Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

COVID-19: geringe bevolkingsgroei in 2020 en 2021. De vergrijzing van de bevolking blijft op lange termijn aanwezig [FOR_DP20_12326]

De demografische vooruitzichten 2020-2070 presenteren de evolutie van de bevolking en de huishoudens in België van 2020 tot 2070. Naast de actualisering van de toekomstige demografische trends, steunt deze oefening op een specifiek scenario dat verbonden is aan de COVID-19-pandemie. De bevolkingsgroei zal in 2020 en 2021 zeer gematigd zijn, met name door de impact van de gezondheidscrisis op het sterftecijfer en de internationale migratie. Op lange termijn zal de Belgische bevolking gemiddeld met 25 000 inwoners per jaar stijgen tot 12,8 miljoen inwoners in 2070.

De gezondheidscrisis had niet alleen een aanzienlijke impact op ons leven in 2020, maar ook op onze levensverwachting. In 2020 zou de levensverwachting met 10 maanden gedaald zijn, terwijl ze sinds 1992 jaarlijks gemiddeld met 2,5 maanden steeg. De gezondheidscrisis en de socio-economische gevolgen ervan leiden tot bijkomende onzekerheid over de ontwikkeling van onze samenleving, wat naar verwachting opnieuw een rem zal zetten op de vruchtbaarheid op middellange termijn. De vruchtbaarheid zou 1,54 kinderen per vrouw bedragen in 2021. In de geactualiseerde demografische vooruitzichten zal de bevolking in België gemiddeld met 25 000 inwoners per jaar stijgen tot 12,8 miljoen inwoners in 2070.

BEVOLKING – Een uitzonderlijk zwakke toename in 2020, met een gematigd herstel in 2021. COVID-19 heeft geen impact op de demografische groei op lange termijn.

De demografische vooruitzichten gaan uit van de geobserveerde bevolking op 1 januari 2020. Ze zijn gebaseerd op hypothesen over de toekomstige evolutie van de componenten van de bevolkingsgroei: geboorten, overlijdens, internationale migratie en interne migratie. De projectie houdt rekening met partiële observaties van de geboorten en overlijdens voor het jaar 2020. Naast de actualisering van de toekomstige demografische trends, steunt deze oefening op een specifiek aan de pandemie verbonden scenario. Voor 2020 bedraagt de oversterfte ‘alle oorzaken’ 16 000 personen en is het migratiesaldo gehalveerd. Het scenario gaat ervan uit dat de epidemie in 2021 onder controle is. Dat houdt in dat het gefaseerde vaccinatieplan van de regering volgens plan wordt uitgevoerd en dat er maatregelen worden genomen om de epidemie in te dijken. In dit scenario zou de impact van COVID-19 op de demografische groei in 2021 nog niet verdwenen zijn. Voor 2021 wordt nog uitgegaan van een oversterfte, die beduidend lager is dan in 2020, en een daling van de internationale migratiestromen.

Als gevolg van de impact van COVID-19 op het sterftecijfer en op de beperking van de internationale verplaatsingen, zou het aantal bijkomende inwoners in 2020 8 000 bedragen, vergeleken met een jaarlijks gemiddelde van 52 000 tijdens de afgelopen 30 jaar. In 2021 wordt de bevolkingstoename enigszins weer sterker (+ 30 000 bijkomende inwoners). Die gematigde groei in 2021 wordt verklaard door de impact van de gezondheidscrisis op het internationaal migratiesaldo en, in mindere mate, op de vruchtbaarheid en de overlijdens.

De bevolkingsgroei over de periode 2022-2026 wordt ondersteund door het gedeeltelijke herstel van de internationale migratiestromen die tijdens de pandemie zijn stilgevallen.

Op lange termijn blijft de bevolking aangroeien (12,8 miljoen inwoners in 2070 tegenover 11,5 miljoen in 2020), maar in een langzamer tempo dan het gemiddelde van de afgelopen 30 jaar. De gemiddelde jaarlijkse toename over de periode 2020-2070 bedraagt 25 000 bijkomende inwoners (de helft van de gemiddelde jaarlijkse groei over de periode 1992-2020). Die geringere groei wordt verklaard door:

– een lagere vruchtbaarheid.
– de babyboomgeneraties die hoge leeftijden bereiken waarin de overlijdenskansen hoog zijn.
– minder dynamische internationale migratiestromen.

STERFTECIJFER – Oversterfte vanaf de leeftijd van 65 jaar in 2020, waardoor de levensverwachting met 10 maanden daalt voor dat jaar. Dat heeft evenwel geen impact op de vergrijzing op lange termijn.

Op basis van quasi exhaustieve gegevens wordt het totaal aantal overlijdens ‘alle oorzaken’ in 2020 geraamd op 127 800. Door gebruik te maken van de overlijdenskansen per leeftijd die geen rekening houden met COVID-19, zou het totaal aantal overlijdens in 2020 op 111 800 geraamd worden voor België. De oversterfte (alle oorzaken) wordt dus in 2020 geraamd op 16 000 personen (of 14 % oversterfte in 2020). Ze komt voor vanaf 65 jaar, zowel bij mannen als bij vrouwen.

Die oversterfte leidt tot een significante daling van de levensverwachting. In 2019 bedroeg de levensverwachting bij de geboorte 81,8 jaar (mannen en vrouwen samen). Voor 2020 wordt ze geraamd op 80,9 jaar, of een daling met 10 maanden. Sinds 1992 steeg de levensverwachting gemiddeld met 2,5 maanden per jaar. De hier voorgestelde levensverwachting meet het gemiddeld aantal nog te leven jaren van een individu indien hij/zij zijn/haar volledige leven in de omstandigheden van dat bepaald jaar zou leven. Die werkwijze maakt het mogelijk om de impact van COVID-19 op het sterftecijfer te meten en te synthetiseren. Ze geeft evenwel niet de gemiddelde levensduur van een kind dat in 2020 is geboren. Een kind dat in 2020 is geboren, zal immers niet gedurende zijn/haar volledige leven geconfronteerd worden met de sterftevoorwaarden per leeftijd die in 2020 zijn waargenomen.

De oversterfte van 2020 en 2021 heeft geen impact op de onderliggende demografische ontwikkelingen, met name de vergrijzing van de bevolking op middellange en lange termijn. Het aantal personen op arbeidsleeftijd per persoon van 67 jaar en ouder daalt gestaag tot in 2040 (3,7 in 2020 en 2,6 in 2040). Die daling wordt grotendeels verklaard doordat de babyboomgeneratie geleidelijk de leeftijd van 67 jaar en ouder bereikt. De uitdagingen van de demografische vergrijzing zijn dus nog steeds aanwezig!

VRUCHTBAARHEID – COVID-19 brengt bijkomende onzekerheid met zich mee voor koppels die een kind willen.

Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw daalt gevoelig sinds 2009. Die daling kan enerzijds worden verklaard door de socio-economische impact van de financieeleconomische crisis van 2008 en anderzijds door een groeiende onzekerheid over de toekomstige evolutie van onze samenleving (economische, geopolitieke of klimatologische onzekerheden, individualisering van de samenleving, gebrek aan stabiele relaties, enz.). De financieel-economische crisis is van invloed op de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheid (uitstel van geboorten), de onzekerheid op het aantal gewenste kinderen.

In die context wordt in de komende jaren een gedeeltelijk herstel van de vruchtbaarheid verwacht. Een herstel aangezien de impact van de crisis van 2008 op de vruchtbaarheid geleidelijk zou worden goedgemaakt. Maar gedeeltelijk omdat de evolutie van onze samenleving sinds een tiental jaar ook een neerwaartse impact kan hebben op het aantal gewenste kinderen.

Het jaar 2020 leek het begin te zijn van een licht herstel van de vruchtbaarheid. Op basis van een quasi exhaustieve observatie van het aantal geboorten in 2020 wordt het gemiddeld aantal kinderen per vrouw geraamd op 1,59 (tegenover 1,57 in 2019). Als gevolg van de impact van de COVID-19-epidemie op de socio-economische situatie gaat de projectie echter uit van een nieuwe daling van de vruchtbaarheid in 2021. Geboorteplannen zouden voor sommigen weer worden uitgesteld, of zelfs worden opgegeven.

In die context werd de vruchtbaarheid op middellange termijn ook neerwaarts herzien. Ze blijft onder 1,6 tijdens de komende vijf jaren. De gezondheidscrisis leidt immers tot bijkomende onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van onze samenleving.

De vruchtbaarheid stijgt vervolgens opnieuw geleidelijk tot 1,7 kinderen per vrouw in 2035. Dat niveau blijft ver onder het gemiddeld aantal kinderen per vrouw dat nodig is om een generatie te vervangen, namelijk 2,1 kinderen.

NATUURLIJK SALDO en MIGRATIESALDO – Vrije val in 2020.

Als gevolg van de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan voor het sterftecijfer is het geraamde natuurlijk saldo voor 2020 negatief (-11 000), wat sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer is waargenomen. In 2021 zou het natuurlijk saldo ook licht negatief blijven (-1 200). In de periode 2022-2044 zal het natuurlijk saldo opnieuw de bevolkingsgroei in België aanzwengelen. Over de periode 2045-2064 is het natuurlijk saldo negatief.

Op basis van de gebruikte hypothese (halvering van de migratiestromen in 2020 en daling met 25 % in 2021) daalt het internationaal migratiesaldo sterk in 2020, en ook in 2021, weliswaar in mindere mate. Ervan uitgaande dat 50 % van de in 2020 en 2021 niet-gerealiseerde migratiebewegingen worden uitgesteld tot de periode 2022-2026, wordt het internationaal migratiesaldo in deze periode versterkt. Op lange termijn is de internationale migratie relatief stabiel en minder dynamisch dan in de afgelopen 20 jaar.

De bevolkingsgroei in niet-EU-landen stimuleert de immigratiestromen, maar een lagere bevolkingsgroei in de EU-landen remt ze af. Daarnaast verdwijnt het aanzuigeffect van de uitbreiding van de EU dat geleid heeft tot een belangrijke immigratie vanuit de nieuwe lidstaten.

REGIONALE IMPACT VAN COVID-19 – In 2020 negatieve bevolkingsgroei in Wallonië en Brussel, positieve groei in Vlaanderen.

De evolutie van de geraamde bevolkingsgroei in 2020 verschilt op regionaal niveau. De demografische groei van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest wordt negatief in 2020, terwijl die in het Vlaams Gewest positief blijft.

De demografische groei van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt in 2020 (en ook 2021 maar in mindere mate) grotendeels beïnvloed door de aanzienlijke daling van het internationaal migratiesaldo. De COVID-19-epidemie zou ook op relatief lange termijn gevolgen kunnen hebben voor de interne migratie, met name voor de keuze van de woonplaats. Op dit ogenblik zijn er geen objectieve indicatoren om die potentiële trends in de demografische projectie te verwerken. Het natuurlijk saldo van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft positief in 2020 en 2021. Aangezien Brussel gekenmerkt wordt door een relatief jonge bevolking, wordt de demografische groei meer beïnvloed door de impact van de gezondheidscrisis op de internationale migratiestromen dan op het sterftecijfer.

Voor het Waals Gewest wordt de negatieve bevolkingsgroei in 2020 verklaard door de daling van het internationaal migratiesaldo én die van het natuurlijk saldo. Het natuurlijk saldo is trouwens negatief over de volledige projectieperiode. Dat wordt verklaard door een oudere bevolking (met hogere sterftecijfers) in de komende jaren, maar ook door een minder dynamisch geboortecijfer. Op middellange termijn stijgt het aantal kinderen per vrouw weliswaar, maar de evolutie van het aantal vrouwen op vruchtbare leeftijd is relatief stabiel en zelfs negatief vanaf 2030.

Het Vlaams Gewest is het enige van de drie gewesten dat een positieve bevolkingsgroei voor het jaar 2020 handhaaft, ondanks een aanzienlijke impact van COVID-19 op het internationaal migratiesaldo en het natuurlijk saldo. Op lange termijn wordt de groei van het Vlaams Gewest nog steeds ondersteund door een sterk intern migratiesaldo. Het internationaal migratiesaldo blijft positief, maar bereikt niet meer het niveau van de jaren 2000. Het natuurlijk saldo is negatief over de periode 2040-2060 als gevolg van het grote aantal verwachte overlijdens bij de  generaties die tussen 1945 en 1965 zijn geboren. Het geboortecijfer ligt iets hoger dan in het Waals Gewest door een meer dynamische groei van de vrouwen op vruchtbare leeftijd.

Ook moet worden opgemerkt dat in de drie gewesten – ervan uitgaande dat de internationale migratiestromen die tijdens de epidemie hadden moeten plaatsvinden nadien gedeeltelijk worden ingehaald – de bevolkingsgroei in de periode 2022-2026 zal versnellen, vooral de groei van de bevolking op arbeidsleeftijd.

Tegen 2070 stijgt de bevolking met 10 % in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest, 14 % in het Vlaams Gewest en 6 % in het Waals Gewest ten opzichte van de geobserveerde bevolking op 1 januari 2020.

 

  PDF & Download

  Auteurs

, ,
 
A : Auteur, C : Contribuant

  Datum

  Publicatietype

Forecasts & Outlook

Please do not visit, its a trap for bots