De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen concretiseren (19/12/2017)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Zoals alle lidstaten van de Verenigde Naties heeft België zich ertoe verbonden om in 2030 de mondiale duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te bereiken. Het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2017 toont dat:

  • de SDG’s in veel gevallen een streven blijven dat nog in becijferde doelstellingen moet worden vertaald;
  • de huidige evoluties dikwijls in de richting van de SDG’s gaan;
  • de becijferde doelstellingen, als die bestaan, in het algemeen lang niet bereikt worden met de voortzetting van de huidige evoluties; die doelstellingen bereiken, vergt dus gewijzigd beleid.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen voor 2030

De Algemene Vergadering van de VN heeft in 2015 de mondiale duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen aangenomen (Sustainable Development Goals in het Engels, of SDG’s). Ze tonen de weg om wereldwijde uitdagingen zoals armoede, klimaatverandering en verlies aan biologische diversiteit aan te pakken.

België heeft zich ertoe verbonden die doelstellingen te bereiken. Maar heel wat van die doelstellingen zijn geformuleerd met ‘versterken’ of ‘verbeteren’ en blijven nog een streven. Ze moeten nog worden vertaald in becijferde doelstellingen die zijn aangepast aan de Belgische context. Zo kan het beleid beter worden gericht en kan de impact ervan worden geëvalueerd. Het rapport werkt een methode uit om de SDG’s te vertalen en steunt daarbij onder meer op de federale langetermijnvisie voor duurzame ontwikkeling (koninklijk besluit van 2013).

De SDG’s zijn zeer ambitieus. Om die doelen te bereiken, onderstreept het rapport dat het op federaal niveau essentieel is om rekening te houden met de wisselwerking tussen beleidsterreinen en om de beleidscoherentie te versterken. Het is ook belangrijk de coördinatie te verbeteren tussen de gewesten en het federale niveau in de Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling.

Gunstige evoluties, maar het moet nog beter

Het rapport maakt de balans van de 34 indicatoren van duurzame ontwikkeling die België in juli 2017 aan de VN heeft voorgesteld. Al die indicatoren werden met dezelfde methode geëvalueerd. De bijgevoegde tabel presenteert de evaluatieresultaten.

De helft van de indicatoren heeft een becijferde doelstelling die gedefinieerd is op basis van de SDG’s of andere verbintenissen van België.

  • 5 van die indicatoren krijgen een gunstige beoordeling: 3 indicatoren zouden in 2030 hun doelstelling bereiken (onderzoek en ontwikkeling, duurzame visvangst en zee-oppervlakte in het Natura 2000-gebied) en 2 zouden dat bijna doen (vrouwelijke parlementsleden en hernieuwbare energie).
  • 11 andere indicatoren zouden hun doelstelling niet bereiken: 3 indicatoren evolueren in de verkeerde richting (zoals het aandeel vervoer van personen met de wagen) en 8 andere (zoals het risico op armoede of sociale uitsluiting, het aantal dagelijkse rokers en de uitstoot van broeikasgassen niet-ETS) evolueren in de goede richting, maar blijven ver van hun doel verwijderd.
  • 1 indicator (slachtoffers van natuurrampen) is door te variabele gegevens onmogelijk te evalueren.

De overige 17 indicatoren hebben geen becijferde doelstelling. Daardoor kan alleen de richting van hun evolutie worden geëvalueerd.

  • 7 van die indicatoren evolueren in de door de SDG’s gewenste richting (bijvoorbeeld de oppervlakte biologische landbouw, het aantal jongeren die niet werken en noch onderwijs noch opleiding volgen en de Gini-index die de inkomensongelijkheid beschrijft).
  • 3 indicatoren evolueren in de tegengestelde richting (bijvoorbeeld gebrekkige huisvesting).
  • 7 indicatoren vertonen geen significante evolutie in de ene of de andere richting.

In de onderzochte scenario’s worden de meeste SDG’s niet bereikt

Bereiken de projectiescenario’s van het FPB en andere instellingen op het gebied van armoede, energie, klimaat en vervoer de SDG’s? In die scenario’s worden de doelstellingen die voor 2030 door de SDG’s zijn bepaald voor het risico op armoede of sociale uitsluiting en voor de energie-efficiëntie niet bereikt. Tegen 2050 worden de doelstellingen van de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling over het aandeel van hernieuwbare energie, de uitstoot van broeikasgassen (totaal en door de vervoerssector) en het aandeel van het collectief vervoer evenmin bereikt. Alleen de emissies van vervuilende stoffen (stikstofoxiden en fijn stof) van de vervoerssector dalen voldoende om hun doelstelling te bereiken.

Andere studies doen een beroep op veel ambitieuzer beleid dan dat uit de projectiescenario’s en ook op aanzienlijke maatschappelijke veranderingen om de SDG’s te bereiken. Het gaat bijvoorbeeld om het aandeel dierlijke eiwitten in het voedingspatroon te verminderen, de renovatiegraad van gebouwen minstens te verdubbelen, de groei van het vervoer sterk af te remmen onder andere door in te grijpen in de ruimtelijke ordening of het modale aandeel van het collectief vervoer te verhogen.

Aanbevelingen

Uit de balans van de indicatoren en de analyse van bestaande scenario’s blijkt dat tal van SDG’s niet zullen worden bereikt zonder gewijzigd beleid. Om de SDG’s in 2030 te bereiken – dus binnen amper twee legislaturen – dienen er onmiddellijk acties te worden ondernomen. Het rapport formuleert tien aanbevelingen, onder meer de volgende.

  • De SDG’s, die algemeen zijn geformuleerd, vertalen in doelstellingen voor België: die doelstellingen moeten zoveel mogelijk becijferd zijn. De visies en strategieën inzake duurzame ontwikkeling die reeds in België bestaan, zowel federaal (langetermijnvisie voor duurzame ontwikkeling) als in de gefedereerde entiteiten, leveren nuttige instrumenten voor die vertaling.
  • Bij de vertaling van de SDG’s naar de Belgische context voor elke indicator een becijferde doelstelling bepalen.
  • Voor elk nieuw beleid de verschillende SDG’s bepalen waaraan dat beleid bijdraagt. Bovendien vanaf de beleidsvoorbereiding indicatoren definiëren om de beleidsuitvoering en -impact te volgen, en ook becijferde doelstellingen voor die indicatoren vastleggen.

De wet van 1997 over duurzame ontwikkeling bepaalt dat elke nieuwe regering een Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling moet aannemen. Momenteel is het plan 2004-2008 nog altijd van kracht. Daarom is een andere aanbeveling van het rapport de volgende.

  • In de twaalf maanden na de installatie van de volgende regering een nieuw Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling aannemen om de acties van de verschillende administraties te coördineren en synergie te ontwikkelen in de realisatie van de SDG’s.

Voor meer informatie: Jean-Maurice Frère, jmf@plan.be, 02.507.74.74 en Sylvie Varlez, sv@plan.be, 02.507.74.77

Please do not visit, its a trap for bots