De hier voorgestelde maatregelen worden gesimuleerd ten opzichte van een referentiescenario, nl. de Economische vooruitzichten 2018-2023 (juni 2018). Ze verhogen de overheidsuitgaven of verminderen de overheidsontvangsten over een periode van vijf jaar.

Deze working paper illustreert de werking van het HERMES-model aan de hand van acht beleidsvarianten. Het model werd door het FPB ontwikkeld om middellangetermijnprojecties en -analyses op te stellen voor de Belgische economie. Het wordt ook gebruikt voor de berekening van de impact van beleidsmaatregelen. De belangrijkste kenmerken van HERMES worden samengevat in hoofdstuk 2. Een meer gedetailleerde beschrijving is terug te vinden in een working paper van 2013. Het model wordt regelmatig herschat, rekening houdend met nieuwe informatie (waaronder updates van nationale rekeningen of input-outputtabellen).

Zoals gebruikelijk worden de varianten gesimuleerd ten opzichte een referentiescenario. De maatregelen verhogen de overheidsuitgaven of verminderen de overheidsontvangsten over een periode van vijf jaar. Om de vergelijking van de resultaten te vergemakkelijken bedraagt de ex ante schok in elke variant jaarlijks 0,5 % van het nominale bbp van de basissimulatie. Voor het hier gekozen referentiescenario, nl. de in juni 2018 gepubliceerde Economische vooruitzichten 2018-2023, komt dat neer op ongeveer 2,3 miljard euro op korte termijn (met 2019 als jaar t) en 2,6 miljard op middellange termijn (met 2023 als jaar t+4). De volgende varianten komen aan bod:

De maatregelen worden gefinancierd door een toename van de overheidsschuld. Er wordt geen alternatieve financiering (via besparingen of lastenverhogingen) voorzien. Op zich is dat een weinig plausibele hypothese in het licht van de Europese regels over begrotingsdiscipline, maar het laat toe om de budgettaire terugverdieneffecten voor de overheid te ramen. Door de gunstige invloed van de maatregelen op de economische activiteit en op de werkgelegenheid zullen de budgettaire kosten voor de overheid ex post immers kleiner uitvallen dan ex ante.

  • 1. Een verhoging van de overheidsconsumptie (netto-aankoop van goederen en diensten)
  • 2. Een verhoging van de overheidsinvesteringen
  • 3. Een btw-verlaging op de particuliere consumptie
  • 4. Een algemene verlaging van de werkgeversbijdragen
  • 5. Een op de lage lonen gerichte verlaging van de werkgeversbijdragen
  • 6. Een verlaging van de werknemersbijdragen
  • 7. Een verhoging van de sociale uitkeringen
  • 8. Een verlaging van de personenbelasting

We veronderstellen dat de maatregelen geen impact hebben op de nominale rentevoeten. In het geval van schuldfinanciering is het niveau van de rentevoeten in het referentiescenario uiteraard belangrijk voor de omvang van de bijkomende rentelasten. In het referentiescenario van deze working paper wordt uitgegaan van een geleidelijke toename van de rentevoeten, wat de budgettaire terugverdieneffecten van de maatregelen enigszins afremt op middellange termijn.

De modellering van de arbeidsmarkt gebeurt in het HERMES-model per bedrijfstak en per type werknemer (laag- en hoogverloonden, jonge en oudere werknemers). Met het oog op variantanalyse kan voor de loonvorming worden geopteerd voor ‘endogene’ lonen of voor ‘exogene’ lonen. In het eerste geval wordt de logica van vrije loononderhandelingen gevolgd en hebben de gesimuleerde maatregelen een impact op de bruto-uurlonen vóór indexering. De arbeidskosten – en daarvan afgeleid de brutolonen – hangen immers af van een aantal macro-economische determinanten (productiviteit, werkloosheidsgraad en (para)fiscaliteit) die door de maatregelen van de varianten worden beïnvloed. In het tweede geval wordt de ontwikkeling van de bruto-uurlonen vóór indexering van het referentiescenario behouden en hebben de bijkomende maatregelen daarop geen impact. Omdat het referentiescenario reeds gekenmerkt wordt door krapte in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt (met een continue daling van de globale werkloosheidsgraad in de projectieperiode) lijkt het weinig realistisch om te veronderstellen dat expansieve maatregelen geen impact hebben op de loonvorming. Daarom wordt in deze working paper geopteerd voor een endogene benadering van de lonen. Merk echter op dat de econometrisch geschatte coëfficiënten van de loonvergelijkingen onv ermijdelijk worden beïnvloed door de wettelijke omkadering van de Belgische lonen (wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen) en door de in het verleden genomen maatregelen om de arbeidskosten te beperken.

  PDF & Download

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots