Page Title

Publicaties

Om de transparantie en informatieverstrekking te bevorderen, publiceert het FPB regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden. De publicaties verschijnen in verschillende reeksen, zoals de Vooruitzichten, de Working Papers en de Planning Papers. Sommige rapporten kunnen ook hier geraadpleegd worden, evenals de nieuwsbrieven van de Short Term Update die tot 2015 werden gepubliceerd. U kunt op thema, publicatietype, auteur en jaar zoeken.

De Belgische Milieurekeningen [Planning Paper 93]

In deze studie worden de uitgaven voor milieubescherming en de lucht- en watervervuiling in België bestudeerd vanuit het kader van de milieurekeningen. De milieurekeningen laten toe om milieugegevens aan economische data te koppelen, wat hen een uitgelezen werkinstrument maakt voor het beleid inzake duurzame ontwikkeling.

We stellen vast dat de uitgaven voor milieubescherming tussen 1997 en 2000 jaar na jaar gestegen zijn. Ze namen een groeiend aandeel in van het bruto binnenlands product. Deze stijging was in hoofdzaak te wijten aan een toename van de uitgaven door de overheid. Zowel het aandeel van haar lopende uitgaven voor milieubescherming in haar totale consumptieve bestedingen, als het aandeel van haar milieu-investeringen in de totale overheidsinvesteringen, waren hoger in 2000 dan in 1997. Dit was niet het geval voor de bedrijven, waar een daling werd vastgesteld van het aandeel van de milieu-investeringen in het totale investeringspakket. Desalniettemin bleven de bedrijven de belangrijkste financiers van de nationale milieubeschermingsuitgaven. Ook in 2000 stonden ze nog steeds in voor meer dan de helft van de financiering. Het aandeel van de overheid nam gestaag toe, tot een derde in 2000. Deze stijging kwam in hoofdzaak op het conto van de federale en de lokale overheden, ook al bleven de regionale overheden de belangrijkste financiers op overheidsvlak.

Van de verschillende milieudomeinen waarvoor uitgaven voor milieubescherming geïdentificeerd werden, was afval overduidelijk het belangrijkste milieudomein met betrekking tot de productie van milieubeschermende activiteiten. De meeste investeringen vonden evenwel plaats om het water te beschermen. Afval en water waren in de periode 1997-2000 de twee milieudomeinen waar de meeste uitgaven voor gebeurden. Als we de administratieve uitgaven buiten beschouwing laten, was lucht het derde belangrijkste milieudomein.

De uitgaven voor water en lucht bleken ook niet vruchteloos geweest te zijn. De luchtvervuiling nam tussen 1994 en 2000 beduidend af, met uitzondering van de broeikasgassen. Ook de meeste watervervuilingsindicatoren toonden een daling van de pollutie tijdens de periode 1997-1999. Deze positieve evolutie in lucht- en watervervuiling bleek het sterkst voor de bedrijven. In vergelijking met de huishoudens bleven zij evenwel verantwoordelijk voor het grootste deel van de vervuiling, zeker wat luchtvervuiling betreft. Het aandeel van de huishoudens in de watervervuiling bleek evenwel voor verschillende polluenten groter te zijn dan het aandeel van de bedrijfstakken.

De eco-efficiëntie van de huishoudens, of met andere woorden de consumptie per eenheid vervuiling, nam sterk toe wat luchtvervuiling zonder het broeikaseffect betreft en eerder matig voor dat broeikaseffect en voor watervervuiling.

De analyse van de ecoprofielen van een aantal van de voornaamste vervuilende bedrijfstakken, met name de landbouw, de chemie, de metallurgie en de elektriciteit en gassector, toonde aan dat de eco-efficiëntie van de landbouw en de chemie voor zowel lucht- als watervervuiling toenam, met uitzondering van de stikstofuitstoot voor de landbouw en nikkellozingen door de chemie. In beide gevallen waren deze bedrijfstakken verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van deze vervuilingsvormen, waardoor de daling van de eco-efficiëntie voor deze polluenten toch wel een zeker belang heeft. Voor de metallurgie werden grote dalingen van de eco-efficiëntie vastgesteld voor nikkel, chroom, maar vooral kwik en arsenicum. Vooral voor laatstgenoemd polluent is dat verontrustend, vermits de metallurgie toch verantwoordelijk was voor bijna veertig procent van de totale lozingen door de bedrijfstakken. Voor lood en koper realiseerde de metallurgie dan weer wel belangrijke eco-efficiëntiewinsten. De elektriciteit en gassector vertoonde een verslechterende eco-efficiëntie met betrekking tot de vervuiling van het water en een verbetering met betrekking tot luchtvervuiling. Daar deze bedrijfstak vooral belangrijk is in verband met luchtvervuiling kunnen we de evolutie van de eco-efficiëntie toch eerder positief inschatten. Dat is zeker ook het geval wanneer we een vergelijking maken met de evolutie van de eco-efficiëntie met betrekking tot luchtvervuiling in een aantal buurlanden. Datzelfde geldt trouwens eveneens voor de landbouw en de chemie. Voor de metallurgie valt de vergelijking eerder negatief uit.

Uit een input-output analyse bleek verder dat de uitvoer de component van de finale vraag is die het meest bijdraagt aan de lucht- en watervervuiling in België.

Deze planning paper werd geschreven om potentiële beleidsbepalende gebruikers op de hoogte te brengen van het bestaan van de Belgische milieurekeningen, alsook om hen inzicht te geven in het soort resultaten dat deze milieurekeningen opleveren en in het soort analyses dat op basis van deze resultaten kan uitgevoerd worden. In het eerste deel wordt uitgelegd wat milieurekeningen zijn en waarvoor ze zoal kunnen dienen. Daarna wordt kort gepresenteerd welke milieurekeningen momenteel in België bestaan, en hoe de Belgische situatie zich verhoudt tot de Europese. Deel twee bevat een overzicht van de Belgische resultaten, zowel wat betreft de ui

  PDF & Download

  Auteurs

Bruno Van Zeebroeck (A),
 
A : Auteur, C : Contribuant

Datum

  Publicatietype

Planning & Working Papers

Please do not visit, its a trap for bots