Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Economische begroting – Economische vooruitzichten 2022 van februari 2022 [ Economic outlook 2022 (Feb.) - ]

De Belgische economie liet vorig jaar een groei optekenen van 6,1 %, ondersteund door nagenoeg alle bestedingscomponenten. Voor 2022 wordt, vooral onder impuls van de particuliere consumptie, een verder herstel verwacht dat zou leiden tot een bbp-groei van 3,0 %. De inflatie zou versnellen van 2,4 % in 2021 tot 5,5 % in 2022. De binnenlandse werkgelegenheid zou over beide jaren samen met 141 000 personen toenemen. In vergelijking met onze septembervooruitzichten is de inflatie fors opwaarts herzien. De raming voor de economische groei in 2022 is onveranderd gebleven, maar uit recente gegevens blijkt dat die groei gepaard gaat met een sterker dan verwachte werkgelegenheidscreatie. Deze vooruitzichten zijn opgesteld bij ongewijzigd beleid. Ze bevatten enkel de maatregelen waarvan de modaliteiten met voldoende precisie gekend waren op 11 februari 2022. Zoals de wet van 21 december 1994 voorschrijft, heeft het Instituut voor de Nationale Rekeningen de cijfers van de economische begroting meegedeeld aan de minister van Economie.

Het economisch herstel van de eurozone verliest wat vaart

De economische activiteit in de eurozone heeft tot dusver een forse inhaalbeweging gemaakt na het dieptepunt midden 2020. De coronaschok werd snel gemilderd door omvangrijke monetaire en budgettaire steunmaatregelen, terwijl de vaccinatiecampagnes in 2021 voor een geleidelijke heropening van de economieën zorgden. Net als in de rest van de wereldeconomie werd de dynamiek van het herstel evenwel gehinderd door bevoorradingsproblemen en nieuwe, maar beperktere verstrengingen van coronamaatregelen. Na een krimp van 6,5 % in 2020 zou de economie van de eurozone als geheel met 5,2 % zijn gegroeid in 2021. De heropening van de economie en de verstoringen in de aanvoerketens zorgen voor opwaartse prijsdruk, maar de inflatieopstoot sedert het najaar van 2021 wordt vooral aangedreven door de spectaculaire stijging van de energieprijzen.

In de loop van 2022 raakt de inhaalbeweging van de economische activiteit uitgewerkt, maar wordt voor de eurozone een nog steeds robuuste economische groei van 4,0 % verwacht. Het herstel van de particuliere consumptie en de buitenlandse handel gaat verder, terwijl de investeringen rugwind krijgen van de relanceplannen. Dat internationale scenario gaat gepaard met grote onzekerheden. Het veronderstelt dat het coronavirus onder controle blijft en nieuwe ingrijpende restricties vermeden kunnen worden, de knelpunten aan de aanbodzijde geleidelijk opgelost geraken, de geopolitieke spanningen tussen Rusland en het Westen niet verder escaleren en de energieprijzen geleidelijk afkoelen.

De groei van de Belgische economie wordt in 2022 vooral ondersteund door de particuliere consumptie

Na een krimp van 5,7 % in het jaar van de corona-uitbraak, veerde de Belgische economie in 2021 op met 6,1 %. De herneming werd ondersteund door alle bestedings­componenten, met uitzondering van de voorraden. Het grootste deel van de inhaalbeweging vond plaats in het derde kwartaal van 2020. Het herstel ging verder in de eerste drie kwartalen van 2021, waarbij de economische activiteit met een forse groei in het derde kwartaal (2,0 %) boven haar niveau van vóór de corona-uitbraak uitkwam. Net als elders in Europa werd de economische activiteit tijdens het vierde kwartaal afgeremd door de omikrongolf en door knelpunten aan de aanbodzijde. Dat resulteerde in een kwartaalgroei van 0,5 %. Die factoren zullen waarschijnlijk nog licht wegen op de economische activiteit in het eerste kwartaal van 2022 (0,4 %), waarna de groei zich vanaf het tweede kwartaal zou stabiliseren op 0,5 %. Dat leidt – samen met een positief overloopeffect – tot een bbp-groei van 3,0 % in 2022, met vooral de particuliere consumptie als sterkhouder.

In lijn met de recessie en het daaropvolgende herstel bij de handelspartners, viel de Belgische uitvoer in 2020 terug met 5,5 %, maar hernam in 2021 fors met een volumegroei van 9,0 % en zou dit jaar verder aantrekken met 5,2 %. Samen met een dynamische binnenlandse vraag leidt dat tot toenemende invoerbehoeften. De volumegroei van de invoer zou dit jaar uitkomen op 5,9 %, wat in combinatie met de fors gestegen energieprijzen leidt tot een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans, nadat de voorbije drie jaar een overschot werd opgetekend.

Ondanks de forse toename van de werkgelegenheid bleef de groei van het reëel beschikbaar inkomen van de particulieren in 2021 beperkt tot 0,3 %. De aantrekkende inflatie werd slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de indexering van de lonen en de sociale uitkeringen, die met enige vertraging reageert op een inflatiewijziging. Dit jaar zou de indexering meer in lijn liggen met de hoge inflatie en stijgt het reëel beschikbaar inkomen van de particulieren met 1,2 %. De particuliere consumptie daalde in 2020 met 8,2 %, hernam in 2021 met 6,3 % en zou dit jaar haar inhaalbeweging verderzetten met een volumegroei van 5,9 %. Dat doet de gezinsspaarquote normaliseren op een niveau van 11,6 %, na de forse stijging tot 20,2 % in 2020. De investeringen in woongebouwen maakten in 2021 een inhaalbeweging met een toename van 10,5 % en zouden – mede door de heropbouw na de overstromingen van vorige zomer – dit jaar verder stijgen met 3,8 %.

Ook de bedrijfsinvesteringen vielen in 2020 sterk terug (‑7,0 %), maar veerden in 2021 op met een volumegroei van 9,2 % en zouden dit jaar verder stijgen met 1,7 %. Ze worden gestimuleerd door gunstige vraagvooruitzichten, kapitaal­overdrachten van de overheid in het kader van de relanceplannen, de verbeterde rentabiliteit en het nog altijd gunstige renteklimaat.

De overheidsinvesteringen boekten in 2021 een forse volumegroei van 10,5 % die zich situeerde bij de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. Ze zouden dit jaar verder toenemen met 5,9 % onder impuls van de regionale relanceplannen. De overheidsconsumptie steeg met 4,2 % in 2021 in reële termen als gevolg van de herneming van de niet-covid-behandelingen in de ziekenhuizen en de vaccinatiekosten. Ze zou in 2022 verder toenemen met 1,3 %.

De Belgische inflatie wordt vooral aangewakkerd door de hoge energieprijzen

Begin 2022 bereikte de Belgische inflatie, gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer van de consumptieprijzen, haar hoogste niveau sinds de eerste helft van de jaren 80. Dat is in de eerste plaats een gevolg van de hoge energieprijzen. Sinds de zomer van 2021 verloopt de groothandelsprijs voor aardgas in stijgende lijn door de snelle toename van de vraag. Tegen het einde van de zomer versnelde die toename doordat de aanvoer uit Rusland achterbleef op de verwachtingen. De groothandelsprijs voor aardgas bereikte eind december 2021 een recordniveau van 167 euro/MWh (tegenover 16 euro/MWh een jaar eerder) en vertoont sindsdien een volatiel verloop tussen 70 en 100 euro/MWh dat sterk beïnvloed wordt door geopolitieke factoren. De groothandelsprijs voor elektriciteit wordt in belangrijke mate bepaald door de aardgasprijs en de prijs voor CO2-emissierechten. Die laatste is op een jaar tijd meer dan verdubbeld. Bijgevolg bereikte ook de elektriciteitsprijs eind 2021 ongekende niveaus (gemiddeld bijna 250 euro/MWh in december 2021, tegenover 47 euro/MWh in december 2020). Ook de olieprijzen vuren de inflatie aan, maar in mindere mate dan aardgas en elektriciteit.

De onderliggende inflatie is sinds april 2021 sterk toegenomen door verschillende factoren. Initieel zorgde de heropening van een aantal sectoren in België voor prijsstijgingen om de geleden verliezen tijdens de gedwongen sluiting (deels) te compenseren. Daarnaast heeft de pandemie geleid tot verstoringen in de aanvoerketens en heeft de wereldeconomie zich dermate snel hersteld dat er tekorten zijn aan essentiële onderdelen, zoals halfgeleiders. Bovendien zijn de prijzen van een aantal voedingsgrondstoffen (o.a. graan en koffie) heel sterk toegenomen, waardoor ook de voedingsprijzen in stijgende lijn evolueren. Tot slot vertaalt de hoge inflatie zich momenteel in grote mate in hogere lonen via de loonindexering. In bedrijfstakken waar de lonen een groot deel van de totale kosten uitmaken, zorgt dat onvermijdelijk voor bijkomende opwaartse prijsdruk.

Tijdens de volgende maanden zouden de energieprijzen hoog blijven, maar toch in licht dalende lijn evolueren. Ook de onderliggende inflatie zou slechts in beperkte mate terugvallen door de gelijktijdige impact van twee tegengestelde krachten. Een aantal prijsstijgingen die vorig jaar opgetekend werden in het kader van de heropening van de economie zouden zich dit jaar niet herhalen en neerwaartse inflatiedruk genereren, maar omdat de energieprijsschok met vertraging doorsijpelt in de prijzen van andere goederen en diensten, kan van die kant nog enige tijd opwaartse druk op de prijzen verwacht worden.

Al bij al zou de inflatie geleidelijk afnemen in de loop van dit jaar, maar het zou wel tot oktober duren vooraleer de daling versnelt en de inflatie minder dan 5 % bedraagt. Op jaarbasis zou de inflatie uitkomen op 5,5 % en de gezondheidsindex met 5,4 % toenemen. De huidige spilindex (113,76) zou nog in februari 2022 overschreden worden en de volgende spilindex (116,04) zou in oktober 2022 overschreden worden. Samen met de overschrijding van de spilindex in december 2021, zou dat betekenen dat de sociale uitkeringen en de overheidslonen in de loop van 2022 drie keer met 2 % verhoogd worden.

Deze vooruitzichten gaan ervan uit dat de onderliggende inflatie al in de loop van 2022 begint af te nemen. Dat betekent dat de wisselwerking tussen loon- en prijsstijgingen beheersbaar blijft en niet leidt tot een loon-prijsspiraal waarbij de onderliggende inflatie blijft toenemen. Een dergelijk scenario waarin de loonkosten ontsporen zou bijzonder nadelige gevolgen hebben voor de internationale concurrentiepositie van België.

De arbeidsmarkt heeft de coronaschok tot dusver bijzonder goed doorstaan

De binnenlandse werkgelegenheid heeft zich opvallend snel hersteld van de schok die de coronacrisis teweegbracht tijdens de eerste helft van 2020. Begin vorig jaar lag de werkgelegenheid al terug op pre-coronaniveau. In de loop van 2021 versnelde de werkgelegenheidsgroei nog door de sterk aantrekkende activiteit in de marktsector, om slechts tegen het einde van het jaar enigszins af te koelen.

De schok trof immers segmenten van de marktwerk­gelegenheid (interim- en studentenarbeid, kortlopende contracten) die zich snel konden herstellen eens het dieptepunt van de crisis achter de rug was. Enkel in de horeca ligt het aantal banen ook vandaag nog gevoelig onder pre-coronaniveau. De werkgelegenheid bleef bovendien fors groeien bij de diensten aan ondernemingen en in de gezondheidszorg. Ook in de bouwnijverheid en in de meeste takken van de verwerkende nijverheid heeft de coronaperiode weinig sporen nagelaten.

In jaargemiddelden steeg de werkgelegenheid vorig jaar uitzonderlijk sterk (+84 000 personen). Zowel de zelfstandige arbeid (+19 000 personen) als de werkgelegenheid bij de overheid (+11 000 personen, waarvan +7 000 personen alleen al in het onderwijs) droegen opmerkelijk bij tot de toename.

Tot dusver heeft de arbeidsmarkt de coronaschok dus bijzonder goed doorstaan. De werkgelegenheidsdynamiek was zodanig sterk, dat voor steeds meer beroepen knelpunten worden gerapporteerd. Die evolutie wordt nog in de hand gewerkt door de sectoraal gedifferentieerde impact van de crisis, waardoor vacatures nog moeilijker ingevuld geraken. De toegenomen mismatch blijkt ook uit het feit dat oplopende krapte gepaard gaat met een nog steeds hoog niveau van tijdelijke werkloosheid. Het beroep op tijdelijke werkloosheid hernam de jongste drie maanden zelfs licht, na een nieuwe verstrenging van de inperkingsmaatregelen.

Vermits de coronasteunmaatregelen in de nabije toekomst afgebouwd worden, zal het arbeidsvolume dat nu nog aan de kant staat in tijdelijke werkloosheid, terug geabsorbeerd moeten worden door de ondernemingen. Dat zal bijdragen tot de tijdelijke verzwakking van de jobaangroei. Pas in het najaar zou de werkgelegenheidsgroei terug aantrekken. In jaargemiddelden valt de toename van de werkgelegenheid dit jaar terug tot +57 000 personen.

Ook langs de aanbodzijde is de coronaschade op de arbeidsmarkt van beperkte en tijdelijke aard geweest. Zo had de crisis nauwelijks invloed op de groei van de bevolking op arbeidsleeftijd. De arbeidsmarktparticipatie werd evenmin getroffen, behalve bij jongeren. De inzinking in het arbeidsaanbod bij jongeren werd vorig jaar al grotendeels goedgemaakt, dit jaar zou een verdere inhaalbeweging volgen. Bij een gestage groei van de beroepsbevolking, zal de afzwakking van de werkgelegenheidsgroei ertoe leiden dat de werkloosheid minder sterk daalt dit jaar (in jaargemiddelden: -20 000 personen) dan vorig jaar (-33 000 personen). De werkloosheidsgraad (volgens de administratieve definitie) zou dit jaar terugvallen tot 8,0 % en daarmee bijna een procentpunt onder zijn pre-coronaniveau liggen (8,9 % in 2019).

 

  Beschikbare gegevens

None

Please do not visit, its a trap for bots