Regionale economische vooruitzichten 2017-2022 - Economische groei blijft verschillen tussen de drie gewesten en is arbeidsintensief (13/07/2017)

!

Onderstaande HTML-versie van het communiqué bevat doorgaans niet alle informatie van de PDF-versie. Voor een volledige versie (met grafieken en tabellen), download het communiqué in het kader 'PDF & downloads'.

Deze vooruitzichten zijn gebaseerd op een projectie die gekenmerkt wordt door een gestage groei van de Belgische economie van ongeveer 1,5 % per jaar, tegen de achtergrond van maatregelen ter ondersteuning van werkgelegenheidscreatie.

Regionale groeiverschillen beperkter op middellange dan op korte termijn

Tijdens de periode 1995-2015 bedroeg de economische groei gemiddeld 2,1 % per jaar in het Vlaamse Gewest, 1,5 % in het Waalse Gewest en 1,4 % in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, met een Belgisch gemiddelde van 1,8 %. Voor kortere deelperiodes kunnen de regionale groeiverschillen nog groter zijn. Zo was sinds het uitbreken van de financiële crisis eind 2008 de economische groei in het Vlaamse Gewest veel sterker (1,2 % per jaar tijdens de periode 2009-2015) dan in het Waalse (0,3 %) en het Brusselse Gewest (0,1 %).

Op korte termijn zouden relatief grote groeiverschillen blijven bestaan: tijdens de periode 2016-2018 zou de Vlaamse bbp-groei 1,7 % per jaar bedragen, terwijl de Waalse en Brusselse bbp-groei zou uitkomen op respectievelijk 1,3 % en 1,1 %. Op middellange termijn (2019-2022) zouden die verschillen enigszins afnemen en zou de gemiddelde regionale groei respectievelijk 1,6 %, 1,3 % en 1,3 % per jaar bedragen.

Over de volledige projectieperiode 2016-2022 zou de bedrijfstak ‘overige marktdiensten’ (die onder meer de diensten aan de ondernemingen omvat) in elk van de drie gewesten het meest bijdragen tot de economische groei (0,6 procentpunt per jaar in het Vlaamse Gewest en 0,5 procentpunt in het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). De tweede grootste bijdrage wordt geleverd door de tak ‘krediet en verzekeringen’ in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (0,2 procentpunt) en de verwerkende nijverheid in zowel het Vlaamse Gewest als het Waalse Gewest (0,2 procentpunt). De Vlaamse economische groei zou ook worden ondersteund door de bedrijfstak 'handel en horeca’ (0,2 procentpunt).

Aantal arbeidsplaatsen neemt fors toe

De binnenlandse werkgelegenheidsgroei wordt in de drie gewesten ondersteund door een stabiele economische groei, alsook door arbeidskostenverlagende maatregelen. Tijdens de periode 2016-2022 zou de gemiddelde groei van de netto-jobcreatie 0,7 % per jaar bedragen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 0,8 % in het Waalse Gewest en 1,1 % in het Vlaamse Gewest. De arbeidskostenverlagende maatregelen zouden de werkgelegenheidsgroei vooral op korte termijn (2016-2017) en in 2020 ondersteunen. Tijdens die jaren zou de economische groei in de drie gewesten zeer arbeidsintensief zijn.

Tijdens de jaren 2016-2022 zou de netto-jobcreatie gemiddeld 30 100 eenheden per jaar bedragen in het Vlaamse Gewest (of bijna 211 000 gecumuleerd over die periode), 10 700 per jaar in het Waalse Gewest (of bijna 75 000 gecumuleerd) en 5 100 per jaar in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (of bijna 36 000 gecumuleerd).

De verrekening van de evolutie in de pendelstromen (zowel intergewestelijke als grensoverschrijdende pendelarbeid) geeft een projectie van de werkgelegenheid naar gewest van woonplaats van de werknemers (of de ‘werkende beroepsbevolking’). Die nuancering is vooral van belang voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarvan de ingezetenen slechts ongeveer de helft van de banen op het grondgebied innemen. Tijdens de afgelopen vijftien jaar is het aandeel van de Brusselse ingezetenen op de eigen arbeidsmarkt en op die van de twee andere gewesten voortdurend groter geworden. Die trend zou zich doorzetten tijdens de jaren 2016-2022, met een sterkere groei van de werkende beroepsbevolking in Brussel (gemiddeld 1,4 % per jaar) dan in Vlaanderen (0,9 %) en in Wallonië (0,8 %).

De groei van het arbeidsaanbod (of de ‘beroepsbevolking’) zou in de drie gewesten versnellen in het begin van de projectieperiode maar nadien aanzienlijk vertragen naarmate de bijdrage van de demografische impulsen beperkter wordt (in Brussel) of negatief wordt (in Vlaanderen en Wallonië) en de eindeloopbaanmaatregelen op kruissnelheid komen. Globaal genomen zou de beroepsbevolking in de periode 2016-2022 gemiddeld met 0,1 % per jaar toenemen in het Waalse Gewest. Die groei ligt heel wat lager dan in het Vlaamse Gewest (0,5 %), waar de eindeloopbaanmaatregelen een grotere impact hebben. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zou de groei van de beroepsbevolking eveneens 0,5 % bereiken, louter als gevolg van een grotere bijdrage van de demografie.

Die evoluties van het arbeidsaanbod en de werkende beroepsbevolking vertalen zich in een aanhoudende daling van de werkloosheidsgraad (administratief concept) in de drie gewesten. Die zou in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dalen van 18,4 % in 2016 tot 14,5 % in 2022, van 15,1 % tot 11,9 % in het Waalse Gewest en van 7,8 % tot 5,1 % in het Vlaamse Gewest.

Productiviteitsgroei blijft zwak tegen de achtergrond van een beheerste loonkostenontwikkeling, vooral in het begin van de projectieperiode

Tijdens de projectieperiode 2016-2022 zou het Vlaamse Gewest een reële productiviteitsgroei per hoofd laten optekenen van 0,5 % per jaar in de marktbedrijfstakken. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en in het Waalse Gewest zou die groei iets minder uitgesproken zijn (0,4 %) maar toch een herneming betekenen na een daling in de periode 2009-2015. Niettemin was de jaarlijkse productiviteitsgroei van de drie gewesten ongeveer drie keer sterker in de jaren 2002-2008, dus vóór het uitbreken van de financiële crisis, dan tijdens de projectieperiode.

Tegen de achtergrond van een grotendeels gecentraliseerd systeem voor loonoverleg in België, zouden de reële loonkosten per hoofd in de marktbedrijfstakken tijdens de jaren 2016-2022 gemiddeld met 0,1 % per jaar stijgen in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, terwijl het Waalse Gewest een nulgroei zou laten optekenen. Merk op dat die gemiddelde groeivoeten sterk neerwaarts worden beïnvloed door het jaar 2016 en in mindere mate door de jaren 2017 en 2020. Er werd immers beslist om in die jaren forse verminderingen van de werkgeversbijdragen door te voeren.

Het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen zou tijdens de projectieperiode gemiddeld met 1,6 % per jaar toenemen in het Brusselse Gewest, met 1,4 % in het Vlaamse Gewest en met 1,2 % in het Waalse Gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zouden de sociale uitkeringen (vooral door de pensioenen) trager stijgen dan in het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest; omgekeerd zouden de bezoldigingen van de ingezeten werknemers sneller stijgen in Brussel, in lijn met de sterkere groei van de werkende beroepsbevolking.

Gecombineerd met een bevolkingsgroei die sterker is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (gemiddeld 0,9 % per jaar tijdens de periode 2016-2022) dan in het Vlaamse Gewest (0,5 %) en het Waalse Gewest (0,4 %), zou zich dat vertalen in een groei van het reëel beschikbaar inkomen per inwoner die uiteindelijk vrij gelijkaardig is in de drie gewesten: 0,9 % in het Vlaamse Gewest, 0,8 % in het Waalse Gewest en 0,7 % in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Schommelingen van de financieringssaldi van de verschillende Gemeenschappen en Gewesten

Bij ongewijzigd beleid en rekening houdend met de beschikbare informatie van eind mei 2017, zou de gezamenlijke rekening van de gemeenschappen en gewesten een tekort vertonen over de periode 2017-2022. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, deficitair in het begin van de projectieperiode, zou terug in evenwicht zijn in 2019 en zelfs een overschot realiseren vanaf 2020. De rekeningen van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest zouden deficitair zijn over de gehele periode. Na een overschot in 2017, zou het Vlaamse Gewest de volgende jaren een begrotingstekort laten optekenen.

Uitstoot van broeikasgassen neemt af

De broeikasgasemissies zouden tussen 2016 en 2022 dalen, zowel op nationaal niveau als voor de drie gewesten, als gevolg van een weliswaar gematigde stijging (en zelfs een daling in het Waalse Gewest) van het energie-eindverbruik die evenwel gepaard gaat met structurele wijzigingen ten gunste van minder vervuilende of hernieuwbare energiebronnen.

Wat zijn de Regionale economische vooruitzichten?

De ‘Regionale economische vooruitzichten 2017-2022’ zijn het resultaat van een samenwerking tussen het Federaal Planbureau, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), het Institut wallon de l’évaluation, de la prospective et de la statistique (IWEPS) en de Studiedienst van de Vlaamse Regering van het Departement Kanselarij en Bestuur (SVR-DKB).

Die vooruitzichten leveren een regionale desaggregatie van de ‘Economische vooruitzichten 2017-2022’ voor de Belgische economie die het Federaal Planbureau in juni 2017 publiceerde. De projectie voor België is gebaseerd op een internationaal scenario dat wordt gekenmerkt door een gematigde, maar continue economische groei in de eurozone. De Belgische economische groei zou 1,5 % à 1,6 % bedragen tijdens de periode 2017-2020 en vervolgens licht vertragen tot gemiddeld 1,4 % in de jaren 2021-2022.

De desaggregatie wordt uitgevoerd aan de hand van endogene regionale verdeelsleutels, bepaald door een geheel van vergelijkingen die worden geschat op basis van statistische methodes. Er wordt dus gewerkt met een top-downbenadering, waarbij regionale vooruitzichten coherent blijven met de nationale vooruitzichten.

De regionale economische vooruitzichten laten toe om – bij ongewijzigd beleid – een toekomstbeeld te schetsen voor de komende vijf jaar en om economische onevenwichten te identificeren die kunnen ontstaan, toenemen of aanhouden op middellange termijn.

Voor meer informatie:
Delphine Bassilière, tel.: 02/507 74 58, e-mail: db@plan.be, Didier Baudewyns, tel.: 02/507 73 66, e-mail: dib@plan.be,
Ludovic Dobbelaere, tel.: 02/507 74 22, e-mail: ldo@plan.be

Please do not visit, its a trap for bots