Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Een poging tot vergelijking van de Input-Output-tabellen van 1990 en 1995 [Working Paper 19-03]

Bij het verschijnen van de input-outputtabel van 1995 werd de vraag gesteld naar de meest opmerkelijke verschillen met de vorige tabel voor 1990. Dergelijke vergelijking is vooral interessant omdat de input-outputtabel van 1990 nog deel uitmaakte van de oude nationale rekeningen en deze van 1995 gebaseerd is op het nieuwe stelsel gekenmerkt door andere concepten, classificaties, definities en basisstatistieken.

Maar het is juist dit laatste fenomeen dat een vergelijking van beide tabellen bemoeilijkt. Als men de tabellen van 1990 en 1995 zou vergelijken in hun beschrijvende vorm zoals ze gepubliceerd zijn door het inr bestaat het gevaar dat men, zonder rekening te houden met de verschillen in achtergronden van beide tabellen, verkeerde conclusies zou trekken.


Om dit te vermijden is de input-outputtabel van 1995 zoveel als mogelijk omgeschakeld naar de concepten en classificaties van het vorige stelsel van nationale rekeningen. In theorie was het natuurlijk beter geweest de tabel van 1990 om te zetten naar de definities van het nieuwe nationale rekeningenstelsel, maar dit was niet mogelijk.


Op zich is dit niet voldoende. Ook hierna blijven de twee tabellen in hun beschrijvende vorm niet geschikt voor een vergelijking. Om een vergelijking mogelijk te maken zijn beide tabellen omgezet in model-vorm, de zogenaamde gecumuleerde kosten.
Onmiddellijk valt op dat het finaal gebruik van binnenlandse output een iets hogere inhoud aan toegevoegde waarde (en dus een overeenkomstige iets lagere inhoud aan intermediaire invoer) heeft in 1995 dan in 1990. De voor de hand liggende reden is dat het aandeel van diensten in het finaal gebruik is toegenomen en deze hebben uiteraard een hoger gehalte aan toegevoegde waarde dan goederen.
Als men de vergelijking op het niveau van de individuele bedrijfstakken maakt merkt men wel enkele interessante evoluties op.
De industriële bedrijfstakken (met inbegrip van de bouwnijverheid) zien in het algemeen hun gehalte aan toegevoegde waarde toenemen. Bij een meerderheid van bedrijfstakken wordt er in 1995 over het algemeen meer gebruik gemaakt van buitenlandse leveranciers behorende tot hetzelfde type bedrijfstak maar dit fenomeen wordt overtroffen door vooral een sterkere toename van het intermediair gebruik van diensten aan ondernemingen geproduceerd in het binnenland.


Bij de bedrijfstakken die diensten voortbrengen stelt men in het algemeen een lagere inhoud aan toegevoegde waarde vast in 1995. Er is wel, net als bij de industrie, een toename van het intermediair gebruik van diensten aan ondernemingen geproduceerd in het binnenland. Maar deze is zwakker dan bij de industrie en wordt in het algemeen overtroffen door een hogere intermediaire invoer. Deze wordt niet alleen veroorzaakt door een algemene grotere aanwending van leveranciers behorende tot hetzelfde type bedrijfstak in het buitenland (dit fenomeen stellen we dus niet alleen bij de industrie maar ook bij de diensten vast) maar ook door factoren die verschillen per bedrijfstak.

  Verwante documenten

None

  PDF & Download

  Auteurs


 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots