Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

Veertig jaar arbeidsduurontwikkeling in België [Planning Paper 80]

Inleiding Sedert 1971 gebruikt het Federaal Planbureau, in het kader van de steeds terugkerende middellangetermijnprojecties, een aantal gegevens inzake de ontwikkeling van de arbeidsduur in België. Te dien einde werden systematisch statistische inlichtingen, waarvan sommige teruggaan tot 1955, ingewonnen.

Het hedendaagse debat over de herverdeling van de arbeidstijd heeft het Federaal Planbureau ertoe aangezet de gemeenschap, en meer in het bijzonder de wetenschappers die zich met deze problematiek bezighouden, te voorzien van een statistisch instrument dat al deze informatie bundelt. Dit werk, dat later eventueel met andere statistieken kan worden aangevuld, zal jaarlijks bijgewerkt worden. De gebruikers zullen die aanpassingen kunnen verkrijgen via informatiedrager (of via Internet).

Deze Planning Paper bestaat uit twee delen. In het eerste gedeelte wordt de methodologie die gevolgd werd bij het opstellen van de statistische reeksen besproken. Er wordt vervolgens een korte beschrijvende analyse van deze reeksen gegeven. Het tweede gedeelte vormt het eigenlijke statistische dossier, dat de periode 1955-1995 bestrijkt.

De ramingen van de jaarlijkse arbeidsduur werden opgebouwd rond drie concepten.

Het eerste concept slaat op de ramingen van de jaarlijkse conventionele arbeidsduur, die in wezen de tussen de sociale partners overeengekomen norm weergeeft. De berekeningen van het Federaal Planbureau zijn gebaseerd op de grotendeels in paritair Comité opgestelde collectieve arbeidsovereenkomsten, waarin de wekelijkse arbeidsduur en het jaarlijks aantal vakantiedagen vastgelegd worden. In het dossier wordt nader ingegaan op de werkhypothesen die werden gebruikt om, enerzijds, de jaarlijkse conventionele arbeidsduur per paritair comité te bepalen en, anderzijds, de jaarlijkse conventionele arbeidsduur per bedrijfstak op te stellen, een economisch concept dat gemakkelijker te hanteren is dan dat van de paritaire comités.

Het tweede concept slaat op de werkelijke jaarlijkse arbeidsduur. Er worden twee soorten ramingen voorgesteld.

Een eerste afdeling bevat de ramingen van de werkelijke arbeidsduur van de arbeiders in de be- en verwerkende nijverheid. Deze statistieken, die steunen op de door het N.I.S. gepubliceerde industriële statistieken, bieden het voordeel dat ze voor de gehele beschouwde periode beschikbaar zijn, met een sectorale uitsplitsing die te vergelijken is met die welke voor de conventionele arbeidsduur wordt gehanteerd.Een nadeel is echter dat zij niet de gehele loon- en weddetrekkende bevolking dekken; hun toepassingsveld beslaat noch de bedienden noch andere bedrijfstakken dan de be- en verwerkende nijverheid.

Een tweede afdeling bevat de ramingen van de werkelijke arbeidsduur op basis van de Enquêtes omtrent de arbeidskrachten. Sedert enkele jaren publiceert EURO-STAT een raming van de werkelijke jaarlijkse arbeidsduur die alle loon- en weddetrekkenden in alle bedrijfstakken omvat. Jammer genoeg zijn die statistieken beperkt tot de periode 1983-1994 en laten zij geen gedetailleerde sectorale uitsplitsing toe. Bovendien zijn de niveaus voor de arbeidsduur (op basis van deze bron) moeilijk in overeenstemming te brengen met de hiervóór vermelde ramingen van de conventionele arbeidsduur en van de werkelijke arbeidsduur van de arbeiders.

Een derde concept, tenslotte, slaat op de deeltijdse arbeid, en betreft gegevens inzake het gewicht van de deeltijdse arbeid in de verschillende bedrijfstakken. Dit gewicht wordt bepaald door twee parameters: enerzijds, het aandeel van de deeltijdse arbeid in de totale werkgelegenheid en, anderzijds, de gemiddelde relatieve arbeidsduur van deeltijdse arbeid t.o.v. “voltijdse” arbeid.

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

  PDF & Download

  Auteurs

, , Serge Schüttringer (A)
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots