Geert Bryon

Als lid van de informatica cel houdt Geert Bryon zich vooral bezig met de ondersteuning van de onderzoekswerkzaamheden van de verschillende teams binnen het Federaal Planbureau. Daarvoor ontwikkelt hij in C, C++, APL, Python, Visual Basic, PHP/JavaScript tools die de behandeling, uitwisseling, publicatie en voorstelling van data van die werkzaamheden vergemakkelijkt en stroomlijnt.

 

Contactgegevens

  •  
  •   02/507.74.47

Equipes

  • Informaticacel (Coördinator)
  • Supply and Use Tables and Input-Output Tables 1995-2007 for Belgium - Methodology of Compilation

    Bij het gebruik van Aanbod- en Gebruikstabellen (AGT) en Input-Outputtabellen (IOT) die opgemaakt zijn op basis van verschillende versies van de Nationale Rekeningen (NR), ontstaat, als gevolg van herzieningen in de NR, een probleem van coherentie in de tijd. In deze paper wordt de methodologie beschreven die gevolgd werd bij de opmaak van een coherente tijdreeks van AGT en IOT voor de periode 1995-2007, vertrekkend van de NR gepubliceerd in november 2010.

    Working Paper 06-12 [24/05/2012]
  • Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060

    Het Federaal Planbureau maakt op regelmatige basis, in nauwe samenwerking met de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, bevolkingsvooruitzichten op lange termijn. De de-mografische data van het Rijksregister worden door de ADSEI geconsolideerd. Op basis van die statistieken die betrekking hebben op de jaren 2007, 2008 en 2009 en leiden tot de waargenomen bevolking op 1 januari 2010, heeft het FPB nieuwe bevolkingsvooruitzichten opgesteld. Die vooruitzichten vervangen de bevolkingsvooruitzichten 2007-2010 die tot op dit ogenblik op de sites van de ADSEI en het FPB beschikbaar waren. Sinds hun finalisering in april 2011, werden ze gebruikt voor de verschillende economische projectiewerkzaamheden van het FPB. Ze werden aldus geïntegreerd in de voorbereidende werkzaamheden aan de regeringsvorming.

    De voortdurende stijging van de levensverwachting, maar vooral de herneming van de vruchtbaarheid van de Belgische vrouwen, voornamelijk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Vlaams Gewest, en de internationale immigratie die de laatste jaren nog toenam, zorgen nog meer dan vroeger voor de toekomstige bevolkingstoename. De bevolkingen van België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (op 1 januari 2010 respectievelijk 10.839.855 en 1.089.538 perso-nen) zouden in 2060 respectievelijk oplopen tot 13.515.000 en 1.475.200 personen. De bevolking zou ook jonger zijn dan wat vroeger werd voorzien. De afhankelijkheidscoëfficiënt van de ou-deren voor België zou echter nog steeds sterk toenemen van 26 ouderen per 100 actieve personen in 2010 naar 42 in 2060 (45 voordien).

    EFPOP2011 [Contribuant - 19/12/2011]
  • Capital services and total factor productivity measurements : impact of various methodologies for Belgium

    This Working Paper presents the different methodologies currently used to construct a volume index of capital services and analyzes the effects of methodological changes on capital services and total factor productivity estimates for Belgium over the period 1970-2004. The measurement of capital services is realized in two steps. First, productive capital stocks have to be estimated for each type of asset. Two methodologies are generally used: the geometric and the hyperbolic profile. Secondly, these stocks are aggregated, using the user costs of capital (exante or ex-post approach) as weights to derive an overall index. For the economy as a whole and the entire period, under an ex-post approach, the volume indices of capital services estimated with a hyperbolic age-efficiency profile grow at a higher rate than the indices estimated with a geometric profile. This general conclusion is, however, not observed in every sector. Under an ex-ante approach, the different volume indices are quite similar for the whole economy, even if the indices grow generally at a slightly higher rate in the case of a geometric pattern. A higher growth rate of the volume indices generates a higher capital contribution and, consequently, a lower TFP contribution. Over long periods of time, the different TFP estimates are relatively similar. Over shorter periods, the different methodologies generate more significant variations in the TFP contribution.

    Working Paper 03-07 [01/03/2007]
Please do not visit, its a trap for bots