Belgische economie: nauwe banden tussen de gewesten in kaart gebracht (29/04/2016)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Deze studie toont de resultaten van een analyse van de interregionale input-outputtabel voor België voor het jaar 2010. Die tabel werd in 2015 door het Federaal Planbureau (FPB) geconstrueerd, in het kader van een overeenkomst met de statistische autoriteiten van de drie gewesten (BISA, SVR en IWEPS). In dit project werd voor het eerst een raming van de intra- en interregionale goederen- en dienstenstromen voor België gemaakt die meer gebaseerd is op data (waaronder een aantal gegevensbronnen op individueel ondernemingsniveau) dan op hypothesen.

Een interregionale input-outputtabel leent zich tot analyses die de interdependentie tussen de regio’s in kaart brengen. In deze studie worden twee dergelijke input-outputanalyses voorgesteld: de afleiding van multiplicatoren per regio en de berekening van de regionale toegevoegde waarde en de regionale werkgelegenheid gegenereerd door de finale vraag.

Productie-, toegevoegde waarde- en werkgelegenheidsmultiplicatoren per gewest

De in deze studie (en de bijhorende databank) voorgestelde multiplicatoren laten toe om de initiële, directe (via de toeleveranciers) en indirecte (via de toeleveranciers van de toeleveranciers…) impact van exogene finale vraagschokken te becijferen op de productie, de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde. De multiplicatoren per regio die hier worden afgeleid, vertrekken van een exogene schok op de finale vraag (consumptie, investeringen, uitvoer) gericht aan een bepaalde bedrijfstak in een gegeven regio en laten zien hoe de impact van die schok zich dan stroomopwaarts (via intermediaire leveringen) verspreidt over de gehele Belgische economie, op de regio zelf (intraregionaal) en op de andere regio’s (interregionaal).

Impact van de uitvoer op de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid verschillend per gewest

Het is mogelijk om te bepalen welk deel van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid van elk gewest voortkomt uit de binnenlandse finale vraag (consumptie, investeringen) en welk deel uit de vraag vanuit het buitenland (de Belgische uitvoer). Uit de analyse blijkt dat in 2010 in Brussel direct en indirect 483 000 werkzame personen werden ingezet om te voldoen aan de binnenlandse finale vraag en 198 000 werkzame personen voor de uitvoer. De binnenlandse finale vraag en de uitvoer zijn dus verantwoordelijk voor 71 % en 29 % van de werkgelegenheid in Brussel (in termen van toegevoegde waarde bedragen die percentages respectievelijk 68 % en 32 %). Voor Wallonië is de binnenlandse finale vraag nog belangrijker dan voor Brussel: ze genereert er direct en indirect 75 % van de werkgelegenheid (909 000 werkzame personen op een totale werkgelegenheid van 1 207 000) en 73 % van de toegevoegde waarde. Vlaanderen is de regio waar de productie het meest gericht is op de uitvoer: die genereert er 34 % van de werkgelegenheid (884 000 werkzame personen op een totaal van 2 595 000) en 37 % van de toegevoegde waarde.

Interregionale verwevenheid…

Een meer gedetailleerde analyse brengt aan het licht dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië de finale vraag van de eigen ingezetenen, direct en indirect, verantwoordelijk is voor het belangrijkste deel van de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde, waarbij de rest gegenereerd wordt door, in volgorde, de uitvoer en de finale vraag van de andere twee gewesten. Hoewel de finale vraag van de andere gewesten de minst belangrijke component is, is die toch niet verwaarloosbaar en genereert ongeveer 7 % van de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in Vlaanderen en 9 à 10 % van de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in Wallonië.

…waarbij vooral de Brusselse economie gericht is op de andere gewesten

Voor Brussel levert die berekening een duidelijk verschillend beeld op: de finale vraag van Vlaamse en Waalse ingezetenen is, direct en indirect, verantwoordelijk voor bijna 40 % van de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in Brussel. Hiermee is de finale vraag van de Vlaamse en Waalse ingezetenen de belangrijkste generator van Brusselse werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Wat de Brusselse werkgelegenheid betreft, staat het finaal gebruik door de eigen Brusselse ingezetenen met 32 % op rang twee, gevolgd door de uitvoer (29 %). Voor de Brusselse toegevoegde waarde is de volgorde van die laatste twee omgekeerd en wordt het finaal gebruik door de eigen Brusselse ingezetenen zelfs de minst belangrijke generator (28 % in vergelijking met 32 % voor de uitvoer). Het verschil tussen Brussel en de twee andere gewesten heeft vooreerst te maken met het fenomeen van de Vlaamse en Waalse pendelaars, die zich dagelijks naar de hoofdstad begeven en dus bijdragen tot de productie van het Brussels Gewest, maar als ingezetenen van het Vlaams of Waals Gewest zijn hun uitgaven finale bestedingen van het gewest waar ze woonachtig zijn. Op die manier zorgt het Brusselse productieapparaat dus voor een niet verwaarloosbare creatie van koopkracht bij de ingezetenen van de andere twee gewesten. Daarnaast speelt ook de typisch hoofdstedelijke functie van Brussel hierin een rol, wat zich onder meer uit in het feit dat de Brusselse productie voor een groot deel bestaat uit diensten (zoals financiële diensten, diensten van openbaar bestuur, onderwijs…) die niet enkel gericht zijn op de finale vraag van Brusselse ingezetenen.

Al bij al brengen deze analyses de sterke verwevenheid tussen de drie Belgische regio’s tot uiting, en worden een aantal gelijkenissen en verschilpunten tussen Vlaanderen en Wallonië, alsook de specificiteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan het licht gebracht. De voorgestelde analyses zijn slechts een greep uit de vele mogelijkheden die door de interregionale input- outputtabel worden geboden. Tal van andere analyses zijn denkbaar, onder meer door de interregionale input-outputtabel te koppelen met andere datasets (bv. milieudata). De interregionale input-outputtabel voor België voor het jaar 2010 (met bijhorende regionale en interregionale aanbod- en gebruikstabellen, en dit alles op een gedetailleerd product- en bedrijfstakniveau) kan voor onderzoeksdoeleinden worden aangevraagd bij het FPB of bij de regionale partners van het project.

  Thema's

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots