Pensioenrechten verworven in de eerste pijler ten belope van 379 % van het BBP in 2015 (15/06/2017)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Eind 2015 hadden de Belgische huishoudens naar schatting 1 557 miljard euro aan pensioenrechten verworven in de wettelijke pensioenstelsels (eerste pijler). Dit komt neer op 379 % van het bruto binnenlands product (410,4 miljard euro in 2015).

Verworven pensioenrechten

1 326 miljard euro aan pensioenrechten zijn verworven in de pensioenstelsels van de sociale zekerheid en de pensioenen voor overheidspersoneel waarvoor bijdragen worden betaald. De overige 231 miljard euro werden verworven in het pensioenstelsel van de ambtenaren zonder bijdragebetaling. De uitbetaling van deze verworven pensioenrechten is gespreid over de komende decennia.

De verworven pensioenrechten zijn een weinig gebruikelijke maatstaf van pensioenrechten en moeten dus met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd en gebruikt worden.

Verworven pensioenrechten in een pensioenstelsel gebaseerd op het kapitalisatieprincipe zijn eenvoudig te interpreteren aangezien ze een financiële reserve als tegenwaarde hebben. In het geval van een pensioenstelsel gebaseerd op repartitie is dit moeilijker omdat er geen reserve is als tegenwaarde. De pensioenen worden gewaarborgd door bijdragebetalingen van de actieven. Doordat verworven pensioenrechten geen rekening houden met huidige of toekomstige bijdragebetalingen, zijn ze geen indicator van de houdbaarheid van de pensioenstelsels en drukken ze evenmin een schuld van de overheid uit. De bedragen mogen enkel geïnterpreteerd worden als een activa van de huishoudens.

Om een idee te hebben van de houdbaarheid van de pensioenstelsels, is de budgettaire kost van de vergrijzing een betere indicator. Waarden voor deze indicator kunnen gevonden worden in de verslagen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Ook de Ageing Working Group publiceert analyses over de houdbaarheid van pensioenstelsels.

Verworven pensioenrechten zijn de actuele waarden van de pensioenrechten van een gesloten populatie gepensioneerden en actieven op een bepaald moment (hier: eind 2015).

Het betreft de huidige en toekomstige pensioenbetalingen aan gepensioneerden en het deel van de pensioenrechten dat de actieve populatie al heeft opgebouwd. Pensioenrechten opgebouwd door loopbaanjaren na 2015 worden niet in aanmerking genomen.

Publicatie

De cijfers zullen eind 2017 voor de eerste keer in een zogenaamde ‘Aanvullende tabel 29: Verworven pensioenrechten in de sociale verzekering’ worden overgemaakt aan Eurostat. De tabel heeft betrekking op de pensioenstelsels in de sociale verzekering, te weten de wettelijke pensioenen en de bedrijfspensioenen (eerste en tweede pensioenpijler) en toont de pensioenrechten die eind 2015 verworven waren.

De tabel is de meest recente aanvulling bij het verplichte indieningsprogramma van Eurostat, zoals beschreven door ESA 2010, het Europees systeem van rekeningen 2010. Het achterliggende idee van de tabel is om te beschikken over complete en consequente gegevens over pensioenrechten in een land en de vergelijking tussen landen te bevorderen.

Om een consequente vergelijking tussen landen mogelijk te maken, heeft de aanvullende tabel alleen betrekking op het pensioengedeelte van de sociale verzekering. Voor België worden de rustpensioenen en overlevingspensioenen van de overheid en die van de sociale zekerheid in twee verschillende kolommen geregistreerd. Het bijstandsstelsel (Inkomensgarantie voor Ouderen), invaliditeitsuitkeringen en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag voor niet-werkzoekenden zijn niet opgenomen. Individuele particuliere pensioenenproducten zijn uitgesloten aangezien ze geen deel uitmaken van de sociale verzekering.

Interpretatie

Het concept van verworven pensioenrechten is niet altijd eenvoudig te interpreteren voor alle facetten van de pensioenberekening. Zo kan men zich voor de toegang tot de verschillende minimumregelingen in de Belgische pensioenstelsels beperken tot de loopbaanjaren gepresteerd tot 2015 of men kan ook rekening houden
met loopbaanjaren na 2015. Voor een deel van de populatie zou dit kunnen leiden tot het verlenen van de toegang tot de minimumregelingen waar dit volgens de situatie in 2015 nog niet mogelijk was. Het Federaal Planbureau volgt in deze publicatie de eerste interpretatie en heeft enkel rekening gehouden met de verworven
rechten tot 2015. Loopbaanjaren na 2015 helpen dus niet om aan de minimumvoorwaarden te voldoen.

De hypotheses en de berekening van de verworven pensioenrechten in de wettelijke pensioenstelsels (eerste pensioenpijler) zijn terug te vinden in een recent gepubliceerde working paper van het Federaal Planbureau.

Toekomstige publicaties

De gepubliceerde waarden kunnen nog wijzigen voordat ze aan Eurostat worden afgeleverd. De definitieve cijfers van de aanvullende tabel zullen in een toekomstig rapport worden gepubliceerd.

  Thema's

None

  JEL

None

  Keywords

None

Please do not visit, its a trap for bots